Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2026-05-07
ECLI:NL:GHAMS:2026:1280
Strafrecht
Hoger beroep
4,037 tokens
Volledig
ECLI:NL:GHAMS:2026:1280 text/xml public 2026-05-15T15:41:59 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Amsterdam 2026-05-07 23-002151-25 Uitspraak Hoger beroep NL Amsterdam Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1280 text/html public 2026-05-15T15:39:30 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHAMS:2026:1280 Gerechtshof Amsterdam , 07-05-2026 / 23-002151-25 Medeplegen diefstal van diverse goederen op een bouwterrein door middel van inklimming. Kan gezien de persoonlijke omstandigheden niet worden volstaan met taakstraf, dus gevangenisstraf voor de duur van één maand. afdeling strafrecht parketnummer: 23-002151-25 datum uitspraak: 7 mei 2026 TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman) Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 27 augustus 2025 in de strafzaak onder parketnummer 13-219283-25 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1998, adres: zonder bekende woon- of verblijfplaats. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 23 april 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: primair hij op of omstreeks 18 juli 2025 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, koper en/of overige goederen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf] BV, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming; subsidiair hij op of omstreeks 18 juli 2025 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om koper en/of overige goederen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf] BV, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking, en/of inklimming, de bouwhekken heeft losgeschroefd en/of het slot heeft geforceerd terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een iets andere bewezenverklaring komt dan de politierechter. Bewijsoverweging De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde feit. Zij heeft hiertoe – kort gezegd – aangevoerd dat het proces-verbaal van aangifte, het proces-verbaal van bevindingen en de verklaring van de verdachte waaruit wel degelijk blijkt dat hij de intentie had het metaal te stelen, voldoende bewijs opleveren om tot een bewezenverklaring te komen. De verdediging heeft vrijspraak bepleit en heeft hiertoe – kort gezegd – aangevoerd dat de bewijsmiddelen niet tot een bewezenverklaring kunnen leiden. Daarnaast heeft de verdediging gesteld dat een alternatief scenario niet kan worden uitgesloten: doordat het bouwterrein min of meer vrij toegankelijk was kan de diefstal ook gepleegd zijn door een ander dan de verdachte en de medeverdachte. De beide verdachten zijn aangetroffen op het bouwterrein om daar – zo verklaren ze – te gaan slapen; die verklaring is niet onaannemelijk. Het hof overweegt als volgt. Uit het dossier blijkt dat door een particuliere alarmcentrale melding is gedaan van een inbraak door twee personen op een bouwterrein aan de Naritaweg in Amsterdam. Door de aangever is gezien dat de bouwhekken, die naar het hof begrijpt om het terrein stonden, eraf waren geschroefd; mogelijk om onder de hekken door te kruipen en om via dezelfde weg de gestolen goederen weg te nemen. Buiten het bouwterrein werden door de politie twee personen, de verdachte en medeverdachte [medeverdachte] , aangetroffen die deels voldeden aan het signalement dat door de melder was doorgegeven. Beide verdachten zaten onder het zand en gras, wat erop kan wijzen dat de verdachten, vrienden van elkaar, inderdaad onder het hek zijn doorgekropen en zo het bouwterrein door middel van inklimming hebben betreden. Ook is buiten het hek van het terrein koper en ijzer aangetroffen. De verdachte en [medeverdachte] hebben bij de politie erkend dat zij op het bouwterrein waren geweest. De verdachte verklaarde tevens dat hij lood had gevonden en dat richting de uitgang heeft gesleept. Dat wijst erop dat het metaal dat buiten het hek is aangetroffen (mede) door hem daar is neergelegd en hij wel degelijk het oogmerk had om dat metaal zich wederrechtelijk toe te eigenen. Het hof heeft op de ter terechtzitting besproken camerabeelden waargenomen dat twee personen op het bouwterrein met spullen aan het slepen zijn. Hoewel een herkenning van die personen aan de hand van deze beelden niet mogelijk is stelt het hof in samenhang met de overige bewijsmiddelen vast dat deze personen de verdachte en [medeverdachte] zijn en zij gezamenlijk uitvoering gaven aan de diefstal. De verklaring van de verdachte en [medeverdachte] dat zij enkel op het bouwterrein waren omdat ze samen op zoek waren naar een slaapplek acht het hof ongeloofwaardig. Op het bouwterrein of bij de verdachten zijn geen slaapspullen aangetroffen. Ook overigens geeft het dossier geen aanknopingspunten voor dit scenario. Het hof gaat hieraan dan ook voorbij. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: primair hij omstreeks 18 juli 2025 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, koper en overige goederen toebehorende aan [bedrijf] BV, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van inklimming. Hetgeen primair meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het primair bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het primair bewezenverklaarde levert op: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming. Strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het primair bewezenverklaarde uitsluit. Oplegging van straf De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van één maand. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden.
Volledig
ECLI:NL:GHAMS:2026:1280 text/xml public 2026-05-15T15:41:59 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Amsterdam 2026-05-07 23-002151-25 Uitspraak Hoger beroep NL Amsterdam Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1280 text/html public 2026-05-15T15:39:30 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHAMS:2026:1280 Gerechtshof Amsterdam , 07-05-2026 / 23-002151-25 Medeplegen diefstal van diverse goederen op een bouwterrein door middel van inklimming. Kan gezien de persoonlijke omstandigheden niet worden volstaan met taakstraf, dus gevangenisstraf voor de duur van één maand. afdeling strafrecht parketnummer: 23-002151-25 datum uitspraak: 7 mei 2026 TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman) Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 27 augustus 2025 in de strafzaak onder parketnummer 13-219283-25 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1998, adres: zonder bekende woon- of verblijfplaats. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 23 april 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: primair hij op of omstreeks 18 juli 2025 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, koper en/of overige goederen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf] BV, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming; subsidiair hij op of omstreeks 18 juli 2025 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om koper en/of overige goederen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf] BV, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking, en/of inklimming, de bouwhekken heeft losgeschroefd en/of het slot heeft geforceerd terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een iets andere bewezenverklaring komt dan de politierechter. Bewijsoverweging De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde feit. Zij heeft hiertoe – kort gezegd – aangevoerd dat het proces-verbaal van aangifte, het proces-verbaal van bevindingen en de verklaring van de verdachte waaruit wel degelijk blijkt dat hij de intentie had het metaal te stelen, voldoende bewijs opleveren om tot een bewezenverklaring te komen. De verdediging heeft vrijspraak bepleit en heeft hiertoe – kort gezegd – aangevoerd dat de bewijsmiddelen niet tot een bewezenverklaring kunnen leiden. Daarnaast heeft de verdediging gesteld dat een alternatief scenario niet kan worden uitgesloten: doordat het bouwterrein min of meer vrij toegankelijk was kan de diefstal ook gepleegd zijn door een ander dan de verdachte en de medeverdachte. De beide verdachten zijn aangetroffen op het bouwterrein om daar – zo verklaren ze – te gaan slapen; die verklaring is niet onaannemelijk. Het hof overweegt als volgt. Uit het dossier blijkt dat door een particuliere alarmcentrale melding is gedaan van een inbraak door twee personen op een bouwterrein aan de Naritaweg in Amsterdam. Door de aangever is gezien dat de bouwhekken, die naar het hof begrijpt om het terrein stonden, eraf waren geschroefd; mogelijk om onder de hekken door te kruipen en om via dezelfde weg de gestolen goederen weg te nemen. Buiten het bouwterrein werden door de politie twee personen, de verdachte en medeverdachte [medeverdachte] , aangetroffen die deels voldeden aan het signalement dat door de melder was doorgegeven. Beide verdachten zaten onder het zand en gras, wat erop kan wijzen dat de verdachten, vrienden van elkaar, inderdaad onder het hek zijn doorgekropen en zo het bouwterrein door middel van inklimming hebben betreden. Ook is buiten het hek van het terrein koper en ijzer aangetroffen. De verdachte en [medeverdachte] hebben bij de politie erkend dat zij op het bouwterrein waren geweest. De verdachte verklaarde tevens dat hij lood had gevonden en dat richting de uitgang heeft gesleept. Dat wijst erop dat het metaal dat buiten het hek is aangetroffen (mede) door hem daar is neergelegd en hij wel degelijk het oogmerk had om dat metaal zich wederrechtelijk toe te eigenen. Het hof heeft op de ter terechtzitting besproken camerabeelden waargenomen dat twee personen op het bouwterrein met spullen aan het slepen zijn. Hoewel een herkenning van die personen aan de hand van deze beelden niet mogelijk is stelt het hof in samenhang met de overige bewijsmiddelen vast dat deze personen de verdachte en [medeverdachte] zijn en zij gezamenlijk uitvoering gaven aan de diefstal. De verklaring van de verdachte en [medeverdachte] dat zij enkel op het bouwterrein waren omdat ze samen op zoek waren naar een slaapplek acht het hof ongeloofwaardig. Op het bouwterrein of bij de verdachten zijn geen slaapspullen aangetroffen. Ook overigens geeft het dossier geen aanknopingspunten voor dit scenario. Het hof gaat hieraan dan ook voorbij. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: primair hij omstreeks 18 juli 2025 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, koper en overige goederen toebehorende aan [bedrijf] BV, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van inklimming. Hetgeen primair meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het primair bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het primair bewezenverklaarde levert op: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming. Strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het primair bewezenverklaarde uitsluit. Oplegging van straf De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van één maand. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden.