Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2022-10-18
ECLI:NL:GHARL:2022:8892
Bestuursrecht; Belastingrecht
Verzet
4,178 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
locatie Arnhem
nummer BK-ARN 21/01666
uitspraakdatum: 18 oktober 2022
Uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer
op het verzet van
[belanghebbende] B.V. te [vestigingsplaats] (hierna: belanghebbende)
tegen de met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) gedane uitspraak van de derde enkelvoudige belastingkamer van dit Hof van 1 februari 2022 op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de rechtbank NoordNederland van 5 oktober 2021, nummer LEE 20/1155, in het geding tussen belanghebbende en
de heffingsambtenaar van de gemeente Smallingerland (hierna: de heffingsambtenaar)
1Ontstaan en loop van het geding
1.1.
Belanghebbende heeft hoger beroep ingesteld tegen de hierboven genoemde uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland (hierna: de Rechtbank) van 5 oktober 2021 inzake een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken. Een afschrift van deze uitspraak heeft de Rechtbank diezelfde dag aan partijen toegezonden.
1.2.
Het op 15 november 2021 gedagtekende hogerberoepschrift is op 30 november 2021 per gewone, niet-aangetekende post ontvangen ter griffie van het Hof.
1.1.
Bij de in verzet bestreden uitspraak van de derde enkelvoudige belastingkamer van dit Hof is belanghebbendes hoger beroep met toepassing van artikel 8:54 van de Awb nietontvankelijk verklaard wegens een onverschoonbare overschrijding van de termijn voor het indienen van een hogerberoepschrift.
1.3.
Belanghebbende heeft op 8 februari 2022 tegen die uitspraak van het Hof verzet aangetekend.
1.4.
Belanghebbende heeft een nader stuk ingediend.
1.5.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 september 2022. Daarbij is verschenen en gehoord mr. D.A.N. Bartels als de gemachtigde van belanghebbende (hierna: de gemachtigde).
2De gronden van het verzet
De gemachtigde voert in verzet aan dat zijn normale werkwijze is dat bezwaar- en (hoger)beroepschriften die op een bepaalde dag zijn gedagtekend, diezelfde dag door hem ter verzending worden aangeboden bij een PostNL Business Point in Utrecht. Dat is hetzelfde PostNL Business Point waar hij in de ochtend de voor hem bestemde post, onder andere van rechtbanken en gerechtshoven, afhaalt. In dit geval is het hogerberoepschrift gedagtekend op 15 november 2021 en zal het - overeenkomstig zijn normale werkwijze - diezelfde dag, en dus vóór het einde van de hogerberoepstermijn, ter verzending zijn aangeboden bij het PostNL Business Point. Volgens de gemachtigde zal de poststempel op de enveloppe waarin het hogerberoepschrift is verstuurd, dit bevestigen. Voor wat betreft de leesbaarheid van de poststempel wordt gerefereerd aan het oordeel van het Hof. De gemachtigde merkt daarbij op dat belanghebbende het voordeel van de twijfel moet worden gegeven in geval de poststempel onleesbaar is. Dat het hogerberoepschrift ruim na afloop van de indieningstermijn ter griffie van het Hof is ontvangen, is volgens de gemachtigde te wijten aan een onvoorziene vertraging in de postbezorging door PostNL die belanghebbende niet kan worden aangerekend.
Beoordeling
3.1.
De termijn voor het indienen van een hogerberoepschrift bedraagt zes weken (artikel 6:7 van de Awb). Die termijn vangt aan met ingang van de dag na die van verzending van de uitspraak door de Rechtbank (artikel 6:8 van de Awb). Een hogerberoepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de hogerberoepstermijn is ontvangen. Bij verzending per post is een hogerberoepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen (artikel 6:9, eerste en tweede lid, van de Awb). Ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend hogerberoepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest (artikel 6:11 van de Awb).
3.2.
De in hoger beroep bestreden uitspraak van de Rechtbank is op 5 oktober 2021 aan partijen toegezonden. De termijn voor het indienen van een hogerberoepschrift is aangevangen op 6 oktober 2021 en zes weken nadien, dus op (dinsdag) 16 november 2021, geëindigd.
3.3.
Het per gewone, niet-aangetekende post verzonden hogerberoepschrift is op (dinsdag) 30 november 2021 ter griffie van het Hof ontvangen. Dat is meer dan een week na afloop van de termijn voor het indienen van een hogerberoepschrift en dus te laat.
3.4.
Naar het oordeel van het Hof zijn geen feiten en omstandigheden gebleken die de termijnoverschrijding verschoonbaar maken (als bedoeld in artikel 6:11 van de Awb). Buiten het in artikel 6:9, tweede lid, van de Awb geregelde geval, dient een vertraging in de postbezorging in de regel voor rekening en risico van de indiener te blijven. Niet gebleken is dat sprake is geweest van een in de sfeer van PostNL gelegen omstandigheid van zodanig abnormale aard dat deze niet aan belanghebbende kan worden toegerekend (HR 14 maart 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC6556), nog daargelaten dat niet is komen vast te staan dat het hogerberoepschrift voor het einde van de termijn ter post is bezorgd. Voor dat laatste acht het Hof onvoldoende de verwijzing naar de dagtekening van het hogerberoepschrift en een beschrijving van de normale werkwijze rond de verzending van bezwaar- en (hoger)beroepschriften door de gemachtigde. De enveloppe waarin het hogerberoepschrift is verstuurd schept hierover geen duidelijkheid, aangezien hierop geen (leesbaar) poststempel is geplaatst.
Conclusie
Op grond van het vorenstaande is het verzet ongegrond.
4Proceskosten
Het Hof ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Dictum
Het Hof verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.F.R. Woeltjes, voorzitter, mr. B.F.A. van Huijgevoort en mr. E. Breedveld, in tegenwoordigheid van mr. A. Vellema als griffier.
Dictum
De griffier is verhinderd de uitspraak De voorzitter,
te ondertekenen.
(V.F.R. Woeltjes)
Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 19 oktober 2022.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;
2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;
3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
d. de gronden van het beroep in cassatie.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
locatie Arnhem
nummer BK-ARN 21/01666
uitspraakdatum: 18 oktober 2022
Uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer
op het verzet van
[belanghebbende] B.V. te [vestigingsplaats] (hierna: belanghebbende)
tegen de met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) gedane uitspraak van de derde enkelvoudige belastingkamer van dit Hof van 1 februari 2022 op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de rechtbank NoordNederland van 5 oktober 2021, nummer LEE 20/1155, in het geding tussen belanghebbende en
de heffingsambtenaar van de gemeente Smallingerland (hierna: de heffingsambtenaar)
1Ontstaan en loop van het geding
1.1.
Belanghebbende heeft hoger beroep ingesteld tegen de hierboven genoemde uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland (hierna: de Rechtbank) van 5 oktober 2021 inzake een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken. Een afschrift van deze uitspraak heeft de Rechtbank diezelfde dag aan partijen toegezonden.
1.2.
Het op 15 november 2021 gedagtekende hogerberoepschrift is op 30 november 2021 per gewone, niet-aangetekende post ontvangen ter griffie van het Hof.
1.1.
Bij de in verzet bestreden uitspraak van de derde enkelvoudige belastingkamer van dit Hof is belanghebbendes hoger beroep met toepassing van artikel 8:54 van de Awb nietontvankelijk verklaard wegens een onverschoonbare overschrijding van de termijn voor het indienen van een hogerberoepschrift.
1.3.
Belanghebbende heeft op 8 februari 2022 tegen die uitspraak van het Hof verzet aangetekend.
1.4.
Belanghebbende heeft een nader stuk ingediend.
1.5.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 september 2022. Daarbij is verschenen en gehoord mr. D.A.N. Bartels als de gemachtigde van belanghebbende (hierna: de gemachtigde).
2De gronden van het verzet
De gemachtigde voert in verzet aan dat zijn normale werkwijze is dat bezwaar- en (hoger)beroepschriften die op een bepaalde dag zijn gedagtekend, diezelfde dag door hem ter verzending worden aangeboden bij een PostNL Business Point in Utrecht. Dat is hetzelfde PostNL Business Point waar hij in de ochtend de voor hem bestemde post, onder andere van rechtbanken en gerechtshoven, afhaalt. In dit geval is het hogerberoepschrift gedagtekend op 15 november 2021 en zal het - overeenkomstig zijn normale werkwijze - diezelfde dag, en dus vóór het einde van de hogerberoepstermijn, ter verzending zijn aangeboden bij het PostNL Business Point. Volgens de gemachtigde zal de poststempel op de enveloppe waarin het hogerberoepschrift is verstuurd, dit bevestigen. Voor wat betreft de leesbaarheid van de poststempel wordt gerefereerd aan het oordeel van het Hof. De gemachtigde merkt daarbij op dat belanghebbende het voordeel van de twijfel moet worden gegeven in geval de poststempel onleesbaar is. Dat het hogerberoepschrift ruim na afloop van de indieningstermijn ter griffie van het Hof is ontvangen, is volgens de gemachtigde te wijten aan een onvoorziene vertraging in de postbezorging door PostNL die belanghebbende niet kan worden aangerekend.
Beoordeling
3.1.
De termijn voor het indienen van een hogerberoepschrift bedraagt zes weken (artikel 6:7 van de Awb). Die termijn vangt aan met ingang van de dag na die van verzending van de uitspraak door de Rechtbank (artikel 6:8 van de Awb). Een hogerberoepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de hogerberoepstermijn is ontvangen. Bij verzending per post is een hogerberoepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen (artikel 6:9, eerste en tweede lid, van de Awb). Ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend hogerberoepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest (artikel 6:11 van de Awb).
3.2.
De in hoger beroep bestreden uitspraak van de Rechtbank is op 5 oktober 2021 aan partijen toegezonden. De termijn voor het indienen van een hogerberoepschrift is aangevangen op 6 oktober 2021 en zes weken nadien, dus op (dinsdag) 16 november 2021, geëindigd.
3.3.
Het per gewone, niet-aangetekende post verzonden hogerberoepschrift is op (dinsdag) 30 november 2021 ter griffie van het Hof ontvangen. Dat is meer dan een week na afloop van de termijn voor het indienen van een hogerberoepschrift en dus te laat.
3.4.
Naar het oordeel van het Hof zijn geen feiten en omstandigheden gebleken die de termijnoverschrijding verschoonbaar maken (als bedoeld in artikel 6:11 van de Awb). Buiten het in artikel 6:9, tweede lid, van de Awb geregelde geval, dient een vertraging in de postbezorging in de regel voor rekening en risico van de indiener te blijven. Niet gebleken is dat sprake is geweest van een in de sfeer van PostNL gelegen omstandigheid van zodanig abnormale aard dat deze niet aan belanghebbende kan worden toegerekend (HR 14 maart 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC6556), nog daargelaten dat niet is komen vast te staan dat het hogerberoepschrift voor het einde van de termijn ter post is bezorgd. Voor dat laatste acht het Hof onvoldoende de verwijzing naar de dagtekening van het hogerberoepschrift en een beschrijving van de normale werkwijze rond de verzending van bezwaar- en (hoger)beroepschriften door de gemachtigde. De enveloppe waarin het hogerberoepschrift is verstuurd schept hierover geen duidelijkheid, aangezien hierop geen (leesbaar) poststempel is geplaatst.
Conclusie
Op grond van het vorenstaande is het verzet ongegrond.
4Proceskosten
Het Hof ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Dictum
Het Hof verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.F.R. Woeltjes, voorzitter, mr. B.F.A. van Huijgevoort en mr. E. Breedveld, in tegenwoordigheid van mr. A. Vellema als griffier.
Dictum
De griffier is verhinderd de uitspraak De voorzitter,
te ondertekenen.
(V.F.R. Woeltjes)
Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 19 oktober 2022.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;
2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;
3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
d. de gronden van het beroep in cassatie.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.