Rechtspraak Gerechtshof Amsterdam 2026-01-22
ECLI:NL:GHAMS:2026:479
Afdeling strafrecht Parketnummer: 23-001161-25 Datum uitspraak: 22 januari 2026 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 6 mei 2025 in de strafzaak onder parketnummer 13-160748-24 tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1960 te [geboorteplaats] , adres: [adres 1] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 8 januari 2026 en het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en zijn raadsman naar voren hebben gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: feit 1 hij, in of omstreeks de periode van 4 mei 2023 tot en met 7 februari 2024, te Amstelveen en/of Nieuwersluis en/of Vinkeveen en/of Voorthuizen en/of Lunteren, in elk geval in Nederland, als houder van een of meer dieren, te weten een of meerdere honden van het ras Hollandse Herder en/of Mechelse Herder en/of een ander herdershondenras, waaronder (maar niet beperkt tot) honden met de namen [naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 3] en/of [naam 4] en/of [naam 5] en/of [naam 6] , de nodige verzorging aan deze dieren heeft onthouden, door: - deze honden te plaatsen en/of te houden in te kleine hokken, benches en/of transportkooien, en/of - deze honden te houden onder onhygiënische omstandigheden, te weten in een vervuilde ruimte en/of in hun eigen uitwerpselen, en/of - deze honden te huisvesten in een ruimte met onvoldoende verlichting, en/of - deze honden geen of onvoldoende voeding te geven, en/of - deze honden geen onbeperkte toegang tot water te bieden, en/of - deze honden niet of onvoldoende uit te laten, en/of - deze honden de noodzakelijke medische zorg te onthouden, door hen niet of niet tijdig op passende wijze te verzorgen en/of niet naar een dierenarts te brengen; feit 2 hij, in of omstreeks de periode van 21 januari 2024 tot en met 6 februari 2024, te Vinkeveen en/of Bennekom, in elk geval in Nederland, zonder redelijk doel en/of op een wijze waarbij de toelaatbare mate van pijn en/of letsel bij een dier werd overschreden, een of meerdere honden van het ras Hollandse Herder en/of Mechelse Herder en/of een ander herdershondenras, - heeft voorzien van een stroomhalsband en/of deze honden heeft blootgesteld aan het gebruik daarvan, althans apparatuur die geschikt is om aan een hond stroomstoten af te geven, waarbij ten minste twee honden te Vinkeveen daadwerkelijk een stroomhalsband om hadden, en/of - een of meerdere stroomhalsbanden voorhanden heeft gehad, bestemd voor gebruik bij honden, zulks terwijl het gebruik van apparatuur die geschikt is om aan een hond stroomstoten af te geven, als verboden gedraging is aangewezen in de zin van artikel 2.1, derde lid, van de Wet dieren, juncto artikel 1.3 onder h van het Besluit houders van dieren. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, reeds omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter. Bespreking verweer nietigheid dagvaarding Standpunt van de verdediging De raadsman heeft preliminair en bij pleidooi herhaald betoogd dat de dagvaarding partieel nietig is. Hij heeft daartoe aangevoerd dat ten aanzien van feit 1, voor zover het betreft het achter het tweede, derde, vijfde, zesde en zevende gedachtestreepje vermelde op geen enkele manier duidelijk wordt welke verwijten op welke locaties gelden en ten aanzien van welke dieren. Standpunt van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het verweer moet worden verworpen. De tenlastelegging dient in combinatie met het dossier te worden gel Eén van deze honden zat in een bench in een ruimte onder de trap waar nauwelijks daglicht was. Tijdens een controle op 21 juni 2023 was de bench onder de trap nog niet verplaatst. Tijdens een controle op 11 oktober 2023 hebben de verbalisanten wederom een bench onder de trap aangetroffen en had de hond – die de verbalisant herkende als de hond die bij eerdere controles in de bench onder de trap zat – niet vrij de beschikking over water. De drinkbak stond immers buiten het appartement op de galerij. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hetgeen is geconstateerd met betrekking tot de drinkbakken klopte en dat de honden als hij niet aanwezig was in benches waren opgesloten en niet vrij door het huis konden rondlopen, omdat dat lastig is als je vaak niet thuis bent. Hij ging vaak om 14:00 uur naar zijn vader en kwam dan om een uur of 22:00 uur weer thuis. Gelet op het voorgaande acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de nodige verzorging aan zijn honden heeft onthouden, door deze honden te plaatsen en/of te houden in te kleine benches, één van zijn honden te huisvesten in een ruimte met onvoldoende verlichting en de honden geen onbeperkte toegang tot water te bieden. Naar het oordeel van het hof kunnen de overige gedachtestreepjes niet worden bewezen, zodat de verdachte daarvan zal worden vrijgesproken. Feit 2 Uit de bewijsmiddelen volgt dat op 21 januari 2024 drie honden een halsband om hadden die stroomstoten konden afgeven. De verdachte heeft bekend dat hij schokstroombanden om de hals van de honden heeft gedaan en dat hij deze heeft gebruikt. Verder heeft hij op 6 februari 2024 twee stroomstoothalsbanden aanwezig gehad in zijn auto. Gelet op het voorgaande acht het hof hetgeen onder feit 2 vermeld staat wettig en overtuigend bewezen. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: feit 1 hij in de periode van 12 juni 2023 tot en met 11 oktober 2023 in Nederland, als houder van meerdere honden van het herdershondenras, de nodige verzorging aan deze dieren heeft onthouden, door: - deze honden te plaatsen en/of te houden in te kleine benches en/of - deze hond te huisvesten in een ruimte met onvoldoende verlichting en/of - deze honden geen onbeperkte toegang tot water te bieden; feit 2 hij - op 21 januari 2024 te Vinkeveen zonder redelijk doel en/of op een wijze waarbij de toelaatbare mate van pijn en/of letsel bij een dier werd overschreden, meerdere honden van het herdershondenras heeft voorzien van een stroomhalsband en deze honden heeft blootgesteld aan het gebruik daarvan, waarbij ten minste twee honden te Vinkeveen daadwerkelijk een stroomhalsband om hadden - en op 6 februari 2024 in Nederland meerdere stroomhalsbanden voorhanden heeft gehad, bestemd voor gebruik bij honden zulks terwijl het gebruik van apparatuur die geschikt is om aan een hond stroomstoten af te geven, als verboden gedraging is aangewezen in de zin van artikel 2.1, derde lid, van de Wet dieren, juncto artikel 1.3 onder h van het Besluit houders van dieren. Hetgeen onder 1 en 2 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het onder 1 ten aanzien van het vijfde gedachtestreepje bewezenverklaarde (de honden geen onbeperkte toegang tot water bieden) en het onder 2 ten aanzien van het tweede gedachtestreepje (het voorhanden hebben van stroomhalsbanden) leveren geen strafbare feiten op. Met betrekking tot het geen onbeperkte toegang tot water bieden merkt het hof op dat uit het dossier en hetgeen de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep heeft verklaard wel vaststaat