Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2026-05-12
ECLI:NL:GHAMS:2026:1306
Civiel recht; Personen- en familierecht
Hoger beroep
4,073 tokens
Volledig
ECLI:NL:GHAMS:2026:1306 text/xml public 2026-05-19T09:27:40 2026-05-12 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Amsterdam 2026-05-12 200.360.366/01 Uitspraak Hoger beroep Beschikking NL Amsterdam Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1306 text/html public 2026-05-19T09:26:27 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHAMS:2026:1306 Gerechtshof Amsterdam , 12-05-2026 / 200.360.366/01 Ontslag mentor en benoeming professionele mentor. Bekrachtiging. GERECHTSHOF AMSTERDAM Afdeling civiel recht en belastingrecht Team III (familie- en jeugdrecht) zaaknummer: 200.360.366/01 zaaknummer rechtbank: 11531771 | BZ VERZ 25-401 MV ZK beschikking van de meervoudige kamer van 12 mei 2026 in de zaak van [de moeder] , wonende te [plaats A] , gemeente [gemeente] , verzoekster in hoger beroep, hierna: de moeder, advocaat: mr. C.A.F. Visser te Wormerveer, en [de stichting] , locatie [X] , gevestigd te [vestigingsplaats] hierna: de Stichting, advocaat: mr. A.C. de Die Het hof heeft daarnaast als belanghebbenden aangemerkt: - [betrokkene ] (hierna: (de) betrokkene), - [de vader] (hierna: de vader van (de) betrokkene), - [de broer] (hierna: de broer van (de) betrokkene), - VAO-Bewind B.V. (hierna: de mentor of VAO-Bewind), en - Beaufin B.V (hierna: Beaufin). 1 De zaak in het kort De zaak gaat over de vraag of de moeder van de betrokkene door het hof opnieuw als zijn mentor moet worden benoemd. De kantonrechter heeft de moeder en Beaufin ontslagen als mentoren en VAO-bewind benoemd als mentor. De moeder is het daar niet mee eens en vindt dat zij als (mede)mentor van betrokkene moet worden benoemd. De Stichting is het wel eens met de bestreden beschikking. Het hof laat de beschikking van de kantonrechter in stand en legt hierna uit waarom. 2 De procedure in hoger beroep 2.1 De moeder is op 15 oktober 2025 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 29 juli 2025 (hierna: de bestreden beschikking) van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland, locatie Zaanstad (hierna: de kantonrechter). 2. 2 De Stichting heeft op 19 december 2025 een verweerschrift ingediend. 2.3 Het hof heeft daarnaast de volgende stukken ontvangen: - een bericht van de zijde van de moeder van 29 oktober 2025, met bijlagen (procesdossier eerste aanleg); - een bericht van de zijde van de mentor van 19 december 2025; - een bericht van de zijde van de moeder van 26 februari 2026 met bijlagen. 2.4 De zitting heeft op 11 maart 2026 plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig: - de moeder, bijgestaan door haar advocaat, - de broer van betrokkene, - [de oma] , de oma van moederszijde van betrokkene, - [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] namens de Stichting, bijgestaan door mr. M.F. van der Mersch waarnemend voor en kantoorgenoot van mr. A.C. de Die, en - [naam 4] namens VAO-Bewind. De advocaat van de moeder en de advocaat van de Stichting hebben op de zitting een pleitnotitie overgelegd. 3 De feiten 3.1 Verzoekster in hoger beroep is de moeder van betrokkene. Betrokkene heeft een genetische afwijking waardoor hij onder meer een cognitieve ontwikkelingsstoornis heeft. Ook kampt hij met complexe psychiatrische problematiek en fysieke problematiek. Hij verblijft, momenteel op basis van een rechterlijke machtiging, in een woonvoorziening. 3.2 Bij beschikking van 1 augustus 2016 heeft de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam een bewind ingesteld over de (toekomstige) goederen van betrokkene met benoeming van [naam 5] te [plaats B] tot bewindvoerder. Bij beschikking van 10 mei 2019 heeft de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam Beaufin B.V. benoemd tot opvolgend bewindvoerder. 3.3 Bij beschikking van 16 augustus 2021 heeft de kantonrechter ten behoeve van de betrokkene een mentorschap ingesteld, met benoeming van Beaufin B.V. tot mentor. 3.4 Bij beschikking van 6 maart 2023 heeft de kantonrechter de moeder tot medementor benoemd. 3.5 De betrokkene heeft van 8 januari 2024 tot 15 september 2025 bij de zorglocatie [X] van de Stichting verbleven. Hij is vervolgens overgeplaatst naar zorginstelling ’ [Y] , waar hij tijdelijk kon verblijven. Vanaf 20 februari 2026 verblijft betrokkene in [plaats C] bij de zorginstelling [Z] . 3.6 Bij de – in zoverre niet – bestreden beschikking is Beaufin eveneens ontslagen als mentor van betrokkene. 4 De omvang van het hoger beroep 4.1 De kantonrechter heeft in de bestreden beschikking, voor zover hier van belang, op verzoek van de Stichting de moeder ontslagen als mentor van de betrokkene en VAO-Bewind tot opvolgend mentor van de betrokkene benoemd. 4.2 De moeder verzoekt, met vernietiging van de bestreden beschikking in zoverre, dat zij opnieuw wordt benoemd tot mentor van betrokkene, dan wel tot medementor. 4.3 De Stichting verzoekt het hof de bestreden beschikking te bekrachtigen. 5 De motivering van de beslissing Het wettelijk kader 5.1 Uit artikel 1:461, eerste lid aanhef en sub e en tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) volgt dat de mentor door de kantonrechter ontslag kan worden verleend met ingang van een door deze te bepalen dag, hetzij op eigen verzoek, hetzij wegens gewichtige redenen of omdat hij niet meer voldoet aan de eisen om mentor te kunnen worden, zulks op verzoek van de medementor of degene die gerechtigd is mentorschap te verzoeken als bedoeld in artikel 1:451, eerste en tweede lid, BW, dan wel ambtshalve. De standpunten 5.2 De moeder vindt dat zij ten onrechte is ontslagen door de kantonrechter en wil dat zij door het hof opnieuw wordt benoemd tot (mede)mentor van betrokkene. De kantonrechter heeft haar mentorschap op basis van een conflict met de Stichting beëindigd. De betrokkene verblijft op dit moment niet meer bij de Stichting en de grondslag van haar ontslag is dus weggevallen. Bovendien waren de problemen in de samenwerking niet aan haar te wijten en betwist de moeder dat de communicatie tussen haar en de Stichting zodanig was verstoord dat haar ontslag noodzakelijk was. De moeder heeft haar rol als mentor altijd zorgvuldig uitgeoefend en er waren geen gewichtige redenen om haar te ontslaan. Het is in het belang van betrokkene dat de moeder weer als (mede)mentor benoemd wordt. Zij kent betrokkene immers al heel zijn leven en heeft veel kennis van zijn medische en sociale geschiedenis. De wet gaat ervan uit dat het benoemen van een familielid als mentor de voorkeur heeft. Bovendien zorgt de combinatie van een professionele mentor en een familielid als mentor voor een evenwichtige invulling van het mentorschap. 5.3 De Stichting is van mening dat de beschikking bekrachtigd moet worden. De communicatie tussen de mentoren en de zorgverleners verliep zodanig slecht dat de zorg voor betrokkene in het geding kwam. Zij zag geen andere mogelijkheid dan in het belang van betrokkene de kantonrechter te verzoeken de mentoren te ontslaan. Verder maakt de gecompliceerde relatie tussen de moeder en betrokkene het niet mogelijk dat de moeder de mentor van de betrokkene is. De betrokkene wil ook niet dat de moeder zijn mentor is. Op dit moment worden de belangen van de betrokkene op juiste wijze behartigd door een professionele mentor. De beoordeling van het hof 5.4 Het hof is van oordeel dat de kantonrechter terecht en op goede gronden (naast Beaufin ook) de moeder heeft ontslagen als mentor en een (andere) professionele mentor heeft benoemd. Uit de overgelegde stukken blijkt dat de communicatie en samenwerking tussen de mentoren en de Stichting ernstig waren verstoord. Er bestonden wezenlijke verschillen van inzicht over de invulling van de zorg voor betrokkene. De complexiteit van de problematiek van betrokkene in combinatie met de verschillen van inzicht over de in het belang van de betrokkene te nemen beslissingen hebben ervoor gezorgd dat die belangen van betrokkene onder druk kwamen te staan. Belangrijke (zorg)beslissingen ten aanzien van betrokkene stagneerden. De mentoren hadden geen vertrouwen in de Stichting en hierdoor kon de lijn van de bij betrokkene betrokken professionals ten aanzien van diens behandeling niet worden doorgezet. Ook ontstond er telkens verwarring rondom de zoektocht naar een nieuwe zorginstelling.
Volledig
ECLI:NL:GHAMS:2026:1306 text/xml public 2026-05-19T09:27:40 2026-05-12 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Amsterdam 2026-05-12 200.360.366/01 Uitspraak Hoger beroep Beschikking NL Amsterdam Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1306 text/html public 2026-05-19T09:26:27 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHAMS:2026:1306 Gerechtshof Amsterdam , 12-05-2026 / 200.360.366/01 Ontslag mentor en benoeming professionele mentor. Bekrachtiging. GERECHTSHOF AMSTERDAM Afdeling civiel recht en belastingrecht Team III (familie- en jeugdrecht) zaaknummer: 200.360.366/01 zaaknummer rechtbank: 11531771 | BZ VERZ 25-401 MV ZK beschikking van de meervoudige kamer van 12 mei 2026 in de zaak van [de moeder] , wonende te [plaats A] , gemeente [gemeente] , verzoekster in hoger beroep, hierna: de moeder, advocaat: mr. C.A.F. Visser te Wormerveer, en [de stichting] , locatie [X] , gevestigd te [vestigingsplaats] hierna: de Stichting, advocaat: mr. A.C. de Die Het hof heeft daarnaast als belanghebbenden aangemerkt: - [betrokkene ] (hierna: (de) betrokkene), - [de vader] (hierna: de vader van (de) betrokkene), - [de broer] (hierna: de broer van (de) betrokkene), - VAO-Bewind B.V. (hierna: de mentor of VAO-Bewind), en - Beaufin B.V (hierna: Beaufin). 1 De zaak in het kort De zaak gaat over de vraag of de moeder van de betrokkene door het hof opnieuw als zijn mentor moet worden benoemd. De kantonrechter heeft de moeder en Beaufin ontslagen als mentoren en VAO-bewind benoemd als mentor. De moeder is het daar niet mee eens en vindt dat zij als (mede)mentor van betrokkene moet worden benoemd. De Stichting is het wel eens met de bestreden beschikking. Het hof laat de beschikking van de kantonrechter in stand en legt hierna uit waarom. 2 De procedure in hoger beroep 2.1 De moeder is op 15 oktober 2025 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 29 juli 2025 (hierna: de bestreden beschikking) van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland, locatie Zaanstad (hierna: de kantonrechter). 2. 2 De Stichting heeft op 19 december 2025 een verweerschrift ingediend. 2.3 Het hof heeft daarnaast de volgende stukken ontvangen: - een bericht van de zijde van de moeder van 29 oktober 2025, met bijlagen (procesdossier eerste aanleg); - een bericht van de zijde van de mentor van 19 december 2025; - een bericht van de zijde van de moeder van 26 februari 2026 met bijlagen. 2.4 De zitting heeft op 11 maart 2026 plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig: - de moeder, bijgestaan door haar advocaat, - de broer van betrokkene, - [de oma] , de oma van moederszijde van betrokkene, - [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] namens de Stichting, bijgestaan door mr. M.F. van der Mersch waarnemend voor en kantoorgenoot van mr. A.C. de Die, en - [naam 4] namens VAO-Bewind. De advocaat van de moeder en de advocaat van de Stichting hebben op de zitting een pleitnotitie overgelegd. 3 De feiten 3.1 Verzoekster in hoger beroep is de moeder van betrokkene. Betrokkene heeft een genetische afwijking waardoor hij onder meer een cognitieve ontwikkelingsstoornis heeft. Ook kampt hij met complexe psychiatrische problematiek en fysieke problematiek. Hij verblijft, momenteel op basis van een rechterlijke machtiging, in een woonvoorziening. 3.2 Bij beschikking van 1 augustus 2016 heeft de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam een bewind ingesteld over de (toekomstige) goederen van betrokkene met benoeming van [naam 5] te [plaats B] tot bewindvoerder. Bij beschikking van 10 mei 2019 heeft de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam Beaufin B.V. benoemd tot opvolgend bewindvoerder. 3.3 Bij beschikking van 16 augustus 2021 heeft de kantonrechter ten behoeve van de betrokkene een mentorschap ingesteld, met benoeming van Beaufin B.V. tot mentor. 3.4 Bij beschikking van 6 maart 2023 heeft de kantonrechter de moeder tot medementor benoemd. 3.5 De betrokkene heeft van 8 januari 2024 tot 15 september 2025 bij de zorglocatie [X] van de Stichting verbleven. Hij is vervolgens overgeplaatst naar zorginstelling ’ [Y] , waar hij tijdelijk kon verblijven. Vanaf 20 februari 2026 verblijft betrokkene in [plaats C] bij de zorginstelling [Z] . 3.6 Bij de – in zoverre niet – bestreden beschikking is Beaufin eveneens ontslagen als mentor van betrokkene. 4 De omvang van het hoger beroep 4.1 De kantonrechter heeft in de bestreden beschikking, voor zover hier van belang, op verzoek van de Stichting de moeder ontslagen als mentor van de betrokkene en VAO-Bewind tot opvolgend mentor van de betrokkene benoemd. 4.2 De moeder verzoekt, met vernietiging van de bestreden beschikking in zoverre, dat zij opnieuw wordt benoemd tot mentor van betrokkene, dan wel tot medementor. 4.3 De Stichting verzoekt het hof de bestreden beschikking te bekrachtigen. 5 De motivering van de beslissing Het wettelijk kader 5.1 Uit artikel 1:461, eerste lid aanhef en sub e en tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) volgt dat de mentor door de kantonrechter ontslag kan worden verleend met ingang van een door deze te bepalen dag, hetzij op eigen verzoek, hetzij wegens gewichtige redenen of omdat hij niet meer voldoet aan de eisen om mentor te kunnen worden, zulks op verzoek van de medementor of degene die gerechtigd is mentorschap te verzoeken als bedoeld in artikel 1:451, eerste en tweede lid, BW, dan wel ambtshalve. De standpunten 5.2 De moeder vindt dat zij ten onrechte is ontslagen door de kantonrechter en wil dat zij door het hof opnieuw wordt benoemd tot (mede)mentor van betrokkene. De kantonrechter heeft haar mentorschap op basis van een conflict met de Stichting beëindigd. De betrokkene verblijft op dit moment niet meer bij de Stichting en de grondslag van haar ontslag is dus weggevallen. Bovendien waren de problemen in de samenwerking niet aan haar te wijten en betwist de moeder dat de communicatie tussen haar en de Stichting zodanig was verstoord dat haar ontslag noodzakelijk was. De moeder heeft haar rol als mentor altijd zorgvuldig uitgeoefend en er waren geen gewichtige redenen om haar te ontslaan. Het is in het belang van betrokkene dat de moeder weer als (mede)mentor benoemd wordt. Zij kent betrokkene immers al heel zijn leven en heeft veel kennis van zijn medische en sociale geschiedenis. De wet gaat ervan uit dat het benoemen van een familielid als mentor de voorkeur heeft. Bovendien zorgt de combinatie van een professionele mentor en een familielid als mentor voor een evenwichtige invulling van het mentorschap. 5.3 De Stichting is van mening dat de beschikking bekrachtigd moet worden. De communicatie tussen de mentoren en de zorgverleners verliep zodanig slecht dat de zorg voor betrokkene in het geding kwam. Zij zag geen andere mogelijkheid dan in het belang van betrokkene de kantonrechter te verzoeken de mentoren te ontslaan. Verder maakt de gecompliceerde relatie tussen de moeder en betrokkene het niet mogelijk dat de moeder de mentor van de betrokkene is. De betrokkene wil ook niet dat de moeder zijn mentor is. Op dit moment worden de belangen van de betrokkene op juiste wijze behartigd door een professionele mentor. De beoordeling van het hof 5.4 Het hof is van oordeel dat de kantonrechter terecht en op goede gronden (naast Beaufin ook) de moeder heeft ontslagen als mentor en een (andere) professionele mentor heeft benoemd. Uit de overgelegde stukken blijkt dat de communicatie en samenwerking tussen de mentoren en de Stichting ernstig waren verstoord. Er bestonden wezenlijke verschillen van inzicht over de invulling van de zorg voor betrokkene. De complexiteit van de problematiek van betrokkene in combinatie met de verschillen van inzicht over de in het belang van de betrokkene te nemen beslissingen hebben ervoor gezorgd dat die belangen van betrokkene onder druk kwamen te staan. Belangrijke (zorg)beslissingen ten aanzien van betrokkene stagneerden. De mentoren hadden geen vertrouwen in de Stichting en hierdoor kon de lijn van de bij betrokkene betrokken professionals ten aanzien van diens behandeling niet worden doorgezet. Ook ontstond er telkens verwarring rondom de zoektocht naar een nieuwe zorginstelling.