Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2026-02-27
ECLI:NL:GHAMS:2026:1226
Strafrecht
Hoger beroep
1,321 tokens
Volledig
ECLI:NL:GHAMS:2026:1226 text/xml public 2026-05-12T14:28:48 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Amsterdam 2026-02-27 23-000284-24 Uitspraak Hoger beroep NL Amsterdam Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1226 text/html public 2026-05-12T14:27:48 2026-05-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHAMS:2026:1226 Gerechtshof Amsterdam , 27-02-2026 / 23-000284-24 Het hof verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk. afdeling strafrecht parketnummer: 23-000284-24 datum uitspraak: 27 februari 2026 Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 23 januari 2024 in de strafzaak onder parketnummer 15-333652-22 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1997, adres: [adres] . Onderzoek ter terechtzitting Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 27 februari 2026. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van het door de verdachte ingestelde hoger beroep op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep Blijkens een e-mailbericht van de raadsvrouw van 30 januari 2026 wenst de verdachte het hoger beroep niet te handhaven. Intrekking van het hoger beroep is niet meer mogelijk, nu het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep op 17 november 2025 is aangevangen. Uit het e-mailbericht van de raadsvrouw blijkt dat de verdachte zijn oorspronkelijke bezwaren tegen het vonnis niet langer wenst te handhaven en dat hij het hof verzoekt hem niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep. Daarom zal, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het door hem ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk worden verklaard. BESLISSING Het hof: Verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.W.H.G. Loyson, mr. M.T.C. de Vries en mr. B. de Wilde, in tegenwoordigheid van mr. S.B. Kuvel en mr. I. Peetoom, griffiers, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 27 februari 2026. Mr. B. de Wilde is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Volledig
ECLI:NL:GHAMS:2026:1226 text/xml public 2026-05-12T14:28:48 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Amsterdam 2026-02-27 23-000284-24 Uitspraak Hoger beroep NL Amsterdam Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1226 text/html public 2026-05-12T14:27:48 2026-05-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHAMS:2026:1226 Gerechtshof Amsterdam , 27-02-2026 / 23-000284-24 Het hof verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk. afdeling strafrecht parketnummer: 23-000284-24 datum uitspraak: 27 februari 2026 Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 23 januari 2024 in de strafzaak onder parketnummer 15-333652-22 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1997, adres: [adres] . Onderzoek ter terechtzitting Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 27 februari 2026. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van het door de verdachte ingestelde hoger beroep op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep Blijkens een e-mailbericht van de raadsvrouw van 30 januari 2026 wenst de verdachte het hoger beroep niet te handhaven. Intrekking van het hoger beroep is niet meer mogelijk, nu het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep op 17 november 2025 is aangevangen. Uit het e-mailbericht van de raadsvrouw blijkt dat de verdachte zijn oorspronkelijke bezwaren tegen het vonnis niet langer wenst te handhaven en dat hij het hof verzoekt hem niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep. Daarom zal, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het door hem ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk worden verklaard. BESLISSING Het hof: Verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.W.H.G. Loyson, mr. M.T.C. de Vries en mr. B. de Wilde, in tegenwoordigheid van mr. S.B. Kuvel en mr. I. Peetoom, griffiers, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 27 februari 2026. Mr. B. de Wilde is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.