Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2026-05-19
ECLI:NL:GHAMS:2026:1336
Civiel recht
Hoger beroep
1,589 tokens
Volledig
ECLI:NL:GHAMS:2026:1336 text/xml public 2026-05-22T18:00:28 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Amsterdam 2026-05-19 200.362.464 Uitspraak Hoger beroep NL Amsterdam Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1336 text/html public 2026-05-15T11:23:51 2026-05-22 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHAMS:2026:1336 Gerechtshof Amsterdam , 19-05-2026 / 200.362.464 Niet ontvankelijk verklaring van appellant in het hoger beroep na een (niet eenstemmig) verzoek tot doorhaling. Compensatie van proceskosten wegens vrijwillige ontruiming door geïntimeerde. (artikel 8.2 Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven en artikel 237 Rv.) GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I (handel) zaaknummer : 200.362.464/01 zaaknummer rechtbank Amsterdam : 11900744 KK EXPL 25-660 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 19 mei 2026 in de zaak van [appellant] , wonend in [plaats] , appellant, advocaat: mr. M. Kartal te Amsterdam, tegen [geïntimeerde] , wonend in [plaats] , geïntimeerde, advocaat: mr. K. Samim te Amsterdam. 1 Het verloop van het geding in hoger beroep Bij dagvaarding van 27 november 2025 heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen het vonnis in kort geding van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam dat onder bovengenoemd zaaknummer tussen partijen is gewezen op 3 november 2025. De appeldagvaarding bevat de grieven. Op de rol van 13 januari 2026 heeft geïntimeerde een memorie van antwoord, met producties, genomen. Nadat op verzoek van appellant een datum voor de mondelinge behandeling was bepaald, heeft hij het hof bij H8-formulier van 20 februari 2026 om doorhaling van de zaak verzocht en te bepalen dat iedere partij de eigen proceskosten draagt. Geïntimeerde heeft bij e-mail van 24 februari 2025 het hof bericht niet met het laatste in te stemmen en het hof verzocht appellant te veroordelen in de proceskosten. Arrest is bepaald op heden. 2 Beoordeling 2.1. Doorhaling op de rol vindt plaats op eenstemmig verzoek van partijen daartoe (artikel 8.2 LPR). Omdat geïntimeerde heeft verzocht appellant in de proceskosten te veroordelen, kan niet tot doorhaling worden overgegaan. 2.2. Nu appellant de zaak niet wil voortzetten, zal het hof appellant niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep. 2.3. Het hof ziet aanleiding de proceskosten te compenseren. Door de vrijwillige ontruiming van het gehuurde door geïntimeerde - nadat het hoger beroep aanhangig was gemaakt en beide partijen hun memories hadden genomen – is het procesbelang aan de vordering van appellant komen te ontvallen. Het betoog van geïntimeerde dat hij (uitsluitend) ontruimd heeft omdat partijen inmiddels zijn gedagvaard door de hoofdverhuurder en geïntimeerde verdere escalatie wil voorkomen, maakt dat oordeel niet anders. 3 Beslissing Het hof: verklaart appellant niet-ontvankelijk in het hoger beroep; compenseert de kosten van het hoger beroep in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. Dit arrest is gewezen door mrs. J.C.W. Rang, J.W. Hoekzema en A.R. Sturhoofd en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 19 mei 2026.
Volledig
ECLI:NL:GHAMS:2026:1336 text/xml public 2026-05-22T18:00:28 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Amsterdam 2026-05-19 200.362.464 Uitspraak Hoger beroep NL Amsterdam Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1336 text/html public 2026-05-15T11:23:51 2026-05-22 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHAMS:2026:1336 Gerechtshof Amsterdam , 19-05-2026 / 200.362.464 Niet ontvankelijk verklaring van appellant in het hoger beroep na een (niet eenstemmig) verzoek tot doorhaling. Compensatie van proceskosten wegens vrijwillige ontruiming door geïntimeerde. (artikel 8.2 Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven en artikel 237 Rv.) GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I (handel) zaaknummer : 200.362.464/01 zaaknummer rechtbank Amsterdam : 11900744 KK EXPL 25-660 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 19 mei 2026 in de zaak van [appellant] , wonend in [plaats] , appellant, advocaat: mr. M. Kartal te Amsterdam, tegen [geïntimeerde] , wonend in [plaats] , geïntimeerde, advocaat: mr. K. Samim te Amsterdam. 1 Het verloop van het geding in hoger beroep Bij dagvaarding van 27 november 2025 heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen het vonnis in kort geding van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam dat onder bovengenoemd zaaknummer tussen partijen is gewezen op 3 november 2025. De appeldagvaarding bevat de grieven. Op de rol van 13 januari 2026 heeft geïntimeerde een memorie van antwoord, met producties, genomen. Nadat op verzoek van appellant een datum voor de mondelinge behandeling was bepaald, heeft hij het hof bij H8-formulier van 20 februari 2026 om doorhaling van de zaak verzocht en te bepalen dat iedere partij de eigen proceskosten draagt. Geïntimeerde heeft bij e-mail van 24 februari 2025 het hof bericht niet met het laatste in te stemmen en het hof verzocht appellant te veroordelen in de proceskosten. Arrest is bepaald op heden. 2 Beoordeling 2.1. Doorhaling op de rol vindt plaats op eenstemmig verzoek van partijen daartoe (artikel 8.2 LPR). Omdat geïntimeerde heeft verzocht appellant in de proceskosten te veroordelen, kan niet tot doorhaling worden overgegaan. 2.2. Nu appellant de zaak niet wil voortzetten, zal het hof appellant niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep. 2.3. Het hof ziet aanleiding de proceskosten te compenseren. Door de vrijwillige ontruiming van het gehuurde door geïntimeerde - nadat het hoger beroep aanhangig was gemaakt en beide partijen hun memories hadden genomen – is het procesbelang aan de vordering van appellant komen te ontvallen. Het betoog van geïntimeerde dat hij (uitsluitend) ontruimd heeft omdat partijen inmiddels zijn gedagvaard door de hoofdverhuurder en geïntimeerde verdere escalatie wil voorkomen, maakt dat oordeel niet anders. 3 Beslissing Het hof: verklaart appellant niet-ontvankelijk in het hoger beroep; compenseert de kosten van het hoger beroep in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. Dit arrest is gewezen door mrs. J.C.W. Rang, J.W. Hoekzema en A.R. Sturhoofd en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 19 mei 2026.