Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2023-06-13
ECLI:NL:GHARL:2023:4955
Strafrecht
Hoger beroep
4,386 tokens
Inleiding
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-004558-22
Uitspraak d.d.: 13 juni 2023
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 10 oktober 2022 met parketnummer 18-148581-22 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 18-116528-21, in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2000,
thans verblijvende in P.I. [verblijfplaats] .
Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 30 mei 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bevestiging van het vonnis waarvan beroep. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,
mr. R. van der Wal, naar voren is gebracht.
Ontvankelijkheid in hoger beroep
De verdachte is door de rechtbank Noord-Nederland vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 2 is tenlastegelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.
Het vonnis waarvan beroep
De rechtbank heeft bij vonnis van 10 oktober 2022, waartegen het hoger beroep is gericht, de verdachte vrijgesproken van het onder 2 tenlastegelegde en hem ter zake van het onder 1 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren, met aftrek van voorarrest.
Ook heeft rechtbank de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter van de Rechtbank Noord-Nederland van 30 november 2021 in de zaak met parketnummer 18- 116528-21, te weten: een geldboete van € 300,-, gelast.
Verder heeft de rechtbank 8 kledingstukken verbeurd verklaard, 1 keukenartikel aan het verkeer onttrokken en de teruggave aan verdachte gelast van 3 toiletartikelen en 2 kledingstukken.
Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste wijze heeft beslist. Op grond van de bewijsmiddelen zoals die in het vonnis zijn uitgewerkt – de hierna genoemde aanvullingen daarbij in aanmerking genomen – kan worden bewezen dat verdachte de onder 1 tenlastegelegde diefstal met geweld heeft gepleegd
De verweren die in hoger beroep zijn gevoerd, strekkende tot vrijspraak van verdachte, zijn in de kern gelijk aan hetgeen in eerste aanleg naar voren is gebracht. Het hof is van oordeel dat de rechtbank deze verweren terecht heeft verworpen. Het hof ziet wel aanleiding deze beslissing aanvullend te motiveren.
Gezien het voorgaande zal het vonnis worden bevestigd, met dien verstande dat het hof de bewijsmotivering zal aanvullen en met betrekking tot de beslissingen op het beslag een tweetal verbeteringen zal aanbrengen.
Aanvullende overweging met betrekking tot het bewijs
De rechtbank heeft met betrekking tot de verweren van de verdediging in eerste aanleg, na een uitgebreide weergave van de door haar gehanteerde bewijsmiddelen, het volgende overwogen:
De rechtbank volgt de raadsvrouw niet in het betoog dat uit het door aangever gegeven
signalement niet kan worden afgeleid dat het verdachte is die de overval op de nachtwinkel heeft gepleegd. Aangever heeft een gedetailleerde beschrijving gegeven van onder andere de kleding van de overvaller en het bij de overval gebruikte mes. Deze beschrijving komt naar de overtuiging van de rechtbank overeen met de kleding en het mes die bij verdachte zijn aangetroffen ten tijde van zijn aanhouding later diezelfde dag. Dat aangever ook heeft gezegd dat hij denkt dat het een man van Somalische of Ethiopische afkomst is, doet naar het oordeel van de rechtbank aan het voorgaande niet af. Daarbij is van belang dat bij de aanhouding van verdachte eveneens (een groot deel van) de bij de overval weggenomen sigaretten en geld zijn aangetroffen. Dat de aangetroffen hoeveelheid niet overeenkomt met de weggenomen buit, zoals de raadsvrouw heeft betoogd, geeft de rechtbank mede gelet op het tijdsverloop van
enkele uren tussen de overval en de aanhouding van verdachte, geen aanleiding tot een ander oordeel.
Het hof acht deze overwegingen juist en neemt deze over.
Het hof stelt op grond van de in het vonnis opgenomen bewijsmiddelen vast dat op 15 juni 2022 omstreeks 00:34 uur een man met een mes de [nachtwinkel] te [pleegplaats] heeft overvallen, en daarbij geld en een grote hoeveelheid sigaretten heeft weggenomen van met name de merken Marlboro, Camel en Lucky Strike. Verdachte is op 15 juni 2022 omstreeks 11:15 uur aangehouden op verdenking van een ander strafbaar feit. De kleding die verdachte op dat moment droeg vertoont grote overeenkomsten met de kleding die de overvaller op camerabeelden van de overval droeg. Ook voldoet verdachte aan het signalement dat aangever [persoon 1] van de overvaller heeft gegeven en past het onder verdachte aangetroffen mes bij aangevers beschrijving van het mes dat de overvaller bij zich droeg. Dat aangever ook heeft verklaard dat hij denkt dat de overvaller een man van Somalische of Ethiopische afkomst is, doet aan die overeenkomsten naar het oordeel van het hof niet af. Tijdens zijn insluitingsfouillering bleek verder dat verdachte in zijn tas onder meer 60 pakjes sigaretten en een mes had. In de jas en portemonnee van verdachte is een geldbedrag van in totaal € 155,80 aangetroffen. De pakjes sigaretten betroffen voornamelijk de merken Marlboro, Camel en Lucky Strike en bleken een totale waarde van € 571,70 te hebben. Dat de aangetroffen hoeveelheid niet overeenkomt met de weggenomen buit, zoals de verdediging heeft betoogd, geeft het hof mede gelet op het tijdsverloop van enkele uren tussen de overval en de aanhouding van verdachte, geen aanleiding tot een ander oordeel. Uit onderzoek naar de onder verdachte inbeslaggenomen telefoon is verder gebleken dat met die telefoon tussen 9 juni en 14 juni 2022 te 23:20 uur in de internetbrowser meerdere keren de zoekterm ‘nightshop openingstijden’ is vastgelegd. Verder is gebleken dat de telefoon op 15 juni 2022 tussen 0:00 uur en 2:00 uur in de omgeving van het [park] , nabij de nachtwinkel, was en dat er toen stappen zijn geregistreerd in de gezondheidsapp.
Voornoemde feiten en omstandigheden, in onderling verband en in samenhang bezien met de verdere inhoud van de bewijsmiddelen, kunnen redengevend worden geacht voor het bewijs van het aan verdachte tenlastegelegde feit. Gelet daarop mocht van verdachte een aannemelijke, die redengevendheid ontzenuwende verklaring worden verwacht ten aanzien van die omstandigheden. Verdachte heeft zich op 15 juni 2022 op zijn zwijgrecht beroepen. Ter terechtzitting in eerste aanleg van 26 september 2022 heeft verdachte verklaard dat het klopt dat hij op 15 juni 2022 in de buurt van de nightshop was, dat hij toevallig een mes bij zich had toen hij werd aangehouden en dat de pakjes sigaretten toevallig in zijn rugtas zaten en dat hij het aangetroffen geldbedrag bij elkaar had gespaard.
Dictum
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 2 tenlastegelegde.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Aldus gewezen door
mr. J.A.M. Kwakman, voorzitter,
mr. E.C.M. Wolfert en mr. E.W. van Weringh, raadsheren,
in tegenwoordigheid van D.D. Drost, griffier,
en op 13 juni 2023 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Inleiding
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-004558-22
Uitspraak d.d.: 13 juni 2023
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 10 oktober 2022 met parketnummer 18-148581-22 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 18-116528-21, in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2000,
thans verblijvende in P.I. [verblijfplaats] .
Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 30 mei 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bevestiging van het vonnis waarvan beroep. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,
mr. R. van der Wal, naar voren is gebracht.
Ontvankelijkheid in hoger beroep
De verdachte is door de rechtbank Noord-Nederland vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 2 is tenlastegelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.
Het vonnis waarvan beroep
De rechtbank heeft bij vonnis van 10 oktober 2022, waartegen het hoger beroep is gericht, de verdachte vrijgesproken van het onder 2 tenlastegelegde en hem ter zake van het onder 1 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren, met aftrek van voorarrest.
Ook heeft rechtbank de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter van de Rechtbank Noord-Nederland van 30 november 2021 in de zaak met parketnummer 18- 116528-21, te weten: een geldboete van € 300,-, gelast.
Verder heeft de rechtbank 8 kledingstukken verbeurd verklaard, 1 keukenartikel aan het verkeer onttrokken en de teruggave aan verdachte gelast van 3 toiletartikelen en 2 kledingstukken.
Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste wijze heeft beslist. Op grond van de bewijsmiddelen zoals die in het vonnis zijn uitgewerkt – de hierna genoemde aanvullingen daarbij in aanmerking genomen – kan worden bewezen dat verdachte de onder 1 tenlastegelegde diefstal met geweld heeft gepleegd
De verweren die in hoger beroep zijn gevoerd, strekkende tot vrijspraak van verdachte, zijn in de kern gelijk aan hetgeen in eerste aanleg naar voren is gebracht. Het hof is van oordeel dat de rechtbank deze verweren terecht heeft verworpen. Het hof ziet wel aanleiding deze beslissing aanvullend te motiveren.
Gezien het voorgaande zal het vonnis worden bevestigd, met dien verstande dat het hof de bewijsmotivering zal aanvullen en met betrekking tot de beslissingen op het beslag een tweetal verbeteringen zal aanbrengen.
Aanvullende overweging met betrekking tot het bewijs
De rechtbank heeft met betrekking tot de verweren van de verdediging in eerste aanleg, na een uitgebreide weergave van de door haar gehanteerde bewijsmiddelen, het volgende overwogen:
De rechtbank volgt de raadsvrouw niet in het betoog dat uit het door aangever gegeven
signalement niet kan worden afgeleid dat het verdachte is die de overval op de nachtwinkel heeft gepleegd. Aangever heeft een gedetailleerde beschrijving gegeven van onder andere de kleding van de overvaller en het bij de overval gebruikte mes. Deze beschrijving komt naar de overtuiging van de rechtbank overeen met de kleding en het mes die bij verdachte zijn aangetroffen ten tijde van zijn aanhouding later diezelfde dag. Dat aangever ook heeft gezegd dat hij denkt dat het een man van Somalische of Ethiopische afkomst is, doet naar het oordeel van de rechtbank aan het voorgaande niet af. Daarbij is van belang dat bij de aanhouding van verdachte eveneens (een groot deel van) de bij de overval weggenomen sigaretten en geld zijn aangetroffen. Dat de aangetroffen hoeveelheid niet overeenkomt met de weggenomen buit, zoals de raadsvrouw heeft betoogd, geeft de rechtbank mede gelet op het tijdsverloop van
enkele uren tussen de overval en de aanhouding van verdachte, geen aanleiding tot een ander oordeel.
Het hof acht deze overwegingen juist en neemt deze over.
Het hof stelt op grond van de in het vonnis opgenomen bewijsmiddelen vast dat op 15 juni 2022 omstreeks 00:34 uur een man met een mes de [nachtwinkel] te [pleegplaats] heeft overvallen, en daarbij geld en een grote hoeveelheid sigaretten heeft weggenomen van met name de merken Marlboro, Camel en Lucky Strike. Verdachte is op 15 juni 2022 omstreeks 11:15 uur aangehouden op verdenking van een ander strafbaar feit. De kleding die verdachte op dat moment droeg vertoont grote overeenkomsten met de kleding die de overvaller op camerabeelden van de overval droeg. Ook voldoet verdachte aan het signalement dat aangever [persoon 1] van de overvaller heeft gegeven en past het onder verdachte aangetroffen mes bij aangevers beschrijving van het mes dat de overvaller bij zich droeg. Dat aangever ook heeft verklaard dat hij denkt dat de overvaller een man van Somalische of Ethiopische afkomst is, doet aan die overeenkomsten naar het oordeel van het hof niet af. Tijdens zijn insluitingsfouillering bleek verder dat verdachte in zijn tas onder meer 60 pakjes sigaretten en een mes had. In de jas en portemonnee van verdachte is een geldbedrag van in totaal € 155,80 aangetroffen. De pakjes sigaretten betroffen voornamelijk de merken Marlboro, Camel en Lucky Strike en bleken een totale waarde van € 571,70 te hebben. Dat de aangetroffen hoeveelheid niet overeenkomt met de weggenomen buit, zoals de verdediging heeft betoogd, geeft het hof mede gelet op het tijdsverloop van enkele uren tussen de overval en de aanhouding van verdachte, geen aanleiding tot een ander oordeel. Uit onderzoek naar de onder verdachte inbeslaggenomen telefoon is verder gebleken dat met die telefoon tussen 9 juni en 14 juni 2022 te 23:20 uur in de internetbrowser meerdere keren de zoekterm ‘nightshop openingstijden’ is vastgelegd. Verder is gebleken dat de telefoon op 15 juni 2022 tussen 0:00 uur en 2:00 uur in de omgeving van het [park] , nabij de nachtwinkel, was en dat er toen stappen zijn geregistreerd in de gezondheidsapp.
Voornoemde feiten en omstandigheden, in onderling verband en in samenhang bezien met de verdere inhoud van de bewijsmiddelen, kunnen redengevend worden geacht voor het bewijs van het aan verdachte tenlastegelegde feit. Gelet daarop mocht van verdachte een aannemelijke, die redengevendheid ontzenuwende verklaring worden verwacht ten aanzien van die omstandigheden. Verdachte heeft zich op 15 juni 2022 op zijn zwijgrecht beroepen. Ter terechtzitting in eerste aanleg van 26 september 2022 heeft verdachte verklaard dat het klopt dat hij op 15 juni 2022 in de buurt van de nightshop was, dat hij toevallig een mes bij zich had toen hij werd aangehouden en dat de pakjes sigaretten toevallig in zijn rugtas zaten en dat hij het aangetroffen geldbedrag bij elkaar had gespaard.
Dictum
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 2 tenlastegelegde.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Aldus gewezen door
mr. J.A.M. Kwakman, voorzitter,
mr. E.C.M. Wolfert en mr. E.W. van Weringh, raadsheren,
in tegenwoordigheid van D.D. Drost, griffier,
en op 13 juni 2023 ter openbare terechtzitting uitgesproken.