Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2026-04-22
ECLI:NL:GHAMS:2026:1235
Strafrecht
Hoger beroep
3,437 tokens
Volledig
ECLI:NL:GHAMS:2026:1235 text/xml public 2026-05-15T14:43:59 2026-05-06 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Amsterdam 2026-04-22 23-002239-25 Uitspraak Hoger beroep NL Amsterdam Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1235 text/html public 2026-05-15T14:41:11 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHAMS:2026:1235 Gerechtshof Amsterdam , 22-04-2026 / 23-002239-25 Huisverbod - Contactverbod - Artikel 9, eerste lid, van de Wet tijdelijk huisverbod - Artikel 9a Wetboek van Strafrecht afdeling strafrecht parketnummer: 23-002239-25 datum uitspraak: 22 april 2026 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 22 september 2025 in de strafzaak onder parketnummer 13-240684-25 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1998, adres: [adres] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 22 april 2026. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: hij als degene aan wie door of namens de burgemeester met toepassing van de Wet tijdelijk huisverbod een huisverbod was gegeven, derhalve als uithuisgeplaatste, op of omstreeks 12 september 2025 te Amsterdam, in strijd met dat huisverbod de in dit verbod genoemde woning, gelegen aan de [adres] , heeft betreden en/of zich in en/of in nabijheid van die woning heeft opgehouden en/of contact heeft opgenomen met één of meer van de in dat huisverbod genoemde personen. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij als degene aan wie door de burgemeester met toepassing van de Wet tijdelijk huisverbod een huisverbod was gegeven, derhalve als uithuisgeplaatste, op 12 september 2025 te Amsterdam in strijd met dat huisverbod de in dit verbod genoemde woning, gelegen aan de [adres] , heeft betreden. Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezenverklaarde levert op: als uithuisgeplaatste handelen in strijd met een met toepassing van artikel 9, eerste lid, van de Wet tijdelijk huisverbod, gegeven huisverbod. Strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit. Op te leggen sanctie De advocaat-generaal heeft, mede naar aanleiding van het e-mailbericht van het slachtoffer van 19 september 2025 en het achterliggend doel van een huis- dan wel contactverbod, ter terechtzitting gevorderd dat de verdachte niet strafbaar wordt verklaard en wordt ontslagen van alle rechtsvervolging. De raadsman heeft ter terechtzitting primair verzocht de advocaat-generaal in zijn eis te volgen. Subsidiair heeft de raadsman verzocht om toepassing te geven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht en geen straf op te leggen. Hij heeft hiertoe aangevoerd dat de verdachte vooraf toestemming had gekregen van het slachtoffer – zijn ex-partner – om in de woning te zijn omdat hij dringend een aantal spullen nodig had en dat de verdachte door de opgelegde sanctie in eerste aanleg al de nodige gevolgen heeft ondervonden en zijn werk van destijds niet heeft kunnen behouden. Voor de context waarin het huisverbod speelde heeft de raadsman een (de verdachte ontlastende) verklaring overgelegd van het slachtoffer, die zij als getuige tegenover de rechter-commissaris heeft afgelegd. Daarnaast heeft de raadsman erop gewezen dat het slachtoffer in haar e-mailbericht van 19 september 2025 heeft aangegeven dat zij niet wil dat de verdachte veroordeeld wordt of een straf opgelegd krijgt. Het hof overweegt hieromtrent als volgt. De verdachte heeft zich opzettelijk niet gehouden aan een opgelegd huisverbod. Het hof heeft kennis genomen van het e-mailbericht van het slachtoffer van 19 september 2025 en wat zij ter terechtzitting in hoger beroep heeft toegelicht. Daaruit blijkt dat het slachtoffer met de verdachte had afgesproken dat de verdachte enkele spullen – die hij nodig had voor zijn werk en voor een sollicitatie – uit de woning kon ophalen. Inmiddels zijn zij van elkaar gescheiden, is er geen contact meer en is de rust tussen beiden zogezegd teruggekeerd, zo leidt het hof voorts af uit het onderzoek ter terechtzitting. De verdachte is voorts fors getroffen doordat zijn dienstverband is beëindigd. Hij heeft inmiddels ander werk gevonden en zijn leven constructief opgepakt. Het hof is van oordeel dat oplegging van een straf of maatregel in deze zaak geen redelijk strafdoel meer dient. Het hof zal daarom toepassing geven aan het bepaalde in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht en bepalen dat geen straf of maatregel zal worden opgelegd. Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straf is gegrond op artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht en artikel 9 en 11 van de Wet tijdelijk huisverbod. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Bepaalt dat ter zake van het bewezenverklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.A.E. van Noort, mr. P. Greve en mr. B.A.A. Postma, in tegenwoordigheid van mr. L.A.H. van Wieren, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 22 april 2026. Mr. P. Greve is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Volledig
ECLI:NL:GHAMS:2026:1235 text/xml public 2026-05-15T14:43:59 2026-05-06 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Amsterdam 2026-04-22 23-002239-25 Uitspraak Hoger beroep NL Amsterdam Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1235 text/html public 2026-05-15T14:41:11 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHAMS:2026:1235 Gerechtshof Amsterdam , 22-04-2026 / 23-002239-25 Huisverbod - Contactverbod - Artikel 9, eerste lid, van de Wet tijdelijk huisverbod - Artikel 9a Wetboek van Strafrecht afdeling strafrecht parketnummer: 23-002239-25 datum uitspraak: 22 april 2026 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 22 september 2025 in de strafzaak onder parketnummer 13-240684-25 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1998, adres: [adres] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 22 april 2026. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: hij als degene aan wie door of namens de burgemeester met toepassing van de Wet tijdelijk huisverbod een huisverbod was gegeven, derhalve als uithuisgeplaatste, op of omstreeks 12 september 2025 te Amsterdam, in strijd met dat huisverbod de in dit verbod genoemde woning, gelegen aan de [adres] , heeft betreden en/of zich in en/of in nabijheid van die woning heeft opgehouden en/of contact heeft opgenomen met één of meer van de in dat huisverbod genoemde personen. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij als degene aan wie door de burgemeester met toepassing van de Wet tijdelijk huisverbod een huisverbod was gegeven, derhalve als uithuisgeplaatste, op 12 september 2025 te Amsterdam in strijd met dat huisverbod de in dit verbod genoemde woning, gelegen aan de [adres] , heeft betreden. Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezenverklaarde levert op: als uithuisgeplaatste handelen in strijd met een met toepassing van artikel 9, eerste lid, van de Wet tijdelijk huisverbod, gegeven huisverbod. Strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit. Op te leggen sanctie De advocaat-generaal heeft, mede naar aanleiding van het e-mailbericht van het slachtoffer van 19 september 2025 en het achterliggend doel van een huis- dan wel contactverbod, ter terechtzitting gevorderd dat de verdachte niet strafbaar wordt verklaard en wordt ontslagen van alle rechtsvervolging. De raadsman heeft ter terechtzitting primair verzocht de advocaat-generaal in zijn eis te volgen. Subsidiair heeft de raadsman verzocht om toepassing te geven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht en geen straf op te leggen. Hij heeft hiertoe aangevoerd dat de verdachte vooraf toestemming had gekregen van het slachtoffer – zijn ex-partner – om in de woning te zijn omdat hij dringend een aantal spullen nodig had en dat de verdachte door de opgelegde sanctie in eerste aanleg al de nodige gevolgen heeft ondervonden en zijn werk van destijds niet heeft kunnen behouden. Voor de context waarin het huisverbod speelde heeft de raadsman een (de verdachte ontlastende) verklaring overgelegd van het slachtoffer, die zij als getuige tegenover de rechter-commissaris heeft afgelegd. Daarnaast heeft de raadsman erop gewezen dat het slachtoffer in haar e-mailbericht van 19 september 2025 heeft aangegeven dat zij niet wil dat de verdachte veroordeeld wordt of een straf opgelegd krijgt. Het hof overweegt hieromtrent als volgt. De verdachte heeft zich opzettelijk niet gehouden aan een opgelegd huisverbod. Het hof heeft kennis genomen van het e-mailbericht van het slachtoffer van 19 september 2025 en wat zij ter terechtzitting in hoger beroep heeft toegelicht. Daaruit blijkt dat het slachtoffer met de verdachte had afgesproken dat de verdachte enkele spullen – die hij nodig had voor zijn werk en voor een sollicitatie – uit de woning kon ophalen. Inmiddels zijn zij van elkaar gescheiden, is er geen contact meer en is de rust tussen beiden zogezegd teruggekeerd, zo leidt het hof voorts af uit het onderzoek ter terechtzitting. De verdachte is voorts fors getroffen doordat zijn dienstverband is beëindigd. Hij heeft inmiddels ander werk gevonden en zijn leven constructief opgepakt. Het hof is van oordeel dat oplegging van een straf of maatregel in deze zaak geen redelijk strafdoel meer dient. Het hof zal daarom toepassing geven aan het bepaalde in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht en bepalen dat geen straf of maatregel zal worden opgelegd. Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straf is gegrond op artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht en artikel 9 en 11 van de Wet tijdelijk huisverbod. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Bepaalt dat ter zake van het bewezenverklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.A.E. van Noort, mr. P. Greve en mr. B.A.A. Postma, in tegenwoordigheid van mr. L.A.H. van Wieren, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 22 april 2026. Mr. P. Greve is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.