Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2023-07-18
ECLI:NL:GHARL:2023:6104
Bestuursrecht; Belastingrecht
Hoger beroep
2,546 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
nummer BK-ARN 22/01672
uitspraakdatum: 18 juli 2023
Uitspraak van de zeventiende enkelvoudige belastingkamer
op het hoger beroep van
de heffingsambtenaar van de gemeente De Fryske Marren (hierna: de heffingsambtenaar).
tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 15 juni 2022, nummer LEE 21/2021, in het geding tussen de heffingsambtenaar en
[belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende)
1Ontstaan en loop van het geding
1.1.
De heffingsambtenaar heeft belanghebbende voor het jaar 2021 een aanslag in de forensenbelasting opgelegd ten bedrage van € 733 in verband met het beschikbaar houden van een gemeubileerde recreatiewoning aan de [adres] te [plaats1] .
1.2.
Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar bij uitspraak op bezwaar de aanslag gehandhaafd.
1.3.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij de rechtbank Noord-Nederland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar en de aanslag vernietigd en de heffingsambtenaar gelast het door belanghebbende betaalde griffierecht te vergoeden.
1.4.
De heffingsambtenaar heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.
1.5.
Belanghebbende heeft voor de zitting nader stukken ingezonden.
1.6.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 juli 2023. Daarbij zijn verschenen en gehoord belanghebbende, bijgestaan door zijn echtgenote, alsmede de heffingsambtenaar in de persoon van [naam1] , bijgestaan door [naam2] .
Overwegingen
Ter zitting is de heffingsambtenaar tot de conclusie gekomen dat de aanslag in de forensenbelasting voor het jaar 2021 ten onrechte is opgelegd. Hij heeft toegezegd die aanslag en de uitspraak op bezwaar te vernietigen, onder vergoeding van de proceskosten van belanghebbende van het hoger beroep. Die proceskosten zijn door partijen ter zitting vastgesteld op € 492. Het Hof zal dienovereenkomstig beslissen.
Conclusie
Op grond van het vorenstaande is het hoger beroep ongegrond.
4Griffierecht
Nu het Hof het hoger beroep van de heffingsambtenaar ongegrond verklaart, dient van hem op het moment dat deze uitspraak onherroepelijk is komen vast te staan een griffierecht te worden geheven van € 548.
Dictum
Het Hof:
– bevestigt de uitspraak van de Rechtbank,
– veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 492, en
– bepaalt dat van de heffingsambtenaar op het moment dat deze uitspraak onherroepelijk is komen vast te staan een griffierecht zal worden geheven van € 548.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.B.A. Brummer, voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. K. de Jong-Braaksma als griffier.
Dictum
De griffier De voorzitter,
(K. de Jong-Braaksma) (G.B.A. Brummer)
Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 27 juli 2023
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;
2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;
3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
d. de gronden van het beroep in cassatie.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
nummer BK-ARN 22/01672
uitspraakdatum: 18 juli 2023
Uitspraak van de zeventiende enkelvoudige belastingkamer
op het hoger beroep van
de heffingsambtenaar van de gemeente De Fryske Marren (hierna: de heffingsambtenaar).
tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 15 juni 2022, nummer LEE 21/2021, in het geding tussen de heffingsambtenaar en
[belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende)
1Ontstaan en loop van het geding
1.1.
De heffingsambtenaar heeft belanghebbende voor het jaar 2021 een aanslag in de forensenbelasting opgelegd ten bedrage van € 733 in verband met het beschikbaar houden van een gemeubileerde recreatiewoning aan de [adres] te [plaats1] .
1.2.
Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar bij uitspraak op bezwaar de aanslag gehandhaafd.
1.3.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij de rechtbank Noord-Nederland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar en de aanslag vernietigd en de heffingsambtenaar gelast het door belanghebbende betaalde griffierecht te vergoeden.
1.4.
De heffingsambtenaar heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.
1.5.
Belanghebbende heeft voor de zitting nader stukken ingezonden.
1.6.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 juli 2023. Daarbij zijn verschenen en gehoord belanghebbende, bijgestaan door zijn echtgenote, alsmede de heffingsambtenaar in de persoon van [naam1] , bijgestaan door [naam2] .
Overwegingen
Ter zitting is de heffingsambtenaar tot de conclusie gekomen dat de aanslag in de forensenbelasting voor het jaar 2021 ten onrechte is opgelegd. Hij heeft toegezegd die aanslag en de uitspraak op bezwaar te vernietigen, onder vergoeding van de proceskosten van belanghebbende van het hoger beroep. Die proceskosten zijn door partijen ter zitting vastgesteld op € 492. Het Hof zal dienovereenkomstig beslissen.
Conclusie
Op grond van het vorenstaande is het hoger beroep ongegrond.
4Griffierecht
Nu het Hof het hoger beroep van de heffingsambtenaar ongegrond verklaart, dient van hem op het moment dat deze uitspraak onherroepelijk is komen vast te staan een griffierecht te worden geheven van € 548.
Dictum
Het Hof:
– bevestigt de uitspraak van de Rechtbank,
– veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 492, en
– bepaalt dat van de heffingsambtenaar op het moment dat deze uitspraak onherroepelijk is komen vast te staan een griffierecht zal worden geheven van € 548.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.B.A. Brummer, voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. K. de Jong-Braaksma als griffier.
Dictum
De griffier De voorzitter,
(K. de Jong-Braaksma) (G.B.A. Brummer)
Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 27 juli 2023
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;
2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;
3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
d. de gronden van het beroep in cassatie.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.