Rechtspraak Gerechtshof Amsterdam 2026-05-15
ECLI:NL:GHAMS:2026:2250
afdeling strafrecht parketnummer: 23-002959-25 datum uitspraak: 15 mei 2026 TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw) Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 16 december 2025 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 15-228296-25 en 15-241345-25 en 15-242103-25 en 15-245722-25 en 15-254122-25 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1980, adres: [adres] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 1 mei 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsvrouw naar voren heeft gebracht. Tenlasteleggingen Gelet op de in hoger beroep door het gerechtshof toegelaten wijziging van de tenlastelegging (in de zaak met parketnummer 15-254122-25) is aan de verdachte tenlastegelegd dat: (parketnummer 15-228296-25): 1.hij op of omstreeks 3 augustus 2025 te Haarlem [slachtoffer 1] heeft mishandeld, door die [slachtoffer 1] te slaan in het gezicht en/of tegen het lichaam; 2.hij op of omstreeks 3 augustus 2025 te Haarlem opzettelijk een of meerdere ambtenaren, te weten [slachtoffer 2] (brigadier bij de eenheid Noord-Holland) en/of [slachtoffer 3] (brigadier bij de eenheid Noord-Holland), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, in zijn/haar/hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem/haar/hen de woorden toe te voegen: "kankerhonden" en/of "kankerleijers", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking; (parketnummer 15-254122-25): 1.hij op of omstreeks 28 september 2025 te Haarlem [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door een bierglas kapot te slaan en vervolgens die [slachtoffer 4] tot op korte afstand te benaderen terwijl hij, verdachte, met dat bierglas in de richting van die [slachtoffer 4] wijst; 2.hij op of omstreeks 28 september 2025 te Haarlem opzettelijk [slachtoffer 4] , in zijn/haar/hun tegenwoordigheid, door feitelijkheden, heeft beledigd, door in het gezicht, althans tegen het lichaam en/of in de richting van die [slachtoffer 4] te spugen; 3.hij op of omstreeks 28 september 2025 te Haarlem opzettelijk en wederrechtelijk een of meerdere bloempot(ten), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer 5] , toebehoorde heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt; (parketnummer 15-245722-25): hij op of omstreeks 18 september 2025 te Haarlem opzettelijk een ambtenaar, te weten [slachtoffer 6] , gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, in zijn/haar tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem/haar de woorden toe te voegen: "vieze hoerenzoon" en/of "kankerlijer", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking; (parketnummer 15-241345-25): hij op of omstreeks 14 september 2025 te Haarlem parfum, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de [bedrijf] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; (parketnummer 15-242103-25): hij op of omstreeks 12 september 2025 te Haarlem opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel, te weten een gebiedsverbod, kenmerk PL1100-2025178895-5 krachtens een wettelijk voorschrift, te weten artikel 172a van de gemeentewet, gedaan door of namens de burgemeester van Haarlem, in elk geval een ambtenaar als bedoeld in artikel 184 Wetboek van Strafrecht, eerste en/of tweede lid, inhoudende dat hij, verdachte, zich in de periode gelegen vanaf 04-08-2025 tot 15-09-2025 niet mocht bevinden in het centrum van Haarlem begrensd dor het water van het Spaarne, Kampersingel, Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. parketnummer 15-228296-25: Het onder 1 bewezenverklaarde levert op: mishandeling. Het onder 2 bewezenverklaarde levert op: eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening. parketnummer 15-254122-25: Het onder 1 bewezenverklaarde levert op: bedreiging met zware mishandeling. Het onder 2 bewezenverklaarde levert op: eenvoudige belediging. Het onder 3 bewezenverklaarde levert op: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen. parketnummer 15-245722-25 Het bewezenverklaarde levert op: eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening. parketnummer 15-241345-25 Het bewezenverklaarde levert op: diefstal. parketnummer 15-242103-25 Het bewezenverklaarde levert op: opzettelijk niet voldoen aan een bevel, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar bevoegd verklaard tot het opsporen of onderzoeken van strafbare feiten. Strafbaarheid van de verdachte Noodweerverweer (parketnummer 15-245122-25 onder 1) Noodweer De raadsvrouw heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat de verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging, nu hem een beroep op noodweer toekomt. Oordeel van het hof Van noodweer is sprake indien het begane feit was geboden door de noodzakelijke verdediging van eigen of eens anders lijf, eerbaarheid of goed tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding. De raadsvrouw voert aan dat de verdachte uit noodweer heeft moeten handelen tegen een aanval van de aangever. Het scenario dat de raadsvrouw naar voren brengt vindt echter geen steun in het dossier. Het is niet aannemelijk geworden dat er sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding waartegen de verdachte genoodzaakt was zich te verdedigen. Integendeel, het is juist de verdachte die is begonnen met het bespugen van de aangever, waarop een reactie van de aangever volgde. Daar komt nog bij dat de verdachte zich vervolgens gemakkelijk aan de ontstane situatie had kunnen onttrekken door er van weg te lopen. Het hof verwerpt het verweer. De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit. Oplegging van straf De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft in korte tijd, binnen minder dan twee maanden, verschillende strafbare feiten gepleegd. Hierbij heeft hij politieambtenaren beledigd, personen mishandeld en bedreigd met geweld, goederen gestolen en vernield. Het handelen van de verdachte jegens de politie getuigt van een gebrek aan respect. De verdachte heeft hierbij het gezag en de integriteit van deze ambtenaren aangetast, die in de uitoefening van hun bediening waren. Door de mishandeling, nota bene van een conducteur van de spoorwegen, heeft hij inbreuk gemaakt op de lichamelijke integri