Rechtspraak Gerechtshof Amsterdam 2026-09-01
ECLI:NL:GHAMS:2026:2480
“geschil over de afbouw en financiering van een VvE-gebouw in aanbouw” GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht team I (handel) zaaknummer : 200.358.813/01 zaak-/rekestnummer rechtbank Amsterdam : 11648244\EA VERZ 25-408 beschikking van de meervoudige burgerlijke kamer van 1 september 2026 in de zaak van 1 VVE [A-straat] TE [plaats] , gevestigd te [plaats] , appellante in principaal appel sub 1, geïntimeerde in incidenteel appel sub 1, 2 [geïntimeerde 1] , wonend te [plaats] , appellant in principaal appel sub 2, geïntimeerde in incidenteel appel sub 2, 3 [geïntimeerde 2] , wonend te [plaats] , appellant in principaal appel sub 3, geïntimeerde in incidenteel appel sub 3, hierna gezamenlijk te noemen de VvE c.s. en afzonderlijk de VvE, [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] , advocaat: mr. S.N. Peijnenburg te Purmerend, tegen [geïntimeerde 3] , wonend in [plaats] , geïntimeerde in principaal appel, appellante in incidenteel appel, hierna te noemen [geïntimeerde 3] , advocaat: mr. K. Kroon te Amsterdam. 1 De zaak in het kort Geschil tussen eigenaars onderling en de VvE over de afbouw en financiering van een VvE-gebouw in aanbouw. Tussen één van de drie eigenaars en de bij de bouw betrokken aannemer is een geschil ontstaan over de hoogte van de verschuldigde aanneemsom. De aannemer heeft als gevolg daarvan het werk stilgelegd. Nadat voornoemde eigenaar nadere betaling heeft geweigerd, heeft de aannemer de VvE aangesproken en gesommeerd de gestelde openstaande aanneemsom (inclusief meerwerk) te voldoen. Tijdens een vergadering van de VvE is besloten (i) geen verweer te voeren tegen de door de aannemer ingestelde vordering, en (ii) de openstaande aanneemsom aan te merken als de schuld van voornoemde eigenaar. In deze procedure verzoekt voornoemde eigenaar de hiervoor genoemde besluiten van de VvE nietig te verklaren, respectievelijk te vernietigen. De overige twee eigenaren en de VvE hebben in deze procedure tegenverzoeken ingediend met betrekking tot de afbouw van het VvE-gebouw en de onderlinge verdeling van de daaraan verbonden kosten. De kantonrechter heeft voor recht verklaard dat de aangevochten besluiten van de VvE nietig zijn en de tegenverzoeken van de VvE afgewezen. Het hof komt tot de conclusie dat de VvE en de overige twee eigenaren niet-ontvankelijk zijn in het door hen ingestelde hoger beroep. De VvE beschikt niet over een procesmachtiging. Verder lenen de ingestelde tegenverzoeken zich naar hun aard niet voor indiening in een verzoekschriftprocedure. 2 Het geding in hoger beroep De VvE c.s. is bij beroepschrift van 5 september 2025 in hoger beroep gekomen van de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam (hierna: de kantonrechter), onder bovenvermeld zaaknummer gewezen tussen [geïntimeerde 3] als verzoekende partij in conventie en als verweerster in reconventie en de VvE c.s. als verweersters dan wel belanghebbenden in conventie en verzoekers in reconventie (hierna: de bestreden beschikking). Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend: - verweerschrift tevens houdende incidenteel appel, met producties; - memorie van antwoord in incidenteel appel, met productie. Op 28 mei 2026 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. De advocaten hebben de zaak toegelicht aan de hand van spreekaantekeningen die zij hebben overgelegd. [geïntimeerde 3] heeft nog producties in het geding gebracht. Ten slotte is uitspraak gevraagd. 3 Feiten 3.1. Het hof gaat uit van de volgende feiten. 3.2. In een notariële akte van 24 maart 2020 (hierna: de splitsingsakte) is het terrein aan de [A-straat] te [plaats] met de daar op te stichten opstal gesplitst in drie appartementsrechten, te weten: - het appartementsrecht met appartementsindex 1, na gereedkomen van de bouw rechtgevende op het uitsluitend gebruik van de woning gelegen op de eerste verdieping, plaatselijk bekend als [A-straat] [2] , - het appartementsrecht met appartementsindex 2, na gereedkomen van de bouw rechtgevende op het uitsluitend gebruik van de woning met loggia’s, gelegen op de tweede en derde verdieping, plaatselijk bekend als [A-straat] [3] , - het appartementsrecht met appartementsindex 3, na gereedkomen van de bouw rechtgevende op het uitsluitend gebruik van de woning met dakterras, gelegen op de vierde verdieping, plaatselijk bekend als [A-straat] [4] . 3.3. Met de splitsingsakte is ook de VvE opgericht. In de splitsingsakte is het modelreglement bij splitsing in appartementsrechten van de KNB van 19 december 2017 (hierna: het modelreglement) van toepassing verklaard, met wijzigingen en aanvullingen zoals opgenomen in de splitsingsakte. 3.4. [geïntimeerde 1] is eigenaar van het appartementsrecht met appartementsindex 1, [geïntimeerde 3] is eigenaar van het appartementsrecht met appartementsindex 2 en [geïntimeerde 2] is eigenaar van het appartementsrecht met appartementsindex 3. Op grond van artikel 8 van de splitsingsakte hebben zij respectievelijk [# 1] , [# 2] en [# 3] aandeel in de gemeenschap. 3.5. In het modelreglement is, voor zover relevant, het volgende bepaald: “ III. Het Bestuur Artikel 57 Het Bestuur. Vertegenwoordiging Vereniging (…) 57.5 Het Bestuur behoeft de machtiging van de Vergadering voor het instellen van en berusten in rechtsvorderingen of verzoekschriftprocedures, het aangaan van vaststellingsovereenkomsten, alsmede voor het verrichten van rechtshandelingen en het geven van kwijtingen die een belang van een nader door de Vergadering vast te stellen bedrag te boven gaan. Zolang de Vergadering het bedoelde bedrag nog niet heeft vastgesteld, bedraagt dit bedrag vijfduizend euro (€ 5.000,=). Het Bestuur behoeft geen machtiging om in een geding verweer te voeren, voor het nemen van conservatoire maatregelen en voor het voeren van incassoprocedures .” 3.6. [geïntimeerde 1] , [geïntimeerde 2] en [geïntimeerde 3] hebben ieder een overeenkomst gesloten met [X] B.V. (hierna: [X] ) voor de bouw van hun appartementen. Sinds juli 2021 liggen de bouwwerkzaamheden stil. Op dat moment was alleen het betonnen casco van het gebouw gerealiseerd. 3.7. [X] en [geïntimeerde 3] hebben diverse gerechtelijke procedures gevoerd met betrekking tot de overeengekomen bouwsom. [X] meent dat zij op basis van een offerte van 10 april 2020 met [geïntimeerde 3] een aanneemsom van € 366.666,30 inclusief btw is overeengekomen, terwijl [geïntimeerde 3] meent dat zij op basis van een offerte van 23 februari 2021 met [X] een aanneemsom van € 210.601,93 inclusief btw is overeengekomen. [geïntimeerde 3] heeft tussen 6 april 2021 en 15 juni 2021 in totaal € 189.541,77 aan [X] betaald. 3.8. Bij vonnis van 20 maart 2024 heeft de rechtbank Amsterdam geoordeeld dat niet kan worden vastgesteld dat tussen [X] en [geïntimeerde 3] een aanneemsom van € 366.666,30 is overeengekomen. [X] is door de rechtbank veroordeeld om het afbouwen van het appartement van [geïntimeerde 3] te hervatten conform de offerte van 23 februari 2021, op straffe van een dwangsom. Onder de opschortende voorwaarde dat [X] niet binnen vijf maanden na de datum van het vonnis de woning van [geïntimeerde 3] zal hebben afgebouwd, heeft de rechtbank de aannemingsovereenkomst tussen [X] en [geïntimeerde 3] ontbonden voor het gedeelte dat op dat moment nog niet is uitgevoerd. [X] heeft tegen het vonnis van 20 maart 2024 hoger beroep ingesteld. 3.9. Bij ongedateerde brief heeft mr. M. Doorten namens [X] de VvE gesommeerd om over te gaan tot betaling van de volgens [X] openstaande aanneemsom van € 177.124,53 inclusief btw (zijnde het verschil tussen het op 10 april 2020 geoffreerde bedrag van € 366.666,30 inclusief btw minus het door [geïntimeerde 3] betaalde bedrag van € 189.541,77), en twee bedragen ziende op meerwerk van € 98.820,70 (inclusief btw) en € 50.000,00. 3.10. Bij brief van 21 februari 2025 heeft mr. Peijnenburg namens [geïntimeerde 1] als voorzitter van de VvE een uitnodiging gestuurd voor een vergadering van de VvE op 13 maart 2025. In deze brief is het volgende vermeld: “ Diverse rechters hebben inmiddels bepaald dat de aanneemovereenkomst feitelijk gesloten is tussen de VvE en de aannemer ( [X] ) en niet, zoals de leden dachten, tussen de individuele leden en de aannemer. Gelet op die uitspraken heeft [X] voor de ontbrekende bouwsommen, de VvE nu in gebreke gesteld. Daarmee is de discussie tussen appartement 2 (mw. [geïntimeerde 3] ) en de aannemer, inmiddels een VvE aangelegenheid en ook een VvE schuld .” 3.11. In reactie op de brief van mr. Doorten heeft mr. P.J. Bos namens [geïntimeerde 3] bij brief van 6 maart 2025, onder meer, betwist dat de bouw van het appartementsgebouw een VvE-aangelegenheid is. Bij afzonderlijke brief van 6 maart 2025 heeft mr. Bos gereageerd op de brief van mr. Peijnenburg. 3.12. In de notulen van de vergadering van de VvE van 13 maart 2025 is, voor zover relevant, het volgende vermeld: “ 6. Financieel (…) c) Vaststellen financiële positie VvE (zie bijlage) (…) Ten aanzien van punt c: Door alle partijen wordt aangegeven dat er voor de VvE geen baten of lasten bekend zijn anders dan die weergegeven in de ingebrekestelling namens [X] . Ten aanzien van de ingebrekestelling namens [X] 1. Besluit geen verweer te voeren tegen de ingebrekestelling [geïntimeerde 1] : voor. [geïntimeerde 3] : tegen. [geïntimeerde 2] : voor. Besluit is aangenomen met 284 stemmen voor en 264 stemmen tegen. 2. Besluit om bedrag € 177.125,53 aan te merken als schuld van appartement 2 ( [geïntimeerde 3] ) [geïntimeerde 1] : voor. [geïntimeerde 3] : tegen. [geïntimeerde 2] : voor. Besluit is aangenomen met 284 stemmen voor en 264 stemmen tegen 3. Besluit om bedrag € 98.820,70 (meerwerk) aan te merken als schuld van appartement 2 ( [geïntimeerde 3] ) [geïntimeerde 1] : voor. [geïntimeerde 3] : tegen. [geïntimeerde 2] : voor. Besluit is aangenomen met 284 stemmen voor en 264 stemmen tegen 4. Besluit om bedrag € 50.000,- (beraamde meerkosten) aan te merken als schuld van appartement 2 ( [geïntimeerde 3] ) [geïntimeerde 1] : voor. [geïntimeerde 3] : tegen. [geïntimeerde 2] : voor. Besluit is aangenomen met 284 stemmen voor en 264 stemmen tegen. [geïntimeerde 3] meent dat alle vier besluiten nietig c.q. vernietigbaar zijn op grond van hetgeen reeds is toegelicht. Bovendien meent [geïntimeerde 3] dat wanneer de vorderingen wél schulden van de VvE zijn, deze niet volledig aan [geïntimeerde 3] mogen worden toegerekend. (…) 7. Hervatten bouw (financiering / procesvolmacht) Voorstel besluit om aan de voorzitter [geïntimeerde 1] een procesvolmacht te geven om een incassoprocedure te starten tegen [geïntimeerde 3] om deze besluiten uit te voeren. [geïntimeerde 1] : voor. [geïntimeerde 3] : tegen. [geïntimeerde 2] : voor. Besluit is aangenomen met 284 stemmen voor en 264 stemmen tegen. ” 4 Procedure bij de kantonrechter 4.1. Samengevat heeft [geïntimeerde 3] de kantonrechter verzocht bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. de besluiten onder agendapunt 6c onder 1 tot en met 4 en agendapunt 7 van de notulen van de VvE nietig te verklaren, dan wel te vernietigen, II. deze besluiten te schorsen totdat op de verzoeken tot nietigverklaring dan wel vernietiging onherroepelijk is beslist, III. met veroordeling van VvE c.s. in de (daadwerkelijk gemaakte) proceskosten (in het geval van de VvE met uitsluiting van [geïntimeerde 3] ), vermeerderd met rente. 4.2. [geïntimeerde 2] en [geïntimeerde 1] hebben bij incident de kantonrechter verzocht zich te mogen voegen als procespartij aan de zijde van de VvE. 4.3. De VvE c.s. heeft de kantonrechter verzocht bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, I. ten aanzien van de afbouw, verkort weergegeven, primair voor recht te verklaren dat de VvE gerechtigd is dan wel gemachtigd wordt de afbouw van het VvE-gebouw ter hand te nemen, met machtiging aan de voorzitter dit namens de VvE te doen, subsidiair voor recht te verklaren dat [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] gerechtigd zijn, dan wel gemachtigd worden de afbouw van het VvE-gebouw namens de gezamenlijke eigenaren ter hand te nemen en alle financiële aangelegenheden via de VvE te laten lopen, en hen tot dat alles te machtigen, II. ten aanzien van de commerciële bouwsom: a) voor recht te verklaren dat de appartementseigenaren gehouden zijn de originele bouwsom van € 762.300,-- naar breukdelen te dragen, b) voor recht te verklaren dat [geïntimeerde 3] als gevolg hiervan een bedrag van € 177.124,53 verschuldigd is, c) [geïntimeerde 3] te veroordelen een bedrag van € 177.124,53 wegens onbetaald gedeelte van haar aandeel in deze bouwsom aan de VvE dan wel aan [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] (via de bankrekening van de VvE), te voldoen, d) voor het geval een geldelijke veroordeling niet kan worden uitgesproken: de voorzitter van de VvE de procesvolmacht te geven dit bedrag namens de VvE te innen, III. ten aanzien van de meerkosten als gevolg van de gestegen prijzen en noodzakelijke werkzaamheden: a) voor recht te verklaren dat de meerkosten als gevolg van gestegen prijzen en noodzakelijke herstelwerkzaamheden beraamd op € 50.000,00 voor rekening van [geïntimeerde 3] komen, b) [geïntimeerde 3] te veroordelen om € 50.000,00 als voorschot aan de VvE dan wel [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] te voldoen, c) voor het geval een geldelijke veroordeling niet kan worden uitgesproken: de voorzitter van de VvE de procesvolmacht te geven dit bedrag namens de VvE te innen, IV. ten aanzien van de vraag wie het gebouw gaat afbouwen: a) voor recht te verklaren primair dat de VvE [X] de opdracht tot afbouw mag geven, dan wel indien [X] niet gerechtigd zou zijn tot afbouw, te bepalen dat de aanwijzing van een nieuwe aannemer met gewone meerderheid van stemmen binnen de VvE dient te geschieden, b) voor recht te verklaren dat [geïntimeerde 3] alle eventuele hogere c.q. extra kosten die nieuwe aannemer in rekening brengt ten opzichte van [X] dient te dragen en deze verschuldigd is aan de VvE dan wel [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] , V. ten aanzien van het meerwerk aan het appartement van [geïntimeerde 3] : a) voor recht te verklaren dat het meerwerk begroot op € 98.820,70 voor rekening van [geïntimeerde 3] komt omdat deze kosten de privégedeelten van haar appartement betreffen, b) [geïntimeerde 3] te veroordelen genoemd bedrag aan de VvE te voldoen, dan wel aan [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] , uiteraard voor zover zij dit niet reeds rechtstreeks aan [X] heeft voldaan, c) voor het geval een geldelijke veroordeling niet kan worden uitgesproken: de voorzitter van de VvE de procesvolmacht te geven dit bedrag namens de VvE te innen, VI. in alle gevallen, dan wel een in goede justitie te bepalen veroordeling c.q. beslissing, VII. met veroordeling van [geïntimeerde 3] in de kosten van het geding, primair de werkelijke kosten, dan wel de geliquideerde kosten. 4.4. De kantonrechter heeft het voegingsincident het verzoek van [geïntimeerde 2] en [geïntimeerde 1] afgewezen. Zij heeft daartoe overwogen dat de verzoekschriftenprocedure – buiten het slechts voor de dagvaardingsprocedure bepaalde in artikel 217 Rv – een eigen mogelijkheid kent om als belanghebbende in de procedure betrokken te raken. Op grond van artikel 282 Rv kan iedere belanghebbende een verweerschrift indienen, waardoor de belangen van derden in de verzoekschriftenprocedure voldoende zijn beschermd. Het verzoek van [geïntimeerde 3] tot nietigverklaring is toegewezen: de kantonrechter heeft voor recht verklaard dat de onder agendapunt 6c onder 1 tot en met 4 en onder agendapunt 7 van de notulen vermelde besluiten van de VvE nietig zijn. Het meer of anders door [geïntimeerde 3] verzochte is afgewezen. De VvE is niet-ontvankelijk verklaard in de tegenverzoeken bij gebrek aan de in artikel 57.5 van het modelreglement voorgeschreven machtiging voor het instellen daarvan. Voorts is overwogen dat het niet mogelijk is bij wege van een tegenverzoek een geschil voor te leggen dat normaliter bij dagvaarding moet worden voorgelegd en de ingediende tegenverzoeken dergelijke vorderingen betreffen. De VvE is steeds in de proceskosten veroordeeld (vermeerderd met rente). 5 Procedure in hoger beroep in principaal hoger beroep 5.1. De VvE c.s. concludeert in principaal hoger beroep tot vernietiging van de bestreden beschikking. 5.2. Volgens [geïntimeerde 3] moet het hof de VvE c.s. niet-ontvankelijk verklaren in haar hoger beroep en haar verzoeken afwijzen, met – uitvoerbaar bij voorraad – (hoofdelijke) veroordeling van de VvE c.s. (uitgezonderd [geïntimeerde 3] ) in de (daadwerkelijk gemaakte) kosten van het geding in hoger beroep. in incidenteel hoger beroep 5.3. [geïntimeerde 3] heeft in incidenteel hoger beroep het hof verzocht de bestreden beschikking te vernietigen voor zover de kantonrechter haar verzoeken uitgezonderd te worden van betaling bij een proceskostenveroordeling van de VvE en tot veroordeling van de VvE c.s. in de daadwerkelijk gemaakte proceskosten heeft afgewezen. 5.4. Volgens de VvE c.s. moet het hof het incidenteel appel van [geïntimeerde 3] afwijzen, met veroordeling van [geïntimeerde 3] in de proceskosten in het incidenteel appel. 6 Beoordeling 6.1. Het hoger beroep van de VvE c.s. heeft geen succes. verzoeken [geïntimeerde 3] 6.2. Voor zover het hoger beroep van de VvE c.s. strekt tot alsnog afwijzing van het door de kantonrechter in conventie toegewezen verzoek van [geïntimeerde 3] tot het verklaren voor recht dat de (door haar bestreden) besluiten van de VvE nietig zijn, heeft dat geen succes. De VvE c.s. heeft geen grieven gericht tegen dit deel van de bestreden beschikking, zodat zij in haar beroep daarvan niet-ontvankelijk is. De enkele vermelding in haar verzoekschrift dat het beroepschrift is gericht tegen de gehele bestreden beschikking, is daartoe niet voldoende. Het had op de weg van de VvE c.s. gelegen concreet en voldoende duidelijk kenbaar te maken haar bezwaren tegen de beslissing van de kantonrechter met betrekking tot de oorspronkelijke verzoeken van [geïntimeerde 3] . Dat heeft zij niet heeft gedaan. tegenverzoeken de VvE c.s. 6.3. De VvE c.s is ook in haar tegenverzoeken in hoger beroep niet-ontvankelijk. Door [geïntimeerde 3] is betoogd en door de VvE c.s. onvoldoende weersproken dat op grond van artikel 57.5 van de splitsingsakte door de vergadering van eigenaars machtiging aan het bestuur van de VvE moet worden verleend voor het instellen van een verzoekschriftprocedure. Door de VvE c.s. is niet onderbouwd dat een machtiging aan het bestuur van de VvE is verleend voor het instellen van de tegenverzoeken (in hoger beroep) jegens [geïntimeerde 3] . 6.4. Voor zover het besluit van de VvE tot het verlenen van een procesmachtiging voor het starten van een incassoprocedure al als procesmachtiging aan het bestuur voor het instellen van tegenverzoeken jegens [geïntimeerde 3] in deze procedure (in hoger beroep) kan worden aangemerkt, leidt dat gelet op hetgeen het hof in 6.2. heeft overwogen niet tot een ander oordeel. 6.5. Voor zover het toezien op nakoming van bouwverplichtingen van de appartementseigenaren jegens elkaar tot de taak van de VvE behoort (zoals zij kennelijk veronderstelt, het hof wijst echter op het bepaalde in artikel 5:108 lid 1 BW), betreffen de in deze procedure ingestelde tegenverzoeken naar hun aard vorderingen, zoals volgt uit artikel 5:108 lid 2 BW. Zij dienen dan ook te worden ingesteld bij een dagvaardingsprocedure en lenen zich niet voor indiening als tegenverzoeken in een verzoekschriftprocedure als de onderhavige. 6.6. Voor zover de tegenverzoeken moeten worden geacht namens [geïntimeerde 2] en [geïntimeerde 1] te zijn gedaan, stranden deze eveneens op hetgeen het hof in 6.5. heeft overwogen. Slotsom, kosten en bewijsaanbod 6.7. De VvE c.s. is aldus niet-ontvankelijk in het door haar ingestelde hoger beroep. De VvE c.s. zal worden veroordeeld in de proceskosten in principaal hoger beroep. Het hof stelt de proceskosten in principaal hoger beroep als volgt vast: - griffierecht € 362,-- - salaris advocaat € 2.580,-- (tarief II, 2 punten) Totaal € 2.942,-- 6.8. De verzoeken van [geïntimeerde 3] de VvE c.s. (alsnog) te veroordelen tot vergoeding aan haar van de daadwerkelijke door haar gemaakte proceskosten en haar uit te zonderen van een betalingsverplichting voor zover de proceskostenveroordeling betrekking heeft op de VvE, worden afgewezen. 6.9. Het verzoek van [geïntimeerde 3] strekkende tot vergoeding van alle door haar in verband met de onderhavige procedure (in beide instanties) gemaakte kosten, is slechts toewijsbaar in geval van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen. Daarvan is pas sprake als de proceshouding van de VvE c.s., gelet op de evidente ongegrondheid daarvan, in verband met de betrokken belangen van [geïntimeerde 3] daar aanleiding voor geeft. Hiervan kan eerst sprake zijn als de VvE c.s. zich baseert op feiten en omstandigheden waarvan hij de onjuistheid kende dan wel behoorde te kennen of op stellingen waarvan hij op voorhand moest begrijpen dat deze geen kans van slagen hadden. Bij het aannemen van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen door het aanspannen van een procedure past terughoudendheid, gelet op het recht op toegang tot de rechter dat mede gewaarborgd wordt door artikel 6 EVRM. Misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen aan de zijde van de VvE c.s. is het hof echter niet gebleken. 6.10. In het incidenteel hoger beroep wordt [geïntimeerde 3] als in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van de procedure. Het hof ziet aanleiding deze aan de zijde van de VvE c.s. op nihil te stellen. 7 Beslissing Het hof: rechtdoende in principaal hoger beroep: verklaart de VvE c.s. niet-ontvankelijk in haar hoger beroep; veroordeelt de VvE c.s. hoofdelijk in de proceskosten, tot nu aan de zijde van [geïntimeerde 3] vastgesteld op € 2.942,--; verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad, in incidenteel hoger beroep voorts: wijst de verzoeken af; veroordeelt [geïntimeerde 3] in de proceskosten, tot nu aan de zijde van de VvE c.s. vastgesteld op nihil. Dit arrest is gewezen door mrs. Z.D. van Heesen-Laclé, E.K. Veldhuijzen van Zanten en R.J.Q. Klomp en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 1 september 2026.