Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2026-05-07
ECLI:NL:GHAMS:2026:1282
Strafrecht
Hoger beroep
4,071 tokens
Volledig
ECLI:NL:GHAMS:2026:1282 text/xml public 2026-05-15T15:57:10 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Amsterdam 2026-05-07 23-001857-25 Uitspraak Hoger beroep NL Amsterdam Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1282 text/html public 2026-05-15T15:51:11 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHAMS:2026:1282 Gerechtshof Amsterdam , 07-05-2026 / 23-001857-25 Hennepkwekerij in de woning. Sprake van een bekennende verdachte. Geen sprake van onrechtmatig binnentreden door de politie. Overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg. afdeling strafrecht parketnummer: 23-001857-25 datum uitspraak: 7 mei 2026 TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman) Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland (locatie Haarlem) van 19 januari 2021 in de strafzaak onder parketnummer 15-146478-18 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987, adres: [adres 1] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 23 april 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: 1. zij, op of omstreeks 7 juli 2017 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 2] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 144, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 2. zij, op of omstreeks 7 juli 2017 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan Liander, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat weg te nemen goed onder haar bereik heeft gebracht door middel van braak. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering. Bewijsoverweging De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten. Zij heeft hiertoe – kort gezegd – aangevoerd dat het binnentreden in de woning door de politie rechtmatig was. Binnen wordt een hennepkwekerij aangetroffen; de verdachte bekent daar verantwoordelijk voor te zijn. Ook voor de diefstal van de stroom is de verdachte verantwoordelijk. De advocaat-generaal heeft het hof verzocht om de verdachte partieel vrij te spreken voor ‘braak’ zoals tenlastegelegd onder 2. De raadsman heeft aangevoerd dat de verbalisanten aanvankelijk zonder machtiging in de woning van de verdachte zijn binnengetreden. Volgens de raadsman was geen sprake van een directe noodsituatie, waardoor de politie niet had mogen binnentreden. Dit levert een vormverzuim op dat tot strafvermindering moet leiden. Het hof overweegt als volgt. Uit het dossier leidt het hof af dat in de woning van de verdachte vermoedelijk een waterleiding was gesprongen, wat heeft geleid tot wateroverlast bij de twee winkels onder de woning. Ter plaatse zagen verbalisanten dat het water onder de achterdeur van de woning van de verdachte vandaan kwam. Hierop hebben de verbalisanten aan de verdachte aangegeven dat zij de woning wilden betreden om te zoeken naar de oorzaak van de overlast en om de overlast te doen stoppen. De verdachte heeft hiervoor geen toestemming gegeven, maar heeft wel spontaan verklaard dat zich in de woning een hennepkwekerij bevond. De verbalisanten zijn daarop de woning binnengetreden en hebben daar inderdaad een hennepkwekerij aangetroffen. Gelet op de geconstateerde ernstige wateroverlast was sprake van een noodsituatie, waardoor de politie op grond van artikel 3 in verband met artikel 7 van de Politiewet de bevoegdheid had om binnen te treden in de woning. In zoverre is geen sprake van een vormverzuim en wordt het verweer van de raadsman verworpen. Met de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat de verdachte partieel vrijgesproken dient te worden van de ‘braak’ zoals tenlastegelegd onder 2. Hoewel de verdachte zowel het bezitten van de hennepkwekerij als de diefstal van elektriciteit heeft bekend, heeft de verdachte tijdens het politieverhoor verklaard dat een ander dan zijzelf de elektrische installatie heeft aangelegd en zij geen weet heeft gehad van de manier waarop dat is gebeurd. Om die reden oordeelt het hof dat de verdachte zich weliswaar schuldig heeft gemaakt aan diefstal van elektriciteit, maar dat een gekwalificeerde diefstal door middel van braak niet kan worden bewezen. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 1. zij op 7 juli 2017 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk heeft geteeld (in een pand aan de [adres 2] ) een hoeveelheid van 144 hennepplanten; 2. zij op 7 juli 2017 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, een hoeveelheid elektriciteit, toebehorende aan Liander, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen. Hetgeen onder 1 en 2 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het onder 1 bewezenverklaarde levert op: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod. Het onder 2 bewezenverklaarde levert op: diefstal. Strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde uitsluit. Oplegging van straf De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van tachtig uren te vervangen door veertig dagen hechtenis. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van dertig uren te vervangen door vijftien dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest. De raadsman heeft het hof verzocht dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke taakstraf. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het telen van 144 hennepplanten in haar woning. De verdachte heeft bij de politie verklaard dat zij dit deed om haar schulden te kunnen betalen. Daaruit maakt het hof op dat de hennep voor verdere verspreiding bedoeld was. Het gebruik van hennep kan schadelijke gevolgen meebrengen voor de gezondheid van gebruikers. Het is een feit van algemene bekendheid dat met deze handel aanzienlijke financiële belangen gemoeid zijn en dat deze niet zelden gepaard gaan met andere vormen van criminaliteit.
Volledig
ECLI:NL:GHAMS:2026:1282 text/xml public 2026-05-15T15:57:10 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Amsterdam 2026-05-07 23-001857-25 Uitspraak Hoger beroep NL Amsterdam Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1282 text/html public 2026-05-15T15:51:11 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHAMS:2026:1282 Gerechtshof Amsterdam , 07-05-2026 / 23-001857-25 Hennepkwekerij in de woning. Sprake van een bekennende verdachte. Geen sprake van onrechtmatig binnentreden door de politie. Overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg. afdeling strafrecht parketnummer: 23-001857-25 datum uitspraak: 7 mei 2026 TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman) Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland (locatie Haarlem) van 19 januari 2021 in de strafzaak onder parketnummer 15-146478-18 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987, adres: [adres 1] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 23 april 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: 1. zij, op of omstreeks 7 juli 2017 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 2] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 144, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 2. zij, op of omstreeks 7 juli 2017 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan Liander, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat weg te nemen goed onder haar bereik heeft gebracht door middel van braak. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering. Bewijsoverweging De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten. Zij heeft hiertoe – kort gezegd – aangevoerd dat het binnentreden in de woning door de politie rechtmatig was. Binnen wordt een hennepkwekerij aangetroffen; de verdachte bekent daar verantwoordelijk voor te zijn. Ook voor de diefstal van de stroom is de verdachte verantwoordelijk. De advocaat-generaal heeft het hof verzocht om de verdachte partieel vrij te spreken voor ‘braak’ zoals tenlastegelegd onder 2. De raadsman heeft aangevoerd dat de verbalisanten aanvankelijk zonder machtiging in de woning van de verdachte zijn binnengetreden. Volgens de raadsman was geen sprake van een directe noodsituatie, waardoor de politie niet had mogen binnentreden. Dit levert een vormverzuim op dat tot strafvermindering moet leiden. Het hof overweegt als volgt. Uit het dossier leidt het hof af dat in de woning van de verdachte vermoedelijk een waterleiding was gesprongen, wat heeft geleid tot wateroverlast bij de twee winkels onder de woning. Ter plaatse zagen verbalisanten dat het water onder de achterdeur van de woning van de verdachte vandaan kwam. Hierop hebben de verbalisanten aan de verdachte aangegeven dat zij de woning wilden betreden om te zoeken naar de oorzaak van de overlast en om de overlast te doen stoppen. De verdachte heeft hiervoor geen toestemming gegeven, maar heeft wel spontaan verklaard dat zich in de woning een hennepkwekerij bevond. De verbalisanten zijn daarop de woning binnengetreden en hebben daar inderdaad een hennepkwekerij aangetroffen. Gelet op de geconstateerde ernstige wateroverlast was sprake van een noodsituatie, waardoor de politie op grond van artikel 3 in verband met artikel 7 van de Politiewet de bevoegdheid had om binnen te treden in de woning. In zoverre is geen sprake van een vormverzuim en wordt het verweer van de raadsman verworpen. Met de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat de verdachte partieel vrijgesproken dient te worden van de ‘braak’ zoals tenlastegelegd onder 2. Hoewel de verdachte zowel het bezitten van de hennepkwekerij als de diefstal van elektriciteit heeft bekend, heeft de verdachte tijdens het politieverhoor verklaard dat een ander dan zijzelf de elektrische installatie heeft aangelegd en zij geen weet heeft gehad van de manier waarop dat is gebeurd. Om die reden oordeelt het hof dat de verdachte zich weliswaar schuldig heeft gemaakt aan diefstal van elektriciteit, maar dat een gekwalificeerde diefstal door middel van braak niet kan worden bewezen. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 1. zij op 7 juli 2017 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk heeft geteeld (in een pand aan de [adres 2] ) een hoeveelheid van 144 hennepplanten; 2. zij op 7 juli 2017 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, een hoeveelheid elektriciteit, toebehorende aan Liander, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen. Hetgeen onder 1 en 2 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het onder 1 bewezenverklaarde levert op: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod. Het onder 2 bewezenverklaarde levert op: diefstal. Strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde uitsluit. Oplegging van straf De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van tachtig uren te vervangen door veertig dagen hechtenis. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van dertig uren te vervangen door vijftien dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest. De raadsman heeft het hof verzocht dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke taakstraf. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het telen van 144 hennepplanten in haar woning. De verdachte heeft bij de politie verklaard dat zij dit deed om haar schulden te kunnen betalen. Daaruit maakt het hof op dat de hennep voor verdere verspreiding bedoeld was. Het gebruik van hennep kan schadelijke gevolgen meebrengen voor de gezondheid van gebruikers. Het is een feit van algemene bekendheid dat met deze handel aanzienlijke financiële belangen gemoeid zijn en dat deze niet zelden gepaard gaan met andere vormen van criminaliteit.