Rechtspraak Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2017-10-31
ECLI:NL:GHARL:2017:9464
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.163.377/01 (zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 2516302 LC EXPL13-4581) arrest van 31 oktober 2017 in de zaak van [appellant] , handelende onder de naam Fit Center Feelgood , wonende te [A] , appellant in het principaal hoger beroep, geïntimeerde in het incidenteel hoger beroep, in eerste aanleg: gedaagde in conventie en eiser in reconventie, hierna: [appellant] , advocaat: mr. P.A. de Lange, kantoorhoudend te Barendrecht, tegen Grenkefinance N.V., gevestigd te Maasbree, geïntimeerde in het principaal hoger beroep, appellante in het incidenteel hoger beroep, in eerste aanleg: eiseres in conventie en verweerster in reconventie, hierna: Grenke , advocaat: mr. O.J.W. Reijnders, kantoorhoudend te Eindhoven. 1. Het verdere verloop van het geding in hoger beroep 1.1 Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 15 maart 2016 hier over. 1.2 Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:de- de memorie van antwoord in het principaal appel, tevens houdende grieven in het incidenteel appel (met producties),- de memorie van antwoord in incidenteel appel, tevens houdende akte uitlaten producties (met productie). 1.3 Vervolgens heeft [appellant] de stukken wederom overgelegd voor het wijzen van arrest en heeft het hof arrest bepaald. 1.4 De vordering van [appellant] in het principaal hoger beroep luidt:"(…) bij arrest voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad; (…) in conventie: Grenke alsnog in haar vorderingen niet-ontvankelijk te verklaren, althans haar vorderingen alsnog af te wijzen dan wel haar deze te ontzeggen, met veroordeling van Grenke om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Fit Center Feelgood terug te betalen al hetgeen Fit Center Feelgood in het kader van de vonnissen van de rechtbank Midden-Nederland reeds aan Grenke heeft voldaan, vermeerderd met de wettelijke vertragingsrente daarover vanaf de dag van deze dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening: in reconventie: primair: - te verklaren voor recht dat de overeenkomst tussen Fit Center Feelgood en Grenke is vernietigd c.q. ontbonden, dan wel deze overeenkomst bij dit vonnis te vernietigen dan wel te ontbinden; - te verklaren voor recht dat al hetgeen Fit Center Feelgood in het kader van de alsdan vernietigde overeenkomst aan Grenke heeft voldaan onverschuldigd is betaald, althans te verklaren voor recht dat ingeval van ontbinding van de overeenkomst partijen over en weer van hun verplichtingen zijn bevrijd en op Fit Center Feelgood geen betalingsverplichting meer rust; - Grenke te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Fit Center Feelgood te betalen een bedrag van € 4.676,70 inclusief BTW; subsidiair: - te verklaren voor recht dat tussen partijen geen rechtshandeling tot stand is gekomen en dat evenmin een overeenkomst tot stand is gekomen op grond waarvan op Grenke een verplichting tot ongedaanmaking rust; - Grenke te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Fit Center Feelgood te betalen een bedrag van € 4.676,70 inclusief BTW; zowel primair als subsidiair: - Grenke te veroordelen de cardioscan met toebehoren op eigen kosten bij Fit Center Feelgood op te halen; - Grenke te veroordelen tot ongedaanmaking c.q. opheffing van de door haar ten laste van Fit Center Feelgood bij het BKR gedane registratie, zulks op straffe van het verbeuren van een dwangsom van € 1.000,00 per dag, althans gedeelte van een dag, dat Grenke na betekening van het ten deze te wijzen vonnis in gebreke blijft ter zake aan dat vonnis te voldoen. in conventie en in reconventie: met veroordeling van Grenke in de kosten van conventionele en de reconventionele procedure in beide instanties, salaris advocaat daaronder begrepen." 1.5 De vordering van Grenke in het incidenteel hoger beroep luidt (bij arrest voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad): "I. Te vernietigen de beslissing dat aan Grenke geen vergoeding voor buitengerechtelijke incassokost 2.8 In het leasecontract staat, voor zover hier van belang, het volgende: "Basishuurperiode: maanden 60 maandelijks leasetermijn netto 150,00 EURplus wettelijke BTW 28,50 EURmaandelijks bruto leasetermijn 178,50 EUR(…)Aanvraag/verklaring van de lessee. Ik ga/wij gaan akkoord met de algemene leasevoorwaarden zoals hierboven en op de keerzijde beschreven en met de voor het koopcontract tussen de lessor en de leverancier geldende garantievoorwaarden (zie artikel 10 ALV). lk vraag/wij vragen bij GRENKE FINANCE de afsluiting van het leasecontract aan. Ik blijf/wij blijven 4 weken vanaf de dag van de ondertekening gebonden aan dit aanbod Ik vraag de volgende, van de contractuele tekst afwijkende regeling [volgt een leeg kader, hof]. Er zijn geen andere, afwijkende regelingen of nevenakkoorden overeengekomen. De lessor wijst erop dat de leverancier of andere derden niet het recht hebben afspraken te maken die afwijken van de contractuele tekst of toezeggingen te doen of de lessor op een andere manier te vertegenwoordigen. (…)" 2.9 In de op de leaseovereenkomst toepasselijke algemene voorwaarden staan, voor zover hier van belang, de volgende bepalingen:"(…) Artikel 8 Facturering en betaling (…)8.4 Het door de Lessee toepassen van korting of compensatie op de verschuldigde leasetermijnen, dan wel opschorting van de betaling is niet toegestaan. (…)8.7 Indien de Lessee in gebreke of in verzuim is in de (tijdige) nakoming van haar verplichtingen of indien Lessee Lessor ten onrechte in rechte heeft aangesproken of indien de kosten om andere redenen voor rekening van Lessee komen, dan komen alle redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte voor rekening van de Lessee. De buitengerechtelijke kosten worden berekend op basis van de berekeningsmethode volgens Rapport Voorwerk II, en worden begroot op 2 punten van het liquidatietarief, welke kosten conform hetzelfde Rapport Voorwerk gemaximeerd worden tot 15% van de hoofdsom, met een absoluut minimum van € 250,- exclusief BTW. (…)" Artikel 17 Redenen voor ontbinding Indien Lessee niet, niet behoorlijk of niet tijdig nakomt dan wel indien gegronde vrees bestaat dat Lessee niet in staat is of zal zijn enige verplichting, welke voor hem uit de overeenkomst voortvloeit, na te komen, (…), is Lessee van rechtswege in verzuim en is Lessor gerechtigd zonder enige verplichting tot schadevergoeding en onverminderd de aan Lessor verder toekomende rechten, zonder dat ingebrekestelling of rechterlijke tussenkomst daartoe vereist is, het Leasecontract geheel of gedeeltelijk te ontbinden dan wel de (verdere) uitvoering van de overeenkomst op te schorten. Lessor is in die gevallen voorts gerechtigd onmiddellijke voldoening van het ons toekomende te vorderen. Artikel 18 Gevolgen van ontbinding 18.1 Bij beëindiging van het Leasecontract verliest Lessee onmiddellijk het recht op gebruik van het Leaseobject.18.2 Indien de Lessor gebruik maakt van zijn recht op ontbinding (…), dan heeft de Lessor recht op betaling van de voor de totale leasetijd nog uitstaande leasetermijnen. (…)18.3 De Lessee is verplicht na ontbinding het Leaseobject onmiddellijk op zijn kosten en op eigen risico terug te geven. (…)(…)" 2.10 Dergelijke lease/huurcontracten hebben Meditronics en Grenke met diverse sportscholen in Nederland gesloten. 2.11 In een e-mail van 3 mei 2011 schrijft de heer [D] van Touch 'n Lease aan mevrouw [E] van SHK, één van de andere betrokken sportscholen, (onder meer) het volgende: "(…) Wij hebben inderdaad wel contact gehad met een aantal van uw collega's maar wij zijn niet de leasemaatschappij. Wij worden ingehuurd door Verzekerd Fit Polis en Meditronics om de afhandeling van de leasecontracten te verzorgen. Daar wij zijdelings zijn betrokken kunnen wij alleen signaleren en doorgeven aan de betreffende partijen om tot oplossingen te komen. Ook GrenkeFinance, de leasemaatschappij is in zoverre betrokken dat zij de investering rond de Cardioscan in een lease onderbrengen. Zij zijn dus o Subsidiair stellen cliënten zich op het standpunt dat u reeds (lang) in verzuim verkeert. Slechts voor zover nodig verzoek en sommeer ik u langs deze weg nogmaals uw verplichtingen uit de met cliënten gesloten overeenkomsten, in het bijzonder maar niet beperkt tot de uitbetaling van de gehele vergoedingen ter zake van de leasekosten, terstond, althans binnen 2 dagen na heden, na te komen. (…) Reeds nu voor alsdan gaan cliënten middels dit schrijven over tot buitengerechtelijke ontbinding van de met uw onderneming(en) gesloten overeenkomsten met dien verstande dat de ontbinding zich niet uitstrekt tot de in de overeenkomsten opgenomen vrijwaringsbedingen. (…)" 2.18 Verzekerd Fit Polis is per 20 maart 2012 uitgeschreven uit het handelsregister, BAZ Invest B.V. per 2 januari 2015. 3. Het geschil en de beoordeling in eerste aanleg 3.1 Grenke heeft in eerste aanleg bij dagvaarding in de hoofdzaak in conventie gevorderd:"(…) bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [appellant] te veroordelen: I. om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Grenke te voldoen: a. a) een bedrag van € 8.372,14 (zegge: achtduizend driehonderd tweeënzeventig euro en veertien cent), zijnde de vordering inclusief buitengerechtelijke incassokosten berekend aan de hand van Rapport Voorwerk II, vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119a BW althans 6:119 BW over € 7.410,50 vanaf 5 juli 2013 tot aan de dag der algehele voldoening; althans b) een bedrag van € 8.359,35 (zegge: achtduizend driehonderd negenenvijftig euro en vijfendertig cent), zijnde de vordering inclusief buitengerechtelijke incassokosten berekend aan de hand van de staffel buitengerechtelijke incassokosten conform artikel 6:96 lid 2 sub c juncto lid 5 BW en het besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119a BW althans 6:119 BW over € 7.410,50 vanaf 5 juli 2013 tot aan de dag der algehele voldoening; althans c) een door u in goede justitie te bepalen bedrag; II. om de door Grenke aan [appellant] het leaseobject als hiervoor in sub 3 omschreven, binnen 2 dagen na betekening van het te wijzen vonnis aan Grenke af te geven en/of ter beschikking te stellen, a. a) zulks op straffe van een dwangsom van € 250,00 voor iedere dag dat gedaagde hiermee geheel of gedeeltelijk in gebreke blijft, althans een door u in goede justitie te bepalen bedrag; en b) bij gebreke waarvan [appellant] dient te gehengen en te gedogen dat Grenke zich de feitelijke macht over vorenbedoelde leaseobject zal verschaffen, desnoods met behulp van de sterke arm van justitie en politie, met de kosten daarvan ten laste van [appellant] ; III. in de kosten van deze procedure, het salaris van de gemachtigde van Grenke daaronder begrepen." 3.2 [appellant] heeft in eerste aanleg in reconventie gevorderd (bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad):" primair - te verklaren voor recht dat de overeenkomst tussen Fit Center Feelgood en Grenke is vernietigd c.q. ontbonden, dan wel deze overeenkomst bij dit vonnis te vernietigen dan wel te ontbinden; - te verklaren voor recht dat al hetgeen Fit Center Feelgood in het kader van de alsdan vernietigde overeenkomst aan Grenke heeft voldaan onverschuldigd is betaald, althans te verklaren voor recht dat ingeval van ontbinding van de overeenkomst partijen over en weer van hun verplichtingen zijn bevrijd en op Fit Center Feelgood geen betalingsverplichting meer rust; - Grenke te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Fit Center Feelgood te betalen een bedrag van € 4.676,70 inclusief BTW subsidiair: - te verklaren voor recht dat tussen partijen geen rechtshandeling tot stand is gekomen en dat evenmin een overeenkomst tot stand is gekomen op grond waarvan op Grenke een verplichting tot ongedaanmaking rust; - Grenke te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Fit Center Feelgood te betalen een bedrag van € 4.676,70 inclusief BTW, zowel primair als subsidiair : Grenke te veroordelen de car Deze overeenkomsten kunnen, ook indien zij als afzonderlijke overeenkomsten moeten worden beschouwd, zozeer met elkaar zijn verbonden dat vernietiging of ontbinding van de huurkoopovereenkomst noodzakelijkerwijs tot gevolg heeft dat de financieringsovereenkomst evenmin in stand kan blijven. Aan de hand van uitleg van de rechtsverhouding in het licht van de omstandigheden moet worden vastgesteld of die verbondenheid in het gegeven geval moet worden aanvaard. Aangenomen moet worden dat ook een opschortingsrecht vanwege een tekortkoming van de leverancier tegen de financier kan worden ingeroepen ingeval een zodanige verbondenheid moet worden aanvaard (HR 23 januari 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2555, HR 14 januari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4279). Bepalend is of er een zodanig nauwe feitelijk-economische samenhang bestaat tussen de huurkoopovereenkomst en de financieringsovereenkomst, dat de tekortkoming in de huurkoopovereenkomst naar redelijkheid en billijkheid de door de lessee gevorderde ontbinding van de financieringsovereenkomst rechtvaardigt, ook al is de ontbinding van de huurkoopovereenkomst niet uitdrukkelijk mede gevorderd (HR 20 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU3162). 5.6 In het onderhavige geval staat als niet dan wel onvoldoende (gemotiveerd) weersproken vast dat Grenke niet betrokken was bij het bodycheck-project en dat Meditronics en/of Verzekerd Fit Polis en/of [C] niet bevoegd waren om in het kader van het bodycheck-project namens Grenke afspraken te maken die het bestek van de leaseovereenkomst te buiten gingen. Beoordeeld dient te worden of niettemin sprake is geweest van een jegens [appellant] opgewekte en aan Grenke toe te rekenen schijn daarvan. Anders dan Grenke betoogt, staat het enkele feit dat in het leasecontract staat dat "de leverancier of andere derden niet het recht hebben afspraken te maken die afwijken van de contractuele tekst of toezeggingen te doen of de lessor op een andere manier te vertegenwoordigen" op zich niet in de weg aan het toerekenen van schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid. Bepalend hiervoor zijn alle omstandigheden ten tijde van de totstandkoming van de leaseovereenkomst. 5.7 Het hof is, anders dan [appellant] betoogt, van oordeel dat de omstandigheid dat Grenke blanco aanvraagformulieren voor een leaseovereenkomst aan Meditronics ter beschikking heeft gesteld en daarmee "het risico heeft genomen" dat deze in handen zouden komen van een derde, te weten Verzekerd Fit Polis ( [C] ), op zichzelf ontoereikend is om te kunnen oordelen dat ten opzichte van [appellant] sprake is van een aan Grenke toe te rekenen schijn van betrokkenheid bij het bodycheck-concept en/of een aan Grenke toerekenbare schijn van bevoegdheid van Verzekerd Fit Polis ( [C] ) om haar in dat kader te vertegenwoordigen. Ook het feit dat Grenke een vaste relatie met Meditronics had, en dat Meditronics op haar beurt een vaste relatie met Verzekerd Fit Polis zou hebben, is daarvoor niet voldoende. Dat Grenke mogelijk in een betrekkelijk korte periode een groot aantal aanvragen voor de lease van cardioscans heeft ontvangen, maakt dit niet anders. Grenke hoefde zich naar het oordeel van het hof bij de totstandkoming van de afzonderlijke leaseovereenkomsten niet te verdiepen in de achtergrond van die aanvragen en de wijze waarop die aanvragen tot stand zijn gekomen. Een dergelijke onderzoeksplicht gaat de rol van Grenke als financier/verhuurder van de cardioscans te buiten. Dat Grenke op een gegeven moment op de hoogte is geraakt van de connectie tussen Verzekerd Fit Polis, althans [C] , en Meditronics en de wijze waarop zij de leaseovereenkomst van Grenke "verkochten" in samenhang met de overeenkomst van Verzekerd Fit Polis, brengt in het voorgaande geen verandering. Dit feit is naar het oordeel van het hof ontoereikend om aan Grenke de schijn van betrokkenheid bij het bodycheck-project toe te rekenen. 5.8 Ook de overige omstandigheden rechtvaardigen niet het oordeel dat sprake is van een zodanig feitelijk-economische samenha 5.16 Het subsidiaire gedeelte van grief VII houdt in dat, ook bij gebrek aan voldoende samenhang met de franchiseovereenkomst, de leaseovereenkomst moet worden ontbonden, gelet op de aan Grenke toerekenbare tekortkomingen, onder meer bestaande uit het niet naar behoren functioneren van de geleasede apparatuur. Grief VIII is gericht tegen het oordeel van de kantonrechter dat ten aanzien van het door [appellant] gestelde niet (goed) functioneren van de cardioscan niet tijdig is geklaagd en dat de gestelde gebreken niet voldoende zijn onderbouwd. 5.17 Het hof overweegt dienaangaande dat, nu Grenke zich heeft beroepen op schending van de zogenoemde klachtplicht (artikel 6:89 BW), het op de weg van [appellant] ligt om gemotiveerd te stellen en zo nodig te bewijzen dat, wanneer en bij wie hij heeft geklaagd over de gestelde ondeugdelijkheid van de cardioscan (HR 12 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3593). [appellant] heeft dienaangaande gesteld dat hij heeft geklaagd bij [C] en Meditronics, omdat hij die als aanspreekpunten beschouwde en redelijkerwijs ook als zodanig mocht beschouwen. Het hof is van oordeel dat [appellant] hiermee niet dan wel onvoldoende aan zijn stelplicht heeft voldaan. Hij geeft immers niet aan op welk moment en over welke gebreken hij geklaagd heeft. De verwijzing door [appellant] naar (onder meer) de mail van Touch 'n Lease van 3 mei 2011 (zie hiervoor onder 2.11) volstaat niet. Over klachten ten aanzien van de ondeugdelijkheid van de cardioscans met toebehoren wordt in deze mail niet gerept. De stelling van [appellant] dat het "volstrekt onaannemelijk" is, dat tijdens de bijeenkomst tussen Grenke en Meditronics, waarbij ook [C] aanwezig was, niet over de gebreken aan de apparatuur is gesproken (memorie van grieven onder 149), acht het hof dan ook een ontoereikende onderbouwing voor de stelling dat hij bij [C] en/of Meditronics heeft geklaagd over de ondeugdelijkheid van de cardioscan. Het hof voegt hier nog aan toe dat in de brief aan Grenke d.d. 23 maart 2012 (zie hiervoor onder 2.15) in het geheel geen melding wordt gemaakt van gebreken aan de cardioscan. Als reden voor de opschorting van de nakoming van de verplichtingen uit de leaseovereenkomst wordt slechts genoemd "de toerekenbare tekortkoming aan de zijde van resp. Verzekerd Fit Polis B.V. dan wel Bodycheck Nederland B.V., althans de heer [C] in de met die leaseovereenkomsten samenhangende overeenkomsten". 5.18 Aldus is niet komen vast te staan dat en wanneer [appellant] over gebreken van de cardioscan heeft geklaagd, terwijl hij het bestaan van deze gebreken evenmin voldoende heeft onderbouwd. Hierop stuit het beroep van [appellant] op non-conformiteit van de cardioscan af. 5.19 Het subsidiaire gedeelte van grief VII en grief VIII falen derhalve. 5.20 Het voorgaande leidt tot de tussentijdse conclusie dat er voor [appellant] geen rechtsgeldige grond bestond om de nakoming van zijn betalingsverplichting jegens Grenke op te schorten. Dientengevolge heeft [appellant] geen belang bij een bespreking van grief IX , die betrekking heeft op het opschortingsverbod in de algemene voorwaarden van Grenke. Grenke heeft de leaseovereenkomst met [appellant] derhalve met succes (buitengerechtelijk) ontbonden en de uit die ontbinding voortvloeiende vorderingen zijn toewijsbaar. 5.21 Grief II houdt in dat de kantonrechter ten onrechte heeft geoordeeld dat het leaseobject bestaat uit alle door Grenke in de inleidende dagvaarding onder 3 genoemde zaken. Volgens [appellant] bestond het leaseobject uit de cardioscan inclusief software en een desktop met toebehoren. De andere door Grenke genoemde zaken, zoals een bloeddrukmeter, lengtemeter, personenweegschaal en elektroden, worden niet in de leaseovereenkomst noch in de afgiftebevestiging genoemd en vallen derhalve niet te kwalificeren als toebehoren bij de desktop, aldus [appellant] . 5.22 Welke zaken behoorden tot de leaseovereenkomst, is een kwestie van uitleg van de leaseovereenkomst in samenhang met de koopovereenkomst Tevens breidt [appellant] dit bewijsaanbod uit met het horen van de heren [F] en [G] , (voormalig) vennoten van All4Fit, ter zake van de (wijze van) totstandkoming van de overeenkomsten, de contacten met Grenke en [C] , alsmede ter ontkrachting van de stelling van Grenke dat zij [C] niet kende (memorie van grieven onder 183). Ter onderbouwing van dit laatste beroept [appellant] zich op het vonnis d.d. 16 januari 2015 van de kantonrechter te Nijmegen (productie 6 bij de memorie van grieven). 5.33 Op de gronden die hiervoor zijn weergegeven, met name onder 5.7, passeert het hof het door [appellant] gedane bewijsaanbod als niet ter zake dienend. 5.34 Grief XIII faalt derhalve. 5.35 Grief XIV klaagt over de proceskostenveroordeling in het bestreden vonnis van 22 oktober 2014. 5.36 Aangezien [appellant] in het principaal appel volledig in het ongelijk zal worden gesteld, dient de proceskostenveroordeling in eerste aanleg in stand te blijven. 5.37 Grief XIV faalt derhalve. In het incidenteel appel 5.38 Grief I is gericht tegen de afwijzing van de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten. Grenke vordert op grond van artikel 8 lid 7 van de algemene voorwaarden (zie hiervoor onder 2.9) ter zake van buitengerechtelijke incassokosten een bedrag van € 768,- (2 punten in liquidatietarief I). 5.39 Het hof stelt vast dat het Besluit van 27 maart 2012, houdende regels ter normering van de vergoeding voor kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte (Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten) niet van toepassing is, aangezien het verzuim van [appellant] dateert van vóór 1 juli 2012. Dit brengt mee dat het hof de toewijsbaarheid van het gevorderde bedrag van € 768,- conform artikel 8 lid 7 van de algemene voorwaarden zal beoordelen aan de hand van de voordien geldende normen. Naar het oordeel van het hof heeft Grenke voldoende aannemelijk gemaakt dat zij kosten heeft gemaakt als bedoeld in artikel 6:96 lid 1 sub c BW, bestaande uit (onder meer) het versturen van diverse brieven en het voeren van een bespreking door haar gemachtigde. Het hof is van oordeel dat Grenke deze kosten in redelijkheid heeft kunnen maken. Het hof zal dan ook op grond van artikel 8 lid 7 van de algemene voorwaarden ter zake van buitengerechtelijke incassokosten een bedrag van € 768,- toewijzen. 5.40 Grief I slaagt derhalve. 5.41 Grief II houdt in dat de kantonrechter ten onrechte geen omzetbelasting over de ontbindingsvergoeding heeft toegewezen. Volgens Grenke heeft zij over het door de kantonrechter toegewezen bedrag € 1.019,16 aan btw afgedragen. 5.42 Het hof overweegt dienaangaande dat voor het antwoord op de vraag of omzetbelasting verschuldigd is over een ontvangen schadevergoeding, bepalend is of de schadevergoeding moet worden aangemerkt als de vergoeding voor een door de ontvangende partij verrichte prestatie. De vergoeding die Grenke heeft ontvangen is gebaseerd op artikel 18.2 van de algemene voorwaarden (zie hiervoor onder 2.9), dat bepaalt dat zij na gebruikmaking van haar recht op ontbinding recht heeft op betaling van de over de totale leasetijd nog uitstaande leasetermijnen. Anders dan Grenke betoogt, maakt het feit dat zij de overeenkomst heeft ontbonden en daarmee 'vrijwillig' afstand heeft gedaan van het wettelijk recht nakoming van de overeenkomst te eisen, naar het oordeel van het hof nog niet dat de door haar gevorderde schadevergoeding dient te worden beschouwd als betrekkelijk tot een door haar verrichte dienst waarvoor zij een (belaste) (ontbindings)vergoeding ontvangt (vergelijk HvJ EU 18 juli 2007, C-277/05, ECLI:EU:C:2007:440). Het hof zal het gevorderde btw-bedrag dan ook niet toewijzen. Dat Grenke omzetbelasting, zoals zij stelt, wel heeft afgedragen, geeft geen aanleiding voor een ander oordeel. Het hof passeert het in dit verband door Grenke gedane bewijsaanbod (memorie van antwoord in principaal appel tevens houdende grieven in incidenteel appel onder 280) als niet ter zake dienend. 5.43 Grief II faalt derhalve