Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2026-03-25
ECLI:NL:GHAMS:2026:817
Strafrecht
Hoger beroep
5,517 tokens
Volledig
ECLI:NL:GHAMS:2026:817 text/xml public 2026-03-30T16:01:23 2026-03-25 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Amsterdam 2026-03-25 23-002223-24 Uitspraak Hoger beroep NL Amsterdam Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:817 text/html public 2026-03-30T15:56:54 2026-03-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHAMS:2026:817 Gerechtshof Amsterdam , 25-03-2026 / 23-002223-24 De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de exploitatie van twee hennepkwekerijen, diefstal van elektriciteit en eenvoudig witwassen. Taakstraf van 60 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden. Afdeling strafrecht Parketnummer: 23-002223-24 (strafzaak) Datum uitspraak: 25 maart 2026 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 20 september 2024 in de strafzaak onder parketnummer 13-112832-22 tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1992 te [geboorteplaats] , adres: [adres 1] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 26 februari 2026 en 25 maart 2026 en het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: feit 1 primair hij op of omstreeks 6 mei 2022 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld, bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand gelegen aan de [adres 2] ), een grote hoeveelheid als bedoeld in artikel 11 lid 5 van de Opiumwet, te weten 352 hennepplanten, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; feit 1 subsidiair een of meer onbekend gebleven personen op of omstreeks 6 mei 2022 te Amsterdam met elkaar, althans één van hen, opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad (in een pand aan de [adres 2] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 352 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte op of omstreeks 6 mei 2022 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die onbekend gebleven persoon/personen voornoemd pand voor de teelt/het kweken van hennepplanten ter beschikking te stellen en/of de hennepplanten te onderhouden; feit 2 primair hij op of omstreeks 6 mei 2022 te Diemen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld, bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 3] ), een grote hoeveelheid als bedoeld in artikel 11 lid 5 van de Opiumwet, te weten 292 hennepplanten, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; feit 2 subsidiair een of meer onbekend gebleven personen op of omstreeks 6 mei 2022 te Diemen met elkaar, althans één van hen, opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad (in een pand aan de [adres 3] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 292 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte op of omstreeks 6 mei 2022 te Diemen, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die onbekend gebleven persoon/personen voornoemd pand voor de teelt/het kweken van hennepplanten ter beschikking te stellen en/of de hennepplanten te onderhouden; feit 3 hij op of omstreeks 6 mei 2022 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een hoeveelheid elektriciteit (van ongeveer 39333 kWh), in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan Liander NV, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen elektriciteit onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking; feit 4 hij op of omstreeks 6 mei 2022 te Diemen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een hoeveelheid elektriciteit (van ongeveer 53236 kWh), in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan Liander NV, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen elektriciteit onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking; feit 5 hij op of omstreeks 6 mei 2022, te Diemen (van) een geldbedrag (van in totaal 5395,- euro), althans een of meer voorwerpen sub a - de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel - heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat /die voorwerp(en) was/waren, en/of - heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden had(den) sub b - heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of - gebruik heeft gemaakt terwijl hij, verdachte, wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank. Beoordeling van het bewijs Standpunt van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1 primair, 2 primair, 3, 4 en 5 tenlastegelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen. Ten aanzien van de feiten 1 primair en 2 primair kan medeplegen worden bewezen, gelet op hetgeen de verdachte heeft verklaard over [persoon 1] . De verdachte is ook betrokken geweest bij de diefstal van de elektriciteit, omdat het in zijn woning plaatsvond en hij heeft erkend verantwoordelijk te zijn voor de kwekerijen. Standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte van het onder 3 en 4 tenlastegelegde moet worden vrijgesproken, omdat niet kan worden vastgesteld dat de verdachte elektriciteit heeft gestolen of medepleger van diefstal met verbreking is geweest. Oordeel van het hof Hennepkwekerijen (feiten 1 primair en 2 primair) Uit het dossier blijkt dat de politie op 6 mei 2022 aan de Marius Meijboomstraat in Amsterdam een hennepkwekerij met 353 hennepplanten heeft aangetroffen en aan de [adres 3] een hennepkwekerij met 292 hennepplanten.
Volledig
De verdachte heeft verklaard dat hij de hennepkwekerij aan de [adres 2] , waar hij stond ingeschreven, soms heeft onderhouden en dat het geld dat in de woning aan de [adres 3] is aangetroffen, deels opbrengst van de hennepkwekerijen betrof. In de woning aan de [adres 3] , waar de verdachte woonde, is in een bureau in de woonkamer een agenda aangetroffen. In deze agenda staan in de periode van 14 januari 2022 tot en met 6 mei 2022 tal van notities die zien op het kweken van hennep. De taken die in de agenda staan beschreven zijn veelal onderverdeeld in taken voor ‘D’ en taken voor ‘Y’. Het hof begrijpt dat het gaat over de [adres 3] (‘D’ staat voor Diemen) en de [adres 2] (‘Y’ staat voor IJburg in Amsterdam). Gelet op de vindplaats en de inhoud van de agenda, waarin naast de eerdergenoemde notities ook aantekeningen staan over het betalen van huur en over de vriendin van de verdachte, en welke notities deels overeenkomen met transacties op zijn bankrekening, acht het hof bewezen dat dit de agenda betrof van de verdachte die hij onder andere gebruikte voor het noteren van de door hem te verrichten werkzaamheden voor de hennepkwekerijen. De verdachte heeft bij de politie een verklaring afgelegd die erop neerkomt dat de hennepkwekerijen door anderen opgebouwd zijn en niet van hem zijn en dat hij daartoe werd gedwongen, om op die manier een schuld terug te betalen. Het hof acht deze verklaring niet geloofwaardig, gelet op de volgende feiten en omstandigheden: de ramen van de kwekerij aan de [adres 2] hadden een afwijkende zwarte raambedekking en uit de bankrekeningen van de verdachte blijkt dat op 26 oktober 2021 een bedrag van € 935,00 en op 7 oktober 2021 een bedrag van € 770,00 is afgeschreven bij [bedrijf] ; bij de aanhouding droeg de verdachte een autosleutel van een Opel Combo bij zich, waarin meerdere bonnetjes zijn aangetroffen van aankopen van goederen die worden gebruikt bij hennepkwekerijen; in de periode van 6 januari 2021 tot en met 30 juni 2022 is in totaal een bedrag van € 92.330,00 contant gestort op de bankrekeningen van de verdachte; de inhoud van de aantekeningen in de agenda van de verdachte, waarin onder meer werkzaamheden staan genoemd als potten vullen, filters vervangen, CO2 vervangen, ‘verdeelstekkers’, ‘links alle lampen aan’, ‘stekkers erin voeding’, vat vullen, ‘D spullen weg’ en ‘ [persoon 1] samples geven’; de verdachte heeft bij zijn aanhouding bij de politie verklaard: “Ik deed het voor wat extra geld” . Bij die stand van zaken gaat het hof ervan uit dat het de verdachte zelf is geweest die de hennepkwekerijen heeft opgezet en geëxploiteerd. Weliswaar zijn in de aantekeningen van de aangetroffen agenda enige aanknopingspunten te vinden dat ook anderen betrokkenheid hebben gehad bij de hennepkwekerijen, maar het hof is – anders dan de rechtbank – van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat (met hen dan wel anderen) sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking, zodat die betrokkenheid niet als medeplegen kan worden gekwalificeerd. Gelet op het voorgaande acht het hof het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. Diefstal elektriciteit (feiten 3 en 4) Uit het dossier blijkt dat in beide woningen de zegels van de hoofdaansluitkast waren verbroken en dat op 6 mei 2022 de stroom ten behoeve van de hennepkwekerijen, die op dat moment in werking waren, illegaal werd afgenomen. Het hof is – gelet op wat hiervoor is overwogen ten aanzien van de betrokkenheid van de verdachte bij de hennepkwekerijen – van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte zich tevens schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van elektriciteit ten behoeve van zijn hennepkwekerijen. Het hof wijst in het bijzonder op de aantekeningen in de agenda die zien op het opzetten en de exploitatie van kwekerijen. Gelet op het voorgaande acht het hof het onder 3 en 4 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. Eenvoudig witwassen (feit 5) In de woning van de verdachte aan de [adres 3] is een bedrag van € 5.275,00 aangetroffen. De verdachte heeft verklaard dat dat geld deels spaargeld is en deels is verkregen met de hennepkwekerijen. Het hof is van oordeel dat, uitgaande van de verklaring van de verdachte, dit bedrag deels uit eigen misdrijf afkomstig is en voorts dat sprake is van vermenging. Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan eenvoudig witwassen van € 5.275,00. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 primair, 3, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: feit 1 primair hij op 6 mei 2022 te Amsterdam opzettelijk heeft geteeld, in een pand gelegen aan de [adres 2] , een grote hoeveelheid als bedoeld in artikel 11 lid 5 van de Opiumwet, te weten 352 hennepplanten; feit 2 primair hij op 6 mei 2022 te Diemen opzettelijk heeft geteeld, in een pand aan de [adres 3] , een grote hoeveelheid als bedoeld in artikel 11 lid 5 van de Opiumwet, te weten 292 hennepplanten; feit 3 hij op 6 mei 2022 te Amsterdam een hoeveelheid elektriciteit, die aan Liander NV toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte die weg te nemen elektriciteit onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking; feit 4 hij op 6 mei 2022 te Diemen een hoeveelheid elektriciteit, die aan Liander NV toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte die weg te nemen elektriciteit onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking; feit 5 hij op 6 mei 2022 te Diemen een geldbedrag van in totaal € 5.275,00 voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, wist dat dat voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig eigen misdrijf. Hetgeen onder 1 primair, 2 primair, 3, 4 en 5 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 primair, 2 primair, 3, 4 en 5 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het onder 1 primair en 2 primair bewezenverklaarde levert op: telkens: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel . Het onder 3 en 4 bewezenverklaarde levert op: telkens: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking . Het onder 5 bewezenverklaarde levert op: eenvoudig witwassen . Strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 1 primair, 2 primair, 3, 4 en 5 bewezenverklaarde uitsluit. Oplegging van straffen De rechtbank heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 primair, 2 primair, 3, 4 en 5 bewezenverklaarde veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met een proeftijd van twee jaren en een taakstraf van 180 uren subsidiair 90 dagen hechtenis met aftrek van het voorarrest. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 primair, 2 primair, 3, 4 en 5 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot dezelfde straffen als door de rechtbank zijn opgelegd. De raadsman heeft verzocht de duur van de taakstraf sterk te matigen en dat te compenseren door het opleggen van een hogere voorwaardelijke gevangenisstraf. De verdachte kan een taakstraf doen, maar dat is nu voor hem zwaarder. De raadsman heeft aangevoerd dat het momenteel psychisch niet goed gaat met de verdachte. De verdachte slaapt niet, heeft last van hartkloppingen en is doorverwezen naar de psycholoog.
Volledig
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de exploitatie van twee hennepkwekerijen. Het gebruik van hennep kan schadelijke gevolgen meebrengen voor de gezondheid van gebruikers. Bovendien leidt de teelt van hennep veelal tot overlast voor buurtbewoners, en gaat deze niet zelden gepaard met andere vormen van criminaliteit. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan de diefstal van elektriciteit ten behoeve van de hennepkwekerij, waardoor het energiebedrijf financiële schade heeft geleden. Ook leidt het kweken van hennep, mede vanwege het illegaal aftappen van elektriciteit, tot brandgevaar. Niet is gebleken dat de verdachte zich daarvan rekenschap heeft gegeven en het heeft er alle schijn van dat hij bij het plegen van de feiten alleen heeft gedacht aan zijn eigen gewin. Hij heeft zich ook schuldig gemaakt aan eenvoudig witwassen. Witwassen vormt een aantasting van de integriteit van het financiële en economische verkeer. Daarbij komt dat het voor het oog van de samenleving lijkt alsof misdaad loont. Bij het bepalen van de op te leggen straf(fen) heeft het hof gelet op straffen die doorgaans in het geval van een hennepkwekerij plegen te worden opgelegd en die hun weerslag hebben gevonden in de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Daar wordt in het geval van een hennepkwekerij met 500 tot 1.000 hennepplanten een taakstraf van 180 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden genoemd. Het oriëntatiepunt gaat uit van een verdachte die voor dit delict een ‘first offender’ is en ziet niet mede op de diefstal van elektriciteit. Uit het strafblad van de verdachte van 13 februari 2026 blijkt dat hij niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld. Het hof acht in beginsel, alles afwegende en in sterke mate rekening houdend met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, een taakstraf van 70 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden passend en geboden. Het hof stelt evenwel vast dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden in eerste aanleg is overschreden. De verdachte is op 7 mei 2022 in verzekering gesteld en de rechtbank heeft op 20 september 2024 vonnis gewezen, zodat de redelijke termijn in eerste aanleg met ruim vier maanden is overschreden. Het hof zal vanwege deze termijnoverschrijding tien uren taakstraf in mindering brengen. Beslag Onder de verdachte zijn geldbedragen van € 5.275,00 en € 120,00 en een Opel Combo in beslag genomen. Het bedrag van € 5.275,00, dat aan de verdachte toebehoort, wordt verbeurd verklaard. Het is daarvoor vatbaar, aangezien met betrekking tot dat voorwerp het onder 5 bewezen geachte feit is begaan. Omdat uit het dossier niet is gebleken dat het bedrag van € 120,00 in relatie met de bewezen verklaarde feiten staan, wordt dit bedrag teruggegeven aan de verdachte. De auto dient te worden bewaard teneinde terug te geven aan de rechthebbende. De verdachte heeft verklaard dat de auto van een familielid is en uit het dossier blijkt dat de auto op naam staat van [persoon 2] . Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 57, 62, 63, 311 en 420bis.1 van het Wetboek van Strafrecht. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 primair, 3, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het onder 1 primair, 2 primair, 3, 4 en 5 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden . Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 60 (zestig) uren , indien niet naar behoren verricht te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis . Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: € 5.275,00 (goednummer 6183361). Gelast de teruggave aan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: € 120,00 (goednummer 6183375). Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: een auto Opel Combo, kleur blauw, kenteken [kenteken] (goednummer 6120117). Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. B.E. Dijkers, mr. M.J.A. Plaisier en mr. N.R.A. Meerbeek, in tegenwoordigheid van mr. C. van der Laan, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 25 maart 2026. Mr. Meerbeek is niet in de gelegenheid dit arrest te ondertekenen.