Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2026-03-20
ECLI:NL:GHAMS:2026:864
Civiel recht; Ondernemingsrecht
Eerste aanleg - meervoudig
1,435 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:GHAMS:2026:864 text/xml public 2026-04-01T09:00:03 2026-03-31 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Amsterdam 2026-03-20 200.360.446/01 OK Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Amsterdam Civiel recht; Ondernemingsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:864 text/html public 2026-04-01T08:59:48 2026-04-01 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHAMS:2026:864 Gerechtshof Amsterdam , 20-03-2026 / 200.360.446/01 OK Ondernemingskamer; geschillenregeling; vaststellen voorschot en termijn deskundigenbericht. beschikking ___________________________________________________________________ GERECHTSHOF AMSTERDAM ONDERNEMINGSKAMER zaaknummer: 200.360.446/01 OK beschikking van de Ondernemingskamer van 20 maart 2026 SEVILLA BEHEER B.V. , gevestigd te Emmeloord, VERZOEKSTER , advocaten: mrs. J.A.I. Verheul en H. de Bruijn , beiden kantoorhoudende te Amsterdam, t e g e n 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid LENNOC B.V. , gevestigd te Arnhem, 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR LENNOC , gevestigd te Arnhem, 3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [certificaathouder 1] , gevestigd te [plaats] , VERWEERSTERS , advocaten: mrs. C. van der Most en L. te Linde , beiden kantoorhoudende te Arnhem. Hierna zullen partijen en andere (rechts)personen als volgt worden aangeduid: Sevilla Beheer als: Sevilla Lennoc B.V. als: Lennoc Stichting Administratiekantoor Lennoc als: STAK [certificaathouder 1] als: [certificaathouder 1] 1. Het verloop van het geding 1.1. Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 5 en 18 februari 2026 in deze zaak. 1.2. Bij de beschikking van 5 februari 2026 heeft de Ondernemingskamer – voor zover nu relevant – L.H.M. Schaareman MSc MiF RV (hierna: de deskundige) benoemd tot deskundige en hem gevraagd een onderzoek te verrichten naar de waarde van de door Sevilla gehouden certificaten van aandelen in STAK. De Ondernemingskamer heeft de deskundige gevraagd om binnen vier weken – of zoveel eerder als mogelijk – een definitief plan van aanpak en een definitieve begroting van de kosten van het onderzoek te maken en deze aan haar toe te sturen. De Ondernemingskamer heeft verder bepaald dat zij partijen daarna in de gelegenheid zal stellen zich uit te laten over die begroting en vervolgens de hoogte van het voor de kosten van de deskundige ter griffie te storten voorschot zal bepalen, tenzij partijen over dit laatste afwijkende afspraken maken. Tot slot is bepaald dat Lennoc de kosten en het voorschot van het deskundigenonderzoek en -bericht draagt. 1.3. Bij e-mail van 5 maart 2026 heeft de deskundige zijn plan van aanpak inclusief begroting van de kosten met de Ondernemingskamer gedeeld. In het plan van aanpak heeft de deskundige opgenomen dat hij het door de Ondernemingskamer in deze beschikking vast te stellen voorschot rechtstreeks aan Lennoc zal factureren. Bij e-mail van 9 maart 2026 heeft de Ondernemingskamer partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het plan van aanpak. 1.4. Bij e-mails van 12 en 13 maart 2026 hebben respectievelijk Lennoc, [certificaathouder 1] en STAK en Sevilla laten weten geen opmerkingen te hebben bij het plan van aanpak. 2 De gronden van de beslissing 2.1 De deskundige heeft in het plan van aanpak met begroting voldoende toegelicht welke werkzaamheden naar verwachting zullen moeten worden verricht, hoeveel tijd dat in beslag neemt en welke uurtarieven daarbij worden gehanteerd. De deskundige begroot dat het onderzoek in totaal € 60.197,50, inclusief omzetbelasting, zal kosten. 2.2 Er zijn geen bezwaren aangevoerd tegen de begroting van de kosten. De inschatting van de te besteden tijd en de daaraan verbonden kosten komen de Ondernemingskamer ook niet onredelijk voor. Daarom zal de Ondernemingskamer het voorschot bepalen op € 60.197,50, inclusief omzetbelasting, en bepalen dat Lennoc dit binnen zeven dagen na vandaag dient te betalen. Omdat de deskundige in zijn plan van aanpak heeft voorgesteld het voorschot rechtstreeks te factureren aan Lennoc en zij daartegen geen bezwaar heeft gemaakt, zal de Ondernemingskamer geen uitvoering geven aan het bepaalde in artikel 187 Rv voor zover dit ziet op het storten van het voorschot bij de griffie van de Ondernemingskamer. 2.3 De Ondernemingskamer zal de datum voor het indienen van het deskundigenbericht bepalen op 10 juli 2026 of zoveel eerder als het gereed is. 2.4 Partijen dienen de deskundige tijdig te voorzien van alle gevraagde informatie die deze nodig acht voor zijn onderzoek. Ook overigens zijn zij verplicht mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. Het overschrijden van een door de deskundige gestelde termijn kan worden gezien als het niet voldoen aan die verplichting. De Ondernemingskamer of de deskundige kan daaruit de gevolgtrekking maken die zij of hij geraden acht. 2.5 Iedere verdere beslissing zal de Ondernemingskamer aanhouden. 3 De beslissing De Ondernemingskamer: bepaalt het door Lennoc B.V. te betalen voorschot op € 60.197,50, inclusief omzetbelasting; bepaalt dat Lennoc B.V. dit voorschot binnen zeven dagen na vandaag dient te betalen; verzoekt de deskundige uiterlijk op 10 juli 2026 – of zoveel eerder als mogelijk – het deskundigenbericht aan de Ondernemingskamer te sturen; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad; houdt iedere verdere beslissing aan. Deze beschikking is gegeven door mr. A.J. Wolfs, voorzitter, mr. C.C. Meijer en mr. J.M. de Jongh, raadsheren, en mr. drs. F. Marring RA en drs. G.A.J. Dubbeld, raden, in tegenwoordigheid van mr. G.M.C. van Breukelen, griffier, en uitgesproken door mr. J.M. de Jongh op 20 maart 2026.