Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2023-12-29
ECLI:NL:GHARL:2023:10951
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht, Strafrecht; Strafprocesrecht
Hoger beroep
1,722 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.327.482/01
CJIB-nummer
: 247220828
Uitspraak d.d.
: 29 december 2023
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 30 maart 2023, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
Dictum
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.
Het verloop van de procedure
De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld op de zitting van 18 december 2023. De betrokkene is, zoals tevoren bericht, niet verschenen. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door [naam1] .
Beoordeling
1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 250,- voor: “doorrijden bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat”. Deze gedraging zou zijn verricht op 28 januari 2022 om 08:45 uur op de Sarphatistraat in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De betrokkene voert aan iedere dag zijn zoon om 08:45 naar school te brengen. Meerdere getuigen kunnen dit bevestigen. Gelet hierop kon de betrokkene niet ter plaatse zijn geweest. De scooter is ook niet uitgeleend aan derden. Mogelijk is gebruik gemaakt van een duplicaat van de kentekenplaat. Verder roepen de verklaringen van de ambtenaren vragen op. In het aanvullend proces-verbaal staat bijvoorbeeld dat de heer [naam2] of de heer [naam3] het kenteken heeft genoteerd met daarna de zin “Dit is voor mij niet meer helder”. Het is ook onduidelijk waarom deze processen-verbaal niet direct in reactie op het administratief beroepschrift naar de betrokkene zijn verzonden. Tussen het moment van de gestelde constateringen en het opstellen van de processen-verbaal zitten vier maanden. Ook deze omstandigheid maakt de verklaringen van de ambtenaren ongeloofwaardig.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik, verbalisant, zag dat betrokkene het rode verkeerslicht negeerde. Het verkeerslicht straalde in ieder geval minimaal 2 seconden rood licht uit. Ik zag dat betrokkene geen snelheid verminderde. Ik zag dat betrokkene vervolgens nog een rood verkeerslicht negeerde en vervolgens het fietspad op reed. Het stop-politie transparant werd hierbij genegeerd. In verband met de paaltjes op het fietspad was het onmogelijk om de bestuurder te volgen.”
5. Het dossier bevat ook een aanvullend proces-verbaal d.d. 26 mei 2022 waarin onder meer is verklaard:
“De voertuiggegevens kwamen overeen met het voertuig dat ik ter plaatse heb waargenomen. Ik heb als bijrijder direct het kenteken in de computer getypt, terwijl het voertuig voor ons reed. Ik had direct zicht op het kenteken. Ik heb meermaals gecontroleerd dat ik het juiste kenteken in de computer had ingevoerd. Ik zag geen bijzonderheden met betrekking tot het voertuig. Ik zag dat het een motorfiets betrof. Ik heb op het moment dat de bestuurder ons was ontkomen samen met collega [naam2] de processen-verbaal in het voertuig op onze diensttelefoon opgemaakt. Ook hierbij heb ik meermaals gecontroleerd dat ik het juiste kenteken heb ingevuld. De voertuiggegevens worden automatisch aangevuld door de bevraging bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) register.”
6. De ambtenaar verklaart dat hij direct zicht had op het kenteken en dit zelf heeft genoteerd en ingevoerd. Met betrekking tot het tijdsverloop tussen het opmaken van het aanvullend proces-verbaal en het moment van constatering merkt het hof op dat het enkele feit dat hier vier maanden tussen zit geen twijfel oplevert aan de inhoud daarvan. De stelling dat sprake kan zijn van een duplicaat van de kentekenplaat, is niet onderbouwd. Het hof stelt verder vast dat de sanctie aan de betrokkene als kentekenhouder is opgelegd. Gelet hierop is niet relevant of de betrokkene ter plaatse kon zijn geweest, maar of zijn voertuig ter plaatse was. De betrokkene heeft niet aannemelijk gemaakt dat zijn voertuig ten tijde van de gedraging niet ter plaatse kan zijn geweest. De gedraging kan worden vastgesteld.
7. Onder verwijzing naar het arrest van het hof van 22 november 2022 (ECLI:NL:GHARL:2022:9934) heeft de vertegenwoordiger van de advocaat-generaal ter zitting verzocht het bedrag van de sanctie te matigen met 25 procent.
8. Het hof stelt vast dat dit verzoek de omvang van het geschil in hoger beroep te buiten gaat. Het gaat hier niet om een onderwerp waarover het hof ambtshalve dient te oordelen en de aangevoerde beroepsgronden hebben hierop ook geen betrekking. Dit brengt mee dat het hof aan dit verzoek geen gevolg kan geven. Het hof wijst de advocaat-generaal op zijn bevoegdheid om -met intrekking van de beslissing van de officier van justitie- de inleidende beschikking te wijzigen.
9. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen.
Dictum
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Eskandari als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.