Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2023-12-15
ECLI:NL:GHARL:2023:10635
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht, Strafrecht; Strafprocesrecht
Hoger beroep
1,889 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.324.331/01
CJIB-nummer
: 238580229
Uitspraak d.d.
: 15 december 2023
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 8 maart 2023, betreffende
[de betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),
gevestigd te [vestigingsplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.
Dictum
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld op de zitting van 1 december 2023. De gemachtigde van de betrokkene is, zoals op voorhand aangekondigd, niet verschenen. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door [naam1] .
Beoordeling
1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 267,- voor: “28 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 24 december 2020 om 10.11 uur op de A2 links (trajectcontrole) in Nieuwer Ter Aa met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde voert aan dat de betrokkene geen bord G1 (autosnelweg) is gepasseerd op de door hem gereden route. Dit wordt bevestigd in de schouwrapporten waarin is opgenomen dat de bebording G1 op de toerit vanaf Breukelen niet aanwezig is. Aangezien autosnelweg een bestanddeel is in de verweten gedraging, is de aanwezigheid van dit bord wel vereist om vast te kunnen stellen dat de onderhavige gedraging is verricht.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“De werkelijke snelheid stelde ik vast m.b.v. een voor de meting geteste, goedgekeurde en op voorgeschreven wijze gebruikte trajectsnelheidsmeter op basis van factoren tijd en afstand.
Gemeten gemiddelde (afgelezen) snelheid: 133 km/u.
Werkelijke gemiddelde (gecorrigeerde) snelheid: 128 km/u.
Toegestane snelheid: 100 km/u.
Overschrijding met: 28 km/u. (…)
Trajectlengte: 1471 meter. (…)
(…)
Overtreden artikel: 62 jo. bord A1 RVV 1990
Soort weg: autosnelweg (…)
Rijrichting van: Maarssen
Rijrichting naar: Abcoude
Ter hoogte van hectometerpaal/pandnummer: 42.7L”.
5. In het dossier bevinden zich processen-verbaal van schouw, met als bijlage het schouwrapport, waaruit blijkt dat op 20 december 2020 en 3 januari 2021 de bebording op de A2 links is gecontroleerd en dat is gebleken dat - onder meer - ter hoogte van hectometerpaal 47,6 dus voorafgaand aan het punt van de controle, het bord A1 met de aangegeven snelheid 100 stond. Verder is in de processen-verbaal van schouw verklaard dat op de toerit komende vanaf Breukelen ter hoogte van hectometerpaal 49.6d geen borden G1 autosnelweg zijn geplaatst.
6. De onderhavige gedraging betreft een overtreding van artikel 62 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 in samenhang met bord A1, dat een maximale snelheid aanduidt. In deze zaak kan worden vastgesteld dat op 24 december 2020 op de onderhavige trajectcontrole een met bord A1 aangegeven maximumsnelheid van 100 km/h gold. Dit wordt in hoger beroep niet betwist namens de betrokkene. Ook wordt niet betwist dat de betrokkene reed met een (gecorrigeerde) snelheid van 128 km/h uur. Er kan worden vastgesteld dat de maximum snelheid met 28 km/h is overschreden. De vraag of er al dan niet een bord G1 aanwezig was, is voor de vaststelling hiervan niet van belang. Niet gesteld of gebleken is in welk belang de betrokkene is geschaad nu niet kan worden vastgesteld dat een bord G1 aanwezig was op de door hem gereden route. Er bestaat daarom geen aanleiding voor vernietiging van de inleidende beschikking.
7. Het hof stelt ambtshalve vast dat de redelijke termijn van berechting als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) in eerste aanleg is overschreden, nu deze procedure langer dan twee jaar heeft geduurd. Gelet hierop zal het hof het bedrag van de sanctie matigen met 25 procent (vgl. het arrest van het hof van 28 juli 2023, te vinden op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHARL:2023:6369).
8. De proceskosten gemaakt in de fase waarin de redelijke termijn van berechting is overschreden komen voor vergoeding in aanmerking (vgl. overweging 26 van voormeld arrest van 28 juli 2023). Aan het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter en het verschijnen ter zitting van de kantonrechter dienen in totaal twee punten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt voor het (hoger) beroep € 837,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 837,-.
Dictum
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond;
wijzigt de inleidende beschikking in zoverre dat het bedrag van de sanctie wordt vastgesteld op € 200,25;
bepaalt dat als de betrokkene op grond van artikel 11 van de Wahv teveel zekerheid heeft gesteld, het meerdere door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 837,-.
Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Werdmüller von Elgg als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.