Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2023-10-24
ECLI:NL:GHARL:2023:9037
Strafrecht; Strafprocesrecht
Hoger beroep
4,852 tokens
Inleiding
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-001268-20
Uitspraak d.d.: 24 oktober 2023
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 24 februari 2020 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 16-277360-19 en 16-286412-19, tegen de verdachte
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1985,
wonende te [woonplaats] .
Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Het onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het gerechtshof van 10 oktober 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het gerechtshof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot:
veroordeling van de verdachte ter zake van de hem onder de parketnummers 16-277360-19 en 16-286412-19 (gevoegd) tenlastegelegde feiten tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken;
integrale toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] voor het bedrag van € 50,-, te vermeerderen met de wettelijke rente.
Het gerechtshof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen namens de verdachte door zijn raadsman, mr. H. Polat, naar voren is gebracht.
Het vonnis waartegen het hoger beroep is gericht
Bij het hierboven genoemde vonnis, waartegen het hoger beroep is gericht, heeft de politierechter:
de verdachte ter zake van de aan hem onder de parketnummers 16-277360-19 en 16-286412-19 (gevoegd) tenlastegelegde feiten tot een gevangenisstraf voor de duur van één maand;
de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] toegewezen tot een bedrag van € 50,-, te vermeerderen met de wettelijke rente, en de vordering voor het overige deel afgewezen.
Het gerechtshof zal het vonnis waarvan beroep om proceseconomische redenen vernietigen en daarom opnieuw rechtdoen.
De tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
In de zaak met parketnummer 16-277360-19:
hij op of omstreeks 20 november 2019 te [plaats] een hoeveelheid bier (17 blikken), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan winkelbedrijf [naam] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
In de zaak met parketnummer 16-286412-19 (gevoegd):
hij op of omstreeks 30 november 2019 te [plaats] , een of meerdere blikken bier van het merk [merk 1] en [merk 2] , in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [benadeelde] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Overweging met betrekking tot het bewijs
Op grond van wettige bewijsmiddelen, zoals eventueel later in de op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen, stelt het gerechtshof vast dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs bestaat voor de aan de verdachte tenlastegelegde feiten. Het gerechtshof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.
Bewezenverklaring
Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het gerechtshof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 16-277360-19 en in de zaak met parketnummer 16-286412-19 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:
Zaak met parketnummer 16-277360-19:
hij op 20 november 2019 te [plaats] een hoeveelheid bier (17 blikken), toebehorende aan winkelbedrijf [naam] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Zaak met parketnummer 16-286412-19 (gevoegd):
hij op 30 november 2019 te [plaats] , meerdere blikken bier van het merk [merk 1] en [merk 2] , toebehorende aan [benadeelde] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Het gerechtshof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het in de zaak met parketnummer 16-277360-19 en in de zaak met parketnummer 16-286412-19 bewezenverklaarde levert op:
telkens: diefstal.
Strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de verdachte niet strafbaar zou doen zijn.
Oplegging van straf
Met betrekking tot de aard en de ernst van de bewezenverklaarde feiten heeft het gerechtshof in het bijzonder acht geslagen op:
de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;
de omstandigheid dat de winkeldiefstallen zoals de verdachte die heeft gepleegd schade, overlast en ergernis veroorzaakt voor het gedupeerde winkelbedrijf en de gedupeerde ondernemers hindert in de bedrijfsvoering. Ook de samenleving ondervindt schade van winkeldiefstal doordat de kosten die gemoeid zijn met het nemen van veiligheidsmaatregelen tegen diefstal uiteindelijk door consumenten betaald worden.
Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft het gerechtshof in het bijzonder acht geslagen op:
de inhoud van het hem betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 7 september 2023, waaruit blijkt dat hij eerder is veroordeeld ter zake van het plegen van diefstal, alsmede ter zake van andersoortige delicten en dat die veroordelingen onherroepelijk zijn. Tevens volgt daaruit dat de verdachte na de pleegdata van de in deze zaak ter beoordeling staande feiten onherroepelijk is veroordeeld. Daarmee is artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing;
de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan uit het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep is gebleken.
Voorts heeft het gerechtshof acht geslagen op het tijdsverloop dat is gemoeid met de berechting van de zaak. De verdachte heeft op 9 maart 2020 hoger beroep ingesteld. Het arrest van het gerechtshof wordt uitgesproken op 24 oktober 2023. Het gerechtshof stelt vast dat er sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM in hoger beroep van ruim 1 jaar en 7 maanden.
Dictum
Het gerechtshof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 16-277360-19 en in de zaak met parketnummer 16-286412-19 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het in de zaak met parketnummer 16-277360-19 en in de zaak met parketnummer 16-286412-19 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] ter zake van het in de zaak met parketnummer 16-286412-19 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 50,00 (vijftig euro) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 30 november 2019.
Aldus gewezen door
mr. T.H. Bosma, voorzitter,
mr. J.J. Beswerda en mr. M. van der Horst, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. G.A.G. van Essen, griffier,
en op 24 oktober 2023 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Inleiding
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-001268-20
Uitspraak d.d.: 24 oktober 2023
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 24 februari 2020 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 16-277360-19 en 16-286412-19, tegen de verdachte
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1985,
wonende te [woonplaats] .
Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Het onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het gerechtshof van 10 oktober 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het gerechtshof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot:
veroordeling van de verdachte ter zake van de hem onder de parketnummers 16-277360-19 en 16-286412-19 (gevoegd) tenlastegelegde feiten tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken;
integrale toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] voor het bedrag van € 50,-, te vermeerderen met de wettelijke rente.
Het gerechtshof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen namens de verdachte door zijn raadsman, mr. H. Polat, naar voren is gebracht.
Het vonnis waartegen het hoger beroep is gericht
Bij het hierboven genoemde vonnis, waartegen het hoger beroep is gericht, heeft de politierechter:
de verdachte ter zake van de aan hem onder de parketnummers 16-277360-19 en 16-286412-19 (gevoegd) tenlastegelegde feiten tot een gevangenisstraf voor de duur van één maand;
de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] toegewezen tot een bedrag van € 50,-, te vermeerderen met de wettelijke rente, en de vordering voor het overige deel afgewezen.
Het gerechtshof zal het vonnis waarvan beroep om proceseconomische redenen vernietigen en daarom opnieuw rechtdoen.
De tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
In de zaak met parketnummer 16-277360-19:
hij op of omstreeks 20 november 2019 te [plaats] een hoeveelheid bier (17 blikken), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan winkelbedrijf [naam] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
In de zaak met parketnummer 16-286412-19 (gevoegd):
hij op of omstreeks 30 november 2019 te [plaats] , een of meerdere blikken bier van het merk [merk 1] en [merk 2] , in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [benadeelde] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Overweging met betrekking tot het bewijs
Op grond van wettige bewijsmiddelen, zoals eventueel later in de op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen, stelt het gerechtshof vast dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs bestaat voor de aan de verdachte tenlastegelegde feiten. Het gerechtshof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.
Bewezenverklaring
Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het gerechtshof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 16-277360-19 en in de zaak met parketnummer 16-286412-19 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:
Zaak met parketnummer 16-277360-19:
hij op 20 november 2019 te [plaats] een hoeveelheid bier (17 blikken), toebehorende aan winkelbedrijf [naam] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Zaak met parketnummer 16-286412-19 (gevoegd):
hij op 30 november 2019 te [plaats] , meerdere blikken bier van het merk [merk 1] en [merk 2] , toebehorende aan [benadeelde] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Het gerechtshof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het in de zaak met parketnummer 16-277360-19 en in de zaak met parketnummer 16-286412-19 bewezenverklaarde levert op:
telkens: diefstal.
Strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de verdachte niet strafbaar zou doen zijn.
Oplegging van straf
Met betrekking tot de aard en de ernst van de bewezenverklaarde feiten heeft het gerechtshof in het bijzonder acht geslagen op:
de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;
de omstandigheid dat de winkeldiefstallen zoals de verdachte die heeft gepleegd schade, overlast en ergernis veroorzaakt voor het gedupeerde winkelbedrijf en de gedupeerde ondernemers hindert in de bedrijfsvoering. Ook de samenleving ondervindt schade van winkeldiefstal doordat de kosten die gemoeid zijn met het nemen van veiligheidsmaatregelen tegen diefstal uiteindelijk door consumenten betaald worden.
Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft het gerechtshof in het bijzonder acht geslagen op:
de inhoud van het hem betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 7 september 2023, waaruit blijkt dat hij eerder is veroordeeld ter zake van het plegen van diefstal, alsmede ter zake van andersoortige delicten en dat die veroordelingen onherroepelijk zijn. Tevens volgt daaruit dat de verdachte na de pleegdata van de in deze zaak ter beoordeling staande feiten onherroepelijk is veroordeeld. Daarmee is artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing;
de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan uit het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep is gebleken.
Voorts heeft het gerechtshof acht geslagen op het tijdsverloop dat is gemoeid met de berechting van de zaak. De verdachte heeft op 9 maart 2020 hoger beroep ingesteld. Het arrest van het gerechtshof wordt uitgesproken op 24 oktober 2023. Het gerechtshof stelt vast dat er sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM in hoger beroep van ruim 1 jaar en 7 maanden.
Dictum
Het gerechtshof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 16-277360-19 en in de zaak met parketnummer 16-286412-19 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het in de zaak met parketnummer 16-277360-19 en in de zaak met parketnummer 16-286412-19 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] ter zake van het in de zaak met parketnummer 16-286412-19 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 50,00 (vijftig euro) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 30 november 2019.
Aldus gewezen door
mr. T.H. Bosma, voorzitter,
mr. J.J. Beswerda en mr. M. van der Horst, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. G.A.G. van Essen, griffier,
en op 24 oktober 2023 ter openbare terechtzitting uitgesproken.