Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2024-02-14
ECLI:NL:GHARL:2024:1141
Strafrecht
Hoger beroep
1,025 tokens
Inleiding
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-000285-23
Uitspraak d.d.: 14 februari 2024
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle,
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Assen , van 13 januari 2023 met het parketnummer 18-109695-19 in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1962,
wonende te [adres] .
Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 31 januari 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot vernietiging van het vonnis van de politierechter en veroordeling van verdachte ter zake van het tenlastegelegde tot een voorwaardelijke geldboete van € 200,00 subsidiair 4 dagen vervangende hechtenis met een proeftijd van één jaar. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr. A.M. Veld, naar voren is gebracht.
Het vonnis waarvan beroep
De politierechter heeft verdachte bij voornoemd vonnis, waartegen het hoger beroep gericht is, ter zake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van € 350,00 subsidiair 7 dagen vervangende hechtenis met een proeftijd van één jaar.
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.
De tenlastelegging
Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 1 januari 2019 te [pleegplaats] opzettelijk een ambtenaar, te weten [naam] ( [functie] ), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, in zijn/haar tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem/haar de woorden toe te voegen: "Kankerlijer" en/of "hoerenloper", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Vrijspraak
Het hof is van oordeel dat weliswaar voldoende wettig bewijs in het dossier aanwezig is, maar dat daaruit niet de overtuiging kan worden bekomen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan hetgeen hem is tenlastegelegd, zodat verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Daaraan heeft mede bijgedragen de aan het dossier toegevoegde, door de raadsvrouw meegebrachte beeldfragmenten van het betreffende incident, die ter terechtzitting zijn afgespeeld. De beleving van de gebeurtenissen die agent [naam] en een aantal getuigen in hun verklaringen beschrijven, geeft een ander beeld van de situatie dan hetgeen het hof zelf heeft waargenomen op de beeldfragmenten. Gelet op vorenstaande is bij het hof gerede twijfel ontstaan of verdachte aangever heeft beledigd door hem de woorden ‘Kankerlijer’ en ‘hoerenloper’ toe te voegen.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Aldus gewezen door
mr. H.J. Deuring, voorzitter,
mr. E.W. van Weringh en mr. C. Brouwer, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. A. Abdulkarim, griffier,
en op 14 februari 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.