Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2023-11-07
ECLI:NL:GHARL:2023:9355
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht, Strafrecht; Strafprocesrecht
Hoger beroep
2,400 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.323.872/01
CJIB-nummer
: 247223986
Uitspraak d.d.
: 7 november 2023
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 2 februari 2023, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.
Dictum
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 150,- voor: “als bestuurder van voertuig rijden terwijl in het voertuig aanwezige licht(en)/object(en) licht uitstralen naar de buitenzijde”. Deze gedraging zou zijn verricht op 27 januari 2022 om 18.29 uur op de Patersweg in Hoensbroek met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de gedraging niet is verricht. Het licht was wel zichtbaar vanaf buiten, maar straalde niet naar buiten. De ambtenaar en kantonrechter hebben dit onderscheid miskend. Het onderscheid is wel van belang, want elke binnenverlichting is van buiten zichtbaar. De foto van de gedraging laat ook geen naar buiten stralen van licht zien. De advocaat-generaal heeft een deskundige geraadpleegd die verklaart dat het licht niet naar binnen valt, maar er is geen feitelijke grondslag voor deze stelling omdat de deskundige er niet bij is geweest. Naar voren schijnen is iets anders dan uitstralen naar de voorzijde van het voertuig. Mogelijke verwarring is in deze geen criterium. De deskundige baseert zich op niet genoemde EU-wetgeving, maar de reikwijdte is in deze zaak niet geldig voor zover dit niet ook in de Nederlandse regel is vastgelegd. Bovendien is de deskundigheid van de deskundige ter zake van deze materie niet onderbouwd.
3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik, verbalisant, zag dat de betrokkene verlichting in de cabine voerde welke rood licht naar buiten uitstraalde.”
4. In het dossier bevinden zich drie foto’s van de gedraging. Daarop is te zien dat op de achterwand van de cabine van de vrachtwagen een licht hangt in de vorm van een logo dat rood licht uitstraalt.
5. De onderhavige gedraging betreft een overtreding van artikel 5.3.65, eerste lid, sub b, van het Reglement voertuigen, dat luidt:“1. Bedrijfsauto’s mogen niet zijn voorzien van: (…) b. in het voertuig aanwezige lichten of objecten die licht uitstralen naar de buitenzijde van het voertuig.”
6. Naar het oordeel van het hof is de gedraging verricht. Op de foto’s is te zien dat de verlichting is opgehangen aan de achterwand van de cabine. Hierdoor wordt niet alleen de cabine rood verlicht, maar straalt het licht ook naar buiten. Van buiten naar binnen kijk je als het ware recht in de rode logo-lamp. Op basis van de verklaring en de foto’s kan worden vastgesteld dat niet is voldaan aan het bepaalde in artikel 5.3.65 van het Reglement voertuigen.
7. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.
Dictum
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.323.872/01
CJIB-nummer
: 247223986
Uitspraak d.d.
: 7 november 2023
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 2 februari 2023, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.
Dictum
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 150,- voor: “als bestuurder van voertuig rijden terwijl in het voertuig aanwezige licht(en)/object(en) licht uitstralen naar de buitenzijde”. Deze gedraging zou zijn verricht op 27 januari 2022 om 18.29 uur op de Patersweg in Hoensbroek met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de gedraging niet is verricht. Het licht was wel zichtbaar vanaf buiten, maar straalde niet naar buiten. De ambtenaar en kantonrechter hebben dit onderscheid miskend. Het onderscheid is wel van belang, want elke binnenverlichting is van buiten zichtbaar. De foto van de gedraging laat ook geen naar buiten stralen van licht zien. De advocaat-generaal heeft een deskundige geraadpleegd die verklaart dat het licht niet naar binnen valt, maar er is geen feitelijke grondslag voor deze stelling omdat de deskundige er niet bij is geweest. Naar voren schijnen is iets anders dan uitstralen naar de voorzijde van het voertuig. Mogelijke verwarring is in deze geen criterium. De deskundige baseert zich op niet genoemde EU-wetgeving, maar de reikwijdte is in deze zaak niet geldig voor zover dit niet ook in de Nederlandse regel is vastgelegd. Bovendien is de deskundigheid van de deskundige ter zake van deze materie niet onderbouwd.
3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik, verbalisant, zag dat de betrokkene verlichting in de cabine voerde welke rood licht naar buiten uitstraalde.”
4. In het dossier bevinden zich drie foto’s van de gedraging. Daarop is te zien dat op de achterwand van de cabine van de vrachtwagen een licht hangt in de vorm van een logo dat rood licht uitstraalt.
5. De onderhavige gedraging betreft een overtreding van artikel 5.3.65, eerste lid, sub b, van het Reglement voertuigen, dat luidt:“1. Bedrijfsauto’s mogen niet zijn voorzien van: (…) b. in het voertuig aanwezige lichten of objecten die licht uitstralen naar de buitenzijde van het voertuig.”
6. Naar het oordeel van het hof is de gedraging verricht. Op de foto’s is te zien dat de verlichting is opgehangen aan de achterwand van de cabine. Hierdoor wordt niet alleen de cabine rood verlicht, maar straalt het licht ook naar buiten. Van buiten naar binnen kijk je als het ware recht in de rode logo-lamp. Op basis van de verklaring en de foto’s kan worden vastgesteld dat niet is voldaan aan het bepaalde in artikel 5.3.65 van het Reglement voertuigen.
7. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.
Dictum
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.