Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2023-08-03
ECLI:NL:GHARL:2023:6978
Strafrecht; Penitentiair strafrecht
Hoger beroep
3,180 tokens
Dictum
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[terbeschikkinggestelde]
,
geboren te [plaats] op [datum] ,
wonend bij [RIWB-instelling] op het adres [adres] (onder verantwoordelijkheid van Reclassering Nederland (verder te noemen: de reclassering)),
verder te noemen: de terbeschikkinggestelde.
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 25 april 2023. Deze beslissing houdt in de verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar en wijziging van de voorwaarden.
Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:
– het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;
– de beslissing waarvan beroep;
– de akte van 1 mei 2023 waarbij de terbeschikkinggestelde beroep heeft ingesteld;
– het zevende voortgangsverslag van de reclassering, van 12 april 2023;
– de aanvulling op het verlengingsadvies van de reclassering, van 12 juli 2023.
Het hof heeft ter zitting van 20 juli 2023 gehoord de advocaat-generaal, mr. H.J. Lambers, en de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. C.G.J.E. Lut, advocaat te Eindhoven.
Overwegingen
Het standpunt van de terbeschikkinggestelde
De terbeschikkinggestelde loopt ertegen aan dat het recidiverisico telkens wordt ingeschat als hoog op basis van statische gegevens waaraan hij dus niets kan veranderen. Een voorbeeld daarvan is de aanwezigheid van een autismespectrumstoornis, terwijl daarvoor geldt dat het behandelplafond inmiddels is bereikt. Ook de pedofilie is chronisch van aard, maar de terbeschikkinggestelde heeft wel instrumenten om daar goed mee om te gaan. Het vooruitzicht is dat het toezicht op de terbeschikkinggestelde op den duur zal worden voortgezet in het juridisch kader van de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht. Gegeven de huidige invulling valt niet te verwachten dat in het kader van de terbeschikkingstelling nog veel zal veranderen. Tegen deze achtergrond is er voldoende reden om de duur van de verlenging van de terbeschikkinggestelde te beperken tot een jaar, om na afloop van die termijn te beoordelen of het toezicht kan worden voortgezet in het kader van de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking.
Het standpunt van het openbaar ministerie
In de adviezen worden een aantal positieve punten genoemd wat betreft de ontwikkeling van de terbeschikkinggestelde. Toch heeft de rechtbank terecht beslist tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar. Gegeven de aanwezigheid van een stoornis en het recidiverisico, dat nog als hoog wordt ingeschat bij afwezigheid van een juridisch kader, zijn er nog geen aanknopingspunten om de terbeschikkingstelling te beëindigen. Daarbij speelt mee dat de terbeschikkinggestelde voorafgaand aan de huidige terbeschikkingstelling al eerder was veroordeeld voor misdrijven die vergelijkbaar zijn met het indexdelict. Die eerdere veroordelingen geven aanleiding om voorzichtig te zijn met het zetten van vervolgstappen. De rechtbank noemde dat het van belang is de overgang naar zelfstandig wonen goed te monitoren. Inmiddels is duidelijk dat de stap naar zelfstandig wonen niet zal worden gezet via [zorginstelling] , maar de terbeschikkinggestelde is nog steeds op zoek naar zelfstandige woonruimte. Het is nog steeds van belang om die stap gedurende langere tijd te monitoren. Gelet op het voorgaande valt niet te verwachten dat indien de terbeschikkingstelling wordt verlengd met een jaar, de terbeschikkinggestelde aan het eind van die termijn zo ver is dat de terbeschikkingstelling kan worden beëindigd. Concluderend strekt het standpunt van de advocaat-generaal tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar.
Beoordeling
Het hof is van oordeel dat de rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld en op de juiste wijze heeft beslist. Daarom zal het hof de beslissing waarvan beroep met overneming van die gronden bevestigen, met aanvulling van het volgende.
Duur van de verlenging
Het hof heeft als uitgangspunt dat de terbeschikkingstelling verlengd dient te worden met een termijn van twee jaren wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling en resocialisatie van de terbeschikkinggestelde in het bestaande juridische kader meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar. Het hof ziet in dit geval geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken.
In aanvulling hierop overweegt het hof het volgende. In het vonnis waarbij de terbeschikkingstelling is opgelegd, heeft de rechtbank de terbeschikkinggestelde ook veroordeeld tot de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht. Naar het oordeel van het hof ligt het voor de hand dat bij de (eventuele) volgende verlengingsprocedure in de adviezen wordt ingegaan op de mogelijkheden om het toezicht op de terbeschikkinggestelde voort te zetten in het juridisch kader van de genoemde maatregel. Ten overvloede wijst het hof er op dat de daadwerkelijke tenuitvoerlegging van die maatregel en de invulling daarvan primair niet afhankelijk is van een beslissing van dit hof, maar van een daartoe in te dienen vordering van de officier van justitie en de daarop door de rechter die in eerste aanleg heeft kennisgenomen van het misdrijf waarvoor die maatregel is opgelegd, te nemen beslissing.
Dictum
Het hof:
Bevestigt met aanvulling van gronden de beslissing van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 25 april 2023 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde, [terbeschikkinggestelde] . Aldus gedaan door
mr. W.A. Holland, voorzitter,
mr. M. Keppels en mr. P.C. Vegter, raadsheren,
drs. C.J.J.C.M. van Gestel en drs. R.J.A. van Helvoirt, raden,
in tegenwoordigheid van mr. D. van der Geld, griffier,
en op 3 augustus 2023 in het openbaar uitgesproken.
De voorzitter, mr. Vegter en de raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
Dictum
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[terbeschikkinggestelde]
,
geboren te [plaats] op [datum] ,
wonend bij [RIWB-instelling] op het adres [adres] (onder verantwoordelijkheid van Reclassering Nederland (verder te noemen: de reclassering)),
verder te noemen: de terbeschikkinggestelde.
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 25 april 2023. Deze beslissing houdt in de verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar en wijziging van de voorwaarden.
Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:
– het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;
– de beslissing waarvan beroep;
– de akte van 1 mei 2023 waarbij de terbeschikkinggestelde beroep heeft ingesteld;
– het zevende voortgangsverslag van de reclassering, van 12 april 2023;
– de aanvulling op het verlengingsadvies van de reclassering, van 12 juli 2023.
Het hof heeft ter zitting van 20 juli 2023 gehoord de advocaat-generaal, mr. H.J. Lambers, en de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. C.G.J.E. Lut, advocaat te Eindhoven.
Overwegingen
Het standpunt van de terbeschikkinggestelde
De terbeschikkinggestelde loopt ertegen aan dat het recidiverisico telkens wordt ingeschat als hoog op basis van statische gegevens waaraan hij dus niets kan veranderen. Een voorbeeld daarvan is de aanwezigheid van een autismespectrumstoornis, terwijl daarvoor geldt dat het behandelplafond inmiddels is bereikt. Ook de pedofilie is chronisch van aard, maar de terbeschikkinggestelde heeft wel instrumenten om daar goed mee om te gaan. Het vooruitzicht is dat het toezicht op de terbeschikkinggestelde op den duur zal worden voortgezet in het juridisch kader van de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht. Gegeven de huidige invulling valt niet te verwachten dat in het kader van de terbeschikkingstelling nog veel zal veranderen. Tegen deze achtergrond is er voldoende reden om de duur van de verlenging van de terbeschikkinggestelde te beperken tot een jaar, om na afloop van die termijn te beoordelen of het toezicht kan worden voortgezet in het kader van de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking.
Het standpunt van het openbaar ministerie
In de adviezen worden een aantal positieve punten genoemd wat betreft de ontwikkeling van de terbeschikkinggestelde. Toch heeft de rechtbank terecht beslist tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar. Gegeven de aanwezigheid van een stoornis en het recidiverisico, dat nog als hoog wordt ingeschat bij afwezigheid van een juridisch kader, zijn er nog geen aanknopingspunten om de terbeschikkingstelling te beëindigen. Daarbij speelt mee dat de terbeschikkinggestelde voorafgaand aan de huidige terbeschikkingstelling al eerder was veroordeeld voor misdrijven die vergelijkbaar zijn met het indexdelict. Die eerdere veroordelingen geven aanleiding om voorzichtig te zijn met het zetten van vervolgstappen. De rechtbank noemde dat het van belang is de overgang naar zelfstandig wonen goed te monitoren. Inmiddels is duidelijk dat de stap naar zelfstandig wonen niet zal worden gezet via [zorginstelling] , maar de terbeschikkinggestelde is nog steeds op zoek naar zelfstandige woonruimte. Het is nog steeds van belang om die stap gedurende langere tijd te monitoren. Gelet op het voorgaande valt niet te verwachten dat indien de terbeschikkingstelling wordt verlengd met een jaar, de terbeschikkinggestelde aan het eind van die termijn zo ver is dat de terbeschikkingstelling kan worden beëindigd. Concluderend strekt het standpunt van de advocaat-generaal tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar.
Beoordeling
Het hof is van oordeel dat de rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld en op de juiste wijze heeft beslist. Daarom zal het hof de beslissing waarvan beroep met overneming van die gronden bevestigen, met aanvulling van het volgende.
Duur van de verlenging
Het hof heeft als uitgangspunt dat de terbeschikkingstelling verlengd dient te worden met een termijn van twee jaren wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling en resocialisatie van de terbeschikkinggestelde in het bestaande juridische kader meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar. Het hof ziet in dit geval geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken.
In aanvulling hierop overweegt het hof het volgende. In het vonnis waarbij de terbeschikkingstelling is opgelegd, heeft de rechtbank de terbeschikkinggestelde ook veroordeeld tot de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht. Naar het oordeel van het hof ligt het voor de hand dat bij de (eventuele) volgende verlengingsprocedure in de adviezen wordt ingegaan op de mogelijkheden om het toezicht op de terbeschikkinggestelde voort te zetten in het juridisch kader van de genoemde maatregel. Ten overvloede wijst het hof er op dat de daadwerkelijke tenuitvoerlegging van die maatregel en de invulling daarvan primair niet afhankelijk is van een beslissing van dit hof, maar van een daartoe in te dienen vordering van de officier van justitie en de daarop door de rechter die in eerste aanleg heeft kennisgenomen van het misdrijf waarvoor die maatregel is opgelegd, te nemen beslissing.
Dictum
Het hof:
Bevestigt met aanvulling van gronden de beslissing van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 25 april 2023 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde, [terbeschikkinggestelde] . Aldus gedaan door
mr. W.A. Holland, voorzitter,
mr. M. Keppels en mr. P.C. Vegter, raadsheren,
drs. C.J.J.C.M. van Gestel en drs. R.J.A. van Helvoirt, raden,
in tegenwoordigheid van mr. D. van der Geld, griffier,
en op 3 augustus 2023 in het openbaar uitgesproken.
De voorzitter, mr. Vegter en de raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.