Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2023-09-07
ECLI:NL:GHARL:2023:7570
Strafrecht; Penitentiair strafrecht
Hoger beroep
3,288 tokens
Dictum
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van de officier van justitie in de zaak van:
[de terbeschikkinggestelde]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,
verblijvende in [kliniek 1] te [plaats 1] ,
verder te noemen: de terbeschikkinggestelde.
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 31 maart 2023. Deze beslissing houdt in de verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar.
Het hof heeft gelet op dezelfde stukken als de rechtbank en daarnaast op:
het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;
Dictum
de wettelijke aantekeningen van 19 januari 2023 tot 1 april 2023;
de akte van 13 april 2023 waarbij de officier van justitie beroep heeft ingesteld;
de appelschriftuur van de officier van justitie van 20 april 2023;
de aanvullende informatie van [kliniek 1] van 7 augustus 2023.
Het hof heeft ter zitting van 24 augustus 2023 gehoord de advocaat-generaal mr. R.J.A. Segerink en (middels een video-verbinding) de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. J.A.W. Knoester, advocaat te 's-Gravenhage.
Dictum
Het standpunt van de terbeschikkinggestelde
De terbeschikkinggestelde blijft van mening dat de rechtbank bij de oplegging van de terbeschikkingstelling – in afwijking van de toenmalige adviezen van de psychiater en de psycholoog en de eis van de officier van justitie – ten onrechte heeft bevolen dat hij van overheidswege zal worden verpleegd. De terbeschikkinggestelde heeft het buitengewoon moeilijk. Hij wil niet verder leven. Er is geen vooruitgang geboekt met de EMDR-behandeling die inmiddels is gestaakt. Hij heeft gesproken met onderzoekers van het Expertisecentrum Depressie van Pro Persona. Naar aanleiding van hun adviezen zal hij binnenkort beginnen met elektroconvulsietherapie (ECT) in een [kliniek 2] in [plaats 2] . Dit doet hij enkel om in aanmerking te kunnen komen voor euthanasie. Hij heeft een aanvraag ingediend bij het expertisecentrum voor euthanasie (voorheen genaamd: de Levenseindekliniek). Dit expertisecentrum heeft zijn aanvraag in behandeling gekomen en hij denkt dat zij hem wel gaan helpen. Ter zitting heeft de terbeschikkinggestelde verklaard dat het voor hem niet meer uitmaakt of de terbeschikkingstelling wordt verlengd met één jaar dan wel twee jaren, maar dat een verlenging met twee jaren hem meer rust geeft – omdat er dan niet opnieuw op korte termijn een verlengingszitting hoeft plaats te vinden – en daarom zijn voorkeur heeft. Dat standpunt heeft hij op een vraag van zijn raadsman herhaald.
Beoordeling
Stoornissen en recidivegevaar
Psycholoog Koudstaal concludeert in de pro justitiarapportage van 18 oktober 2022 dat er bij de terbeschikkinggestelde sprake is van een antisociale persoonlijkheidsstoornis met narcistische en borderline trekken, een depressieve stoornis, een kortdurende psychotische stoornis, een aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis en stoornissen in het gebruik van verschillende middelen. Psychiater Van de Laar komt in de pro justitiarapportage van 2 november 2022 tot een enigszins andere classificatie van de persoonlijkheidsproblematiek van de terbeschikkinggestelde en zijn psychotische stoornis. Voor het overige komt de psychiater tot dezelfde diagnostische conclusies als de psycholoog. [kliniek 1] komt in het verlengingsadvies van 23 november 2020 eveneens tot dezelfde diagnostische conclusies als de psychoog.
Volgens de psycholoog moet het recidiverisico – zeker in de relationele context – nog altijd als hoog worden aangemerkt. Zonder het kader van de terbeschikkingstelling wordt het risico op terugval in gewelddadig op de korte termijn als matig en op de lange termijn als hoog ingeschat door de psychiater. In geval van een (voorwaardelijke) beëindiging van de verpleging van overheidswege schat de kliniek het recidiverisico als matig-hoog in.
Verlenging
Gelet op de advisering en op hetgeen overigens ter zitting naar voren is gekomen, is het hof van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist.
Het hof heeft als uitgangspunt dat de terbeschikkingstelling verlengd dient te worden met een termijn van twee jaren wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling en resocialisatie van de terbeschikkinggestelde in het bestaande juridische kader meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar.
Anders dan de rechtbank ziet het hof in dit geval geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken. De rechtbank zag in de ontwikkelingen van de laatste weken voor haar verlengingbeslissing openingen om de behandeling van de kernproblematiek aan te pakken en besloot de terbeschikkingstelling met een jaar te verlengen om na dat jaar te kunnen bekijken hoe de situatie zich dan zou hebben ontwikkeld. Uit de aanvullende informatie van 7 augustus 2023 blijkt echter dat behandeling van de terbeschikkinggestelde gericht op de vermindering van het recidivegevaar tot op heden niet van de grond is gekomen en dat de pogingen om zijn depressieve stoornis te behandelen in de afgelopen maanden evenmin hebben geleid tot positieve resultaten. De terbeschikkinggestelde heeft aangegeven een traject bij het expertisecentrum voor euthanasie te zijn gestart, en omwille van zijn eigen rust zich te kunnen verenigen met een verlenging van twee jaar.
Het hof is van oordeel dat de terbeschikkingstelling moet worden verlengd met een termijn van twee jaar.
Dictum
Het hof:
Vernietigt de beslissing van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 31 maart 2023 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [de terbeschikkinggestelde].
Verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar.
Aldus gedaan door
mr. M.J. Vos, voorzitter,
mr. R. Prakke-Nieuwenhuizen en mr. A.B.A.P.M. Ficq, raadsheren,
en drs. A.W.T.M. Vissers en dr. W.J. Canton, raden,
in tegenwoordigheid van mr. R. Hermans, griffier,
en op 7 september 2023 in het openbaar uitgesproken.
De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
Dictum
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van de officier van justitie in de zaak van:
[de terbeschikkinggestelde]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,
verblijvende in [kliniek 1] te [plaats 1] ,
verder te noemen: de terbeschikkinggestelde.
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 31 maart 2023. Deze beslissing houdt in de verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar.
Het hof heeft gelet op dezelfde stukken als de rechtbank en daarnaast op:
het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;
Dictum
de wettelijke aantekeningen van 19 januari 2023 tot 1 april 2023;
de akte van 13 april 2023 waarbij de officier van justitie beroep heeft ingesteld;
de appelschriftuur van de officier van justitie van 20 april 2023;
de aanvullende informatie van [kliniek 1] van 7 augustus 2023.
Het hof heeft ter zitting van 24 augustus 2023 gehoord de advocaat-generaal mr. R.J.A. Segerink en (middels een video-verbinding) de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. J.A.W. Knoester, advocaat te 's-Gravenhage.
Dictum
Het standpunt van de terbeschikkinggestelde
De terbeschikkinggestelde blijft van mening dat de rechtbank bij de oplegging van de terbeschikkingstelling – in afwijking van de toenmalige adviezen van de psychiater en de psycholoog en de eis van de officier van justitie – ten onrechte heeft bevolen dat hij van overheidswege zal worden verpleegd. De terbeschikkinggestelde heeft het buitengewoon moeilijk. Hij wil niet verder leven. Er is geen vooruitgang geboekt met de EMDR-behandeling die inmiddels is gestaakt. Hij heeft gesproken met onderzoekers van het Expertisecentrum Depressie van Pro Persona. Naar aanleiding van hun adviezen zal hij binnenkort beginnen met elektroconvulsietherapie (ECT) in een [kliniek 2] in [plaats 2] . Dit doet hij enkel om in aanmerking te kunnen komen voor euthanasie. Hij heeft een aanvraag ingediend bij het expertisecentrum voor euthanasie (voorheen genaamd: de Levenseindekliniek). Dit expertisecentrum heeft zijn aanvraag in behandeling gekomen en hij denkt dat zij hem wel gaan helpen. Ter zitting heeft de terbeschikkinggestelde verklaard dat het voor hem niet meer uitmaakt of de terbeschikkingstelling wordt verlengd met één jaar dan wel twee jaren, maar dat een verlenging met twee jaren hem meer rust geeft – omdat er dan niet opnieuw op korte termijn een verlengingszitting hoeft plaats te vinden – en daarom zijn voorkeur heeft. Dat standpunt heeft hij op een vraag van zijn raadsman herhaald.
Beoordeling
Stoornissen en recidivegevaar
Psycholoog Koudstaal concludeert in de pro justitiarapportage van 18 oktober 2022 dat er bij de terbeschikkinggestelde sprake is van een antisociale persoonlijkheidsstoornis met narcistische en borderline trekken, een depressieve stoornis, een kortdurende psychotische stoornis, een aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis en stoornissen in het gebruik van verschillende middelen. Psychiater Van de Laar komt in de pro justitiarapportage van 2 november 2022 tot een enigszins andere classificatie van de persoonlijkheidsproblematiek van de terbeschikkinggestelde en zijn psychotische stoornis. Voor het overige komt de psychiater tot dezelfde diagnostische conclusies als de psycholoog. [kliniek 1] komt in het verlengingsadvies van 23 november 2020 eveneens tot dezelfde diagnostische conclusies als de psychoog.
Volgens de psycholoog moet het recidiverisico – zeker in de relationele context – nog altijd als hoog worden aangemerkt. Zonder het kader van de terbeschikkingstelling wordt het risico op terugval in gewelddadig op de korte termijn als matig en op de lange termijn als hoog ingeschat door de psychiater. In geval van een (voorwaardelijke) beëindiging van de verpleging van overheidswege schat de kliniek het recidiverisico als matig-hoog in.
Verlenging
Gelet op de advisering en op hetgeen overigens ter zitting naar voren is gekomen, is het hof van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist.
Het hof heeft als uitgangspunt dat de terbeschikkingstelling verlengd dient te worden met een termijn van twee jaren wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling en resocialisatie van de terbeschikkinggestelde in het bestaande juridische kader meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar.
Anders dan de rechtbank ziet het hof in dit geval geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken. De rechtbank zag in de ontwikkelingen van de laatste weken voor haar verlengingbeslissing openingen om de behandeling van de kernproblematiek aan te pakken en besloot de terbeschikkingstelling met een jaar te verlengen om na dat jaar te kunnen bekijken hoe de situatie zich dan zou hebben ontwikkeld. Uit de aanvullende informatie van 7 augustus 2023 blijkt echter dat behandeling van de terbeschikkinggestelde gericht op de vermindering van het recidivegevaar tot op heden niet van de grond is gekomen en dat de pogingen om zijn depressieve stoornis te behandelen in de afgelopen maanden evenmin hebben geleid tot positieve resultaten. De terbeschikkinggestelde heeft aangegeven een traject bij het expertisecentrum voor euthanasie te zijn gestart, en omwille van zijn eigen rust zich te kunnen verenigen met een verlenging van twee jaar.
Het hof is van oordeel dat de terbeschikkingstelling moet worden verlengd met een termijn van twee jaar.
Dictum
Het hof:
Vernietigt de beslissing van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 31 maart 2023 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [de terbeschikkinggestelde].
Verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar.
Aldus gedaan door
mr. M.J. Vos, voorzitter,
mr. R. Prakke-Nieuwenhuizen en mr. A.B.A.P.M. Ficq, raadsheren,
en drs. A.W.T.M. Vissers en dr. W.J. Canton, raden,
in tegenwoordigheid van mr. R. Hermans, griffier,
en op 7 september 2023 in het openbaar uitgesproken.
De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.