Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2023-09-26
ECLI:NL:GHARL:2023:11037
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Hoger beroep
2,501 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.325.590/01
beschikking van 26 september 2023
in de zaak van
Bastion Hotelgroep B.V.
die gevestigd is in Utrecht
die een verzoek heeft ingediend
hierna: Bastion
advocaat: mr. F.L. Bakker
tegen
[verweerster]
die woont in [woonplaats1]
die optreedt als verweerster
hierna: [verweerster]
advocaat: mr. R.R. van Zuijlen
1Het verloop van de procedure
1.1
Bastion heeft een verzoekschrift ingediend bij dit gerechtshof (hierna: het hof). Dat verzoekschrift heeft zij aangevuld met:- een brief van 18 april 2023 met een bijlage,- een brief van 26 april 2023 met bijlagen,
- een brief van 28 april 2023 met bijlagen.
[verweerster] heeft daarna een verweerschrift ingediend.
1.2
Op 18 september 2023 heeft de mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden. Namens Bastion was mevrouw [naam1] (HR-manager) daarbij aanwezig, bijgestaan door advocaten mr. S.A. Tan en mr. F.L. Bakker. Namens [verweerster] was mr. J.T. Willemsen daarbij aanwezig. Zij hebben de standpunten van partijen toegelicht, de advocaten gebruikten daarbij spreekaantekeningen. Van wat tijdens de mondelinge behandeling is gebeurd, is een verslag (proces-verbaal) gemaakt en naar partijen gestuurd.
1.3
Mr. F.L. Bakker heeft bij e-mail van 20 september 2023 aan het hof, met een kopie naar de advocaat van [verweerster] , verzocht om aanpassing van het proces-verbaal en toezending van een afschrift van het aangepaste proces-verbaal, omdat daarin namen zijn verwisseld.
2De kern van de zaak
2.1
[verweerster] heeft gewerkt voor Bastion, op grond van een arbeidsovereenkomst. Bastion heeft besloten de arbeidsovereenkomst niet te verlengen. [verweerster] is vervolgens een procedure bij de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland gestart. Volgens [verweerster] heeft Bastion verboden onderscheid op grond van geslacht gemaakt door de arbeidsovereenkomst niet te verlengen vanwege de zwangerschap van [verweerster] . De kantonrechter heeft in een beschikking van 28 februari 2023 geoordeeld dat inderdaad sprake is van zo’n verboden onderscheid en heeft Bastion veroordeeld tot betaling aan [verweerster] van een (zogenoemde: billijke) vergoeding.
2.2
Bastion is het niet eens met dat oordeel van de kantonrechter. Met het oog op het hoger beroep dat zij tegen dat oordeel van de kantonrechter heeft ingesteld, heeft Bastion (op 14 april 2023) bij dit hof verzocht om een voorlopig getuigenverhoor. Met het voorlopig getuigenverhoor wil Bastion aantonen dat de zwangerschap geen rol heeft gespeeld in het besluit van Bastion om de arbeidsovereenkomst met [verweerster] niet te verlengen en dat daardoor geen sprake is geweest van verboden onderscheid. Het hof wijst het verzoek om een voorlopig getuigenverhoor toe en legt hierna uit waarom.
3De redenen voor de beslissing
3.1
Bastion wil tijdens een voorlopig getuigenverhoor als getuigen laten horen:- de heer [naam2] (voormalig regio-manager van Bastion),
- de heer [naam3] (directeur),
- mevrouw [naam1] (HR-manager),
- mevrouw [naam4] (operationeel manager). Zij waren volgens Bastion aanwezig bij een gesprek op 25 augustus 2022 waarbij de beslissing is genomen om het dienstverband niet te verlengen en kunnen verklaren over de redenen die aan die beslissing ten grondslag zijn gelegd. Volgens Bastion heeft de zwangerschap geen rol gespeeld in die beslissing. Bastion stelt dat zij op 31 augustus 2022 aan [verweerster] heeft meegedeeld dat de arbeidsovereenkomst zou eindigen met ingang van 30 september 2022. De heer [naam2] kan volgens Bastion verklaren over zijn redenen om op 1 september 2022 toch aan [verweerster] het volgende Whatsapp-bericht te sturen: “Ik wilde je vertellen dat we helaas genoodzaakt te zijn toch je contract op te zeggen. De reden hiervan is dat je toch veel afwezig bent en wanneer je bevallen bent je er ook voor je kindje moet zijn. Dit is moeilijk tot niet te combineren met Bastion Hotels”. Ook kan de heer [naam2] volgens Bastion verklaren over het functioneren van [verweerster] .
3.2
Artikel 186 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalt dat de rechter in beginsel toestemming moet geven voor een voorlopig getuigenverhoor als aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Dat zijn voorwaarden die te maken hebben met de inhoud van het verzoekschrift en met het doel van het voorlopig getuigenverhoor. In het verzoekschrift moet de verzoeker duidelijk vermelden waar de zaak ongeveer over gaat, wat hij verzoekt of wil verzoeken, welke feiten hij wil bewijzen en wie de getuigen zijn. Vooral wat hij wil bewijzen moet voldoende duidelijk zijn voor de betrokken rechter(s) en de tegenpartij. Ook moet duidelijk genoeg zijn wat de getuigen daarover kunnen verklaren. Heel gedetailleerd hoeft de verzoeker niet te zijn, omdat een voorlopig getuigenverhoor nu juist dient om onduidelijkheden op te helderen.
3.3
Als aan die voorwaarden (de zogenoemde formele eisen van het verzoekschrift) is voldaan, kan de rechter het verzoek toch afwijzen. Dat kan als de verzoeker misbruik maakt van de bevoegdheid om een voorlopig getuigenverhoor te verzoeken (artikel 3:13 van het Burgerlijk Wetboek (BW)). Daarvan kan sprake zijn als het belang van de verzoeker veel minder zwaarwegend is dan het belang van de wederpartij bij het niet houden van een voorlopig getuigenverhoor. Ook kan het verzoek in strijd zijn met de eisen van een goede procesorde, bijvoorbeeld omdat het verzoek wordt gedaan op een moment dat het houden van een voorlopig getuigenverhoor een lopende procedure te veel doorkruist. De rechter kan ook oordelen dat er een andere, zwaarwegende reden is om het verzoek toch af te wijzen. Daarnaast kan van de bevoegdheid om een voorlopig getuigenverhoor te vragen geen gebruik worden gemaakt, als de verzoeker onvoldoende belang heeft bij toewijzing van het verzoek (artikel 3:303 BW).
3.4
Het hof is van oordeel dat aan de onder 3.2 genoemde voorwaarden is voldaan.
3.5
Volgens [verweerster] dient het voorlopig getuigenverhoor geen belang, omdat de getuigen al verklaringen hebben afgelegd en het voorlopig getuigenverhoor geen aanvullende informatie gaat opleveren. Het hof gaat aan die stelling voorbij, omdat het hof bij de beoordeling van dit verzoek niet mag meewegen wat het verwacht wat de uitkomst zal zijn van de af te leggen getuigenverklaringen.Om diezelfde reden gaat het hof voorbij aan de stelling van [verweerster] dat mevrouw [naam1] eerder aanwezig is geweest tijdens zittingen over deze kwestie met Bastion en dat dat afdoet aan haar geloofwaardigheid als getuige. Of die stelling klopt, hoeft het hof nu dus niet te beoordelen.
Volgens [verweerster] is een verklaring van de heer [naam2] in een voorlopig getuigenverhoor over zijn redenen om het eerder genoemde Whatsapp-bericht te sturen en over het functioneren van [verweerster] niet van belang voor de zaak. Ook dit is, wat daar ook van waar is, geen reden voor afwijzing van het verzoek om een voorlopig getuigenverhoor. Het hof weet in deze procedure over het voorlopig getuigenverhoor namelijk nog niet wat in het hoger beroep van belang zal zijn.
3.6
Volgens [verweerster] is het verzoek om een voorlopig getuigenverhoor in strijd met de goede procesorde, gelet op de stand van de procedure van het hoger beroep van Bastion tegen het oordeel van de kantonrechter. Bastion heeft inmiddels namelijk het onder 2.2 genoemde hoger beroep ingesteld bij dit hof.
Dictum
Het hof:
bepaalt dat een voorlopig getuigenverhoor zal worden gehouden om Bastion in staat te stellen te bewijzen:feiten en omstandigheden waaruit volgt dat de zwangerschap van [verweerster] geen rol heeft gespeeld in de beslissing, die is genomen in een gesprek op 25 augustus 2022 tussen de heer [naam3] , mevrouw [naam1] , mevrouw [naam4] en de heer [naam2] , om het dienstverband met [verweerster] niet te verlengen,
door het laten horen van de onder 3.1 genoemde getuigen;
bepaalt dat het verhoor van de getuigen zal gebeuren onder leiding van het tot raadsheer-commissaris benoemde lid van het hof mr. A.J.J. van Rijen, die daartoe zitting zal houden in het Paleis van Justitie aan de Walburgstraat 2-4 te Arnhem op een nog door deze vast te stellen datum en tijdstip;
bepaalt dat de verhinderdagen van partijen, van hun advocaten en van de in het verzoekschrift genoemde getuigen in de maanden november 2023 tot en met maart 2024 zullen worden opgegeven bij de handelsrekestengriffie van dit hof vóór 17 oktober 2023, waarna de raadsheer-commissaris de datum en het tijdstip van het verhoor zal vaststellen en in beginsel geen uitstel in verband met verhinderingen zal worden verleend;
past het proces-verbaal aan op de manier zoals hiervoor onder 3.9 is vermeld;
wijst af wat verder is verzocht;
bepaalt dat Bastion een kopie van deze beschikking aan [verweerster] moet doen toekomen, binnen een week na de datum van de uitspraak van deze beschikking.
Deze beschikking is gegeven door mrs. S.C.P. Giesen, M.S.A. van Dam en A.J.J. van Rijen, is bij afwezigheid van de voorzitter ondertekend door mr. M.S.A. van Dam en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 26 september 2023.