Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2024-02-14
ECLI:NL:GHARL:2024:1110
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht, Strafrecht; Strafprocesrecht
Hoger beroep
1,048 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.331.544/01
CJIB-nummer
: 248695044
Uitspraak d.d.
: 14 februari 2024
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Overijssel van 25 juni 2023, betreffende
mr. N.G.A. Voorbach,
kantoorhoudende te Zoetermeer,
optredende voor [naam1] ,
optredende namens
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
gevestigd te [vestigingsplaats] .
Dictum
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. Uit het dossier blijkt het volgende.
Bij inleidende beschikking is een sanctie opgelegd aan [de betrokkene] als kentekenhouder. Tegen deze beschikking heeft [naam1] , namens [de betrokkene] , administratief beroep ingesteld. De officier van justitie heeft het administratief beroep ongegrond verklaard.
Op 1 augustus 2022 heeft [naam1] via het digitaal loket beroep ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie. Als bijlage is een machtigingsformulier gevoegd, waaruit blijkt dat [de betrokkene] [naam1] machtigt.
Op 3 augustus 2022 heeft de gemachtigde via het digitaal loket beroep ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie. Hierbij is een machtiging gevoegd van [naam1] aan Voorbach..
De zaak is behandeld op de zitting van de kantonrechter van 14 maart 2023, waarbij de kantonrechter de procedure voor onbepaalde tijd heeft aangehouden. Vervolgens is de zaak inhoudelijk behandeld op de zitting van de kantonrechter van 25 juni 2023, waarbij de kantonrechter het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond heeft verklaard.
2. In het dossier bevindt zich verder een schrijven d.d. 30 juni 2023 van de CVOM gericht aan de rechtbank Overijssel, waarbij als bijlage een via het digitaal loket toegezonden bericht
d.d. 23 juni 2023 van [naam1] is gevoegd. [naam1] schrijft hierin: “Hierbij trek ik mijn beroep bij de kantonrechter tegen de boete met CJIB-nummer 3062 5422 4869 5044 in. Mijn eerder ingediende beroep hoeft niet meer inhoudelijk behandeld te worden. Ik dien deze intrekking in via het Digitaal Loket Verkeer.”
3. Het hof stelt vast dat [naam1] -degene die Voorbach gemachtigd heeft- met deze brief het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie in de onderhavige zaak heeft ingetrokken nog voordat de kantonrechter op het beroep had beslist. Nu het beroep is ingetrokken, heeft de kantonrechter ten onrechte op dat beroep beslist. De omstandigheid dat de kantonrechter eerst later van deze intrekking kennis heeft kunnen nemen, doet hieraan niet af.
4. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter dan ook vernietigen. Voor het toekennen van een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Dictum
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Van der Meulen als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.