Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2024-02-13
ECLI:NL:GHARL:2024:1028
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht, Strafrecht; Strafprocesrecht
Hoger beroep
2,762 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.328.824/01
CJIB-nummer
: 247044136
Uitspraak d.d.
: 13 februari 2024
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 3 mei 2023, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is F.R. Eggink, kantoorhoudende te Almelo.
Dictum
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 250,- voor: “als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 19 januari 2022 om 20.44 uur op de Vaillantlaan in ‘s-Gravenhage met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene betwist de gedraging. De betrokkene heeft meteen tegen de ambtenaar gezegd dat het niet om een mobiel elektronisch apparaat gaat. De betrokkene heeft aannemelijk gemaakt dat hij geen mobiel elektronisch apparaat heeft vastgehouden. De gemachtigde wijst in dit verband op een eerder overgelegde foto van een blikje cola. Dat de ambtenaar heeft genoteerd dat de betrokkene “een telefoon” in zijn hand had, is onvoldoende. De gegevens in het zaakoverzicht zijn te summier voor de vaststelling van de gedraging. De ambtenaar heeft een onderzoeksplicht en dient te controleren of het daadwerkelijk om een mobiel elektronisch apparaat gaat en zo ja, wat voor apparaat en hoe dat eruit ziet. In het zaakoverzicht heeft de ambtenaar vermeld dat het om een auto gaat in plaats van een brommer. De officier van justitie heeft nagelaten om een aanvullend proces-verbaal op te vragen. De ambtenaar heeft niet op het verzoek van de advocaat-generaal gereageerd om een aanvullend proces-verbaal op te maken. Het dossier was al flinterdun en er is nu helemaal geen bewijs voorhanden, aldus de gemachtigde.
3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik, verbalisant, zag dat bestuurder tijdens het autorijden een telefoon in zijn linkerhand vasthield. (…)
Opgaven verbalisant
Merk van voertuig: Piaggio
Type van voertuig: Vespa Sprint (…)
Aan betrokkene is de cautie verleend. (…)
Betrokkene gaf geen verklaring.”
4. Het hof ziet in hetgeen de gemachtigde heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de in de gegevens in het zaakoverzicht opgenomen verklaring van de ambtenaar dat hij zag dat de betrokkene als bestuurder tijdens het rijden een telefoon in zijn linkerhand vasthield. Dat de ambtenaar spreekt van autorijden, terwijl de ambtenaar heeft opgegeven dat het betrokken voertuig een bromfiets is, merkt het hof aan als een kennelijke verschrijving. Gelet op de gegevens in het zaaakoverzicht kan worden vastgesteld dat de betrokkene als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat heeft vastgehouden. De betrokkene is staande gehouden. Als de betrokkene een blikje cola vasthield in plaats van een telefoon had het op de weg van de betrokkene gelegen de ambtenaar daarop direct te attenderen, zodat deze ter plaatse het een en ander had kunnen verifiëren. Dat geen mobiel elektronisch apparaat werd vastgehouden, maar een blikje cola is met het in de gevoerde procedures aanvoeren van dat standpunt alsmede overleggen van een afbeelding van een blikje cola niet aannemelijk geworden. De in het zaakoverzicht weergegeven verklaring van de ambtenaar is dan ook niet op geloofwaardige wijze weerlegd en de door de gemachtigde aangevoerde grond komt derhalve in de kern neer op een enkele ontkenning van de gedraging. Deze grond wordt door het hof verworpen.
5. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Gegeven deze beslissing zal het hof het verzoek om een proceskostenvergoeding afwijzen.
Dictum
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Koldenhof-ten Kate als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.328.824/01
CJIB-nummer
: 247044136
Uitspraak d.d.
: 13 februari 2024
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 3 mei 2023, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is F.R. Eggink, kantoorhoudende te Almelo.
Dictum
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 250,- voor: “als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 19 januari 2022 om 20.44 uur op de Vaillantlaan in ‘s-Gravenhage met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene betwist de gedraging. De betrokkene heeft meteen tegen de ambtenaar gezegd dat het niet om een mobiel elektronisch apparaat gaat. De betrokkene heeft aannemelijk gemaakt dat hij geen mobiel elektronisch apparaat heeft vastgehouden. De gemachtigde wijst in dit verband op een eerder overgelegde foto van een blikje cola. Dat de ambtenaar heeft genoteerd dat de betrokkene “een telefoon” in zijn hand had, is onvoldoende. De gegevens in het zaakoverzicht zijn te summier voor de vaststelling van de gedraging. De ambtenaar heeft een onderzoeksplicht en dient te controleren of het daadwerkelijk om een mobiel elektronisch apparaat gaat en zo ja, wat voor apparaat en hoe dat eruit ziet. In het zaakoverzicht heeft de ambtenaar vermeld dat het om een auto gaat in plaats van een brommer. De officier van justitie heeft nagelaten om een aanvullend proces-verbaal op te vragen. De ambtenaar heeft niet op het verzoek van de advocaat-generaal gereageerd om een aanvullend proces-verbaal op te maken. Het dossier was al flinterdun en er is nu helemaal geen bewijs voorhanden, aldus de gemachtigde.
3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik, verbalisant, zag dat bestuurder tijdens het autorijden een telefoon in zijn linkerhand vasthield. (…)
Opgaven verbalisant
Merk van voertuig: Piaggio
Type van voertuig: Vespa Sprint (…)
Aan betrokkene is de cautie verleend. (…)
Betrokkene gaf geen verklaring.”
4. Het hof ziet in hetgeen de gemachtigde heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de in de gegevens in het zaakoverzicht opgenomen verklaring van de ambtenaar dat hij zag dat de betrokkene als bestuurder tijdens het rijden een telefoon in zijn linkerhand vasthield. Dat de ambtenaar spreekt van autorijden, terwijl de ambtenaar heeft opgegeven dat het betrokken voertuig een bromfiets is, merkt het hof aan als een kennelijke verschrijving. Gelet op de gegevens in het zaaakoverzicht kan worden vastgesteld dat de betrokkene als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat heeft vastgehouden. De betrokkene is staande gehouden. Als de betrokkene een blikje cola vasthield in plaats van een telefoon had het op de weg van de betrokkene gelegen de ambtenaar daarop direct te attenderen, zodat deze ter plaatse het een en ander had kunnen verifiëren. Dat geen mobiel elektronisch apparaat werd vastgehouden, maar een blikje cola is met het in de gevoerde procedures aanvoeren van dat standpunt alsmede overleggen van een afbeelding van een blikje cola niet aannemelijk geworden. De in het zaakoverzicht weergegeven verklaring van de ambtenaar is dan ook niet op geloofwaardige wijze weerlegd en de door de gemachtigde aangevoerde grond komt derhalve in de kern neer op een enkele ontkenning van de gedraging. Deze grond wordt door het hof verworpen.
5. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Gegeven deze beslissing zal het hof het verzoek om een proceskostenvergoeding afwijzen.
Dictum
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Koldenhof-ten Kate als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.