Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2024-02-13
ECLI:NL:GHARL:2024:1030
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht, Strafrecht; Strafprocesrecht
Hoger beroep
1,687 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.327.272/01
CJIB-nummer
: 242056986
Uitspraak d.d.
: 13 februari 2024
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 3 april 2023, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.
Dictum
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 250,- voor: “als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 18 juni 2021 om 10.52 uur op de Rijksweg (A27) in Vianen met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene kan zich niet vinden in de beslissing van de kantonrechter en stelt dat hetgeen namens de betrokkene eerder in de procedure is aangevoerd juist wel aanleiding geeft om te twijfelen aan de verklaring van de ambtenaar. De ambtenaar heeft immers beredeneerd dat het een telefoon betrof, terwijl hij dat niet heeft gezien en bij staandehouding de telefoon ook niet heeft herkend als het voorwerp dat werd vastgehouden tijdens het rijden. De betrokkene heeft consistent aangevoerd dat hij een pasjeshouder vast had en heeft daar een goede verklaring voor gegeven. In reactie op het verweerschrift heeft de gemachtigde een arrest van 26 januari 2022 (ECLI:NL:GHARL:2022:573) bijgevoegd, waarin zich bij de betrokkene een gelijke situatie heeft voorgedaan. Ook in die zaak had de betrokkene de pasjeshouder vast en is dit direct bij staandehouding verklaard.
3. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik, verbalisant, zag dat betrokkene met zijn beide handen zijn telefoon vasthield. Ik zag dat hij dit deed tijdens het besturen van een bedrijfsauto. Ik zag dat het een smartphone betrof. Ik zag dat betrokkene zijn telefoon bediende met zijn twee duimen. Ik zag zijn duimen bewegen alsof hij op een digitaal toetsenbord aan het typen was. Ik zag een glinstering van de zon op het scherm. Tijdens staande houding liet betrokkene mij een pasjeshouder zien. Ik zag dat deze pasjeshouder mat zwart was. In ieder geval niet glimmend. Het is dus onmogelijk dat de pasjeshouder de glinstering veroorzaakte welke ik had waargenomen. Verder zag ik dat de pasjeshouder kleiner was dan de smartphone welke ik had gezien. De telefoon was bijna twee keer zo groot. Tijdens de staande houding liet betrokkene zijn telefoon niet direct zien. Uiteindelijk liet betrokkene zijn telefoon op een afstandje zien. Ik zag dat het een smartphone betrof. Ik vroeg betrokkene naar het merk van de smartphone. Ik hoorde dat betrokkene verklaarde dat het een iPhone betrof. (…)
Verklaring betrokkene: Ik heb geen telefoon in mijn handen gehad. Ik had mijn pasjeshouder in mijn handen en ik was aan het kijken of ik contant geld bij mij had.”
5. Het hof ziet in hetgeen de gemachtigde heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de in het zaakoverzicht opgenomen verklaring van de ambtenaar dat hij zag dat de betrokkene tijdens het besturen van het voertuig een mobiel elektronisch apparaat, te weten een mobiele telefoon, met beide handen vasthield. De ambtenaar geeft gedetailleerd aan hoe hij de bestuurder zijn telefoon zag vasthouden, te weten in beide handen, terwijl hij met zijn duimen het scherm van de mobiele telefoon bediende. Verder volgt uit deze verklaring dat de betrokkene bij staandehouding de pasjeshouder aan de ambtenaar heeft getoond, waarbij de ambtenaar direct heeft vastgesteld dat de pasjeshouder van de betrokkene niet glimt en beduidend kleiner is dan het voorwerp, de mobiele telefoon, dat de betrokkene tijdens het besturen van het voertuig in zijn handen heeft gehad, hetgeen overigens ook te zien is op de foto van de pasjeshouder die eerder in de procedure namens de betrokkene is overgelegd. Het hof is van oordeel dat de ambtenaar daarmee hetgeen de betrokkene had aangevoerd in voldoende mate heeft weerlegd. Aldus kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. In het door de gemachtigde aangehaalde arrest had de betrokkene steeds gesteld dat zij geen telefoon, maar een ander voorwerp vasthield en dat zij hierover had gediscussieerd met de ambtenaar. Omdat hiervan niet uit het dossier bleek, had dit verweer volgens het hof aanleiding moeten zijn om de ambtenaar een nadere toelichting te vragen. Van een vergelijkbare zaak is dan ook geen sprake.
6. De gronden treffen geen doel. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Voor het toekennen van een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Dictum
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Werdmüller von Elgg als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.