Rechtspraak Gerechtshof Amsterdam 2026-07-14
ECLI:NL:GHAMS:2026:1910
kopje volgt. GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I zaaknummer : 200.332.641/01 zaaknummer/rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/721867 / HA ZA 22-664 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 14 juli 2026 in de zaak van 1 I-SERVICE B.V., gevestigd te 's-Gravenhage, 2. EDR WORKS HOLDING B.V. , gevestigd te 's-Gravenhage, 3. I-FINANCE SERVICES B.V. , gevestigd te 's-Gravenhage, 4. I-FINANCE.NL B.V. , gevestigd te 's-Gravenhage, 5. CORPORATE FACTORING SOLUTIONS B.V. , gevestigd te 's-Gravenhage, appellanten, advocaat: mr. J.B. Maliepaard te Rotterdam, tegen ATRADIUS CREDITO Y CAUCION S.A. DE SEGUROS Y REASEGUROS, kantoorhoudende te Amsterdam, geïntimeerde, advocaat: aanvankelijk mr. C. Banis te Rotterdam, inmiddels mr. L.K. de Haan te Rotterdam. Appellanten worden hierna opnieuw afzonderlijk I-Service, EDR, I-Finance Services, I-Finance.nl en I-Factoring genoemd. Gezamenlijk worden zij I-Service c.s. genoemd. Geïntimeerde wordt Atradius genoemd. 1 De zaak in het kort De zaak gaat om een B2B factoringonderneming die haar voormalig kredietverzekeraar Atradius aanspreekt omdat kredietlimieten zijn ingetrokken en de verzekering niet is verlengd. Bij tussenarrest heeft het hof de verzekeraar bevolen nadere stukken aangaande de intrekking van de kredietlimieten over te leggen. De overgelegde stukken volstaan niet. Het hof oordeelt dat de kredietlimieten niet ingetrokken hadden mogen worden. De daaruit voortvloeiende schade moet de verzekeraar vergoeden. De omvang daarvan zal in een schadestaatprocedure vastgesteld moeten worden. Het stond de verzekeraar wel vrij om de verzekering niet te verlengen. 2 Het verdere verloop van de procedure In deze zaak heeft het hof op 12 augustus 2025 een tussenarrest uitgesproken. Voor het verloop van het geding tot die datum wordt verwezen naar dat arrest. Ingevolge het tussenarrest heeft Atradius een akte met producties genomen. I-Service c.s. hebben een akte uitlaten genomen. Vervolgens hebben partijen wederom arrest gevraagd. 3 Feiten 3.1. De rechtbank heeft in r.o. 2.1 tot en met 2.21 van het bestreden vonnis de feiten vastgesteld die zij tot uitgangspunt heeft genomen. In hoger beroep is niet in geschil dat de na te noemen feiten juist zijn weergegeven, zodat ook het hof van deze feiten uitgaat. Op het commentaar van I-Service c.s. op de weergave van de feiten en het mede daaruit volgens haar blijkende onbegrip van de rechtbank aangaande kredietverzekeringen die worden afgesloten in het kader van factoringsdiensten, wordt hierna bij de beoordeling voor zover nodig ingegaan. Samengevat, aangepast en waar nodig aangevuld met andere feiten, komen de feiten neer op het volgende. 3.2. I-Factoring houdt zich bezig met business to business factoringsdiensten, waarbij zij vorderingen van klanten op derden (debiteuren van die klanten) overneemt en de derden deze vorderingen vervolgens aan I-Factoring moeten betalen. 3.3 Enig bestuurder en aandeelhouder van I-Factoring was [naam 1] (hierna: [naam 1] ). [naam 1] en [naam 2] (hierna: [naam 2] ) zijn een samenwerking aangegaan met als doel het aanbieden van business to business factoringdiensten in Nederland. Daaraan heeft [naam 2] onder meer vormgegeven doordat zijn holding, EDR, een deel van de aandelen (eerst 50%, later 75%) in I-Factoring heeft verkregen. 3.4 Ten behoeve van deze samenwerking heeft NIBC Bank N.V. (hierna: NIBC) een paraplufinanciering (een geldlening) verstrekt. Als onderdeel van de financieringsconstructie is een aparte vennootschap opgericht, I-Service. NIBC is van I-Service (middellijk) bestuurder en, samen met I-Finance Services, (middellijk) aandeelhouder. I-Service c.s. hebben zich hoofdelijk verbonden voor de terugbetaling van de openstaande lening. Een van de vereisten voor de financiering is dat I-Factoring een kredietverzekering heeft gesloten ten behoeve van de overgenomen vorderingen. 3.5 Op 12 februari 2019 zijn de overeenkomsten in verband met de onder 3.4 bedoelde financiering tussen NIBC en I-Service c.s. gesloten. In de financieringsdocumentatie is Atradius als de kredietverzekeraar gedefinieerd. De tekst van de master definitions agreement luidt, voor zover hier van belang: “ WHEREAS: The parties hereto have agreed to enter into a finance transaction pursuant to which, inter alia , NIBC Bank N.V. will grant a credit facility to I-Service B.V., which shall use the proceeds of this facility to purchase from EDR Works B.V., I-Finance.nl B.V. and Corporate Factoring Solutions B.V. certain Receivables, as herein defined (the " Transaction "). 1. INTERPRETATION The parties hereto agree that in the Transaction the following expressions have, except where the context otherwise requires, the following meanings: (…) " Credit Insurer " means Atradius Crédito y Caución S.A. de Seguros y Reaseguros;” 3.6 I-Factoring had sinds 1 april 2018 een kredietverzekering bij Atradius met als contractvervaldatum 31 maart 2019. Op 4 maart 2019 is de verzekering tussen I-Factoring en Atradius op naam gezet van I-Service als verzekeringnemer, met I-Factoring als medeverzekerde en NIBC als pandhouder. Op het polisblad is vermeld dat de verzekeraar dekking verleent “tegen verliezen door Insolventie of Vermoedelijke Insolventie onder de voorwaarden en bepalingen van deze polis”. Het gedekte percentage is 90. Het polisoverzicht vermeldt als ingangsdatum 1 april 2018 en als looptijd 12 maanden. 3.7 In de polisvoorwaarden zijn Insolventie (00300.00) en Vermoedelijke Insolventie (00500.00) gedefinieerd; daaruit blijkt dat het gaat om de betalingsonmacht van de debiteur van de klant van de factoringmaatschappij (hierna ook: de debiteur). Verder is in de definitie van “Verzekerde vorderingen” opgenomen dat er een geldige kredietlimiet moet zijn: er is pas dekking onder de verzekering als voor een specifieke debiteur een kredietlimiet is verstrekt. Een kredietlimiet is het maximale verzekerde bedrag voor een debiteur. Kredietlimieten kunnen tegen betaling bij (een aan) Atradius (gelieerde organisatie) worden aangevraagd. Omtrent kredietlimietbeslissingen is in de polisvoorwaarden onder meer het volgende bepaald: “ Kredietlimietbeslissingen (10400.00) (…) Wij hebben (…) het recht te allen tijde en op elke grond Kredietlimietbeslissingen te wijzigen, verlagen of in te trekken. Zulke wijzigingen, verlagingen en intrekkingen hebben geen terugwerkende kracht. Kredietlimietbeslissingen zijn geldig totdat wij ze intrekken of totdat de polis wordt beëindigd. (…)” De polisvoorwaarden houden voorts in: “ Polislooptijd en verlenging (38500.00) De polislooptijd en de polisingangsdatum staan vermeld in het Polisoverzicht. De polis wordt automatisch verlengd onder dezelfde voorwaarden en voor dezelfde looptijd, tenzij u of wij uiterlijk twee maanden voor de afloopdatum schriftelijk aangeeft/aangeven de polis niet te verlengen. (…)” 3.8 Op 24 april 2019 heeft [naam 3] (hierna: [naam 3] ) van Atradius aan [naam 1] per mail laten weten dat Atradius de kredietverzekering per 1 april 2019 met twaalf maanden zal verlengen. 3.9 In een interne mail van Atradius van 17 september 2019 staat het volgende: “(…) Graag jullie aandacht voor onderstaande wat Vera ontdekt heeft, wij hebben van onze klant i-Service (factoring) polis (…) een aantal incassozaken lopen. Die hebben nu 2 zaken overgedragen op Digischool Groep (…) en Energievoordelen (…). Beide zaken zijn facturen die door onze klant zijn gekocht voor IDL-Hypotheken. Vera is erachter gekomen dat IDL-Hypotheken, Digischool Groep en Energievoordelen alleemaal onderdeel zijn van hetzelfde groep, (…) Zouden jullie hier ook jullie onderzoek op willen laten plaatsvinden, het ziet er beetje raar uit. (…).” 3.10 Naar aanleiding van een overleg tussen [naam 3] en [naam 1] op 20 november 2019 heeft [naam 1] op dezelfde dag per mail aan [naam 3] geschreven: “thx [naam 3] ook voor de meeting vandaag, we vorderen digischool en zakelijke voordelen bij (…) privé. Wat was het probleem bij ABG Assusrantien?” 3.11 Per e-mail van 23 december 2019 heeft Atradius aan Dutch Credit Brokers, de assurantietussenpersoon van I-Service, laten weten dat zij vier andere incassozaken (dan bedoeld onder 3.9 en 3.10 hiervoor) zal afwijzen, met het verzoek dit met I-Service te bespreken. De toelichting op de afwijzing luidt: “Volgens onze informatie en de informatie van KvK maken ze allen onderdeel uit van dezelfde groep en/of hebben ze onderlinge relatie. Wij wijzen hierbij naar onze module 08400.20. Gelieerde debiteuren uitgesloten: (…) Zou je dit met de klant willen bespreken en aangeven dat wij deze vorderingen zullen afwijzen? 3.12 Op 24 december 2019 heeft Atradius per mail aan Dutch Credit Brokers het volgende bericht: “(…) Bedankt voor je reactie, we zullen het monitoren. Maar even tussen ons, we krijgen hier (weer) geen goed gevoel van. Dit in combinatie met de onbetaalde premienota’s zijn we serieus aan het overwegen wat wij met de polis gaan doen na 01-04-2020. (…)” 3.13 In een interne mail van Atradius van 6 januari 2020 staat het volgende over I-Service als klant geschreven: “(…) Voorstel van mijn kant zou zijn hier stoppen met AUA [debiteur, hof] en gesprek met klant aangaan over de zelfbeoordeling. Zaakje lijkt te stinken. (…)” 3.14 Op 7 januari 2020 heeft Atradius naar aanleiding van een herbeoordeling van de verstrekte kredietlimieten voor verschillende debiteuren een aantal kredietlimieten met onmiddellijke ingang ingetrokken. 3.15 Per e-mail van 9 januari 2020 heeft Dutch Credit Brokers het volgende aan [naam 3] geschreven: “(…) Zojuist met Albert [naam 1] van I-Service gesproken. Met name over de onverwachte 18 recente intrekkingen etc. Albert wil graag een afspraak maken om bij jullie langs te komen om over de openstaande zaken te praten (…). De volgende zaken dienen besproken te worden: 1. Recente intrekkingen kredietlimieten (onderbouwing) 2. Lopende incasso en schade zaken 3. Nota incassokosten Atradius (oude vordering) 4. Prolongatie contract per 1-4-2020 (…)” 3.16 Vervolgens heeft op 17 januari 2020 tussen [naam 1] , [naam 2] en Dutch Credit Brokers enerzijds, en [naam 3] , [naam 4] en [naam 5] (hierna: [naam 5] ) namens Atradius anderzijds, een gesprek plaatsgevonden. In een gespreksverslag van Dutch Credit Brokers staat daarover het volgende opgenomen: “(…) Atradius heeft recent een aantal schade zaken afgewezen op basis van (vermeende) inter company transacties wat expliciet van de verzekering is uitgesloten. (…) Atradius geeft aan geen goed gevoel te hebben over de aangeboden risico’s, dit made gezien het grote aantal ingediende schade zaken. Tevens wordt er gesproken over de kwaliteit van het On Boarding proces van I-service. Atradius heeft haar twijfels over de kwaliteit en integriteit van een aantal klanten van I-service. [naam 5] geeft een aantal voorbeelden van klanten en hun betrokkenheid bij eerdere faillissementen. De woorden van vermoeden van en betrokkenheid bij fraude en eventueel witwassen vallen. Atradius adviseert I-service (als start-up in de factoring business) sterk om het on boarding proces aan te scherpen en tevens zelf extra kritisch te zijn bij de aankoop van de facturen in het kader van de non-recourse factoring overeenkomst. Verder geeft [naam 3] aan dat binnen de Atradius organisatie zowel op de limieten afdeling als op de incasso/schade afdeling scepsis (en vooroordelen) zijn ontstaan met betrekking tot limietaanvragen en incasso / schade-zaken afkomstig van I-Service. Hij geeft aan dat hij derhalve de kwaliteit van de dienstverlening van Atradius jegens I-Service niet meer kan waarborgen. De vertrouwensrelatie is binnen de organisatie te ernstig geschaad. (…) Naar aanleiding van bovenstaande heeft Atradius tevens een kritische review uitgevoerd van de lopende kredietbeslissingen van I-service. Het gevolg hiervan zijn de 18 intrekkingen die recent hebben plaatsgevonden. (…) I-Service ( [naam 2] ) geeft aan erg teleurgesteld te zijn door Atradius en op het verkeerde been te zijn gezet door de verkoper (…). Hij had verwacht dat Atradius veel meer en betere informatie zou hebben en dat hij door het inschakelen van de kredietverzekeraar zou zijn ontzorgt voor wat betreft de risico acceptatie. (…) [naam 2] geeft aan dat hij kritisch naar het interne onboarding en risico acceptatie proces zal kijken en dit zal terugkoppelen. (…) Gezien bovenstaande geeft Atradius aan dat zij ernstige twijfels hebben of zij het contract willen continueren. (…)” 3.17 In een e-mailbericht van 18 januari 2020 heeft [naam 2] aan Atradius en Dutch Credit Brokers onder meer het volgende geschreven: “(…) Wij hebben een risico scan op ons klantenbestand uitgevoerd en alle debiteuren. Hieruit blijkt dat wij gelukkig wel degelijk allerlei checks uitvoeren. Korte samenvatting is dat ik 1 afwijkende klant heb gevonden, te weten Bon Bravour. (…)” 3.18 In een e-mail van 20 januari 2020 aan [naam 3] heeft [naam 5] geadviseerd om de kredietverzekering niet te verlengen: “(…) Terugkomend op ons gesprek over de verlenging van 1-Factoring, ben van mening om de polis niet te verlengen. Mijn advies is dan ook om per 1 april te stoppen De reden ligt in de volgende punten: > Twijfels over de onboarding van klanten. Als dubieuze klanten uit portefeuille worden gehouden dan blijft er een zeer magere portefeuille over. > Verhoogd aantal mogelijke fraudezaken en signalen van bijzondere transacties binnen de portefeuille > Afgelopen maanden hebben we gezien dat klant geregeld te laat is met betalen > Minimale premie met sterk verhoogd risico > Verantwoordelijke (dhr. [naam 1] ) zal actief blijven in de onderneming. Heeft meerdere jaren ervaring met product factoring maar blijkbaar niet in staat om voor ons een juiste organisatie (klantencheck- risico adverse) neer te zetten. > Aandeelhouder [naam 2] vindt dat wij onze screening niet goed gedaan hebben en had een ander idee van onze dienstverlening. Mismatch verwachting — product Atradius. > Zie ook geen of zeer weinig commercieel belang om deze klant voor te zetten.” 3.19 Per brief van 24 januari 2020 heeft Atradius aan I-Service laten weten dat zij de kredietverzekering met ingang van 1 april 2020 niet zal voortzetten. Zij schrijft: “Naar aanleiding van ons gesprek d.d. 17 januari 2020 bij ons op kantoor berichten wij u als volgt: ondanks het feit dat uw organisatie (…) heeft uitgesproken er alles aan te zullen doen om het ‘on-boarding’proces van nieuwe klanten aan te scherpen en daar waar nodig te verbeteren, zien wij onvoldoende gronden om uw polis (…) te prolongeren (…). Derhalve zullen wij de samenwerking na deze datum niet continueren. Zoals ook aangegeven tijdens het gesprek is er binnen Atradius een zodanig gekleurd beeld ontstaan jegens de aangedragen zaken alsook de ingebrachte klanten (en diens debiteuren) door I-Service dat wij voortzetting van de polis als onwenselijk achten. Wij zijn van mening dat I-Service een verzekeraar verdient die zonder aanziens des persoons debiteuren beoordeelt en claims afhandelt, iets wat door de ontstane situatie nu niet mogelijk is binnen Atradius. Wij wensen I-Service BV alle succes toe naar de toekomst en gaan ervan uit dat jullie spoedig een kredietverzekeraar vinden die aan jullie wensen en behoeftes kan voldoen. (…)” 3.20 In een interne e-mail van 12 maart 2020 van Atradius staat, voor zover hier van belang: “Allen, [naam 4] en ik hebben net met (…) [naam 2] gebeld. Hij heeft zich neergelegd bij onze opzegging, hij gaat ook helemaal stoppen met factoring, maar is het niet eens met onze bevindingen dat leveranciers/debiteuren niet in de haak zijn. (…)” 3.21 NIBC heeft per brief van 9 november 2020 aan I-Service c.s. de financiering opgezegd. In de brief is onder meer het volgende opgenomen: “(…) We established that certain B2B Receivables were ineligible and/or are not sufficiently covered by the Credit Insurance while we were informed that the relevant B2B Receivables were eligible and sufficiently covered by the Credit Insurance. (…)” 3.22 Bij brief van 14 februari 2022 hebben I-Service c.s. Atradius aansprakelijk gesteld. 4 Eerste aanleg 4.1. I-Service c.s. hebben in eerste aanleg – samengevat – gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad: i. te verklaren voor recht dat de voorwaarde uit de kredietverzekering op grond waarvan Atradius het recht verkrijgt de kredietlimieten te allen tijde en onder elke grond in te trekken onredelijk bezwarend is en daarom door middel van de dagvaarding rechtsgeldig is vernietigd; ii. te verklaren voor recht dat Atradius haar zorgplicht heeft geschonden jegens (ieder van) I-Service c.s. en gehouden is om de door (ieder van) I-Service c.s. geleden schade te vergoeden; iii. Atradius te veroordelen in de proceskosten, inclusief de nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente. 4.2. De rechtbank heeft de vorderingen van I-Service c.s. afgewezen, en I-Service c.s. veroordeeld in de kosten. Zij heeft daartoe, kort weergegeven, overwogen dat in het midden kan blijven of bepaling 10400.00 een primaire dekkingsomschrijving inhoudt, en geoordeeld dat deze bepaling geen onredelijk bezwarend beding is. Volgens de rechtbank was het beroep op die bepaling voorts niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Ook het niet verlengen van de polis, dat conform de polisbepalingen tijdig was aangekondigd, was dat niet. Aan bewijslevering wordt volgens de rechtbank niet toegekomen bij gebrek aan voldoende onderbouwde stellingen. 5 Beoordeling 5.1. I-Service c.s. hebben in hoger beroep vijf grieven aangevoerd. Ter inleiding en toelichting op de grieven hebben I-Service c.s. uitgebreid uiteengezet dat er aanzienlijke verschillen bestaan tussen een reguliere kredietverzekering en een kredietverzekering voor een factoringmaatschappij. Het hof begrijpt, mede gelet op de uitgebreide inleiding, dat de onder 4.1 ii hiervoor genoemde vordering ruim bedoeld is; het hof begrijpt deze zo, dat I-Service c.s. stellen dat Atradius toerekenbaar is tekortgeschoten door een aantal kredietlimieten in te trekken en de polis niet te verlengen en daarom gehouden is de daaruit voortvloeiende schade te vergoeden. Daarop ziet, naar het hof begrijpt, de gevorderde verklaring voor recht. 5.2 I-Service c.s. stellen ten eerste dat de intrekking, met onmiddellijke ingang, op 7 januari 2020 van een aantal kredietlimieten misbruik van recht oplevert dan wel naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Inmiddels staat vast dat het gaat om 18 kredietlimieten van debiteuren, die tezamen het grootste deel van de actieve portefeuille van I-Service c.s. vormden. De aangeleverde stukken na het tussenarrest 5.3 Het hof heeft ten aanzien van het intrekken van de 18 kredietlimieten nadere informatie van Atradius noodzakelijk geacht, en daarom bij arrest van 12 augustus 2025 een bevel op basis van art. 22 Rv aan Atradius gegeven. De motivering daarvan luidt: “2.1. (…) Atradius heeft in deze procedure niet per intrekking toegelicht welke reden daaraan ten grondslag lag. De feiten in deze zaak zijn daardoor nog niet compleet. Deze informatie is nodig voor de beslissing. 2.2 Ingevolge artikel 22 Rv kan de rechter in alle gevallen en in elke stand van de procedure partijen of een van hen bevelen bepaalde stellingen toe te lichten. Het hof beveelt Atradius bij akte om van ieder van de 18 intrekkingen toe te lichten welke reden daaraan ten grondslag lag. (...).” 5.4 Atradius heeft naar aanleiding van het tussenarrest een akte genomen, waarin zij verwijst naar de vrijheid die zij heeft om haar dekking te omschrijven en naar de ruimte die clausule 10400.00 haar volgens haar geeft. Bij die akte heeft zij 19 producties gevoegd (genummerd 1 tot en met 18 waarbij productie 18 uit twee stukken bestaat), die elk een intrekkingsbeslissing per debiteur inhouden, welke beslissingen Atradius zegt op 7 januari 2020, dus op de dag van de intrekkingen, met I-Service c.s. te hebben gedeeld. Het betreft steeds eenzelfde formulier van minder dan een A4, waarop naast de gegevens van de debiteur, de hoogte en de verstrekkingsdatum van de kredietlimiet, telkens slechts staat: ‘intrekking van de dekking’, met daaronder een kader met daarin kredietlimiet 0 EUR, intrekking per 8 januari 2020 met de vermelding: ‘op voorwaarden/ met toelichting’; deze vermelding wordt steeds slechts gevolgd door twee codes, van telkens een letter en drie cijfers. Onder dat kader staat telkens slechts een standaardtoelichting op de betekenis van die codes. 5.4.1 Er komen als eerste code zes verschillende letter/cijfercombinaties voor, die per code een zeer algemene verklaring van één of twee regels kennen. In twee gevallen vermeldt de intrekkingsbeslissing als reden tegenvallende financiële resultaten (code T004), in één geval vertraagde betaling (code T332), in twee gevallen is de vermelde reden “De informatie, die op dit moment beschikbaar is, is onvoldoende om de gevraagde kredietlimiet toe te kennen. Deze debiteur heeft zijn jaarcijfers niet binnen de wettelijk verplichte periode gepubliceerd” (code T103), in twee gevallen “Genoemde gebeurtenis is niet van toepassing op deze debiteur, maar op de moedermaatschappij van de debiteur”, door Atradius in haar akte samengevat als “rode vlaggen binnen concerns” (code T300), en in negen gevallen wat Atradius zelf samenvat als “afwijkende handel” (code T403). In drie gevallen betekent de code volgens Atradius dat de beslissing is gebaseerd op vertrouwelijke informatie die Atradius niet mag prijsgeven (code T016). Een verdere uitwerking, toelichting of uitleg per debiteur ontbreekt op deze stukken. De wel gegeven toelichtingen zeggen onvoldoende over de feitelijke constellatie die volgens Atradius aan de orde was en de reden was voor de intrekking; niet opgehelderd is bijvoorbeeld welke “afwijkende handel” Atradius heeft geconstateerd. Gelet op het voorgaande is in deze procedure niet duidelijk geworden wat concreet per intrekking feitelijk bij de debiteuren aan de hand was, wat tot een intrekking heeft geleid. Dat was uiteraard wel doel en strekking van het bevel op grond van art. 22 Rv omdat ook bij een marginale toets dat inzicht nodig is. Deze informatie lag ook in het domein van Atradius. Zoals onder de feiten vermeld, werden kredietlimieten tegen betaling door I-Service c.s. bij (een aan) Atradius (gelieerde organisatie) aangevraagd. I-Service c.s. moesten hiervoor betalen. Het was daardoor in de eerste plaats Atradius die kon beschikken over relevante informatie voor het verstrekken/intrekken van een kredietlimiet. De intrekkingsbeslissingen zijn bovendien van haar afkomstig. 5.4.2 De tweede code op de intrekkingsbeslissingen is telkens hetzelfde, en houdt in dat de limiet met onmiddellijke ingang wordt ingetrokken en dat die beslissing is gebaseerd op de ‘genoemde ongunstige informatie’. Die woorden verwijzen kennelijk terug naar de als eerste genoemde code, die dus, mede in het licht van het bevel op grond van art. 22 Rv, onvoldoende concrete informatie bevat. 5.4.3 Atradius stelt dat deze beslissingen destijds aan I-Service c.s. zijn toegelicht, maar verwijst slechts naar niet nader geconcretiseerd mondeling contact en naar reeds eerder in de procedure overgelegde producties, die het hof bekend waren toen het hof het tussenarrest wees, maar die zonder nadere toelichting van Atradius (die ontbreekt) niet volstonden, waardoor het bevel op grond van art. 22 Rv noodzakelijk werd. 5.5 Het hof stelt vast dat de, op grond van art. 22 Rv overgelegde, stukken en hetgeen verder in deze procedure naar voren is gebracht, het vereiste inzicht niet verschaffen. 5.6 Het verzoek van Atradius in de akte om toegelaten te worden tot nadere bewijslevering als het hof de akte met producties niet voldoende acht, is niet toewijsbaar. Atradius heeft – ook na en ondanks het tussenarrest met het art. 22 Rv bevel – haar betwisting niet voldoende onderbouwd. Aan bewijslevering wordt daardoor niet toegekomen. Intrekking van de kredietlimieten onaanvaardbaar 5.7 Mede tegen de voormelde achtergrond acht het hof de intrekking met onmiddellijke ingang van de 18 kredietlimieten in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Dat oordeel is gegrond op het volgende. Op zichzelf is juist het betoog van Atradius dat het een verzekeraar vrijstaat om de grenzen van de dekking te bepalen. De formulering van clausule 10400.00 is voorts zeer ruim. Atradius miskent echter dat de verhouding tussen haar als verzekeraar en I-Service c.s. als verzekeringnemer daarbij telkens wordt beheerst door de redelijkheid en billijkheid, en dat rechten uit de polisvoorwaarden onder omstandigheden oneigenlijk kunnen worden gebruikt dan wel op onaanvaardbare wijze kunnen worden toegepast. Als I-Service c.s. voldoende gemotiveerd stellen dat daarvan sprake is, kan Atradius niet volstaan met een beroep op de vrijheid die zij aan clausule 10400.00 meent te kunnen ontlenen. 5.8 I-Service c.s. hebben aan hun stelplicht voldaan. Hun betoog houdt in dat het beroep op clausule 10400.00 in dit geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is vanwege de gehele situatie. Zij stellen dat Atradius vanaf het begin nauw betrokken was bij het opzetten van de start-up en dat Atradius wist hoe belangrijk verzekeringsdekking was voor het slagen van de onderneming. Doordat Atradius in januari 2020 plotseling – in een tijdsbestek van enkele uren – alle actieve kredietlimieten met onmiddellijke ingang introk, werd het I-Service c.s. feitelijk onmogelijk gemaakt om hun onderneming voort te zetten. In dat verband is van belang, nog steeds volgens I-Service c.s., dat Atradius expliciet als kredietverzekeraar is aangewezen in de overeenkomst met NIBC. I-Service c.s. benadrukken dat er geen behoorlijke grond was voor die plotselinge intrekking. De BTW-carrousel die Atradius in dat verband noemde kan onmogelijk hebben bestaan omdat er bij de betrokken klant (Bon Bravour) geen grensoverschrijdende facturen voorkwamen. Van de beweerde mogelijk gefingeerde of frauduleuze transacties binnen een groep ondernemingen was geen sprake. Bovendien verloor Atradius uit het oog dat fraude helemaal geen gedekt evenement is, slechts (vermoedelijke) insolventie is dat. Atradius had bovendien zonder problemen nadere informatie kunnen inwinnen bij I-Service c.s., dat had niet veel tijd gekost. Atradius heeft op oneigenlijke gronden, te weten het slechte gevoel dat een werknemer van Atradius kennelijk bij I-Service c.s. had in combinatie met de wens om van het niet commercieel aantrekkelijke I-Service c.s. af te komen, de kredietlimieten ingetrokken. Dat is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar, aldus I-Service c.s. Het hof acht het voorgaande, mede gelet op de correspondentie zoals genoemd bij de feiten, voldoende gemotiveerde stellingen. Hierbij heeft het hof ook in overweging genomen dat I-Service c.s. niet concreet de daadwerkelijke reden van Atradius voor iedere intrekking konden bespreken, omdat Atradius daarin onvoldoende inzage heeft gegeven. 5.9 Atradius heeft het betoog van I-Service c.s. betwist. Zij voert aan dat zij niet zomaar willekeurig en zonder goede reden kredietlimieten intrekt, maar zij heeft ondanks de haar geboden kans (zie 5.3 en volgende hiervoor) niet voldoende concreet toegelicht waarop haar desbetreffende intrekkingsbeslissingen gebaseerd waren. Daardoor oordeelt het hof haar betwisting onvoldoende gemotiveerd, zodat daaraan voorbijgegaan dient te worden. Het gevolg daarvan is dat door het hof als vaststaand moet worden beschouwd dat voor Atradius geen voldoende rechtens te respecteren belang bestond bij het intrekken met onmiddellijke ingang van de 18 kredietlimieten. Daarmee staat tevens vast dat Atradius, als er al voldoende aanleiding tot het treffen van maatregelen bestond (hetgeen nu niet is vast te stellen) I-Service c.s. eerst in de gelegenheid had moeten stellen om een toelichting te geven of had moeten volstaan met minder vergaande maatregelen. Het feit dat Atradius dit niet heeft gedaan, en onmiddellijk is overgegaan tot intrekking van de 18 kredietlimieten die tezamen het grootste deel van de actieve portefeuille van I-Service (I-Factoring) vormden, leidt tot het oordeel dat deze intrekking in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was. Dat de intrekking alleen voor de toekomst gold, doet daaraan niet af. Atradius mocht afzien van verlenging 5.10 I-Service c.s. hebben Atradius voorts verweten dat zij de polis in april 2020 niet heeft verlengd. Volgens I-Service c.s. is Atradius ook om die reden toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de kredietverzekering. Die stelling faalt echter, op grond van het volgende. De verzekering gold voor bepaalde tijd, te weten twaalf maanden. Dat staat niet alleen in de voorwaarden, maar ook op het polisblad/polisoverzicht. Niet in geschil is dat Atradius zich het recht had voorbehouden de polis niet te verlengen. Daarover is in de polisvoorwaarden vermeld dat de verzekering automatisch wordt verlengd, tenzij de verzekerde of Atradius uiterlijk twee maanden voor de afloopdatum schriftelijk aangeeft de polis niet te verlengen. Verlengen houdt in dit verband in dat een nieuwe verzekering op dezelfde voorwaarden wordt gesloten, zonder dat opnieuw een acceptatietraject doorlopen wordt. Een verplichting tot het aangaan van een dergelijke nieuwe verzekeringsovereenkomst volgt niet uit de bewoordingen van de relevante bepalingen van de verzekeringsovereenkomst, gelezen in het licht van de polisvoorwaarden als geheel en eventuele bij de polisvoorwaarden behorende polisdocumentatie of andere gegevens. Dat betekent dat het algemene beginsel van contractsvrijheid geldt, dat inhoudt dat het elk van partijen vrij staat om geen nieuwe overeenkomst aan te gaan. Het betreft ook geen tussentijdse opzegging van de kredietverzekering, waarvoor op grond van art. 7:940 lid 3 BW specifieke voorwaarden van toepassing zijn, maar een opzegging tegen het einde van de verzekering teneinde verlenging van de overeenkomst te verhinderen in de zin van art. 7:940 lid 1 BW. 5.11 Er kan wel een gehoudenheid tot verlengen bestaan, namelijk indien de weigering te verlengen misbruik van bevoegdheid oplevert of naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, gelet op de wederzijdse belangen. Die situatie doet zich hier echter niet voor. Het hof zal dat toelichten. De intrekkingen van de 18 kredietlimieten betroffen de debiteuren van de klanten van I-Service. Naast deze intrekkingen, die de hoofdoorzaak maar niet de enige oorzaak van het niet prolongeren waren, had Atradius twijfels over de kwaliteit en integriteit van een aantal klanten van I-Factoring/I-Service c.s. Bij Atradius bestonden ernstige zorgen over het on boarding proces bij I-Service c.s. In dit verband heeft Atradius in deze procedure onder meer het volgende naar voren gebracht: “Aan welke partijen haar verzekerde, de factoringmaatschappij, een factoringdienst verleent en hoe het zit met de moraliteit van die partijen, kan Atradius niet toetsen. Juist daarom is het bij verzekeringen ten behoeve van factoringmaatschappijen van groot belang dat Atradius erop kan vertrouwen dat de verzekerde zijn eigen on boardingproces goed op orde heeft. Met het on boardingproces wordt bedoeld dat verzekerde zelf goed toetst aan welke partijen hij de factoringdienst aanbiedt.” Dat Atradius daadwerkelijk bezorgd was over het on boardingproces , volgt uit de feiten (zie onder 3.9 en volgende hiervoor). Het gesprek daarover met I-Service c.s. heeft de twijfels niet weggenomen die Atradius had over het risico van onregelmatigheden en fraude bij klanten van I-Service c.s. Het mede daardoor ontstane gebrek aan vertrouwen in I-Service c.s., welk vertrouwen ook naar het oordeel van het hof essentieel is bij een kredietverzekering ten behoeve van een factoringmaatschappij, heeft Atradius uiteindelijk tot het bericht van 24 januari 2020 gebracht waarin zij I-Service c.s. heeft laten weten de kredietverzekering met ingang van 1 april 2020 niet voort te zetten, om de in die brief genoemde redenen (zie onder 3.19 hiervoor). Dit stond Atradius vrij. Dat NIBC het bestaan van een kredietverzekering als voorwaarde stelde en dat de naam van Atradius in de overeenkomst met NIBC was opgenomen, noopt, ook als wordt aangenomen dat Atradius daarvan op de hoogte was, niet tot een ander oordeel. Datzelfde geldt voor de stellingen van I-Service c.s. dat het initiatief voor de ontwikkeling van I-Factoring mede van Atradius kwam en dat Atradius [naam 2] doorverwees naar NIBC ter verkrijging van een financiering, wat er ook zij van deze stellingen. Atradius behoefde in de gegeven omstandigheden de belangen van I-Service c.s. niet zwaarder te laten wegen dan haar eigen belangen. Hieraan doet niet af dat geen dekking onder de verzekering bestond bij fraude; Atradius mocht het risico voorkomen dat zij zelfs indirect met fraude te maken kreeg. Verder hing het niet verlengen al vóór de schriftelijke mededeling daarvan in de lucht en is de schriftelijke mededeling gedaan op 24 januari 2020 tegen 1 april 2020. Het voorgaande bood I-Service c.s. de mogelijkheid een andere verzekeraar te zoeken. Overigens is de financiering door NIBC pas maanden na 1 april 2020 (op 9 november 2020) tot een einde gekomen. Omstandigheden die nopen tot een andersluidend oordeel over het niet verlengen van de verzekering zijn er niet. De schade 5.12 Uit de voorgaande overwegingen volgt dat Atradius gehouden is de schade te vergoeden die voortvloeit uit de intrekking van de 18 kredietlimieten, maar niet de schade die het gevolg is van het niet verlengen. De schade die volgens I-Service c.s. is voortgevloeid uit het niet verlengen van de polis behoeft dus geen verdere bespreking, evenmin als het overige debat van partijen op dit punt. 5.13 De mogelijkheid dat I-Service, als verzekeringnemer/verzekerde, schade heeft geleden ten gevolge van het intrekken van de 18 kredietlimieten, bijvoorbeeld in de vorm van verlies van haar eigen marge en extra kosten, is voldoende aannemelijk. Het hof acht begroting van de schade in deze procedure op dit moment niet mogelijk en zal de zaak naar de schadestaatprocedure verwijzen. Daarin kan op alle geschilpunten die zien op de (omvang van de) schade die het gevolg is van de intrekking van de 18 kredietlimieten worden ingegaan, zodat die nu geen bespreking behoeven. Tot deze gevolgen rekent het hof dus niet dat de verzekering niet is verlengd, zoals uit de verdere overwegingen in dit arrest volgt. Aan voormeld oordeel doet niet af dat volgens I-Service c.s. de opzeggingsgronden die NIBC heeft geformuleerd dateren van direct na de intrekking van de 18 kredietlimieten, wat er ook zij van die stelling. De mogelijkheid dat naast I-Service de andere vennootschappen (EDR, I-Finance Services, I-Finance.nl of I-Factoring) schade hebben geleden ten gevolge van het intrekken van de kredietlimieten is onvoldoende toegelicht. Aan deze vennootschappen komt daarom geen vordering tot schadevergoeding toe. Bij dit oordeel heeft het hof tevens in aanmerking genomen dat ter zitting van het hof is bevestigd dat I-Service de holding is en alle winsten en verliezen naar deze vennootschap gaan. De klachtplicht 5.14 Atradius heeft in eerste aanleg aangevoerd dat I-Service c.s. hun klachtplicht hebben verzaakt. De bestuurder van I-Service zou begin 2020 te kennen hebben gegeven dat I-Service c.s. zich bij de intrekking neerlegde. Dat betoog faalt. Atradius doet een beroep op de interne mail van 12 maart 2020 van Atradius (zie 3.20 hiervoor). Daaruit volgt echter niet de conclusie die Atradius daaraan verbindt. Er staat slechts dat [naam 2] zich neerlegt bij de opzegging, niet bij de beëindiging van de 18 kredietlimieten. Daarover is juist vermeld dat [naam 2] het niet eens is met de bevindingen van Atradius daaromtrent. Daarvan was Atradius dus op de hoogte. Tegen deze achtergrond gaat ook haar betoog dat haar de kans is ontnomen de kredietlimieten weer af te geven niet op. Verder heeft Atradius gesteld dat haar belangen zijn geschaad als gevolg van het verstrijken van de tijd totdat twee jaar later schriftelijk tegen de beëindiging van de 18 kredietlimieten is geprotesteerd omdat bewijs moeilijker te leveren is. Daarin volgt het hof haar om de volgende redenen niet. Atradius stelt in dat kader dat zij alle stellingen van I-Service c.s. betwist die de rol van Atradius bij de totstandkoming van de financieringsovereenkomst tussen NIBC en I-Service c.s. betreffen, maar dat zij haar betwisting door tijdsverloop niet meer goed met getuigenbewijs kan onderbouwen. Atradius heeft bij de betwisting van haar vorenbedoelde rol bij de totstandkoming van de financieringsovereenkomst met NIBC echter onvoldoende belang. Ook als haar betwisting juist is, zal dat niet tot andere oordelen over de 18 intrekkingen leiden, zoals uit de eerdere overwegingen in dit arrest volgt. Nu onvoldoende is gesteld voor de conclusie dat de belangen van Atradius daadwerkelijk zijn geschaad, bestaat ook overigens geen reden om I-Services c.s. gebrek aan voortvarendheid te verwijten. Het beroep op de klachtplicht slaagt niet. De gevorderde verklaringen voor recht 5.15 Evenmin als de rechtbank zal het hof een oordeel geven over de vraag of clausule 10400.00 een onredelijk bezwarend beding is, omdat een dergelijk oordeel voor de uitkomst van de zaak geen verschil maakt. Het belang van een beslissing op dit punt voor andere gevallen is in deze procedure, die geen art 3:305a BW procedure is en evenmin anderszins een algemeen-belangprocedure, geen voldoende belang in de zin van art. 3:303 BW. 5.16 De onder 4.1 ii hiervoor gevorderde verklaring voor recht zal, gelet op de kennelijke bedoeling daarvan en wat hiervoor is overwogen, worden toegewezen als onder het dictum vermeld. Bewijs, slotsom, kosten 5.17 Aan bewijslevering wordt niet toegekomen, zoals uit de overwegingen in dit arrest volgt. Het voorgaande geldt voor beide partijen. 5.18 Nu de grieven ten dele slagen, kan het vonnis niet in stand blijven. Voor de duidelijkheid wordt het vonnis geheel vernietigd en wordt beslist als hieronder in het dictum vermeld. De kosten worden gecompenseerd omdat partijen over en weer op enkele punten in het ongelijk zijn gesteld, waarbij het hof ervan uitgaat dat de andere appellanten naast I-Service geen eigen kosten hebben gemaakt, nu zij alle werden bijgestaan door dezelfde advocaat 6 Beslissing Het hof: vernietigt het bestreden vonnis, en opnieuw rechtdoende: verklaart voor recht dat Atradius jegens I-Service c.s. toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van de kredietverzekering door de beëindiging van de 18 kredietlimieten in januari 2020, en dat zij gehouden is de schade van I-Service die daarvan het gevolg is of zal zijn te vergoeden, nader op te maken bij staat; wijst af het meer of anders gevorderde; compenseert de kosten van de eerste aanleg en het hoger beroep aldus dat elke partij de eigen kosten draagt; verklaart dit arrest voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad. Dit arrest is gewezen door mrs. J.W. Hoekzema, P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten en M.M. Korsten-Krijnen en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2026.