Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2026-05-12
ECLI:NL:GHAMS:2026:1326
Strafrecht
Hoger beroep
4,085 tokens
Volledig
ECLI:NL:GHAMS:2026:1326 text/xml public 2026-05-18T14:04:50 2026-05-12 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Amsterdam 2026-05-12 23-000145-22 Uitspraak Hoger beroep NL Amsterdam Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1326 text/html public 2026-05-18T14:00:32 2026-05-18 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHAMS:2026:1326 Gerechtshof Amsterdam , 12-05-2026 / 23-000145-22 opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van verbreking. afdeling strafrecht parketnummer: 23-000145-22 datum uitspraak: 12 mei 2026 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 2 juli 2021 in de strafzaak onder parketnummer 13-128463-19 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1988, adres: [adres 1] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 21 april en 12 mei 2026. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: 1. hij, op of omstreeks 12 oktober 2017 te Amstelveen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk heeft geteeld, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een woning aan de [adres 2] ), een hoeveelheid van in totaal (ongeveer) 157 hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, 2. hij, op of omstreeks 12 oktober 2017 te Amstelveen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Liander N.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen elektriciteit onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd omdat het hof tot andere overwegingen komt met betrekking tot het bewijs en de strafoplegging. Bewijsoverweging De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1 en 2 tenlastegelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen. De woning stond op naam van de verdachte, er zijn brieven van de verdachte aangetroffen en de broer van de verdachte heeft verklaard dat de hennepkwekerij van de verdachte is geweest. De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat niet vaststaat dat het de verdachte was die al die tijd in de woning aanwezig is geweest. De verdachte heeft verklaard de woning te hebben verhuurd aan een Roemeen. Ook kan niet worden vastgesteld dat de verdachte de post heeft neergelegd in de woning waar de hennepkwekerij is aangetroffen. Het hof overweegt als volgt. Hennepteelt (feit 1) Uit het procesdossier volgt dat op 12 oktober 2017 een hennepkwekerij wordt aangetroffen in de woning aan de [adres 2] . Het gaat om 157 hennepplanten. In dezelfde woning worden twee identiteitskaarten en administratie aangetroffen. De identiteitskaarten zijn van de verdachte en van de broer van de verdachte. De verdachte is de tenaamgestelde van verschillende aangetroffen brieven, onder andere een brief gedateerd op 30 september 2017 en een brief bezorgd op het adres [adres 3] (zijnde het adres van de ouders van de verdachte) in [plaats] . De verdachte staat ingeschreven op het adres van de woning en er is een huurovereenkomst (p. 127 van het digitale procesdossier), waarin de verdachte als huurder wordt bestempeld. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep herhaald dat hij de woning heeft onderverhuurd aan een Roemeen die hij heeft ontmoet tijdens zijn werkzaamheden als taxichauffeur. De verdachte heeft geen nadere informatie of gegevens verstrekt over deze Roemeen, ook ter terechtzitting niet. De verklaring van de verdachte is dan ook op geen enkele wijze onderbouwd of verifieerbaar, en strookt niet met de bewijsmiddelen. Het hof acht de verklaring mede in dat licht ongeloofwaardig en gaat voorbij aan dit verweer. Diefstal elektriciteit (feit 2) Uit het dossier blijkt dat in de woning de zegels van de hoofdaansluitkast waren verbroken en dat op 12 oktober 2017 de stroom ten behoeve van de hennepkwekerij, die op dat moment in werking was, illegaal werd afgenomen. Het hof is – gelet op wat hiervoor is overwogen ten aanzien van de betrokkenheid van de verdachte bij de hennepkwekerij – van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte zich tevens schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van elektriciteit ten behoeve van zijn hennepkwekerij. Gelet op het voorgaande acht het hof het onder 1 en 2 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 1. hij op 12 oktober 2017 te Amstelveen opzettelijk heeft geteeld in een woning aan de [adres 2] een hoeveelheid van in totaal (ongeveer) 157 hennepplanten, 2. hij op 12 oktober 2017 te Amstelveen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, toebehorende aan Liander N.V., waarbij verdachte die weg te nemen elektriciteit onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking. Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het onder 1 bewezenverklaarde levert op: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod. Het onder 2 bewezenverklaarde levert op: diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van verbreking. Strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit. Oplegging van straf De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 en 2 bewezenverklaarde veroordeeld tot een taakstraf van 50 uren, subsidiair 25 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken met een proeftijd van twee jaren. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 44 uren, subsidiair 22 dagen, met aftrek van voorarrest. De raadsvrouw heeft het hof verzocht bij een bewezenverklaring de vordering van de advocaat-generaal te volgen. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het telen van 157 hennepplanten. De verdachte heeft daarbij kennelijk gehandeld uit financieel gewin.
Volledig
ECLI:NL:GHAMS:2026:1326 text/xml public 2026-05-18T14:04:50 2026-05-12 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Amsterdam 2026-05-12 23-000145-22 Uitspraak Hoger beroep NL Amsterdam Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1326 text/html public 2026-05-18T14:00:32 2026-05-18 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHAMS:2026:1326 Gerechtshof Amsterdam , 12-05-2026 / 23-000145-22 opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van verbreking. afdeling strafrecht parketnummer: 23-000145-22 datum uitspraak: 12 mei 2026 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 2 juli 2021 in de strafzaak onder parketnummer 13-128463-19 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1988, adres: [adres 1] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 21 april en 12 mei 2026. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: 1. hij, op of omstreeks 12 oktober 2017 te Amstelveen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk heeft geteeld, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een woning aan de [adres 2] ), een hoeveelheid van in totaal (ongeveer) 157 hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, 2. hij, op of omstreeks 12 oktober 2017 te Amstelveen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Liander N.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen elektriciteit onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd omdat het hof tot andere overwegingen komt met betrekking tot het bewijs en de strafoplegging. Bewijsoverweging De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1 en 2 tenlastegelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen. De woning stond op naam van de verdachte, er zijn brieven van de verdachte aangetroffen en de broer van de verdachte heeft verklaard dat de hennepkwekerij van de verdachte is geweest. De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat niet vaststaat dat het de verdachte was die al die tijd in de woning aanwezig is geweest. De verdachte heeft verklaard de woning te hebben verhuurd aan een Roemeen. Ook kan niet worden vastgesteld dat de verdachte de post heeft neergelegd in de woning waar de hennepkwekerij is aangetroffen. Het hof overweegt als volgt. Hennepteelt (feit 1) Uit het procesdossier volgt dat op 12 oktober 2017 een hennepkwekerij wordt aangetroffen in de woning aan de [adres 2] . Het gaat om 157 hennepplanten. In dezelfde woning worden twee identiteitskaarten en administratie aangetroffen. De identiteitskaarten zijn van de verdachte en van de broer van de verdachte. De verdachte is de tenaamgestelde van verschillende aangetroffen brieven, onder andere een brief gedateerd op 30 september 2017 en een brief bezorgd op het adres [adres 3] (zijnde het adres van de ouders van de verdachte) in [plaats] . De verdachte staat ingeschreven op het adres van de woning en er is een huurovereenkomst (p. 127 van het digitale procesdossier), waarin de verdachte als huurder wordt bestempeld. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep herhaald dat hij de woning heeft onderverhuurd aan een Roemeen die hij heeft ontmoet tijdens zijn werkzaamheden als taxichauffeur. De verdachte heeft geen nadere informatie of gegevens verstrekt over deze Roemeen, ook ter terechtzitting niet. De verklaring van de verdachte is dan ook op geen enkele wijze onderbouwd of verifieerbaar, en strookt niet met de bewijsmiddelen. Het hof acht de verklaring mede in dat licht ongeloofwaardig en gaat voorbij aan dit verweer. Diefstal elektriciteit (feit 2) Uit het dossier blijkt dat in de woning de zegels van de hoofdaansluitkast waren verbroken en dat op 12 oktober 2017 de stroom ten behoeve van de hennepkwekerij, die op dat moment in werking was, illegaal werd afgenomen. Het hof is – gelet op wat hiervoor is overwogen ten aanzien van de betrokkenheid van de verdachte bij de hennepkwekerij – van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte zich tevens schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van elektriciteit ten behoeve van zijn hennepkwekerij. Gelet op het voorgaande acht het hof het onder 1 en 2 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 1. hij op 12 oktober 2017 te Amstelveen opzettelijk heeft geteeld in een woning aan de [adres 2] een hoeveelheid van in totaal (ongeveer) 157 hennepplanten, 2. hij op 12 oktober 2017 te Amstelveen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, toebehorende aan Liander N.V., waarbij verdachte die weg te nemen elektriciteit onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking. Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het onder 1 bewezenverklaarde levert op: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod. Het onder 2 bewezenverklaarde levert op: diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van verbreking. Strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit. Oplegging van straf De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 en 2 bewezenverklaarde veroordeeld tot een taakstraf van 50 uren, subsidiair 25 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken met een proeftijd van twee jaren. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 44 uren, subsidiair 22 dagen, met aftrek van voorarrest. De raadsvrouw heeft het hof verzocht bij een bewezenverklaring de vordering van de advocaat-generaal te volgen. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het telen van 157 hennepplanten. De verdachte heeft daarbij kennelijk gehandeld uit financieel gewin.