Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2023-05-25
ECLI:NL:GHARL:2023:4788
Strafrecht
Hoger beroep
2,840 tokens
Dictum
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[terbeschikkinggestelde]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1977,
verblijvende in [verblijfplaats] .
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Den Haag van 31 januari 2023.
Deze beslissing houdt in de verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar.
Het hof heeft gelet op de stukken, waarop de rechtbank haar beslissing heeft gebaseerd en daarnaast onder meer op:
- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;
- de beslissing waarvan beroep;
- de akte van beroep van de terbeschikkinggestelde van 7 februari 2023;
- de aanvullende informatie van FPK Inforsa van 9 mei 2023, met als bijlage de wettelijke aantekeningen van 25 december 2022 tot en met 9 mei 2023.
Het hof heeft ter zitting van 11 mei 2023 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. A.R. Ytsma, advocaat te Amsterdam, en de advocaat-generaal mr. R.J.A. Segerink.
Overwegingen
Het standpunt van de terbeschikkinggestelde
Vorig jaar is de terbeschikkinggestelde onderzocht door externe deskundigen van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP). Het ingezette onderzoek is echter afgebroken omdat de aanvraag werd ingetrokken met als gevolg dat er geen rapport is opgemaakt. Vervolgens is wel een summier verlengingsadvies van 29 december 2022 opgemaakt. Dit verlengingsadvies was zo summier omdat de terbeschikkinggestelde toen nog maar net bij FPK Inforsa verbleef. Ook in het kader van het hoger beroep is een hele summiere update ontvangen. De raadsman acht zich onvoldoende voorgelicht. Daarom heeft de raadsman verzocht om de verlenging van de maatregel te beperken tot een jaar omdat dan op de volgende verlengingszitting nieuwe pro justitia-rapportages van de externe deskundigen beschikbaar zijn.
Het standpunt van het openbaar ministerie
Er is voldaan aan de voorwaarden voor verlenging van de maatregel. Gelet hierop is voortzetting van de maatregel geïndiceerd. Twee eerdere resocialisatiepogingen zijn mis gegaan omdat de terbeschikkinggestelde zich langdurig heeft onttrokken. Uit het verlengingsadvies van 29 december 2022 komt naar voren dat nieuwe diagnostiek naar de persoonlijkheid van de terbeschikkinggestelde nodig is. Nu er onduidelijkheid bestaat over de diagnostiek is het van belang dat er eerder een toets moment komt. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot vernietiging van de beslissing van de rechtbank en tot verlenging van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege met een jaar.
Beoordeling
Vernietiging
Het hof zal de beslissing van de rechtbank vernietigen omdat het tot een andere beslissing komt over de duur van de verlenging.
Indexdelicten
Bij vonnis van 25 mei 2021 heeft de rechtbank Den Haag aan de terbeschikkinggestelde de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege opgelegd voor het opzettelijk iemand van de vrijheid beroven en beroofd houden, meermalen gepleegd, en mishandeling, meermalen gepleegd. Dit zijn misdrijven die gericht zijn tegen en/of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van personen.
Stoornis en recidivegevaar
De terbeschikkinggestelde is gediagnosticeerd met schizofrenie en een stoornis in cannabisgebruik.
Bij een (voorwaardelijke) beëindiging van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege wordt het risico op gewelddadig gedrag ingeschat als hoog.
Verlenging
Gelet op de advisering en op hetgeen overigens ter zitting naar voren is gekomen, is het hof van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist.
Het hof heeft als uitgangspunt dat de terbeschikkingstelling verlengd dient te worden met een termijn van twee jaren wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling en resocialisatie van de terbeschikkinggestelde in het bestaande juridische kader meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar. Het hof ziet in dit geval aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken. Het hof heeft daarbij in aanmerking genomen dat naar verwachting bij verlenging met de genoemde termijn voor de volgende verlengingszitting nieuwe pro justitiarapportages van de externe deskundigen beschikbaar zijn. Het hof acht het wenselijk dat in die rapportages bijzondere aandacht wordt besteed aan de mate van de delictgevaarlijkheid van de terbeschikkinggestelde. Voorts acht het hof het gewenst dat de mogelijkheden en het tempo van de uitstroom nader worden onderzocht.
Dictum
Het hof:
Vernietigt de beslissing van de rechtbank Den Haag van 31 januari 2023 met betrekking tot de [terbeschikkinggestelde] .
Verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar.
Aldus gedaan door
mr. M. Keppels als voorzitter,
mr. A.B.A.P.M. Ficq en mr. P.C. Vegter als raadsheren,
en drs. I.E. Troost en drs. R.J.A. van Helvoirt als raden,
in tegenwoordigheid van mr. J.P. Fuchs-van Dis als griffier,
en op 25 mei 2023 in het openbaar uitgesproken.
mr. Vegter en de raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
Dictum
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[terbeschikkinggestelde]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1977,
verblijvende in [verblijfplaats] .
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Den Haag van 31 januari 2023.
Deze beslissing houdt in de verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar.
Het hof heeft gelet op de stukken, waarop de rechtbank haar beslissing heeft gebaseerd en daarnaast onder meer op:
- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;
- de beslissing waarvan beroep;
- de akte van beroep van de terbeschikkinggestelde van 7 februari 2023;
- de aanvullende informatie van FPK Inforsa van 9 mei 2023, met als bijlage de wettelijke aantekeningen van 25 december 2022 tot en met 9 mei 2023.
Het hof heeft ter zitting van 11 mei 2023 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. A.R. Ytsma, advocaat te Amsterdam, en de advocaat-generaal mr. R.J.A. Segerink.
Overwegingen
Het standpunt van de terbeschikkinggestelde
Vorig jaar is de terbeschikkinggestelde onderzocht door externe deskundigen van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP). Het ingezette onderzoek is echter afgebroken omdat de aanvraag werd ingetrokken met als gevolg dat er geen rapport is opgemaakt. Vervolgens is wel een summier verlengingsadvies van 29 december 2022 opgemaakt. Dit verlengingsadvies was zo summier omdat de terbeschikkinggestelde toen nog maar net bij FPK Inforsa verbleef. Ook in het kader van het hoger beroep is een hele summiere update ontvangen. De raadsman acht zich onvoldoende voorgelicht. Daarom heeft de raadsman verzocht om de verlenging van de maatregel te beperken tot een jaar omdat dan op de volgende verlengingszitting nieuwe pro justitia-rapportages van de externe deskundigen beschikbaar zijn.
Het standpunt van het openbaar ministerie
Er is voldaan aan de voorwaarden voor verlenging van de maatregel. Gelet hierop is voortzetting van de maatregel geïndiceerd. Twee eerdere resocialisatiepogingen zijn mis gegaan omdat de terbeschikkinggestelde zich langdurig heeft onttrokken. Uit het verlengingsadvies van 29 december 2022 komt naar voren dat nieuwe diagnostiek naar de persoonlijkheid van de terbeschikkinggestelde nodig is. Nu er onduidelijkheid bestaat over de diagnostiek is het van belang dat er eerder een toets moment komt. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot vernietiging van de beslissing van de rechtbank en tot verlenging van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege met een jaar.
Beoordeling
Vernietiging
Het hof zal de beslissing van de rechtbank vernietigen omdat het tot een andere beslissing komt over de duur van de verlenging.
Indexdelicten
Bij vonnis van 25 mei 2021 heeft de rechtbank Den Haag aan de terbeschikkinggestelde de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege opgelegd voor het opzettelijk iemand van de vrijheid beroven en beroofd houden, meermalen gepleegd, en mishandeling, meermalen gepleegd. Dit zijn misdrijven die gericht zijn tegen en/of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van personen.
Stoornis en recidivegevaar
De terbeschikkinggestelde is gediagnosticeerd met schizofrenie en een stoornis in cannabisgebruik.
Bij een (voorwaardelijke) beëindiging van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege wordt het risico op gewelddadig gedrag ingeschat als hoog.
Verlenging
Gelet op de advisering en op hetgeen overigens ter zitting naar voren is gekomen, is het hof van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist.
Het hof heeft als uitgangspunt dat de terbeschikkingstelling verlengd dient te worden met een termijn van twee jaren wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling en resocialisatie van de terbeschikkinggestelde in het bestaande juridische kader meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar. Het hof ziet in dit geval aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken. Het hof heeft daarbij in aanmerking genomen dat naar verwachting bij verlenging met de genoemde termijn voor de volgende verlengingszitting nieuwe pro justitiarapportages van de externe deskundigen beschikbaar zijn. Het hof acht het wenselijk dat in die rapportages bijzondere aandacht wordt besteed aan de mate van de delictgevaarlijkheid van de terbeschikkinggestelde. Voorts acht het hof het gewenst dat de mogelijkheden en het tempo van de uitstroom nader worden onderzocht.
Dictum
Het hof:
Vernietigt de beslissing van de rechtbank Den Haag van 31 januari 2023 met betrekking tot de [terbeschikkinggestelde] .
Verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar.
Aldus gedaan door
mr. M. Keppels als voorzitter,
mr. A.B.A.P.M. Ficq en mr. P.C. Vegter als raadsheren,
en drs. I.E. Troost en drs. R.J.A. van Helvoirt als raden,
in tegenwoordigheid van mr. J.P. Fuchs-van Dis als griffier,
en op 25 mei 2023 in het openbaar uitgesproken.
mr. Vegter en de raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.