Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2023-07-03
ECLI:NL:GHARL:2023:5559
Strafrecht, Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Hoger beroep
2,542 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.319.892/01
CJIB-nummer
: 240176152
Uitspraak d.d.
: 3 juli 2023
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 16 september 2022, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.
Dictum
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 150,- voor: “Als bestuurder van een voertuig rijden terwijl de banden op één as niet dezelfde maataanduiding hebben” Deze gedraging zou zijn verricht op 27 maart 2021 om 10:24 uur op De Hoge Bomen in Naaldwijk met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert, evenals bij de kantonrechter, aan dat het een dubbelas aanhanger betreft en dat de foto’s van de ambtenaar niet van dezelfde as zijn. Beide wielen hebben vanaf het aanzicht van de ambtenaar dezelfde rijrichting. Als de ambtenaar de tweede foto van dezelfde as zou hebben gemaakt dan zou de rijrichting de andere kant op wijzen, aldus de gemachtigde. Daarnaast wordt opnieuw gewezen op de overgelegde factuur van een nieuwe band, waaruit zou volgen dat het zou gaan om een tijdelijke band, een zogenaamde thuiskomer, die de ambtenaar meent te hebben waargenomen. In de originele band zat een spijker en deze is na de staandehouding gerepareerd en weer onder de aanhanger gemonteerd.
3. De verklaring van de ambtenaar in het zaakoverzicht houdt onder meer het volgende in:
“Ik (…) zag dat banden van de aanhanger op dezelfde as niet dezelfde maataanduiding hadden. Zie voor maataanduiding bijgevoegde afbeeldingen. (…)Verklaring betrokkene: is van verhuurder”
4. Het hof stelt vast dat op de door de ambtenaar overgelegde foto’s banden met twee verschillende maataanduidingen te zien zijn.
5. De door de betrokkene overgelegde factuur van 19 april 2021 staat op naam van [naam1] en hierop staan twee aanhangbanden van dezelfde soort vermeld voor een totaalprijs van € 151,78.
6. De onderhavige gedraging betreft het niet voldoen aan de in artikel 5.12.27 van de Regeling Voertuigen gestelde eis dat de banden op één as dezelfde maataanduiding moeten hebben.
7. Het hof ziet in wat door de gemachtigde is aangevoerd geen reden om aan de verklaring van de ambtenaar, dat hij heeft waargenomen dat de banden op dezelfde as niet dezelfde maataanduiding hadden, te twijfelen. De foto's betreffen banden met een verschillende maatvoering. Uit de foto's blijkt niet waar deze banden op de aanhanger waren gemonteerd, noch in welke rijrichting deze waren gemonteerd. De verklaring van de gemachtigde over een lekke band acht het hof niet aannemelijk, nu de betrokkene bij staandehouding heeft verklaard: "is van verhuurder" en kennelijk niets heeft gezegd over een lekke band en een thuiskomer. De overgelegde factuur betreft niet één band maar twee banden en omvat geen vermelding van het vervangen/monteren van banden, noch van in rekening gebrachte kosten daarvoor, terwijl de factuur ook anderszins niet kan worden gelinkt aan deze gedraging. De gemachtigde van de betrokkene heeft aldus onvoldoende aannemelijk gemaakt dat getwijfeld moet worden aan de waarneming van de ambtenaar dat sprake was van banden met verschillende maatvoering op dezelfde as. Het hof is dan ook van oordeel dat de sanctie terecht is opgelegd.
8. Nu de aangevoerde gronden falen, heeft de kantonrechter het beroep terecht ongegrond verklaard en zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Voor de toekenning van een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Dictum
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Verstraaten als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.319.892/01
CJIB-nummer
: 240176152
Uitspraak d.d.
: 3 juli 2023
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 16 september 2022, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.
Dictum
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 150,- voor: “Als bestuurder van een voertuig rijden terwijl de banden op één as niet dezelfde maataanduiding hebben” Deze gedraging zou zijn verricht op 27 maart 2021 om 10:24 uur op De Hoge Bomen in Naaldwijk met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert, evenals bij de kantonrechter, aan dat het een dubbelas aanhanger betreft en dat de foto’s van de ambtenaar niet van dezelfde as zijn. Beide wielen hebben vanaf het aanzicht van de ambtenaar dezelfde rijrichting. Als de ambtenaar de tweede foto van dezelfde as zou hebben gemaakt dan zou de rijrichting de andere kant op wijzen, aldus de gemachtigde. Daarnaast wordt opnieuw gewezen op de overgelegde factuur van een nieuwe band, waaruit zou volgen dat het zou gaan om een tijdelijke band, een zogenaamde thuiskomer, die de ambtenaar meent te hebben waargenomen. In de originele band zat een spijker en deze is na de staandehouding gerepareerd en weer onder de aanhanger gemonteerd.
3. De verklaring van de ambtenaar in het zaakoverzicht houdt onder meer het volgende in:
“Ik (…) zag dat banden van de aanhanger op dezelfde as niet dezelfde maataanduiding hadden. Zie voor maataanduiding bijgevoegde afbeeldingen. (…)Verklaring betrokkene: is van verhuurder”
4. Het hof stelt vast dat op de door de ambtenaar overgelegde foto’s banden met twee verschillende maataanduidingen te zien zijn.
5. De door de betrokkene overgelegde factuur van 19 april 2021 staat op naam van [naam1] en hierop staan twee aanhangbanden van dezelfde soort vermeld voor een totaalprijs van € 151,78.
6. De onderhavige gedraging betreft het niet voldoen aan de in artikel 5.12.27 van de Regeling Voertuigen gestelde eis dat de banden op één as dezelfde maataanduiding moeten hebben.
7. Het hof ziet in wat door de gemachtigde is aangevoerd geen reden om aan de verklaring van de ambtenaar, dat hij heeft waargenomen dat de banden op dezelfde as niet dezelfde maataanduiding hadden, te twijfelen. De foto's betreffen banden met een verschillende maatvoering. Uit de foto's blijkt niet waar deze banden op de aanhanger waren gemonteerd, noch in welke rijrichting deze waren gemonteerd. De verklaring van de gemachtigde over een lekke band acht het hof niet aannemelijk, nu de betrokkene bij staandehouding heeft verklaard: "is van verhuurder" en kennelijk niets heeft gezegd over een lekke band en een thuiskomer. De overgelegde factuur betreft niet één band maar twee banden en omvat geen vermelding van het vervangen/monteren van banden, noch van in rekening gebrachte kosten daarvoor, terwijl de factuur ook anderszins niet kan worden gelinkt aan deze gedraging. De gemachtigde van de betrokkene heeft aldus onvoldoende aannemelijk gemaakt dat getwijfeld moet worden aan de waarneming van de ambtenaar dat sprake was van banden met verschillende maatvoering op dezelfde as. Het hof is dan ook van oordeel dat de sanctie terecht is opgelegd.
8. Nu de aangevoerde gronden falen, heeft de kantonrechter het beroep terecht ongegrond verklaard en zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Voor de toekenning van een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Dictum
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Verstraaten als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.