Rechtspraak Gerechtshof Amsterdam 2026-08-13
ECLI:NL:GHAMS:2026:2248
Ondernemingskamer; WOR; afwijzing verzoeken beschikking ___________________________________________________________________ GERECHTSHOF AMSTERDAM ONDERNEMINGSKAMER zaaknummer : 200.365.219/01 OK beschikking van de Ondernemingskamer van 13 augustus 2026 inzake DE GEMEENSCHAPELIJKE ONDERNEMINGSRAAD VAN AMAZON WEB SERVICES EMEA SARL, DUTCH BRANCH en AMAZON DEVELOPMENT CENTER (NETHERLANDS) B.V. gevestigd te Amsterdam, VERZOEKER , advocaten: mrs. E. van der Meulen en D.H.A. Lip , kantoorhoudende te Amsterdam, t e g e n 1. de vennootschap naar het recht van Luxemburg AMAZAZON WEB SERVICES EMEA SARL, DUTCH BRANCH , gevestigd te Luxemburg, 2. de vennootschap met beperkte aansprakelijkheid AMAZON DEVELOPMENT CENTER (NETHERLANDS) B.V., gevestigd te Amsterdam, VERWEERSTERS , advocaten: mrs. A.D. Bitterlich-Straver en I.Z. Batenburg , kantoorhoudende te Rotterdam. Hierna zal verzoeker (ook) worden aangeduid als de ondernemingsraad of Dutch Amazon Works Council (DAWC) en verweerster sub 1 als AWS, verweerster sub 2 als ADC NL en verweersters gezamenlijk als Amazon c.s. 1 De zaak in het kort 1.1. Deze WOR-zaak gaat over een reorganisatiebesluit van Amazon c.s. waarbij enkele tientallen werknemers boventallig zullen worden verklaard. De ondernemingsraad verzoekt de Ondernemingskamer voor recht te verklaren dat Amazon c.s. niet in redelijkheid tot het besluit konden komen: het besluit is volgens de ondernemingsraad onvoldoende kwantitatief onderbouwd, terwijl alternatieven onvoldoende zijn onderzocht, en Amazon c.s. zonder voldoende onderbouwing is afgeweken van het advies. Mede tegen de achtergrond van de informatie die tijdens het adviestraject is verstrekt, wijst de Ondernemingskamer het verzoek af. 2 Het verloop van het geding 2.1. De ondernemingsraad heeft bij op 20 februari 2026 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verzoekschrift met producties verzocht, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en samengevat weergegeven, voor recht te verklaren dat Amazon c.s. in redelijkheid niet tot het herstructureringsbesluit van 22 januari 2026 (hierna: het besluit) hebben kunnen komen, Amazon c.s. te gebieden dat besluit in te trekken en hen te verbieden handelingen te verrichten ter uitvoering van het besluit of onderdelen daarvan, alsmede alle gevolgen van het besluit ongedaan te maken. Bij wijze van voorlopige voorziening heeft de ondernemingsraad verzocht, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Amazon c.s. te gebieden de gevolgen van het besluit ongedaan te maken en te verbieden handelingen te verrichten of te doen verrichten ter uitvoering van het besluit of onderdelen daarvan. 2.2. Amazon c.s. hebben bij op 27 mei 2026 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift met producties geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek. 2.3. Het verzoek is behandeld ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 18 juni 2026. Bij die gelegenheid hebben de advocaten de standpunten van de onderscheiden partijen toegelicht aan de hand van - aan de Ondernemingskamer en de wederpartij overgelegde – aantekeningen. Partijen en hun advocaten hebben vragen van de Ondernemingskamer beantwoord en inlichtingen verstrekt. Desgevraagd heeft de ondernemingsraad de verzoeken in de hoofdzaak onder IV en V en de verzoeken bij wijze van voorlopige voorziening ingetrokken, omdat het besluit of onderdelen daarvan niet ten uitvoer zijn gelegd, zodat er geen grond is voor die verzoeken. Aldus resteert het verzoek voor recht te verklaren dat Amazon c.s. in redelijkheid niet tot het besluit hebben kunnen komen en Amazon c.s. te gebieden het besluit in te trekken. 3 De vaststaande feiten 3.1. Amazon c.s. maken deel uit van het internationale Amazon-concern. Dit concern is een wereldwijd opererende technologie- en e-commerceonderneming met hoofdkantoor in Seattle, Verenigde Staten. Amazon is actief in diverse sectoren, waaronder online detailhandel, cloud computing, digitale streaming en kunstmatige intelligentie en behoort tot de grootste ondernemingen ter wereld. De groep opereert via verschillende dochtermaatschappijen in verschillende landen, waaronder Nederland. 3.2. AWS is onderdeel van de Amazon groep en wereldwijd marktleider op het gebied van cloud computing. AWS biedt een breed scala aan diensten, waaronder opslag, databases, machine learning en beveiliging, waarmee organisaties hun digitale infrastructuur kunnen bouwen, beheren en opschalen. 3.3. Ook ADC NL is onderdeel van de Amazon groep en houdt zich in Nederland voornamelijk bezig met het ontwikkelen, produceren en uitgeven van software en andere IT-toepassingen. ADC NL werkt daarbij aan technologische oplossingen en softwareontwikkeling ter ondersteuning van de wereldwijde activiteiten van Amazon, waaronder digitale diensten en interne systemen. 3.4. Voor AWS en ADC NL is een gemeenschappelijke ondernemingsraad ingesteld. 3.5. Naar aanleiding van de wereldwijde aankondiging van een herstructurering hebben Amazon c.s. op 28 oktober 2025 de ondernemingsraad geïnformeerd dat deze voorgenomen herstructurering gevolgen zal hebben voor de Nederlandse organisatie. 3.6. Op 3 november 2025 hebben Amazon c.s. een adviesaanvraag bij de ondernemingsraad ingediend. In deze adviesaanvraag is (onder meer) vermeld: “(…) 3. Intended Decisions ADC NL and AWS intend to implement organizational changes impacting multiple business lines. Organizational changes intended to be implemented specifically in SPS, IT Services, Amazon Payment, Prime Video International, Finance, Amazon Talent Acquisition and AGI organizations under ADC NL entity and Amazon Talent Acquisition and Finance organizations under AWS entity. The intended changes result in a total of 33 positions becoming redundant across both entities. These intended decisions by ADC NL and AWS, and the implementation thereof, are for the purpose of this RFA jointly referred to as the “Intended Decisions”. The table below provides an overview of the positions becoming redundant as consequence of the Intended Decisions: (…)” In de adviesaanvraag hebben Amazon c.s. voor elk bedrijfsonderdeel waar een voorgenomen organisatorische wijziging plaatsvindt een overzicht van de beweegredenen daarvoor, de verwachte personele gevolgen en de naar aanleiding daarvan voorgenomen maatregelen verstrekt. Tevens hebben Amazon c.s. een concept van een sociaal plan aan de ondernemingsraad voorgelegd dat ten minste gelijk was aan de sociale plannen die eerder met de ondernemingsraad waren overeengekomen. Amazon c.s. hebben de ondernemingsraad verzocht uiterlijk 1 december 2025 advies uit te brengen. 3.7. Amazon c.s. hebben de ondernemingsraad uitgenodigd voor een online overlegvergadering op 10 november 2025. Vooruitlopend daarop heeft de ondernemingsraad bij e-mail van 5 november 2025 schriftelijk vragen over de adviesaanvraag gesteld en Amazon c.s. verzocht de datum van 1 december 2025 voor het uitbrengen van advies uit de adviesaanvraag te schrappen. 3.8. Vervolgens hebben op 7, 17, 26 en 27 november 2025 overlegvergaderingen plaatsgevonden. 3.9. Bij e-mail van 24 november 2025 hebben Amazon c.s. de ondernemingsraad bericht akkoord te gaan met de door de ondernemingsraad gedane suggestie om de werknemer in IT Services te herplaatsen in een andere passende functie. Ten aanzien van AGI hebben Amazon c.s. laten weten dat er een extra werknemer boventallig zal worden. 3.10. De ondernemingsraad heeft bij e-mail van 26 november 2025 vragen gesteld over de business cases voor AGI, Finance (FinTech) en SPS, naar aanleiding waarvan op 4 december 2025 opnieuw overleg met Amazon c.s. heeft plaatsgevonden. Bij e-mail van 5 december 2025 hebben Amazon c.s. een aanvullende schriftelijke toelichting verstrekt, waarbij is ingegaan op de vragen van de ondernemingsraad. 3.11. Op 10 december 2025 heeft de ondernemingsraad een voorwaardelijk positief advies gegeven onder vier voorwaarden: “(…) 1. The following roles are removed from the RfA [Request for Advise, adviesaanvraag - OK]: AGI (3) and FinTech (22) for a total of 25 employees 2. The SPS employee is allowed to be included if the relocation option to Luxembourg is applicable for 12 months unless Amazon provides written evidence of an agreement between employee and employer specifying otherwise. 3. Amazon and the DAWC complete and jointly agree to the social plan accompanying this RfA. 4. Amazon and the DAWC complete and jointly agree to a communication plan. (…) If Amazon declines to accept the conditions as stated in our advice, our advice automatically turns into a negative advice. (…)” 3.12. Bij e-mail van 12 december 2025 hebben Amazon c.s. de ondernemingsraad laten weten: “(…) 1. We understand that DAWC needs more information to thoroughly understand the substantiated facts and business reasons for the proposed changes in AGI and FinTech businesses. In addition to details provided during consultation meetings and additional inputs in emails dated 11/24 and 5/12, as aligned in our call yesterday, we will schedule dedicated sessions with business leaders from AGI and FinTech teams next week to address further DAWC questions. 2. The SPS business has agreed to provide a 6-month relocation period for employees should they want to consider the relocation option. A 12-month timeline is not viable due to business impact reasons explained in the business justification. The business team reiterated that employee is aware of the business context and their move to Netherlands exceptionally accepted due to personal reasons. 3. Amazon and DAWC have agreed to have a dedicated session on the Social Plan and communication plan next week. (…)” 3.13. Op 18 december 2025 heeft een vervolgsessie tussen de ondernemingsraad en de business leaders van AGI en FinTech plaatsgevonden. 3.14. Op 6 januari 2026 heeft de ondernemingsraad negen vragen gesteld over het sociaal plan, die Amazon c.s. bij e-mail van 7 januari 2026 hebben beantwoord. De ondernemingsraad heeft onder andere een vrijstelling van werk gedurende drie maanden bepleit, waarop Amazon c.s. hebben bericht dat werknemers die korter dan vijf jaar voor Amazon op basis van een visum werkzaam zijn onder de hardheidsclausule van het sociaal plan een verzoek kunnen indienen voor een maand extra opzegtermijn, waarbij het brutoloon over deze extra maand van de beëindigingsvergoeding zal worden afgetrokken. Daarnaast heeft de ondernemingsraad verzocht in de zin ‘ Redundant Employees will in principle be released from activities from the date they sign the Settlement Agreement (…) until the Termination Date ’ de woorden ‘in principle’ te verwijderen, waarin Amazon c.s. hebben bewilligd. 3.15. Tevens heeft op 7 januari 2026 een overlegvergadering over het sociaal plan plaatsgevonden. Per e-mail van 12 januari 2026 hebben Amazon c.s. de ondernemingsraad bevestigd ook in te stemmen met de voorstellen van de ondernemingsraad met betrekking tot ondersteuning op het gebied van immigratiewetgeving en ‘access restrictions’. 3.16. Bij e-mail van 14 januari 2026 heeft de ondernemingsraad Amazon c.s. bericht dat er onvoldoende nieuwe gegevens zijn aangeleverd om de voorgenomen ontslagen te onderbouwen, reden waarom het voorwaardelijke positieve advies ongewijzigd bleef. De ondernemingsraad heeft Amazon c.s. bericht te blijven bij haar adviezen omtrent AGI, FinTech en SPS. 3.17. Op 15 januari 2026 hebben Amazon c.s. de ondernemingsraad als volgt bericht: “(…) Our understanding is that we are aligned on implementing redundancies for all businesses except Fintech and AGI. Regarding the SPS business, we note that the condition of providing the employee with a 12-month relocation timeframe has been accepted by the business, so we should have alignment on this as well. To proceed with implementation, we require an aligned position with DAWC on the Social Plan. As we can only follow execution steps after reaching alignment on the Social Plan, we appreciate your prompt follow-up and response on the attached email thread about Social Plan discussions. (…)” 3.18. Hierop heeft de ondernemingsraad op 16 januari 2026 als volgt gereageerd: “(…) Given the reduced scope under our first condition, the acceptance of the 12 months for the SPS employee and our discussions on the social plan and comms plan, we agree to update our conditional approval as follows: Condition 1: Removal of AGI & Fintech -> Remains in place, but is aligned between Amazon and DAWC Condition 2: SPS employee 12 months transition period -> Remains but is now completed as per our discussions and confirmation below. Condition 3: Social plan -> Can be marked approved given the latest version and updates send on Monday the 12th of Jan. This is under the shared understanding that an extra 1 month of notice period (or similar implementation) is provided for employees under Amazon sponsored visa who request this via the hardship clause (…)” 3.19. Amazon c.s. hebben de ondernemingsraad dezelfde dag bericht: “(…) Thank you for your response and confirming DAWC's standpoint on business justifications and social plan elements of RfA document. We will deliver our formal response next week by covering and addressing each condition stated in your below e-mail. (…)” 3.20. Op 22 januari 2026 hebben Amazon c.s. haar definitieve besluit genomen. Amazon c.s. hebben in het besluit het consultatieproces de revue laten passeren en met betrekking tot AGI en FinTech uitleg gegeven waarom daar arbeidsplaatsen moeten vervallen. Amazon c.s. hebben de ondernemingsraad bericht: “(…) Taking the above into account, having read and considered the Advice, we hereby confirm that the Company has decided to proceed with the Intended Decisions in line with the RfA, the additional questions and answers following the RfA, and the additional information provided to DAWC. This means that we would like to move forward with implementing the organizational changes defined and explained in the RfA. We believe that the implementation of the organizational changes in the SPS, Amazon Payments, Prime Video International, FinTech, Amazon Talent Acquisition and AGI businesses are necessary steps to ensure the long-term operational efficiency and competitive positioning of the Company. (…)” 3.21. Bij e-mail van 26 januari 2026 hebben Amazon c.s. de ondernemingsraad gevraagd af te zien van de opschortingstermijn van een maand ex artikel 25 lid 6 WOR. 3.22. Bij e-mail van 30 januari 2026 heeft de ondernemingsraad Amazon c.s. verzocht om een vrijstelling van werk van vier maanden toe te voegen aan het sociaal plan, opdat werknemers de tijd en voorzieningen krijgen om een nieuwe functie binnen of buiten Amazon te vinden. Bij goedkeuring van de voorwaarde zou de ondernemingsraad positief adviseren voor alle functies, de wachttijd van een maand laten vervallen, de verdere uitvoering ondersteunen en geen stappen ondernemen richting een gerechtelijke procedure. 3.23. Op 9 februari 2026 hebben Amazon c.s. de ondernemingsraad bericht het voorstel van 30 januari 2026 niet te accepteren. 4 De gronden van de beslissing 4.1. De ondernemingsraad heeft aan zijn verzoek voor recht te verklaren dat Amazon c.s. in redelijkheid niet hebben kunnen komen tot het besluit en Amazon c.s. te gebieden dat besluit in te trekken – samengevat weergegeven – ten grondslag gelegd dat de besluitvorming heeft plaatsgevonden zonder kwantitatieve of verifieerbare onderbouwing, alternatieven niet voldoende zijn onderzocht en is afgeweken van het advies zonder deugdelijke motivatie. 4.2. Amazon c.s. hebben verweer gevoerd. De Ondernemingskamer zal hieronder waar nodig op dit verweer ingaan. 4.3. De Ondernemingskamer stelt voorop dat de ondernemingsraad ex artikel 26 lid 1 WOR bevoegd is beroep in te stellen tegen het besluit van Amazon c.s., op de grond dat het besluit niet in overeenstemming is met het advies van de ondernemingsraad. In de beroepsprocedure dient de ondernemingsraad argumenten aan te dragen waarmee hij de kennelijke onredelijkheid van het besluit van de ondernemer onderbouwt, waarbij de ondernemingsraad in het algemeen slechts bezwaren mag aanvoeren die hij al in zijn advies tot uitdrukking heeft gebracht (artikel 26 lid 4 WOR). Kwantitatieve of verifieerbare onderbouwing 4.4. De ondernemingsraad stelt dat sprake is van een kennelijk onredelijk besluit omdat Amazon c.s. ten aanzien van AGI en FinTech geen kwantitatieve onderbouwing in de vorm van cijfers, Key Performance Indicators (KPI’s) of andere objectieve data hebben overgelegd, waardoor het niet controleerbaar is waarom de arbeidsplaatsen in Nederland moeten komen te vervallen. 4.5. Hoewel het aan de ondernemingsraad is om te bepalen welke informatie hij nodig heeft om een verantwoord advies te kunnen geven kan een eis van kwantitatieve onderbouwing, hoewel voor de hand liggend, niet in zijn algemeenheid worden gesteld. Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat na de adviesaanvraag uitgebreid van gedachten is gewisseld tussen het Centraal Management Team (CMT) en HR van Amazon c.s en de ondernemingsraad over de beweegredenen, de personele gevolgen en maatregelen van het voorgenomen besluit. Amazon c.s. hebben diverse vragen van de ondernemingsraad beantwoord en gereageerd op door de ondernemingsraad geuite zorgen en bezwaren. Er hebben diverse (Zoom) overlegvergaderingen met de ondernemingsraad plaatsgevonden, alsmede een gesprek met de business leaders van de onderdelen AGI en FinTech. 4.6. Met Amazon c.s. is de Ondernemingskamer van oordeel dat de door hen tijdens het adviestraject gegeven kwalitatieve onderbouwing zodanig is dat dit het ontbreken van kwantitatieve onderbouwing sauveert. De ondernemingsraad moet worden nagegeven dat Amazon c.s. in het adviestraject kwantitatieve informatie hebben verschaft die niet is onderbouwd en die bij navraag op zitting op niet meer bleek te berusten dan inschattingen van het management. Dat doet echter niet af aan de kwalitatieve onderbouwing van de redenen van de herstructurering (van FinTech), onder meer wat betreft de grotere efficiency van op enkele locaties (“hubs”) geconcentreerde teams en de aanpassing van een land-specifieke organisatiestructuur naar een wereldwijde structuur met slechts enkele locaties. Minder ingrijpende alternatieven 4.7. Daarnaast heeft de ondernemingsraad gesteld dat artikel 25 lid 3 WOR ertoe verplicht dat Amazon c.s. de door de ondernemingsraad aangereikte minder ingrijpende alternatieven onderzoekt en afweegt, hetgeen Amazon c.s. onvoldoende zouden hebben gedaan. De ondernemingsraad wijst daarbij op de voorgestelde alternatieven omtrent vrijwillige overplaatsing bij AGI en aanpassingen in managementstructuren en automatisering bij FinTech. 4.8. Een voorgenomen herstructurering is een fundamentele keuze die een bepaalde visie op de organisatie weerspiegelt en die valt binnen de beleidsvrijheid die de ondernemer toekomt. Dat de ondernemingsraad minder ingrijpende alternatieven aangewezen vindt, leidt er niet toe dat het besluit kennelijk onredelijk is. Wel zal de ondernemer reële door de ondernemingsraad aangedragen alternatieven moeten onderzoeken of moeten motiveren waarom hij door de ondernemingsraad aangedragen alternatieven niet volgt. 4.9. Amazon c.s. hebben gereageerd op het voorstel van de ondernemingsraad voor vrijwillige overplaatsing bij AGI in haar e-mail van 24 november 2025: ‘ All impacted employees will be offered the relocated roles at the hub location in Cambridge and Germany with relocation support provided’ . In de e-mail van 12 december 2025 hebben Amazon c.s. de ondernemingsraad geschreven: ‘ On AGI, as covered during yesterday's call, we directionally propose the same approach for each of the 3 impacted employees, as relocation will be offered as the first and preferred option ’. Amazon c.s. hebben het alternatief van vrijwillige overplaatsing in zoverre overgenomen, zij het dat Amazon c.s. eerst de arbeidsplaatsen willen laten vervallen en vervolgens overplaatsing aanbieden als herplaatsingsmogelijkheid. 4.10. Met betrekking tot het alternatief van aanpassingen in managementstructuren bij FinTech heeft de ondernemingsraad tijdens de overlegvergadering van 26 november 2025 gevraagd ‘ why management restructuring or local management assignment wasn’t considered as alternatives ’. Als ‘next steps’ zijn in het vergaderverslag opgenomen: ‘ Business to clarify fintech work redistribution details and confirm roles will not be replaced ’. Bij e-mail van 5 december 2025 hebben Amazon c.s. de ondernemingsraad bericht: “(…) The absence of role replacements does not change the current business justification that the NLD hub is no longer serving the business needs, details explained in the previous email, hence the proposed redundancies. The Fintech organization is going through a global review. The changes are not limited to NLD; pleased be informed that redundancies for business efficiency reasons are also proposed in order regions (…). The FinTech Tax organization is transforming from siloed, jurisdiction-specific compliance solutions to unified global systems. Increasingly complex regulations now require real-time data sharing, e-invoicing, and inter-report traceability across different reporting streams. By aligning our data strategy with accounting pipelines and fostering collaboration between compliance data providers and accounting teams, we expect to reduce data validation effort by -50% in all hub locations through eliminating reconciliations and we expect a decrease in communication and maintenance overhead by 3o% in all hub locations. (…)” Hiermee hebben Amazon c.s. inhoudelijk gereageerd op het door de ondernemingsraad aangedragen alternatief van aanpassingen in managementstructuren bij FinTech. 4.11. Met betrekking tot het door de ondernemingsraad voorgestelde alternatief van automatisering bij FinTech heeft te gelden dat de ondernemingsraad dit alternatief niet eerder heeft voorgesteld. De ondernemingsraad mag in de beroepsprocedure in het algemeen slechts bezwaren aanvoeren die hij al in zijn advies tot uitdrukking heeft gebracht en hiervan is geen sprake, reden waarom dit bezwaar geen behandeling behoeft. Afwijken advies zonder deugdelijke motivering 4.12. Ten slotte heeft de ondernemingsraad gesteld dat sprake is van een kennelijk onredelijk besluit omdat zonder deugdelijke motivatie is afgeweken van het advies van de ondernemingsraad. De ondernemingsraad heeft daartoe aangevoerd dat, hoewel Amazon op 15 januari 2026 expliciet had aangegeven de voorwaarden van het advies te aanvaarden, zij op 22 januari 2026 alsnog heeft besloten af te wijken en de herstructurering bij de onderdelen AGI en FinTech onverkort door te voeren. Een afwijking van een voorwaardelijk positief advies vereist een uitgebreide en overtuigende motivering, maar de uiteindelijke onderbouwing in de brief van 22 januari 2026 bestaat hoofdzakelijk uit reeds eerder door de ondernemingsraad betwiste aannames, zonder nieuwe feiten, cijfers of documenten, aldus de ondernemingsraad. 4.13. Krachtens artikel 25 lid 5 WOR wordt, indien het advies van de ondernemingsraad niet of niet geheel is gevolgd, aan de ondernemingsraad medegedeeld waarom van dat advies is afgeweken. Dit houdt in dat de ondernemer concreet moet ingaan op alle argumenten die de ondernemingsraad tegen het voorgenomen besluit had ingebracht. Op grond van artikel 26 lid 4 WOR leidt het niet-nakomen van door de ondernemer aan de ondernemingsraad gedane toezeggingen vaak tot toewijzing van het beroep. 4.14. Om met het laatste te beginnen: op 15 januari 2026 hebben Amazon c.s. de ondernemingsraad bericht dat zij het eens zijn over het doorvoeren van ontslagen bij alle bedrijfsonderdelen, behalve FinTech en AGI (zie 3.17). Op 16 januari 2026 heeft de ondernemingsraad Amazon c.s. bericht dat de voorwaarde van verwijdering van AGI en FinTech ongewijzigd blijft, maar ‘is afgestemd’ tussen Amazon c.s. en de ondernemingsraad (zie 3.18). Tijdens de mondelinge behandeling heeft de Ondernemingskamer met partijen besproken dat deze correspondentie niet uitblinkt in helderheid, wat partijen erkenden. Uit deze correspondentie kan in ieder geval geen toezegging van Amazon c.s. aan de ondernemingsraad met betrekking tot verwijdering van AGI en FinTech uit de reorganisatie worden gedestilleerd. 4.15. Met betrekking tot het onverkort doorvoeren van herstructureringen bij de bedrijfsonderdelen AGI en FinTech zijn Amazon c.s. in het besluit als volgt ingegaan op de argumenten die de ondernemingsraad tegen het voorgenomen besluit had ingebracht: “(…) Evaluation of DAWC's remaining concerns On the FinTech business, DAWC's feedback on the potential impacts on US teams and EU based stakeholders is duly noted. DAWC has confirmed that DAWC does not argue the potential benefit and efficiency gain in a transition towards co-located team in India, but that DAWC does not see "the net benefit for the company". On AGI, DAWC's feedback on efficiency gains is duly noted. DAWC has confirmed that it does not dispute the benefits of co-location and a transition to a hub location. DAWC however indicates that it holds the opinion that the 3 impacted employees should first be offered the option to relocate before making their roles redundant. We have explained that we agree on offering relocation to the impacted employees as part of their reassignment process, following the redundancy of their current roles in the Netherlands. Therefore, in our opinion, DAWC and the Company are in practice aligned on this condition as well. However, it seems that DAWC has a different view. We would like to provide further explanation to our decisions made to address DAWC's concerns as below. AGI Business : Even though in our opinion, DAWC and the Company are in practice aligned on DAWC's condition regarding the AGI business (see above), we have included a further explanation to our decisions made. We note your concern regarding the substantiation of efficiency gains from relocating employees to our Germany and Cambridge hub locations. While we note your perspective on the time-zone and distance differences, we would like to emphasize several critical points: 1. Organizational Strategy : The colocation strategy is fundamental to AGI's operating model, not merely a preference. Our experience across multiple global locations has demonstrated that physical colocation significantly enhances team performance in AI development environments where rapid iteration and real-time collaboration are essential. 2. Quantifiable Benefits : While some benefits may be difficult to quantify precisely, we have observed in other locations: o Reduction in decision-making cycles when teams are physically collocated o Improved knowledge transfer and innovation outcomes through spontaneous collaboration o Enhanced team cohesion and reduced communication overhead 3. Competitive Necessity : The AI field moves at unprecedented speed, requiring us to optimize team structures for maximum innovation and execution velocity. Our hub strategy is directly aligned with maintaining competitive advantage in this rapidly evolving space. We confirm that relocation will be offered to the 3 impacted employees as part of their reassignment process, following the redundancy of their current roles in the Netherlands. However, we must maintain that these roles in the Netherlands will become redundant as part of our necessary organizational restructuring. This approach allows us to both respect employee choice while implementing essential business changes. FinTech Business : Regarding the FinTech reorganization, we note your concerns about the changing rationale and potential impact on US teams and EU stakeholders. We would like to provide additional clarity on our decisions made: 1. Global Solution Strategy : Our FinTech strategy focuses on building global solutions covering EU, LATAM, and APAC regions while minimizing countryspecific customizations. This approach necessitates team consolidation in hub locations to effectively serve our global customer base. 2. Critical Mass Considerations : The continued natural attrition in the Netherlands has reached a point where the remaining team is too small to function efficiently as a standalone unit, yet still requires significant management overhead (12-25% additional management time compared to collocated teams). 3. Measurable Efficiency Gains : Through this consolidation, we expect: o 50% reduction in data validation effort through eliminated reconciliations o 30% decrease in communication and maintenance overhead We have thoroughly evaluated alternatives, including restructuring while maintaining the Netherlands site. However, these options would not address the fundamental challenges while maintaining these roles in the Netherlands. (…)” 4.16. De Ondernemingskamer oordeelt dat Amazon c.s. hiermee concreet zijn ingegaan op de argumenten die de ondernemingsraad tegen het voorgenomen besluit had ingebracht. Wat FinTech Business betreft, merkt de Ondernemingskamer nog op dat de eerste en de tweede genoemde redenen om af te wijken van het advies van de ondernemingsraad het besluit voldoende kunnen dragen. Voor zover de onder 3 vermelde verwachte ‘ Measurable Efficiency Gains ’ niet nader zijn onderbouwd, heeft dit niet tot gevolg dat Amazon c.s. niet in redelijkheid tot het besluit hebben kunnen komen. 4.17. De slotsom luidt dat de door de ondernemingsraad aangevoerde feiten en omstandigheden, ieder afzonderlijk dan wel in onderlinge samenhang bezien, niet kunnen leiden tot het oordeel dat Amazon c.s. niet in redelijkheid tot het bestreden besluit heeft kunnen komen. De verzoeken zullen worden afgewezen. 5 De beslissing De Ondernemingskamer: wijst de verzoeken af; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. I.A. van der Burg, voorzitter, mr. J.M. de Jongh en mr. G.P. Oosterhoff, raadsheren, en drs. G. Eikelenboom AAG en mr. S.M. Zijderveld, raden, in tegenwoordigheid van mr. N.E.M. Keereweer, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. I.A. van der Burg op 13 augustus 2026.