Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2023-12-22
ECLI:NL:GHARL:2023:10891
Strafrecht, Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Hoger beroep
1,368 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.327.714/01
CJIB-nummer
: 244845788
Uitspraak d.d.
: 22 december 2023
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank NoordNederland van 2 maart 2023, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.
Dictum
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Op 6 november 2023 is nog een brief van de gemachtigde van de betrokkene ontvangen. Deze is in kopie aan de advocaat-generaal toegezonden.
Beoordeling
1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie van € 370,- opgelegd voor: “voor een bromfiets niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden”. Volgens een registercontrole van de RDW zou deze gedraging op 30 augustus 2021 zijn verricht met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de betrokkene de tenaamstelling van het voertuig vanaf 2015 jaarlijks heeft geschorst, maar dit door medische omstandigheden in 2021 is vergeten. Vervolgens ontving de betrokkene een herinneringsbrief van de RDW en zodra zij de financiële middelen had, heeft zij de schorsing alsnog in orde gemaakt. In de tussentijd stond de scooter defect in de schuur. De betrokkene heeft een auto-immuunziekte en sinds 2012 een chronische burn-out waardoor de betrokkene veel en onverklaarbare pijn en vermoeidheid heeft en plotselinge blessures optreden. De betrokkene moet rondkomen van een bijstandsuitkering en maakt gebruik van de voedselbank. De betrokkene heeft een schuld van ruim € 11.600,-.
3. De advocaat-generaal heeft in het verweerschrift voorgesteld het sanctiebedrag te matigen tot € 185,-.
4. Uit informatie van de advocaat-generaal blijkt dat de tenaamstelling van het voertuig tot en met 31 juli 2021 was geschorst. Op 16 augustus 2021 is de betrokkene hier door middel van een herinneringsbrief door de RDW op gewezen. Op 31 augustus 2021 is de tenaamstelling van het voertuig weer geschorst. Op 10 augustus 2023 heeft de betrokkene de tenaamstelling wederom geschorst.
5. Gelet op wat is aangevoerd dient het hof te beoordelen of er redenen zijn het sanctiebedrag te matigen. De kentekenhouder dient er altijd zorg voor te dragen dat een op zijn of haar naam gesteld voertuig is verzekerd of de tenaamstelling in het kentekenregister te schorsen. Dat de betrokkene heeft nagelaten de tenaamstelling van het voertuig te schorsen, is een omstandigheid die in beginsel voor rekening van de betrokkene komt. Het hof ziet in dit geval echter, in aanmerking genomen de persoonlijke en financiële situatie van de betrokkene, die met stukken is onderbouwd, aanleiding het sanctiebedrag te matigen tot € 100,-.
6. Het hof zal daarom beslissen als hierna vermeld.
7. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter en het hoger beroepschrift dienen in totaal drie punten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 597,- en voor het (hoger) beroep € 837,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.284,75 (= 1,5 x € 597,- x 0,5 + 2 x € 837,- x 0,5).
Dictum
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond;
wijzigt de inleidende beschikking in zoverre dat het sanctiebedrag wordt vastgesteld op € 100,-;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.284,75.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.