Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2023-09-06
ECLI:NL:GHARL:2023:7486
Strafrecht, Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Hoger beroep
4,080 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.322.003/01
CJIB-nummer
: 230843152
Uitspraak d.d.
: 6 september 2023
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 5 december 2022, betreffende
[de betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),
gevestigd te [vestigingsplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.
Dictum
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “parkeren op parkeergelegenheid, terwijl voertuig niet tot aangegeven categorie of groep voertuigen behoorde”. Deze gedraging zou zijn verricht op 27 december 2019 om 17.46 uur op de Thorbeckelaan thv 99 in Utrecht met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene stelt zich op het standpunt dat de bebording ter plaatse onduidelijk was. De betrokkene was op de desbetreffende dag zijn elektrische voertuig aan het opladen aan de Thorbeckelaan. De ambtenaar heeft een sanctie opgelegd, omdat het voertuig niet tot de aangegeven groep voertuigen behoorde. Onvoldoende komt naar voren voor welke voertuigen de oplaadplekken zijn bestemd. Het enkel plaatsen van een onderbord met de tekst “autodate” is voor de gemiddelde weggebruiker niet duidelijk genoeg en verwarrend, nu het begrip “autodate” niet in de Van Dale voorkomt. Het is geen officieel Nederlands woord. Als de wegbeheerder een onderbord met “alleen bestemd voor deelauto’s” had geplaatst, zou het voor de gemiddelde weggebruiker duidelijk zijn dat op deze locatie alleen mag worden geparkeerd voor voertuigen van bijvoorbeeld [naam1] , [naam2] en dergelijke. De omstandigheden rechtvaardigen niet het opleggen van een sanctie.
3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Genoemde voertuig stond op te laden op een elektrische oplaadpunt welke bestemd is voor de elektrische autodate. Dit voertuig viel dus niet onder de categorie voertuigen die daar mogen staan op te laden. Vandaar de bekeuring.”
4. In het dossier bevindt zich voorts het brondocument waarbij een aantal foto’s zijn gevoegd. Hierop is het voertuig met het desbetreffende kenteken zichtbaar. Verder is op een foto een bord met daarop een “P”, daaronder de tekst “opladen elektrische voertuigen” en daaronder zowel een pijl naar linksonder als rechtsonder gericht alsmede een onderbord met de tekst “autodate” te zien.
5. De gedraging wordt niet betwist. De door de ambtenaar vastgestelde gedraging staat vast.
6. Gelet op de aangevoerde grond dient het hof te beoordelen of er omstandigheden zijn om te oordelen dat oplegging van de sanctie niet billijk is.
7. Op de openbaar toegankelijke website van de overheid kunnen de “Beleidsregels autodate” worden geraadpleegd. Hierin is opgenomen:
“Gedeeld autogebruik is een afspraak tussen particuliere autobezitters of een afspraak tussen bedrijfsmatige aanbieders en klanten. Particulier gedeeld autogebruik komt meestal in woonwijken voor tussen buurtbewoners onderling. Bedrijfsmatige Autodate komt zowel in woonwijken als op bedrijfsterreinen voor. In woonwijken gebruiken forensen, ouderen, studenten, families de deelauto’s of auto-op-afroep. Op bedrijfsterreinen zijn bedrijven met veel mobiele werknemers klant. Om Autodate gebruiksvriendelijk, efficiënt en aantrekkelijk te maken, is het wenselijk dat parkeerplaatsen gereserveerd worden met behulp van verkeersborden; een herkenbaar punt om de auto op te halen.”
8. Het hof volgt de gemachtigde niet in zijn betoog erop neerkomend dat sprake is van een onduidelijke en verwarrende verkeerssituatie gezien het onderbord met de tekst “autodate”. Dit onderbord en het bord met daarop een “P” en de tekst “opladen elektrische voertuigen” met twee pijlen geven duidelijk aan dat ter plaatse alleen mag worden geparkeerd als sprake is van een autodate oftewel een deelauto waarbij het elektrische voertuig wordt opgeladen. Met het begrip “autodate” wordt dan ook voldoende aangegeven voor welke voertuigen, te weten deelauto’s, de oplaadplekken zijn bestemd. Van iedere weggebruiker mag worden verwacht dat hij, indien hij wil parkeren op een parkeergelegenheid, de nodige moeite doet om zich ervan te vergewissen of parkeren op de betreffende parkeerplaats voor hem is toegestaan. Mocht de betrokkene niet hebben begrepen dat niettegenstaande de desbetreffende bebording hij zijn elektrische voertuig niet op de desbetreffende plek mocht opladen dan wel niet de juiste interpretatie aan de bebording hebben gegeven dan zijn dat omstandigheden waarvan de gevolgen voor rekening van de betrokkene komen. De aangevoerde grond faalt.
9. Ambtshalve stelt het hof vast dat de redelijke termijn van berechting als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) in eerste aanleg is overschreden. Gelet hierop is het hof van oordeel dat het bedrag van de sanctie moet worden gematigd met 25 procent (vgl. het arrest van het hof van 28 juli 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Het hof zal derhalve de inleidende beschikking wijzigen, in zoverre dat het bedrag van de sanctie wordt gewijzigd in € 71,25.
10. Het voorgaande leidt tot de onderstaande beslissing.
11. De proceskosten in de fase waarin de redelijke termijn van berechting is overschreden, komen voor vergoeding in aanmerking (vgl. het arrest van het hof van 28 juli 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Aan het indienen van beroepschrift bij de kantonrechter en het verschijnen ter zitting van de kantonrechter dienen in totaal twee punten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt voor het beroep € 837,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 837,- (2 x € 837,- x 0,5).
Dictum
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond;
wijzigt de inleidende beschikking, in zoverre dat het bedrag van de sanctie wordt gewijzigd in
€ 71,25;
bepaalt dat als de betrokkene op grond van artikel 11 van de Wahv teveel zekerheid heeft gesteld, het meerdere door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 837,-.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Koldenhof-ten Kate als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.322.003/01
CJIB-nummer
: 230843152
Uitspraak d.d.
: 6 september 2023
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 5 december 2022, betreffende
[de betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),
gevestigd te [vestigingsplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.
Dictum
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “parkeren op parkeergelegenheid, terwijl voertuig niet tot aangegeven categorie of groep voertuigen behoorde”. Deze gedraging zou zijn verricht op 27 december 2019 om 17.46 uur op de Thorbeckelaan thv 99 in Utrecht met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene stelt zich op het standpunt dat de bebording ter plaatse onduidelijk was. De betrokkene was op de desbetreffende dag zijn elektrische voertuig aan het opladen aan de Thorbeckelaan. De ambtenaar heeft een sanctie opgelegd, omdat het voertuig niet tot de aangegeven groep voertuigen behoorde. Onvoldoende komt naar voren voor welke voertuigen de oplaadplekken zijn bestemd. Het enkel plaatsen van een onderbord met de tekst “autodate” is voor de gemiddelde weggebruiker niet duidelijk genoeg en verwarrend, nu het begrip “autodate” niet in de Van Dale voorkomt. Het is geen officieel Nederlands woord. Als de wegbeheerder een onderbord met “alleen bestemd voor deelauto’s” had geplaatst, zou het voor de gemiddelde weggebruiker duidelijk zijn dat op deze locatie alleen mag worden geparkeerd voor voertuigen van bijvoorbeeld [naam1] , [naam2] en dergelijke. De omstandigheden rechtvaardigen niet het opleggen van een sanctie.
3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Genoemde voertuig stond op te laden op een elektrische oplaadpunt welke bestemd is voor de elektrische autodate. Dit voertuig viel dus niet onder de categorie voertuigen die daar mogen staan op te laden. Vandaar de bekeuring.”
4. In het dossier bevindt zich voorts het brondocument waarbij een aantal foto’s zijn gevoegd. Hierop is het voertuig met het desbetreffende kenteken zichtbaar. Verder is op een foto een bord met daarop een “P”, daaronder de tekst “opladen elektrische voertuigen” en daaronder zowel een pijl naar linksonder als rechtsonder gericht alsmede een onderbord met de tekst “autodate” te zien.
5. De gedraging wordt niet betwist. De door de ambtenaar vastgestelde gedraging staat vast.
6. Gelet op de aangevoerde grond dient het hof te beoordelen of er omstandigheden zijn om te oordelen dat oplegging van de sanctie niet billijk is.
7. Op de openbaar toegankelijke website van de overheid kunnen de “Beleidsregels autodate” worden geraadpleegd. Hierin is opgenomen:
“Gedeeld autogebruik is een afspraak tussen particuliere autobezitters of een afspraak tussen bedrijfsmatige aanbieders en klanten. Particulier gedeeld autogebruik komt meestal in woonwijken voor tussen buurtbewoners onderling. Bedrijfsmatige Autodate komt zowel in woonwijken als op bedrijfsterreinen voor. In woonwijken gebruiken forensen, ouderen, studenten, families de deelauto’s of auto-op-afroep. Op bedrijfsterreinen zijn bedrijven met veel mobiele werknemers klant. Om Autodate gebruiksvriendelijk, efficiënt en aantrekkelijk te maken, is het wenselijk dat parkeerplaatsen gereserveerd worden met behulp van verkeersborden; een herkenbaar punt om de auto op te halen.”
8. Het hof volgt de gemachtigde niet in zijn betoog erop neerkomend dat sprake is van een onduidelijke en verwarrende verkeerssituatie gezien het onderbord met de tekst “autodate”. Dit onderbord en het bord met daarop een “P” en de tekst “opladen elektrische voertuigen” met twee pijlen geven duidelijk aan dat ter plaatse alleen mag worden geparkeerd als sprake is van een autodate oftewel een deelauto waarbij het elektrische voertuig wordt opgeladen. Met het begrip “autodate” wordt dan ook voldoende aangegeven voor welke voertuigen, te weten deelauto’s, de oplaadplekken zijn bestemd. Van iedere weggebruiker mag worden verwacht dat hij, indien hij wil parkeren op een parkeergelegenheid, de nodige moeite doet om zich ervan te vergewissen of parkeren op de betreffende parkeerplaats voor hem is toegestaan. Mocht de betrokkene niet hebben begrepen dat niettegenstaande de desbetreffende bebording hij zijn elektrische voertuig niet op de desbetreffende plek mocht opladen dan wel niet de juiste interpretatie aan de bebording hebben gegeven dan zijn dat omstandigheden waarvan de gevolgen voor rekening van de betrokkene komen. De aangevoerde grond faalt.
9. Ambtshalve stelt het hof vast dat de redelijke termijn van berechting als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) in eerste aanleg is overschreden. Gelet hierop is het hof van oordeel dat het bedrag van de sanctie moet worden gematigd met 25 procent (vgl. het arrest van het hof van 28 juli 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Het hof zal derhalve de inleidende beschikking wijzigen, in zoverre dat het bedrag van de sanctie wordt gewijzigd in € 71,25.
10. Het voorgaande leidt tot de onderstaande beslissing.
11. De proceskosten in de fase waarin de redelijke termijn van berechting is overschreden, komen voor vergoeding in aanmerking (vgl. het arrest van het hof van 28 juli 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Aan het indienen van beroepschrift bij de kantonrechter en het verschijnen ter zitting van de kantonrechter dienen in totaal twee punten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt voor het beroep € 837,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 837,- (2 x € 837,- x 0,5).
Dictum
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond;
wijzigt de inleidende beschikking, in zoverre dat het bedrag van de sanctie wordt gewijzigd in
€ 71,25;
bepaalt dat als de betrokkene op grond van artikel 11 van de Wahv teveel zekerheid heeft gesteld, het meerdere door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 837,-.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Koldenhof-ten Kate als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.