Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2026-03-24
ECLI:NL:GHAMS:2026:1205
Strafrecht
Hoger beroep
12,101 tokens
Volledig
ECLI:NL:GHAMS:2026:1205 text/xml public 2026-05-11T15:48:16 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Amsterdam 2026-03-24 23-000489-18 Uitspraak Hoger beroep NL Amsterdam Strafrecht Eerste aanleg: ECLI:NL:RBAMS:2018:570, Overig Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1205 text/html public 2026-05-11T15:37:19 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHAMS:2026:1205 Gerechtshof Amsterdam , 24-03-2026 / 23-000489-18 Witwassen bewezen afdeling strafrecht parketnummer: 23-000489-18 datum uitspraak: 24 maart 2026 TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman) Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 30 januari 2018 in de strafzaak onder parketnummer 13-659018-17 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1982, zonder bekende woon- of verblijfplaats. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 10 maart 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. De verdachte en het openbaar ministerie hebben hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht. Omvang van het hoger beroep De verdachte is bij voormeld vonnis met betrekking tot het onder het eerste gedachtestreepje tenlastegelegde geldbedrag van € 71.757,00 partieel vrijgesproken van het witwassen van geldbedragen van € 60.000,00 en € 5.825,00 en veroordeeld voor het witwassen van een bedrag van € 5.750,00. Door de raadsman is aangevoerd dat met betrekking tot de hiervoor genoemde deelbedragen sprake is van gevoegde feiten in de zin van artikel 407, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zodat op grond van artikel 404, vijfde lid, Sv voor de verdachte geen hoger beroep open staat tegen de deelvrijspraken van witwassen van € 60.000,00 en € 5.825,00. Ten aanzien van dit standpunt van de verdediging heeft het hof reeds ter terechtzitting beslist dat het witwassen van de hiervoor genoemde deelbedragen, gelet op de formulering van de tenlastelegging, niet (impliciet) cumulatief ten laste is gelegd. In verband daarmee is een gedeeltelijke niet-ontvankelijkheidverklaring niet mogelijk. Het hoger beroep van het openbaar ministerie is eveneens onbeperkt ingesteld. De advocaat-generaal heeft op de zitting van 8 maart 2023 aangegeven het hoger beroep te willen intrekken, voor zover gericht tegen de vrijspraken van witwassen van € 60.000,00 en € 5.825,00. Deze gedeeltelijke intrekking van het hoger beroep was echter niet (meer) mogelijk, reeds omdat het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep op een eerdere zitting al was aangevangen. Tijdens de inhoudelijke behandeling op 10 maart 2026 heeft de advocaat-generaal zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden veroordeeld voor het witwassen van de armband, de horloges en de Volvo. Ten aanzien van het contante geldbedrag van € 71.757,00 heeft zij geen vrijspraak bepleit, maar zich gerefereerd aan het oordeel van het hof. Gelet hierop zijn er nog steeds grieven van het openbaar ministerie tegen de deelvrijspraken van witwassen van € 60.000,00 en € 5.825,00, zodat het openbaar ministerie nog altijd belang heeft bij het door haar ingestelde beroep. Niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie op grond van artikel 416, derde lid, Sv is daarmee niet aan de orde. Het voorgaande brengt mee dat alle ten laste gelegde feiten, zoals ook ter terechtzitting door het hof beslist, nog steeds aan de orde zijn in hoger beroep. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: primair hij op of omstreeks 30 januari 2017 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van een of meerdere voorwerp(en), te weten - een geldbedrag van (ongeveer) 71.757 euro en/of - zes, althans een of meerdere, horloge(s), te weten vier horloges van het merk Rolex en/of een horloge van het merk Audemars Piquet Off Shore en/of een horloge van het merk Eberhard en/of - een armband (met een waarde van ongeveer 15.000 euro) en/of - een auto (van het merk Volvo), de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op een voorwerp, te weten een of meer onbekend gebleven perso(o)n(en), was/waren, en/of heeft verborgen en/of verhuld wie een of meerdere voorwerp(en), te weten - een geldbedrag van (ongeveer) 71.757 euro en/of - zes, althans een of meerdere, horloge(s), te weten vier horloges van het merk Rolex en/of een horloge van het merk Audemars Piquet Off Shore en/of een horloge van het merk Eberhard en/of - een armband (met een waarde van ongeveer 15.000 euro) en/of - een auto (van het merk Volvo), voorhanden heeft gehad, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en) dat dat/die voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf; subsidiair hij op of omstreeks 30 januari 2017, te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van een of meerdere voorwerp(en), te weten - een geldbedrag van (ongeveer) 71.757 euro en/of - zes, althans een of meerdere, horloge(s), te weten vier horloges van het merk Rolex en/of een horloge van het merk Audemars Piquet Off Shore en/of een horloge van het merk Eberhard en/of - een armband (met een waarde van ongeveer 15.000 euro) en/of - een auto (van het merk Volvo), de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op een voorwerp, te weten een of meerdere onbekend gebleven perso(o)n(en) was/waren, en/of heeft verborgen en/of verhuld wie een of meerdere voorwerp(en), te weten - een geldbedrag van (ongeveer) 71.757 euro en/of - zes, althans een of meerdere, horloge(s), te weten vier horloges van het merk Rolex en/of een horloge van het merk Audemars Piquet Off Shore en/of een horloge van het merk Eberhard en/of - een armband (met een waarde van ongeveer 15.000 euro) en/of - een auto (van het merk Volvo), voorhanden had, terwijl hij en/of zijn mededader(s) redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat dat/die voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring en strafoplegging komt dan de rechtbank. Bewijsoverweging Standpunt van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden veroordeeld voor het witwassen van de tenlastegelegde horloges, armband en Volvo. Daartoe heeft zij aangevoerd dat de verklaring van de verdachte met betrekking tot de herkomst van deze voorwerpen niet concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk is. Verder heeft de advocaat-generaal zich op het standpunt gesteld dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het witwassen van het tenlastegelegde geldbedrag voor zover dat ziet op bedrag van € 5.825,00. Met betrekking tot het witwassen van de (overige) geldbedragen van € 60.000,00 en € 5.750,00 heeft de advocaat-generaal zich gerefereerd aan het oordeel van het hof. Standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte integraal dient te worden vrijgesproken. Daartoe is – kort gezegd – aangevoerd dat de verdachte ten aanzien van alle goederen een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring heeft afgelegd. Nu er geen nader onderzoek is verricht door het openbaar ministerie kan niet wettig en overtuigend bewezen worden dat de goederen van misdrijf afkomstig zijn.
Volledig
ECLI:NL:GHAMS:2026:1205 text/xml public 2026-05-11T15:48:16 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Amsterdam 2026-03-24 23-000489-18 Uitspraak Hoger beroep NL Amsterdam Strafrecht Eerste aanleg: ECLI:NL:RBAMS:2018:570, Overig Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1205 text/html public 2026-05-11T15:37:19 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHAMS:2026:1205 Gerechtshof Amsterdam , 24-03-2026 / 23-000489-18 Witwassen bewezen afdeling strafrecht parketnummer: 23-000489-18 datum uitspraak: 24 maart 2026 TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman) Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 30 januari 2018 in de strafzaak onder parketnummer 13-659018-17 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1982, zonder bekende woon- of verblijfplaats. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 10 maart 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. De verdachte en het openbaar ministerie hebben hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht. Omvang van het hoger beroep De verdachte is bij voormeld vonnis met betrekking tot het onder het eerste gedachtestreepje tenlastegelegde geldbedrag van € 71.757,00 partieel vrijgesproken van het witwassen van geldbedragen van € 60.000,00 en € 5.825,00 en veroordeeld voor het witwassen van een bedrag van € 5.750,00. Door de raadsman is aangevoerd dat met betrekking tot de hiervoor genoemde deelbedragen sprake is van gevoegde feiten in de zin van artikel 407, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zodat op grond van artikel 404, vijfde lid, Sv voor de verdachte geen hoger beroep open staat tegen de deelvrijspraken van witwassen van € 60.000,00 en € 5.825,00. Ten aanzien van dit standpunt van de verdediging heeft het hof reeds ter terechtzitting beslist dat het witwassen van de hiervoor genoemde deelbedragen, gelet op de formulering van de tenlastelegging, niet (impliciet) cumulatief ten laste is gelegd. In verband daarmee is een gedeeltelijke niet-ontvankelijkheidverklaring niet mogelijk. Het hoger beroep van het openbaar ministerie is eveneens onbeperkt ingesteld. De advocaat-generaal heeft op de zitting van 8 maart 2023 aangegeven het hoger beroep te willen intrekken, voor zover gericht tegen de vrijspraken van witwassen van € 60.000,00 en € 5.825,00. Deze gedeeltelijke intrekking van het hoger beroep was echter niet (meer) mogelijk, reeds omdat het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep op een eerdere zitting al was aangevangen. Tijdens de inhoudelijke behandeling op 10 maart 2026 heeft de advocaat-generaal zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden veroordeeld voor het witwassen van de armband, de horloges en de Volvo. Ten aanzien van het contante geldbedrag van € 71.757,00 heeft zij geen vrijspraak bepleit, maar zich gerefereerd aan het oordeel van het hof. Gelet hierop zijn er nog steeds grieven van het openbaar ministerie tegen de deelvrijspraken van witwassen van € 60.000,00 en € 5.825,00, zodat het openbaar ministerie nog altijd belang heeft bij het door haar ingestelde beroep. Niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie op grond van artikel 416, derde lid, Sv is daarmee niet aan de orde. Het voorgaande brengt mee dat alle ten laste gelegde feiten, zoals ook ter terechtzitting door het hof beslist, nog steeds aan de orde zijn in hoger beroep. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: primair hij op of omstreeks 30 januari 2017 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van een of meerdere voorwerp(en), te weten - een geldbedrag van (ongeveer) 71.757 euro en/of - zes, althans een of meerdere, horloge(s), te weten vier horloges van het merk Rolex en/of een horloge van het merk Audemars Piquet Off Shore en/of een horloge van het merk Eberhard en/of - een armband (met een waarde van ongeveer 15.000 euro) en/of - een auto (van het merk Volvo), de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op een voorwerp, te weten een of meer onbekend gebleven perso(o)n(en), was/waren, en/of heeft verborgen en/of verhuld wie een of meerdere voorwerp(en), te weten - een geldbedrag van (ongeveer) 71.757 euro en/of - zes, althans een of meerdere, horloge(s), te weten vier horloges van het merk Rolex en/of een horloge van het merk Audemars Piquet Off Shore en/of een horloge van het merk Eberhard en/of - een armband (met een waarde van ongeveer 15.000 euro) en/of - een auto (van het merk Volvo), voorhanden heeft gehad, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en) dat dat/die voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf; subsidiair hij op of omstreeks 30 januari 2017, te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van een of meerdere voorwerp(en), te weten - een geldbedrag van (ongeveer) 71.757 euro en/of - zes, althans een of meerdere, horloge(s), te weten vier horloges van het merk Rolex en/of een horloge van het merk Audemars Piquet Off Shore en/of een horloge van het merk Eberhard en/of - een armband (met een waarde van ongeveer 15.000 euro) en/of - een auto (van het merk Volvo), de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op een voorwerp, te weten een of meerdere onbekend gebleven perso(o)n(en) was/waren, en/of heeft verborgen en/of verhuld wie een of meerdere voorwerp(en), te weten - een geldbedrag van (ongeveer) 71.757 euro en/of - zes, althans een of meerdere, horloge(s), te weten vier horloges van het merk Rolex en/of een horloge van het merk Audemars Piquet Off Shore en/of een horloge van het merk Eberhard en/of - een armband (met een waarde van ongeveer 15.000 euro) en/of - een auto (van het merk Volvo), voorhanden had, terwijl hij en/of zijn mededader(s) redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat dat/die voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring en strafoplegging komt dan de rechtbank. Bewijsoverweging Standpunt van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden veroordeeld voor het witwassen van de tenlastegelegde horloges, armband en Volvo. Daartoe heeft zij aangevoerd dat de verklaring van de verdachte met betrekking tot de herkomst van deze voorwerpen niet concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk is. Verder heeft de advocaat-generaal zich op het standpunt gesteld dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het witwassen van het tenlastegelegde geldbedrag voor zover dat ziet op bedrag van € 5.825,00. Met betrekking tot het witwassen van de (overige) geldbedragen van € 60.000,00 en € 5.750,00 heeft de advocaat-generaal zich gerefereerd aan het oordeel van het hof. Standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte integraal dient te worden vrijgesproken. Daartoe is – kort gezegd – aangevoerd dat de verdachte ten aanzien van alle goederen een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring heeft afgelegd. Nu er geen nader onderzoek is verricht door het openbaar ministerie kan niet wettig en overtuigend bewezen worden dat de goederen van misdrijf afkomstig zijn.
Volledig
Ten aanzien van het bedrag van € 5.750,00 is door de raadsman aangevoerd dat er geen sprake is van een gerechtvaardigd vermoeden van witwassen. Ten aanzien van de horloges van de merken Audemars Piguet en Eberhard stelt de verdachte dat deze aan zijn neef toebehoren, zodat niet kan worden bewezen dat de verdachte deze horloges heeft witgewassen, aldus de raadsman. Beoordeling van het hof Feiten en omstandigheden Evenals de rechtbank gaat het hof uit van de volgende feiten en omstandigheden. Op 30 januari 2017 vindt een doorzoeking plaats in de woning van de verdachte op het adres [adres] . Op het moment dat de politie zich bekendmaakt en naar binnen wil, wordt de voordeur niet direct opengedaan. In de tussentijd wordt gezien dat een persoon aan de achterzijde van de woning spullen vanaf het balkon naar beneden gooit. Deze persoon wordt later herkend als de verdachte. Bij deze doorzoeking worden onder meer de volgende goederen aangetroffen: een geldbedrag van € 60.000,00 onder een matras; een geldbedrag van € 5.825,00 in een toilettas in een kast in de woonkamer; een geldbedrag van € 5.750,00 in een nachtkastje; vier horloges van het merk Rolex; een horloge van het merk Audemars Piguet; een horloge van het merk Eberhard; een autosleutel van het merk Volvo, die blijkt te horen bij de auto van de verdachte, te weten een Volvo V40 met het kenteken [kenteken] . Onder de verdachte wordt verder een armband van het merk Tennis in beslag genomen. Daarnaast zijn dertien mobiele telefoons, acht simkaarten, negen sleutelbossen, zeven autosleutels en een geldtelmachine aangetroffen. Het aangetroffen geld bestaat uit verschillende coupures, waaronder biljetten van 500 euro en 100 euro en één vals biljet van 100 euro. De horloges blijken origineel te zijn en de totale waarde wordt geschat op € 110.000,00 tot € 115.000,00. De armband zelf is niet onderzocht, maar wel is in de woning een certificaat gevonden dat behoort bij een originele ‘Tennis bracelet’, die een waarde heeft van circa € 15.000,00. De Volvo blijkt een nieuwwaarde te hebben van € 28.495,00 en de dagwaarde op 23 mei 2017 bedraagt € 16.350,00. De auto dateert van 27 november 2013 en de verdachte is de eerste geregistreerde eigenaar van de auto. Ten slotte is gebleken dat het inkomen van de verdachte in 2016 € 14.397,00 bedroeg en dat de pizzeria, die hij enkele maanden voor de doorzoeking samen met zijn vrouw voor € 80.000,00 had gekocht, in 2016 een negatief bedrijfsresultaat had behaald van € 5.075,00. Wïtwasvermoeden Het hof heeft bij de beoordeling van de vraag of onder deze omstandigheden sprake is van een witwasvermoeden het volgende laten meewegen: de hoge waarde van de aangetroffen voorwerpen; de waarde en samenstelling van de contante geldbedragen; de locaties waar de geldbedragen werden aangetroffen; het aanmerkelijk lager vastgestelde inkomen van de verdachte; de overige aangetroffen goederen in de woning, zoals de vele mobiele telefoons, simkaarten, autosleutels en een geldtelmachine; - het feit dat de politie niet direct de woning werd binnengelaten en de verdachte op dat moment spullen van het balkon gooide, waaronder mobiele telefoons en een autosleutel van een Peugeot waarin een verborgen ruimte werd aangetroffen. Op grond van al deze feiten en omstandigheden is het hof van oordeel dat ten aanzien van alle ten laste gelegde goederen zonder meer sprake is van een witwasvermoeden. Van de verdachte mag dan ook een verklaring worden verlangd die concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk is. Herkomst van de geldbedragen/goederen Ten aanzien van de contante geldbedragen van € 60.000,00, € 5.825,00 en € 5.750,00 (tezamen € 71.757,00) Ten aanzien van het bedrag van € 60.000,00 heeft de verdachte bij de politie en op de terechtzitting in eerste aanleg verklaard dat hij dit geld van zijn familie in Albanië heeft geleend. Hij wilde namelijk het restaurant dat hij onlangs met zijn vrouw had gekocht gaan verbouwen. Hiervoor heeft de verdachte € 10.000,00 van zijn vader [getuige 1] , € 10.000,00 van zijn oom [getuige 2] en € 40.000,00 euro van zijn oom [getuige 3] geleend. In het dossier bevinden zich drie leenovereenkomsten die de verklaring van de verdachte ondersteunen. Ook zijn de desbetreffende familieleden in Albanië gehoord. Zij bevestigen de verklaring van de verdachte. Met betrekking tot het bedrag van € 5.825,00 heeft de verdachte verklaard dat dit geld de contante opbrengst is geweest van de pizzeria van de maanden december 2016 en januari 2017. Ook medeverdachte [medeverdachte] heeft dat verklaard. Ten aanzien van het bedrag van € 5.750,00 heeft de verdachte niets anders verklaard dan dat dit geld van hem is. Het hof is van oordeel dat de verdachte over de herkomst van de bedragen van € 60.000,00 en € 5.825,00 een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring heeft gegeven. Het lag derhalve op de weg van het openbaar ministerie om daar nader onderzoek naar te doen. Nu het openbaar ministerie dit niet heeft gedaan, kan niet met voldoende mate van zekerheid worden uitgesloten dat dit deel van het tenlastegelegde geldbedrag een legale herkomst heeft. Het hof zal de verdachte daarom vrijspreken van het witwassen van geldbedragen van € 60.000,00 en € 5.825,00. Dat is anders met betrekking tot het bedrag van € 5.750,00 dat in het nachtkastje is aangetroffen. De verdachte heeft geen verklaring gegeven over de herkomst van dit geldbedrag. Daarom is het witwasvermoeden niet ontkracht. Het hof is bij deze stand van zaken van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat dit geldbedrag van enig misdrijf afkomstig is. Ten aanzien van de horloges De verdachte heeft bij de politie verklaard dat de zes horloges van hem zijn, waarbij hij de merken van alle in zijn woning aangetroffen horloges noemt. Op de terechtzitting in eerste aanleg heeft de verdachte verklaard dat drie van de vier Rolex horloges van hem zijn, dat één Rolex horloge van zijn vrouw is en dat het Audemars Piquet horloge en het Eberhard horloge van zijn neef [persoon 1] zijn. Het hof acht deze laatste verklaring niet aannemelijk. Op grond van de verklaring van de verdachte bij de politie, het feit dat alle genoemde horloges in zijn woning zijn aangetroffen en de verklaring van de verdachte dat hij de 6 horloges heeft gekocht, is het hof van oordeel dat alle zes horloges aan de verdachte toebehoren. Ten aanzien van de herkomst van de horloges heeft de verdachte verklaard dat hij deze voor een bedrag van € 20.000,00 heeft gekocht van een Italiaanse vriend. Om de horloges te betalen heeft hij geld geleend en dat daarna ook terugbetaald. De getuige [getuige 4] heeft bij de raadsheer-commissaris verklaard dat hij in september 2016 vier Rolex horloges heeft verkocht aan de verdachte voor een (contant) bedrag van € 20.000,00. Uit het dossier blijkt dat de verdachte in 2016, het jaar dat hij de horloges gekocht zou hebben, een bruto jaarloon heeft ontvangen van € 14.397,00. De onderneming van de verdachte heeft in dat jaar een negatief bedrijfsresultaat behaald van € 5.075,00. Het hof overweegt dat, wat er ook zij van de verklaring van de verdachte over de herkomst van (vier van) de horloges, hij geen concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring heeft gegeven voor de herkomst van het bedrag van € 20.000,00 waarmee hij die horloges zou hebben gekocht. De bij de Belastingdienst bekende inkomsten van de verdachte in 2016 kunnen de herkomst van dit (volgens de verdachte geleende en weer terugbetaalde) bedrag niet verklaren. Ook is de verklaring dat de verdachte dit bedrag heeft geleend op geen enkele wijze onderbouwd. Het hof neemt hierbij tevens in aanmerking dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de verdachte de horloges zou hebben gekocht van een vriend voor slechts € 20.000,00, wat een veel lager bedrag is dan de geschatte werkelijke waarde van de horloges. Het hof is bij deze stand van zaken van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat de horloges van misdrijf afkomstig zijn.
Volledig
Ten aanzien van het bedrag van € 5.750,00 is door de raadsman aangevoerd dat er geen sprake is van een gerechtvaardigd vermoeden van witwassen. Ten aanzien van de horloges van de merken Audemars Piguet en Eberhard stelt de verdachte dat deze aan zijn neef toebehoren, zodat niet kan worden bewezen dat de verdachte deze horloges heeft witgewassen, aldus de raadsman. Beoordeling van het hof Feiten en omstandigheden Evenals de rechtbank gaat het hof uit van de volgende feiten en omstandigheden. Op 30 januari 2017 vindt een doorzoeking plaats in de woning van de verdachte op het adres [adres] . Op het moment dat de politie zich bekendmaakt en naar binnen wil, wordt de voordeur niet direct opengedaan. In de tussentijd wordt gezien dat een persoon aan de achterzijde van de woning spullen vanaf het balkon naar beneden gooit. Deze persoon wordt later herkend als de verdachte. Bij deze doorzoeking worden onder meer de volgende goederen aangetroffen: een geldbedrag van € 60.000,00 onder een matras; een geldbedrag van € 5.825,00 in een toilettas in een kast in de woonkamer; een geldbedrag van € 5.750,00 in een nachtkastje; vier horloges van het merk Rolex; een horloge van het merk Audemars Piguet; een horloge van het merk Eberhard; een autosleutel van het merk Volvo, die blijkt te horen bij de auto van de verdachte, te weten een Volvo V40 met het kenteken [kenteken] . Onder de verdachte wordt verder een armband van het merk Tennis in beslag genomen. Daarnaast zijn dertien mobiele telefoons, acht simkaarten, negen sleutelbossen, zeven autosleutels en een geldtelmachine aangetroffen. Het aangetroffen geld bestaat uit verschillende coupures, waaronder biljetten van 500 euro en 100 euro en één vals biljet van 100 euro. De horloges blijken origineel te zijn en de totale waarde wordt geschat op € 110.000,00 tot € 115.000,00. De armband zelf is niet onderzocht, maar wel is in de woning een certificaat gevonden dat behoort bij een originele ‘Tennis bracelet’, die een waarde heeft van circa € 15.000,00. De Volvo blijkt een nieuwwaarde te hebben van € 28.495,00 en de dagwaarde op 23 mei 2017 bedraagt € 16.350,00. De auto dateert van 27 november 2013 en de verdachte is de eerste geregistreerde eigenaar van de auto. Ten slotte is gebleken dat het inkomen van de verdachte in 2016 € 14.397,00 bedroeg en dat de pizzeria, die hij enkele maanden voor de doorzoeking samen met zijn vrouw voor € 80.000,00 had gekocht, in 2016 een negatief bedrijfsresultaat had behaald van € 5.075,00. Wïtwasvermoeden Het hof heeft bij de beoordeling van de vraag of onder deze omstandigheden sprake is van een witwasvermoeden het volgende laten meewegen: de hoge waarde van de aangetroffen voorwerpen; de waarde en samenstelling van de contante geldbedragen; de locaties waar de geldbedragen werden aangetroffen; het aanmerkelijk lager vastgestelde inkomen van de verdachte; de overige aangetroffen goederen in de woning, zoals de vele mobiele telefoons, simkaarten, autosleutels en een geldtelmachine; - het feit dat de politie niet direct de woning werd binnengelaten en de verdachte op dat moment spullen van het balkon gooide, waaronder mobiele telefoons en een autosleutel van een Peugeot waarin een verborgen ruimte werd aangetroffen. Op grond van al deze feiten en omstandigheden is het hof van oordeel dat ten aanzien van alle ten laste gelegde goederen zonder meer sprake is van een witwasvermoeden. Van de verdachte mag dan ook een verklaring worden verlangd die concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk is. Herkomst van de geldbedragen/goederen Ten aanzien van de contante geldbedragen van € 60.000,00, € 5.825,00 en € 5.750,00 (tezamen € 71.757,00) Ten aanzien van het bedrag van € 60.000,00 heeft de verdachte bij de politie en op de terechtzitting in eerste aanleg verklaard dat hij dit geld van zijn familie in Albanië heeft geleend. Hij wilde namelijk het restaurant dat hij onlangs met zijn vrouw had gekocht gaan verbouwen. Hiervoor heeft de verdachte € 10.000,00 van zijn vader [getuige 1] , € 10.000,00 van zijn oom [getuige 2] en € 40.000,00 euro van zijn oom [getuige 3] geleend. In het dossier bevinden zich drie leenovereenkomsten die de verklaring van de verdachte ondersteunen. Ook zijn de desbetreffende familieleden in Albanië gehoord. Zij bevestigen de verklaring van de verdachte. Met betrekking tot het bedrag van € 5.825,00 heeft de verdachte verklaard dat dit geld de contante opbrengst is geweest van de pizzeria van de maanden december 2016 en januari 2017. Ook medeverdachte [medeverdachte] heeft dat verklaard. Ten aanzien van het bedrag van € 5.750,00 heeft de verdachte niets anders verklaard dan dat dit geld van hem is. Het hof is van oordeel dat de verdachte over de herkomst van de bedragen van € 60.000,00 en € 5.825,00 een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring heeft gegeven. Het lag derhalve op de weg van het openbaar ministerie om daar nader onderzoek naar te doen. Nu het openbaar ministerie dit niet heeft gedaan, kan niet met voldoende mate van zekerheid worden uitgesloten dat dit deel van het tenlastegelegde geldbedrag een legale herkomst heeft. Het hof zal de verdachte daarom vrijspreken van het witwassen van geldbedragen van € 60.000,00 en € 5.825,00. Dat is anders met betrekking tot het bedrag van € 5.750,00 dat in het nachtkastje is aangetroffen. De verdachte heeft geen verklaring gegeven over de herkomst van dit geldbedrag. Daarom is het witwasvermoeden niet ontkracht. Het hof is bij deze stand van zaken van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat dit geldbedrag van enig misdrijf afkomstig is. Ten aanzien van de horloges De verdachte heeft bij de politie verklaard dat de zes horloges van hem zijn, waarbij hij de merken van alle in zijn woning aangetroffen horloges noemt. Op de terechtzitting in eerste aanleg heeft de verdachte verklaard dat drie van de vier Rolex horloges van hem zijn, dat één Rolex horloge van zijn vrouw is en dat het Audemars Piquet horloge en het Eberhard horloge van zijn neef [persoon 1] zijn. Het hof acht deze laatste verklaring niet aannemelijk. Op grond van de verklaring van de verdachte bij de politie, het feit dat alle genoemde horloges in zijn woning zijn aangetroffen en de verklaring van de verdachte dat hij de 6 horloges heeft gekocht, is het hof van oordeel dat alle zes horloges aan de verdachte toebehoren. Ten aanzien van de herkomst van de horloges heeft de verdachte verklaard dat hij deze voor een bedrag van € 20.000,00 heeft gekocht van een Italiaanse vriend. Om de horloges te betalen heeft hij geld geleend en dat daarna ook terugbetaald. De getuige [getuige 4] heeft bij de raadsheer-commissaris verklaard dat hij in september 2016 vier Rolex horloges heeft verkocht aan de verdachte voor een (contant) bedrag van € 20.000,00. Uit het dossier blijkt dat de verdachte in 2016, het jaar dat hij de horloges gekocht zou hebben, een bruto jaarloon heeft ontvangen van € 14.397,00. De onderneming van de verdachte heeft in dat jaar een negatief bedrijfsresultaat behaald van € 5.075,00. Het hof overweegt dat, wat er ook zij van de verklaring van de verdachte over de herkomst van (vier van) de horloges, hij geen concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring heeft gegeven voor de herkomst van het bedrag van € 20.000,00 waarmee hij die horloges zou hebben gekocht. De bij de Belastingdienst bekende inkomsten van de verdachte in 2016 kunnen de herkomst van dit (volgens de verdachte geleende en weer terugbetaalde) bedrag niet verklaren. Ook is de verklaring dat de verdachte dit bedrag heeft geleend op geen enkele wijze onderbouwd. Het hof neemt hierbij tevens in aanmerking dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de verdachte de horloges zou hebben gekocht van een vriend voor slechts € 20.000,00, wat een veel lager bedrag is dan de geschatte werkelijke waarde van de horloges. Het hof is bij deze stand van zaken van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat de horloges van misdrijf afkomstig zijn.
Volledig
Ten aanzien van de armband De armband zou de verdachte van een andere Italiaanse vriend genaamd [persoon 2] hebben gekregen. In hoger beroep is [persoon 3] , de persoon die de armband aan de verdachte gegeven zou hebben, gehoord. Hij kan zich de verdachte niet herinneren en ook niet of hij de armband aan de verdachte heeft gegeven. Dit brengt met zich dat het hof de verklaring van de verdachte over de herkomst van de armband hoogst onwaarschijnlijk acht. Het hof is bij deze stand van zaken van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat ook de armband van enig misdrijf afkomstig is. Ten aanzien van de Volvo De verdachte heeft verklaard dat hij een Volkswagen Polo had en dat hij deze, met een bijbetaling van € 2.000,00, heeft ingeruild voor de Volvo. In dit verband heeft de verdediging een inkoopverklaring van [bedrijf] B.V. van 16 maart 2016 voor een Volkswagen Polo voor het bedrag van € 4.500,00 en een factuur van [bedrijf] B.V. van 7 juli 2015 voor een Volvo V40 voor een bedrag van € 6.010,00 overgelegd. Daarnaast is in hoger beroep de (toenmalig) eigenaar van [bedrijf] B.V. gehoord, die de verklaring van de verdachte ten dele bevestigd. Het hof is van oordeel dat de verklaring van de verdachte een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring is die voldoende aanknopingspunten biedt voor nader onderzoek. Het openbaar ministerie heeft geen nader onderzoek gedaan. Bij deze stand van zaken kan niet met voldoende mate van zekerheid worden uitgesloten dat de Volvo een legale herkomst heeft. Het hof zal de verdachte daarom vrijspreken van het (schuld)witwassen van de Volvo. Conclusie Het hof is van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat het contante geldbedrag van € 5.750,00, de zes horloges en de armband van misdrijf afkomstig zijn en dat de verdachte dit wist, zodat het hof het tenlastegelegde witwassen ten aanzien van deze goederen bewezen acht. Het is het hof niet gebleken dat hierbij sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking met een medeverdachte, zodat de verdachte van medeplegen zal worden vrijgesproken. Voorwaardelijk verzoek De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep – indien het hof ten aanzien van het geldbedrag van € 60.000 niet tot een vrijspraak komt – verzocht [getuige 1] , [getuige 2] , [getuige 3] , en [getuige 5] als getuigen te horen. Nu de verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging wordt vrijgesproken, hoeft niet op het voorwaardelijk verzoek te worden beslist. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 30 januari 2017 te Amsterdam meerdere voorwerpen, te weten - een geldbedrag van 5.750 euro en - zes horloges, te weten vier horloges van het merk Rolex en een horloge van het merk Audemars Piquet en een horloge van het merk Eberhard en - een armband met een waarde van ongeveer 15.000 euro voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf. Hetgeen primair meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het primair bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het primair bewezenverklaarde levert op: witwassen, meermalen gepleegd. Strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het primair bewezenverklaarde uitsluit. Oplegging van straffen De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf van negen maanden met aftrek van voorarrest, waarvan twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als in eerste aanleg is opgelegd. De raadsman van de verdachte heeft verzocht geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, gelet op de overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het witwassen van een contant geldbedrag, zes horloges en een armband, ter waarde van in totaal ongeveer € 130.750,00. Het witwassen van criminele gelden vormt een bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het economische verkeer aan, terwijl andere strafbare feiten erdoor worden vergemakkelijkt. Het hof rekent dit de verdachte aan. Het hof heeft bij de strafoplegging acht geslagen op de straffen die in soortgelijke gevallen worden opgelegd. Daarbij is rekening gehouden met de Oriëntatiepunten voor Straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Gelet op de ernst van het feit acht het hof in beginsel een straf zoals is opgelegd door de rechtbank passend en geboden. Het hof stelt echter vast dat het in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden opgenomen recht om binnen een redelijke termijn te worden berecht, is geschonden. Het openbaar ministerie en de verdachte hebben op 12 februari 2018 hoger beroep ingesteld. Op 24 maart 2026 wordt dit eindarrest gewezen. Dit betekent dat de behandeling van de zaak op de terechtzitting niet binnen twee jaren na het instellen van het rechtsmiddel is afgerond met een einduitspraak en de redelijke termijn is overschreden met meer dan zes jaar en een maand. Het hof zal gelet op deze overschrijding tot een andere strafmodaliteit komen. Het hof acht, alles afwegende, een voorwaardelijke gevangenisstraf van vijf maanden en een geldboete van € 50.000,00 passend en geboden. Beslag Verbeurdverklaring van de voorwerpen met nummers 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 en 22 Het primair tenlastegelegde en bewezenverklaarde is begaan met betrekking tot de hierna te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen. Zij behoren de verdachte toe. Zij zullen daarom worden verbeurd verklaard. Bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de voorwerpen met nummers 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 26, 27, 28, 32, 33, 34, 35, 36, 37, 38, 39, 40, 41 en 42 Deze voorwerpen zijn niet van de verdachte. Deze voorwerpen staan ook niet in verband tot een strafbaar feit en zullen daarom worden bewaard ten behoeve van de rechthebbende. Teruggave van de voorwerpen met nummers 1, 19, 20, 21, 23, 29, 30, 31 Deze inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen behoren toe aan de verdachte. Ten aanzien van deze voorwerpen is geen strafbaar feit is gepleegd en deze zullen daarom worden teruggegeven. Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c, 33, 33a, 57 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht: Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) maanden .
Volledig
Ten aanzien van de armband De armband zou de verdachte van een andere Italiaanse vriend genaamd [persoon 2] hebben gekregen. In hoger beroep is [persoon 3] , de persoon die de armband aan de verdachte gegeven zou hebben, gehoord. Hij kan zich de verdachte niet herinneren en ook niet of hij de armband aan de verdachte heeft gegeven. Dit brengt met zich dat het hof de verklaring van de verdachte over de herkomst van de armband hoogst onwaarschijnlijk acht. Het hof is bij deze stand van zaken van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat ook de armband van enig misdrijf afkomstig is. Ten aanzien van de Volvo De verdachte heeft verklaard dat hij een Volkswagen Polo had en dat hij deze, met een bijbetaling van € 2.000,00, heeft ingeruild voor de Volvo. In dit verband heeft de verdediging een inkoopverklaring van [bedrijf] B.V. van 16 maart 2016 voor een Volkswagen Polo voor het bedrag van € 4.500,00 en een factuur van [bedrijf] B.V. van 7 juli 2015 voor een Volvo V40 voor een bedrag van € 6.010,00 overgelegd. Daarnaast is in hoger beroep de (toenmalig) eigenaar van [bedrijf] B.V. gehoord, die de verklaring van de verdachte ten dele bevestigd. Het hof is van oordeel dat de verklaring van de verdachte een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring is die voldoende aanknopingspunten biedt voor nader onderzoek. Het openbaar ministerie heeft geen nader onderzoek gedaan. Bij deze stand van zaken kan niet met voldoende mate van zekerheid worden uitgesloten dat de Volvo een legale herkomst heeft. Het hof zal de verdachte daarom vrijspreken van het (schuld)witwassen van de Volvo. Conclusie Het hof is van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat het contante geldbedrag van € 5.750,00, de zes horloges en de armband van misdrijf afkomstig zijn en dat de verdachte dit wist, zodat het hof het tenlastegelegde witwassen ten aanzien van deze goederen bewezen acht. Het is het hof niet gebleken dat hierbij sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking met een medeverdachte, zodat de verdachte van medeplegen zal worden vrijgesproken. Voorwaardelijk verzoek De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep – indien het hof ten aanzien van het geldbedrag van € 60.000 niet tot een vrijspraak komt – verzocht [getuige 1] , [getuige 2] , [getuige 3] , en [getuige 5] als getuigen te horen. Nu de verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging wordt vrijgesproken, hoeft niet op het voorwaardelijk verzoek te worden beslist. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 30 januari 2017 te Amsterdam meerdere voorwerpen, te weten - een geldbedrag van 5.750 euro en - zes horloges, te weten vier horloges van het merk Rolex en een horloge van het merk Audemars Piquet en een horloge van het merk Eberhard en - een armband met een waarde van ongeveer 15.000 euro voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf. Hetgeen primair meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het primair bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het primair bewezenverklaarde levert op: witwassen, meermalen gepleegd. Strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het primair bewezenverklaarde uitsluit. Oplegging van straffen De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf van negen maanden met aftrek van voorarrest, waarvan twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als in eerste aanleg is opgelegd. De raadsman van de verdachte heeft verzocht geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, gelet op de overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het witwassen van een contant geldbedrag, zes horloges en een armband, ter waarde van in totaal ongeveer € 130.750,00. Het witwassen van criminele gelden vormt een bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het economische verkeer aan, terwijl andere strafbare feiten erdoor worden vergemakkelijkt. Het hof rekent dit de verdachte aan. Het hof heeft bij de strafoplegging acht geslagen op de straffen die in soortgelijke gevallen worden opgelegd. Daarbij is rekening gehouden met de Oriëntatiepunten voor Straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Gelet op de ernst van het feit acht het hof in beginsel een straf zoals is opgelegd door de rechtbank passend en geboden. Het hof stelt echter vast dat het in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden opgenomen recht om binnen een redelijke termijn te worden berecht, is geschonden. Het openbaar ministerie en de verdachte hebben op 12 februari 2018 hoger beroep ingesteld. Op 24 maart 2026 wordt dit eindarrest gewezen. Dit betekent dat de behandeling van de zaak op de terechtzitting niet binnen twee jaren na het instellen van het rechtsmiddel is afgerond met een einduitspraak en de redelijke termijn is overschreden met meer dan zes jaar en een maand. Het hof zal gelet op deze overschrijding tot een andere strafmodaliteit komen. Het hof acht, alles afwegende, een voorwaardelijke gevangenisstraf van vijf maanden en een geldboete van € 50.000,00 passend en geboden. Beslag Verbeurdverklaring van de voorwerpen met nummers 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 en 22 Het primair tenlastegelegde en bewezenverklaarde is begaan met betrekking tot de hierna te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen. Zij behoren de verdachte toe. Zij zullen daarom worden verbeurd verklaard. Bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de voorwerpen met nummers 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 26, 27, 28, 32, 33, 34, 35, 36, 37, 38, 39, 40, 41 en 42 Deze voorwerpen zijn niet van de verdachte. Deze voorwerpen staan ook niet in verband tot een strafbaar feit en zullen daarom worden bewaard ten behoeve van de rechthebbende. Teruggave van de voorwerpen met nummers 1, 19, 20, 21, 23, 29, 30, 31 Deze inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen behoren toe aan de verdachte. Ten aanzien van deze voorwerpen is geen strafbaar feit is gepleegd en deze zullen daarom worden teruggegeven. Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c, 33, 33a, 57 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht: Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) maanden .