Rechtspraak Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2017-10-03
ECLI:NL:GHARL:2017:8600
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.111.273/01 (zaaknummer rechtbank Overijssel 173752 / HZ ZA 10-970) arrest van 3 oktober 2017 in de zaak van Medcos Financiering en Dienstverlening B.V., gevestigd te Naarden, appellante, in eerste aanleg: eiseres in conventie en verweerster in reconventie, hierna: MedCos F&D , advocaat: mr. M.A. de Jager, kantoorhoudend te Amsterdam, tegen [geïntimeerde] , wonende te [A] , geïntimeerde, in eerste aanleg: gedaagde in conventie en eiser in reconventie, hierna: [geïntimeerde] , advocaat: mr. H.J.W.A. van der Put, kantoorhoudend te Breda. Het hof verwijst naar het tussenarrest van 28 februari 2017. 1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep 1.1 In genoemd tussenarrest heeft het hof [geïntimeerde] in de gelegenheid gesteld tegenbewijs te leveren door getuigen. Nadat een datum voor de getuigenverhoren was vastgesteld heeft [geïntimeerde] , kort voor de vastgestelde datum, afgezien van het horen van de aangezegde getuigen.Vervolgens heeft [geïntimeerde] een akte (met drie producties) genomen en heeft MedCos F&D een antwoordakte genomen. 1.2 MedCos F&D heeft de stukken voor het wijzen van arrest overgelegd, waarna het hof arrest heeft bepaald. 2 De verdere bespreking van de grief 2.1 In genoemd tussenarrest heeft het hof [geïntimeerde] in de gelegenheid gesteld om tegenbewijs te leveren tegen het door het hof voorshands bewezen geachte feit dat hij op 30 december 2007 een bedrag van € 46.384,68 te vermeerderen met 4% rente vanaf 30 oktober 2007 aan MedCos F&D verschuldigd was. 2.2 In de rechtsoverwegingen 2.7 en 2.8 van genoemd tussenarrest heeft het hof overwogen waarom het van oordeel was dat genoemd feit voorshands was bewezen. Het hof overwoog daar:" 2.7 Uitgangspunt is de onderhandse akte van 30 december 2007, waarin is vermeld dat MedCos F&D een bedrag van € 88.478,- aan [geïntimeerde] heeft geleend. Zoals in het tussenarrest van 15 september 2015 is overwogen, heeft deze akte geen dwingende bewijskracht. In de akte van 30 december 2007 wordt verwezen naar de notariële akte van schuldbekentenis van 10 oktober 2005 tussen Houdstermaatschappij C.R. van der Kamp B.V. (hierna: Van der Kamp B.V.) en [geïntimeerde] , waarin [geïntimeerde] verklaart een bedrag van € 45.832,18 (€ 44.055,58, te vermeerderen met rente) schuldig te zijn uit hoofde van een aantal in die akte genoemde bij onderhandse akte aangegane geldleningen en zich verplicht dit bedrag, vermeerderd met 6% rente, terug te betalen in maandelijkse termijnen van € 1.076,37 (inclusief rente). Zoals het hof heeft overwogen in het tussenarrest van 15 september 2015 volgt uit deze akte niet dat MedCos F&D een vordering op [geïntimeerde] heeft. De akte is opgemaakt tussen [geïntimeerde] en Van der Kamp B.V. Wel levert deze (authentieke) akte dwingend bewijs op jegens een ieder van het feit dat [geïntimeerde] op 10 september 2015 een bedrag van € 45.832,18 schuldig was aan Van der Kamp B.V. Bij onderhandse akte van 29 december 2007 met als aanduiding "overdracht rechten van geldlening d.d. 29 december 2007" tussen "MediFinance Financieringen en Dienstverlening BV", [geïntimeerde] en Van der Kamp B.V. heeft Van der Kamp B.V. haar vorderingen uit hoofde van de notariële akte van 10 oktober 2005 overgedragen aan de eerstgenoemde vennootschap. [geïntimeerde] heeft niet bestreden dat hij deze akte heeft ondertekend. Uit het door MedCos F&D overgelegde uittreksel uit het handelsregister volgt dat "Medi Finance Financieringen en Dienstverlening BV" een van haar handelsnamen is. [geïntimeerde] heeft dat ook niet bestreden. Het hof gaat daar dan ook vanuit. Dat betekent dat Van der Kamp B.V. haar in de notariële akte van 10 oktober 2005 vastgelegde vordering op [geïntimeerde] aan MedCos F&D heeft gecedeerd. Van deze cessie is aan [geïntimeerde] , die de akte van cessie heeft ondertekend, mededeling gedaan. 2.8 Naar het oordeel van het hof heeft MedCos F&D met de hiervoor bes 2.5 [geïntimeerde] heeft vervolgens een ongetekend stuk overgelegd met de aanhef "Notulen vennootschap vergadering MediCompany te Naarden op donderdag 14 juli 2005". Uit dat stuk blijkt volgens hem dat [geïntimeerde] en C.R. van der Kamp overeenstemming hebben bereikt over de afwikkeling van de v.o.f. MediCompany, in die zin dat een dochtervennootschap van Van der Kamp, MediAcademy B.V., de schulden van de v.o.f. voor haar rekening zou nemen en de schuld van (de vennootschap van) [geïntimeerde] van € 87.803,- in 24 maanden zou worden kwijtgescholden wanneer [geïntimeerde] zou voldoen aan een aantal voorwaarden, waaronder het aangaan van een dienstverband met MedCos B.V. 2.6 Nog daargelaten dat MedCos F&D de authenticiteit van dit stuk gemotiveerd heeft betwist, wordt met het stuk het door de notariële akte geleverde bewijs geenszins ontzenuwd. Allereerst gaat het in het stuk om een vordering van MediAcademy B.V., niet Van der Kamp B.V., op [geïntimeerde] Beauty Group B.V., niet op [geïntimeerde] . Het gaat derhalve om een vordering tussen twee andere partijen. Bovendien betreft de vordering een bedrag van € 87.803,-, niet van € 44.055,58, de hoofdsom van de in de notariële akte vermelde schuld. Een relatie tussen het stuk en de notariële akte van 10 oktober 2005 ontbreekt derhalve. 2.7 Wat resteert is de schriftelijke verklaring van [geïntimeerde] zelf. Deze verklaring legt, zonder steun in andere verklaringen of stukken, onvoldoende gewicht in de schaal. In zijn verklaring wijst [geïntimeerde] nog op een samenwerkingsovereenkomst van 1 oktober 2005, inhoudende dat van de aan [geïntimeerde] Beauty Group B.V. toekomende provisie en managementfee maandelijks een bedrag zal worden overgemaakt aan Van der Kamp B.V. in verband met een lening. De relatie tussen deze afspraak en de later in de notariële akte vastgelegde schuld van [geïntimeerde] aan Van der Kamp B.V. wordt door hem echter niet opgehelderd. De in de verklaring opgenomen stelling dat de schuld teniet zou zijn gegaan door middel van verrekening met een vordering ter zake van goodwill die is ontstaan na ontbinding van de vennootschap onder firma MediCompany is door het hof al eerder, namelijk in r.o. 4.3-4.5 van het tussenarrest van 15 september 2015 verworpen. Er is geen aanleiding om op die beslissing terug te komen. 2.8 Tegen het betoog van [geïntimeerde] pleit overigens nog dat hij op 29 december 2007 de cessie-akte heeft ondertekend waarbij Van der Kamp B.V. de vordering op hem uit hoofde van de in de notariële akte vermelde schuld heeft overgedragen aan MedCos F&D en op 30 december 2007 een akte waarin hij zich een bedrag van in totaal € 88.478,- schuldig verklaart aan MedCos F&D. In de laatstgenoemde akte is vermeld dat een deel van de schuld van € 88.478,- "betrekking heeft op de notariële schuldbekentenis d.d. 10 oktober 2005". [geïntimeerde] heeft de inhoud van de notariële akte nadien dan ook tweemaal bevestigd. 2.9 Het voorgaande voert het hof tot de beslissing dat [geïntimeerde] het met de notariële akte geleverde bewijs dat hij op 10 oktober 2005 een bedrag van € 45.832,18 aan Van der Kamp B.V. verschuldigd was niet heeft ontzenuwd. 2.10 In het tussenarrest van 28 februari 2017 heeft het hof overwogen dat uitgaande van een verschuldigde rente van 6% per jaar de in de notariële akte vastgelegde schuld van [geïntimeerde] per 29 december 2007 € 46.384,68 bedroeg en heeft het hof voorshands bewezen geacht datMedCos F&C per 30 december 2007 dit bedrag, te vermeerderen met 4% rente per jaar (het in de onderhandse akte van die datum genoemde rentepercentage) van [geïntimeerde] te vorderen had. [geïntimeerde] heeft een en ander, zoals hiervoor is overwogen, met de overgelegde stukken niet ontzenuwd. [geïntimeerde] voert aan dat hij vanaf 2005 voor MedCos heeft gewerkt en door inhoudingen op zijn salaris de schuld heeft afgebouwd. Hij verwijst in dit verband naar de door hem overgelegde en hiervoor reeds besproken ‘notulen’. Zoals het hof hiervoor heeft overwogen on