Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2023-06-13
ECLI:NL:GHARL:2023:4960
Strafrecht, Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Hoger beroep
2,658 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.319.045/01
CJIB-nummer
: 240134477
Uitspraak d.d.
: 13 juni 2023
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 25 oktober 2022, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.
Dictum
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissing vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. Het hoger beroep is gericht tegen de beslissing van de kantonrechter, voor zover daarbij het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond is verklaard. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 150,- voor: “handelen in strijd met een geslotenverklaring (bord C2 van het RVV 1990 éénrichtingsverkeer)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 25 maart 2023 om 14:09 uur op de Doddendaal in Nijmegen met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde stelt zich op het standpunt dat de hoorplicht door de officier van justitie ten aanzien van de betrokkene is geschonden. Nu er sprake is van een structurele schending van deze plicht ten aanzien van burgers die zelf - zonder tussenkomst van een gemachtigde - administratief beroep instellen, dient het sanctiebedrag, overeenkomstig hetgeen het hof heeft bepaald in het arrest van het hof van 22 november 2022, vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2022:9934, te worden gematigd met 25 procent. De omstandigheid dat de betrokkene hem in die fase weliswaar als gemachtigde heeft aangesteld doet daar niet aan af, aangezien de officier van justitie de zaak heeft afgedaan zonder hem bij de procedure te betrekken, aldus de gemachtigde.
3. De advocaat-generaal heeft in het verweerschrift aangegeven - voor zover hier van belang - dat de hoorplicht ten aanzien van de betrokkene is geschonden.
4. Het hof stel vast dat de betrokkene op 28 maart 2021 via het Digitaal Loket Verkeer administratief beroep heeft ingesteld. Hierop wordt door de gemachtigde op 7 mei 2021 via het Digital Loket Verkeer een schrijven aan de officier van justitie gericht, waarin de gemachtigde aangeeft het beroep aan te vullen. Uit de beslissing die hierop aansluitend is gevolgd blijkt dat de officier van justitie hieraan voorbij is gegaan. Dit betekent, gelet op de inhoud van voormeld arrest, dat de betrokkene in dit geval in administratief beroep zelf, dat wil zeggen zonder (professioneel) gemachtigde, heeft geprocedeerd en dat de betrokkene door de schending van de hoorplicht is komen te verkeren in zodanige omstandigheden dat het bedrag van de administratieve sanctie, te weten € 150,- moet worden gematigd met 25 procent, derhalve tot € 112,50.
5. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter, het hoger beroepschrift en de nadere toelichting op het beroep dienen in totaal 2,5 punten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt € 837,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1046,25 (= 2,5 x € 837,- x 0,5).
6. Het bovenstaande leidt tot de volgende beslissing.
Dictum
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter voor zover daarbij het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond is verklaard;
wijzigt de inleidende beschikking in zoverre dat het bedrag van de sanctie wordt vastgesteld
op € 112,50;
bepaalt dat als de betrokkene op grond van artikel 11 van de Wahv te veel zekerheid heeft gesteld, het meerdere door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1046,25.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Pullens als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.319.045/01
CJIB-nummer
: 240134477
Uitspraak d.d.
: 13 juni 2023
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 25 oktober 2022, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.
Dictum
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissing vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. Het hoger beroep is gericht tegen de beslissing van de kantonrechter, voor zover daarbij het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond is verklaard. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 150,- voor: “handelen in strijd met een geslotenverklaring (bord C2 van het RVV 1990 éénrichtingsverkeer)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 25 maart 2023 om 14:09 uur op de Doddendaal in Nijmegen met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde stelt zich op het standpunt dat de hoorplicht door de officier van justitie ten aanzien van de betrokkene is geschonden. Nu er sprake is van een structurele schending van deze plicht ten aanzien van burgers die zelf - zonder tussenkomst van een gemachtigde - administratief beroep instellen, dient het sanctiebedrag, overeenkomstig hetgeen het hof heeft bepaald in het arrest van het hof van 22 november 2022, vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2022:9934, te worden gematigd met 25 procent. De omstandigheid dat de betrokkene hem in die fase weliswaar als gemachtigde heeft aangesteld doet daar niet aan af, aangezien de officier van justitie de zaak heeft afgedaan zonder hem bij de procedure te betrekken, aldus de gemachtigde.
3. De advocaat-generaal heeft in het verweerschrift aangegeven - voor zover hier van belang - dat de hoorplicht ten aanzien van de betrokkene is geschonden.
4. Het hof stel vast dat de betrokkene op 28 maart 2021 via het Digitaal Loket Verkeer administratief beroep heeft ingesteld. Hierop wordt door de gemachtigde op 7 mei 2021 via het Digital Loket Verkeer een schrijven aan de officier van justitie gericht, waarin de gemachtigde aangeeft het beroep aan te vullen. Uit de beslissing die hierop aansluitend is gevolgd blijkt dat de officier van justitie hieraan voorbij is gegaan. Dit betekent, gelet op de inhoud van voormeld arrest, dat de betrokkene in dit geval in administratief beroep zelf, dat wil zeggen zonder (professioneel) gemachtigde, heeft geprocedeerd en dat de betrokkene door de schending van de hoorplicht is komen te verkeren in zodanige omstandigheden dat het bedrag van de administratieve sanctie, te weten € 150,- moet worden gematigd met 25 procent, derhalve tot € 112,50.
5. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter, het hoger beroepschrift en de nadere toelichting op het beroep dienen in totaal 2,5 punten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt € 837,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1046,25 (= 2,5 x € 837,- x 0,5).
6. Het bovenstaande leidt tot de volgende beslissing.
Dictum
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter voor zover daarbij het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond is verklaard;
wijzigt de inleidende beschikking in zoverre dat het bedrag van de sanctie wordt vastgesteld
op € 112,50;
bepaalt dat als de betrokkene op grond van artikel 11 van de Wahv te veel zekerheid heeft gesteld, het meerdere door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1046,25.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Pullens als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.