Rechtspraak Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2017-11-09
ECLI:NL:GHARL:2017:11529
TBS P17/0262 Beslissing d.d. 9 november 2017 De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van het openbaar ministerie in de zaak tegen [terbeschikkinggestelde] , geboren te [geboorteplaats] op [1981] , wonende te [woonplaats] . Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 3 juli 2017, houdende afwijzing van de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de terbeschikkingstelling. Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder: het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 6 mei 2004, waarbij de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege werd opgelegd; de beslissing van dit hof van 9 maart 2017, waarbij de verpleging van overheidswege voorwaardelijk is beëindigd; het verlengingsadvies van Reclassering Nederland van 12 april 2017; het voortgangsverslag van Reclassering Nederland van 20 juni 2017; de vordering van de officier van justitie van 4 mei 2017; de rapportage pro justitia van drs. P.A. de Mon, psychiater, van 22 mei 2017; de rapportage pro justitia van drs. P.E. Geurkink, psycholoog, van 14 juni 2017; het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg; de beslissing waarvan beroep; de akte van beroep van de officier van justitie van 11 juli 2017; de memorie van appel van de officier van justitie van 13 juli 2017; het advies aan opdrachtgever toezicht inzake hoger beroep van Reclassering Nederland van 18 oktober 2017. Het hof heeft ter zitting van 26 oktober 2017 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. S. Koster, advocaat te Amsterdam, en de advocaat-generaal mr. A.M. de Vries. Overwegingen Het (aanvullend) advies van de reclassering De reclassering heeft in haar advies van 12 april 2017 geadviseerd de terbeschikkingstelling, waarvan de verpleging van overheidswege voorwaardelijk is beëindigd, te verlengen met een jaar. Daartoe is aangevoerd dat de terbeschikkinggestelde op de goede weg lijkt te zijn om uit de terbeschikkingstelling te komen. Gezien de vele veranderingen van het afgelopen jaar waarin de terbeschikkinggestelde (en zijn partner) toch in zekere zin zijn geleefd en waarin hij pas sinds kort in een rustiger vaarwater is komen te verkeren, is het komende jaar van belang om te bezien hoe betrokkene zich staande houdt in deze toch geheel nieuwe leefsituatie. Daarbij zullen andere dingen van hem gevraagd worden. De reclassering verwacht dat het recidiverisico zal toenemen op het moment dat de terbeschikkinggestelde gevoelens van miskenning en afwijzing ervaart en daar geen adequate uitingsvorm voor weet te vinden door bijvoorbeeld zijn frustraties kenbaar te maken of hulp te vragen. In die situatie zal het risico op seksueel gewelddadig gedrag toenemen. In haar advies van 18 oktober 2017 adviseert de reclassering een beëindiging van de terbeschikkingstelling. Alle hulpverleningscontacten zijn afgesloten, zowel voor de terbeschikkinggestelde als zijn partner. Beiden hebben een vaste contactpersoon/behandelaar op wie zij kunnen terugvallen indien daar behoefte aan/noodzaak toe is. Er is volgens de reclassering sprake van een voldoende stabiele basis, die maakt dat er geen reden meer is voor verdere hulpverlening. Het reclasseringstoezicht vindt laagfrequent plaats en heeft enkel de functie van monitoring van de leefsituatie. De reclassering wijst erop dat het voor de terbeschikkinggestelde belangrijk is dat hij zijn ongenoegens (gevoelens van krenking/miskenning) bij zichzelf weet te signaleren en op adequate wijze verwerkt in plaats van deze te vermijden. Het afgelopen jaar heeft de reclassering momenten gezien dat hij in staat was dit te doen. De terbeschikkinggestelde vertelt de reclassering veelal dat het goed gaat. Hij heeft geen hulpvraag en neemt weinig initiatief situaties te delen. In rationele zin weet hij zijn verhaal meestal goed te verwoorden. Het valt de reclassering op dat de terbeschikkinggestelde zijn hart niet op zijn tong heeft Er wordt derhalve niet langer voldaan aan het gevaarscriterium. De enige reden voor verlenging is het bepaalde in artikel 509t, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Artikel 94 van de Grondwet bepaalt echter dat voornoemd artikel buiten toepassing moet worden gelaten, omdat het onverenigbaar is met het bepaalde in artikel 5 EVRM en artikel 2, eerste lid, van het Vierde Protocol bij het EVRM. Het oordeel van het hof Vernietiging Het hof zal de beslissing van de rechtbank vernietigen, reeds omdat de rechtbank op ontoereikende gronden heeft geoordeeld dat voortduring van de maatregel in strijd zou zijn van het bepaalde in artikel 2 van het Vierde Protocol bij het EVRM, met name zou niet langer zijn voldaan aan de in het derde en vierde lid van dat Protocol toegestane beperkingsgronden. Naar het hof begrijpt, heeft de rechtbank daarbij het oog op de voorwaarde dat de terbeschikkinggestelde niet zonder toestemming zich buiten de landsgrenzen van het Europese deel van het Koninkrijk der Nederlanden mag begeven. De rechtbank heeft daarin aanleiding gezien om voorbij te gaan aan artikel 509t, tweede lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering en heeft de maatregel beëindigd terwijl de voorwaardelijk beëindiging van de verpleging van overheidswege op dat moment feitelijk nog geen jaar had geduurd. Voor zover in dit geval deze voorwaarde als een ontoelaatbare belemmering in het licht van voormeld Verdrag moet worden gezien, had de rechtbank deze (en zo nodig andere voorwaarden) kunnen laten vallen om die veronderstelde strijdigheid weg te nemen. De rechtbank heeft daarom ten onrechte met een beroep op voormeld Verdrag artikel 509t, tweede lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering buiten toepassing gelaten. Het hof komt ook om andere redenen tot een andere beslissing. Indexdelicten Bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 6 mei 2004 is de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege opgelegd ter zake van: een drietal verkrachtingen, een poging tot afpersing of poging tot diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken; diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken. Dit betreffen misdrijven die gericht zijn tegen en/of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van personen. Duur en verloop maatregel De terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege is formeel ingegaan op 7 juni 2007. Bij beslissing van 9 maart 2017 heeft het hof de verpleging van overheidswege voorwaardelijk beëindigd. Stoornis Uit de rapportages van psychiater De Mon en forensisch psycholoog Geurkink volgt dat er bij de terbeschikkinggestelde sprake was van een persoonlijkheidsstoornis, die sinds de start van de terbeschikkingstelling is verbleekt, volgens de psychiater zodanig dat niet meer wordt voldaan aan de criteria om deze diagnose te kunnen stellen. Recidiverisico De externe deskundigen schatten de kans op recidive beiden laag in, met dien verstande dat dit volgens psycholoog Geurkink onder specifieke omstandigheden kan oplopen tot matig. Om de kans op recidive blijvend laag te houden, moet de terbeschikkinggestelde een stabiel leven hebben in de zin van onderdak, werk/dagbesteding en sociale contacten. De reclassering verwacht dat het recidiverisico zal toenemen wanneer de terbeschikkinggestelde in een situatie terechtkomt van aanhoudende omstandigheden waarin hij gevoelens van miskenning en afwijzing ervaart en hij daar geen adequate uitingsvorm voor weet te vinden door bijvoorbeeld zijn frustraties kenbaar te maken of hulp te vragen. De terbeschikkinggestelde lijkt een zekere ongrijpbaarheid met zich mee te dragen. Hij heeft een sociaal wenselijke presentatie en bij hem is sprake van rationaliseren, wat het voor de reclassering lastig maakt om hem te kunnen d