Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2026-05-12
ECLI:NL:GHAMS:2026:1324
Strafrecht
Hoger beroep
3,005 tokens
Volledig
ECLI:NL:GHAMS:2026:1324 text/xml public 2026-05-18T13:17:19 2026-05-12 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Amsterdam 2026-05-12 23-001372-23 Uitspraak Hoger beroep NL Amsterdam Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1324 text/html public 2026-05-18T13:16:00 2026-05-18 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHAMS:2026:1324 Gerechtshof Amsterdam , 12-05-2026 / 23-001372-23 Overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 76, eerste lid, van de Wet personenvervoer. afdeling strafrecht parketnummer: 23-001372-23 datum uitspraak: 12 mei 2026 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 20 april 2023 in de strafzaak onder parketnummer 15-296006-22 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1970, adres: [adres] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 21 april en 12 mei 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, met dien verstande dat het hof het zinsgedeelte ‘ ...en dat in de telefoon van de verdachte veel WhatsApp-gesprekken met adressen staan ’ in de bewijsoverweging op blad 3 schrapt, dat de door de rechtbank opgesomde bewijsmiddelen worden uitgewerkt en dat het hof de strafmotivering aanvult. Bewijsmiddelen 1. Een proces-verbaal van aanhouding met nummer PL27RP/22-059943 van 10 juli 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant] [pagina’s 7 tot en met 14]. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als bevindingen van verbalisant [verbalisant] : Op 10 juli 2022 was ik belast met de Basis Politiezorg op de luchthaven Schiphol, op de Vertrekpassage te Schiphol, gelegen in de gemeente Haarlemmermeer. Aldaar zag ik een witte Ford Transit voorzien van kenteken [kenteken] op de Vertrekpassage stil staan. Ik zag dat het voertuig gele kentekenplaten voerde. Ik zag dat er ongeveer zeven personen uit het voertuig kwamen en dat de bestuurder zakelijk afscheid nam van de passagiers. Ik hield de bestuurder staande en vorderde zijn identiteitsgegevens. Hij overhandigde mij een Nederlands rijbewijs. Ik stelde vast dat de identiteitsgegevens en foto op het document overeenkwamen met de persoon die voor mij stond. - naam: [verdachte] - voornamen: [verdachte] - geboortedatum: [geboortedag] 1970 Ik hoorde hem verklaren: Ik heb mensen geholpen door hen weg te brengen naar Schiphol vanuit Leiden. Ik heb geen taxivergunning. Ik hoorde de passagier, en vroeg hem naar zijn identiteitsgegevens. Hij overhandigde mij een Nederlands paspoort. Ik stelde vast dat de identiteitsgegevens en foto op het document overeenkwamen met de persoon die voor mij stond. - naam: [getuige] - voornamen: [getuige] Ik hoorde hem zeggen: dat hij door de taxichauffeur thuis met zijn gezin was opgehaald in [plaats] ; dat hij het telefoonnummer via een vriend had gekregen; dat hij 80 euro contant heeft betaald voor de rit. Tijdens de insluiting werd bij verdachte 1.000 euro in coupures van 50 euro biljetten aangetroffen. Tevens had hij 135 euro in biljetten bij zich. Vervolgens heb ik contact opgenomen met de inspecteurslijn van het KIWA welke mij meedeelde dat verdachte niet in het bezit is van een geldige taxiondernemingsvergunning. 2. Een proces-verbaal van verhoor van de getuige [getuige] met nummer PL27RP/22-059943 van 10 juli 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant] [pagina 24]. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als verklaring van [getuige] : Ik ben vanmorgen thuis opgehaald en van [plaats] naar Schiphol gebracht. Ik heb 80 euro cash betaald. Een vriend vertelde over deze taxi en van hem heb ik zijn telefoonnummer gekregen. 3. De verklaring van de verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep op 21 april 2026. Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven: Het klopt dat ik mensen op 10 juli 2022 naar Schiphol heb gebracht. Aanvulling strafmotivering In artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) is gewaarborgd het recht van iedere verdachte om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Volgens vaste rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) kan de verdachte aanspraak maken op een berechting binnen een redelijke termijn vanaf het moment waarop sprake is van een ‘criminal charge’. Het hof stelt vast dat op 3 mei 2023 hoger beroep is ingesteld en dat het hof uitspraak doet op 12 mei 2026. In hoger beroep is de redelijke termijn derhalve met ruim een jaar overschreden. Gelet op de omstandigheid dat aan de verdachte een geldboete wordt opgelegd waarvan het onvoorwaardelijke deel minder is dan 1.000 euro (namelijk 600 euro), zal het hof evenwel volstaan met de vaststelling dat inbreuk is gemaakt op artikel 6, eerste lid, EVRM. BESLISSING Het hof: Bevestigt het vonnis waarvan beroep, met inachtneming van het hiervoor overwogene. Dit arrest is gewezen door de meervoudige economische strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.A. Plaisier, mr. H.A. Stalenhoef en mr. A.J. van Es, in tegenwoordigheid van mr. C. van der Laan, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 12 mei 2026. Mr. A.J. van Es is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
[…] […]
VOLLEDIG
=
[…] […]