Rechtspraak Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2023-09-28
ECLI:NL:GHARL:2023:8171
Civiel recht
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.324.438 (zaaknummer rechtbank Overijssel 10194782) beschikking van 28 september 2023 inzake de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [verzoekster] B.V. gevestigd in [vestigingsplaats] ,verzoekster in hoger beroep, verder te noemen: [verzoekster] , advocaat: mr. WM.A. Knobben te Nijverdal. Als belanghebbende is aangemerkt: [de rechthebbende] , wonende in [woonplaats1] , verder te noemen: rechthebbende. Het hof verwijst voor de procedure bij de rechtbank naar de beschikking van de kantonrechter (rechtbank Overijssel, team toezicht -bewindsbureau, locatie Enschede) van 19 december 2022, uitgesproken onder voormeld zaaknummer, hierna ook te noemen: de bestreden beschikking. 3.1 Bij beschikking is ten behoeve van rechthebbende een curator benoemd. [naam1] , handelend onder de naam [naam2] was curator. [naam2] heeft de kantonrechter verzocht om hem als curator te ontslaan met benoeming van [verzoekster] als opvolgend curator. Het betreft dus een ontslag en opvolging op eigen verzoek. 3.2 Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter, voor zover hier van belang: - op eigen verzoek, met ingang van 1 januari 2023, [naam1] , handelend onder de naam [naam2] ontslagen als curator; - met ingang van 1 januari 2023 benoemd tot opvolgend curator: [verzoekster] B.V.; - bepaald dat geen kosten in rekening mogen worden gebracht voor het opmaken van de eindrekening; - bepaald dat geen kosten in rekening mogen worden gebracht voor de aanvangswerkzaamheden; - bepaald dat de curator voor zijn/haar overige (aanvangs)werkzaamheden en voor de met de curatele gemoeide kosten de in de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren vastgestelde forfaitaire tarieven, ten laste van het vermogen van de rechthebbende mag brengen. 4Omvang van het geschil [verzoekster] is met drie grieven in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. [verzoekster] verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen en te bepalen dat zij als opvolgend curator aanspraak maakt op de vergoeding voor het verrichten van de aanvangswerkzaamheden, althans een zodanig uitspraak te doen als het hof juist acht. Het hof, beschikkende in hoger beroep: vernietigt de beschikking van de beschikking van de kantonrechter (rechtbank Overijssel, team toezicht - bewindsbureau, locatie Enschede) van 19 december 2022, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en in zoverre opnieuw beschikkende: bepaalt dat de opvolgend curator aanspraak kan maken op de in artikel 5, onder a, in de Regeling genoemde beloning voor aanvangswerkzaamheden van € 1.054,-; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mrs. J.H. Lieber, R. Prakke-Nieuwenhuizen en E. de Boer, bijgestaan door mr. I.T.M.W. Smulders-Jacobs als griffier, en is op 28 september 2023 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier. Hoge Raad 23 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:964 (https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2023:964) 5.1 In geschil is of in de situatie(s) dat een curator op eigen verzoek wordt ontslagen, de opvolgend curator aanspraak kan maken op een vergoeding voor aanvangskosten en zo ja, voor welk bedrag. De beslissing van de kantonrechter komt erop neer dat de opvolgend curator deze vergoeding niet ontvangt. 5.2 In artikel 1:386 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is bepaald dat de curator aanspraak heeft op beloning overeenkomstig de regels die daaromtrent bij regeling van Onze Minister van Veiligheid en Justitie zijn vastgesteld. Per 1 januari 2015 geldt de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 4 november 2014, nr. 577811 (hierna: de Regeling). 5.3 Op grond van artikel 2 lid 1 van de Regeling stelt de kantonrechter die de curator, bedoeld in bedoeld in artikel 383, zevende lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, benoemt, diens beloning vast overeenkomstig het bepaalde in het tweede tot en met vijfde lid. In artikel 5 van de Regeling is bepaald dat de kantonrechter naast de jaarbeloning in voorkomende gevallen een beloning voor aanvangswerkzaamheden toekent. 5.4 Uit (de toelichting bij) de Regeling volgt dat uitgangspunt is dat de beloning voor de curator voor rekening komt van de rechthebbende. Indien de rechthebbende de kosten van de beloning zelf niet kan dragen, komen die kosten in aanmerking voor vergoeding uit de bijzondere bijstand. Voor het jaar 2023 bedraagt de in de Regeling neergelegde beloning voor aanvangswerkzaamheden € 1.054,-. 5.5 De Hoge Raad heeft in zijn uitspraak van 23 juni 2023 over de beloning voor aanvangswerkzaamheden van een bewindvoerder als volgt geoordeeld. “Uit de toelichting op de Regeling beloning blijkt (a) dat de regeling als bindend instrument is ingevoerd om de rechtsverscheidenheid terug te dringen die tot dan toe gold; (b) dat uitgangspunt van de regeling is dat de bewindvoerder adequaat wordt beloond voor de uitoefening van zijn taken; (c) dat aan de regeling een forfaitair systeem ten grondslag ligt, waarbij de beloning geldt als een gemiddelde, met als doel de administratieve afhandeling te vereenvoudigen en de regeldruk voor bewindvoerders en de rechterlijke macht te verminderen. (hof: de Hoge Raad verwijst in de hier opgenomen voetnoot 3 naar: Toelichting, Stcrt. 10 november 2014, nr. 32149, p. 6.) Hieruit volgt dat ook een opvolgende bewindvoerder recht heeft op een adequate beloning voor aanvangswerkzaamheden die hij moet verrichten. Ook volgt hieruit dat bij de toekenning van die beloning en de bepaling van de hoogte daarvan rechtsverscheidenheid moet worden voorkomen, en dat is gekozen voor een forfaitair systeem omdat dit eenvoudig is te hanteren en leidt tot een gemiddeld genomen adequate beloning. Met deze uitgangspunten strookt, mede gezien de omstandigheid dat de wetgever geen onderscheid heeft gemaakt tussen aanvangswerkzaamheden die een bewindvoerder aan het begin van een bewind moet verrichten en aanvangswerkzaamheden die een opvolgende bewindvoerder tijdens dat bewind moet verrichten, dat ook de eerste werkzaamheden van een opvolgende bewindvoerder vallen onder de reikwijdte van het begrip ‘aanvangswerkzaamheden’ in art. 3 lid 5, onder a, Regeling beloning. Dit geldt ongeacht de reden van de opvolging van de voormalige bewindvoerder en ongeacht wie het ontslag heeft verzocht”. 5.6 Het hof is van oordeel dat voornoemde uitspraak van de Hoge Raad ook geldt voor de aanvangsvergoeding voor curatoren. Gelet daarop heeft [verzoekster] als opvolgend curator aanspraak op een volledige vergoeding voor aanvangswerkzaamheden. 6De slotsom Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, slagen de grieven. Het hof zal de bestreden beschikking, voor zover aan zijn oordeel onderworpen, vernietigen en beslissen als volgt.