Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2026-03-30
ECLI:NL:GHAMS:2026:852
Civiel recht; Ondernemingsrecht
Eerste aanleg - meervoudig
1,506 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:GHAMS:2026:852 text/xml public 2026-04-02T14:16:35 2026-03-30 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Amsterdam 2026-03-30 200.325.125/02 OK Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Amsterdam Civiel recht; Ondernemingsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:852 text/html public 2026-04-02T14:16:29 2026-04-02 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHAMS:2026:852 Gerechtshof Amsterdam , 30-03-2026 / 200.325.125/02 OK Ondernemingskamer; enquêteprocedure; verhoging onderzoeksbudget beschikking ___________________________________________________________________ GERECHTSHOF AMSTERDAM ONDERNEMINGSKAMER zaaknummer: 200.325.125/02 OK beschikking van de Ondernemingskamer van 30 maart 2026 inzake de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid B.V. HUIZENMIJ , gevestigd te Amsterdam, VERZOEKSTER , advocaten: mrs. M.P.H. Sanders en J.S. Mennema , beiden kantoorhoudende te Amsterdam, t e g e n de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid B.V. HUIZENMIJ , gevestigd te Amsterdam, VERWEERSTER , e n t e g e n 1 [A] , wonende te [plaats] , advocaat: mr. S. Knottnerus , kantoorhoudende te Amsterdam, 2. de stichting [B] , gevestigd te [plaats] , advocaat: mr. J. Stikkelbroeck, kantoorhoudende te Amsterdam, 3. [C] , wonende te [plaats] , BELANGHEBBENDEN , e n t e g e n 4 [D] , wonende te [plaats] , 5. [E] , wonende te [plaats] , BELANGHEBBENDEN , advocaat: mr. G.C. Endedijk , kantoorhoudende te Amsterdam, e n t e g e n 6 [F] , wonende te [plaats] , advocaat: mr. Ph.A.J. Raaijmakers , kantoorhoudende te Amsterdam, 7 [G] , wonende te [plaats] , 8. de stichting STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR TER CONTINUERING HUIZENMAATSCHAPPIJ , gevestigd te Amsterdam, 9. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid LUTHERS DIAKONESSENHUIS FONDS , gevestigd te Amsterdam, BELANGHEBBENDEN . Hierna zullen partijen en andere (rechts)personen (ook) als volgt worden aangeduid: verzoekster tevens verweerster als Huizenmij; belanghebbenden sub 1 t/m 3 ieder afzonderlijk als respectievelijk [A] , de [B] en [C] ; belanghebbenden sub 4 t/m 9 ieder afzonderlijk als respectievelijk [D] , [E] , [F] , [G] , de STAK en het LDF; mr. J.H. van Woudenberg als Van Woudenberg of de OK-beheerder; mr. P.M. Gunning als Gunning of de onderzoeker. 1. Het verloop van het geding 1.1 Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 6 en 12 juli 2023 en de beschikkingen van 9 en 30 januari, 27 februari, 3 maart en 8 december 2025 in deze zaak. 1.2 Bij de beschikking van 6 juli 2023 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Huizenmij over de periode vanaf 1 januari 2021 en een nader aan te wijzen persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten. Daarnaast heeft zij bij die beschikking, bij wijze van onmiddellijke voorziening met onmiddellijke ingang en vooralsnog voor de duur van de procedure bepaald dat alle aandelen in Huizenmij ten titel van beheer zijn overgedragen aan een nader door de Ondernemingskamer aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon. 1.3 Bij beschikking van 12 juli 2023 heeft de Ondernemingskamer mr. J.H. van Woudenberg als beheerder van aandelen aangewezen zoals bedoeld in de beschikking van 6 juli 2024. 1.4 Bij beschikking van 9 januari 2025 heeft de Ondernemingskamer de reikwijdte van het bij de beschikking van 6 juli 2023 gelaste onderzoek uitgebreid. 1.5 Bij beschikking van 30 januari 2025 heeft de Ondernemingskamer mr. P.M. Gunning te Arnhem als onderzoeker aangewezen. 1.6 Bij beschikking van 27 februari 2025 heeft de Ondernemingskamer het verzoek van de [B] de onmiddellijke voorziening te beëindigen althans een andere OK-beheerder te benoemen afgewezen. 1.7 Bij beschikking van 3 maart 2025 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek mag kosten vastgesteld op € 42.250, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen. 1.8 Bij beschikking van 8 december 2025 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek mag kosten verhoogd en vastgesteld op € 59.750, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen 1.9 Op 18 maart 2026 heeft de onderzoeker een verzoek tot verhoging van het onderzoeksbudget ingediend. De secretaris van de Ondernemingskamer heeft het verzoek doorgestuurd naar partijen en hen in de gelegenheid gesteld zich over dit verzoek uit te laten. 1.10 Bij e-mailberichten van 23 maart 2026 hebben mr. Mennema, mr. Raaijmakers, mr Endedijk en mr. Van Woudenberg laten weten in te stemmen met het verzoek tot verhoging van het onderzoeksbudget. Bij e-mailbericht van 25 maart 2026 hebben mr. Knottnerus en mr. Stikkelbroeck eveneens ingestemd met verhoging van het onderzoeksbudget. 2 De gronden van de beslissing 2.1 Aan zijn verzoek tot verhoging van het onderzoeksbudget heeft de onderzoeker - samengevat, ten grondslag gelegd dat de afronding van de verslaglegging meer tijd kost dan ingeschat en de onderzoeker tijd heeft moeten besteden aan problematiek die heeft geleid tot een aanwijzingsverzoek aan de raadsheer-commissaris waar hij ook inhoudelijk op heeft moeten reageren. De onderzoeker verzoekt het bedrag dat het onderzoek maximaal mag kosten daarom te verhogen met € 15.000 (exclusief btw). 2.2 De Ondernemingskamer oordeelt als volgt. Nu er geen bezwaren zijn aangevoerd tegen de verzochte verhoging van het onderzoeksbudget en het verzoek de Ondernemingskamer niet onredelijk voorkomt, zal de Ondernemingskamer het verzoek van de onderzoeker als na te noemen toewijzen. 3 De beslissing De Ondernemingskamer: stelt het bedrag dat het onderzoek mag kosten vast op € 74.750, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. C.C. Meijer, mr. J.M. de Jongh, raadsheren, en drs. P.G. Boumeester en prof. dr. mr. S. ten Have, raden, in tegenwoordigheid van mr. N.E.M. Keereweer, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. J.M. de Jongh op 30 maart 2026.