Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2026-05-01
ECLI:NL:GHAMS:2026:1197
Strafrecht
Hoger beroep
3,895 tokens
Volledig
ECLI:NL:GHAMS:2026:1197 text/xml public 2026-05-11T13:13:48 2026-05-01 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Amsterdam 2026-05-01 23-002971-25 Uitspraak Hoger beroep NL Amsterdam Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1197 text/html public 2026-05-11T13:11:51 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHAMS:2026:1197 Gerechtshof Amsterdam , 01-05-2026 / 23-002971-25 Vrijspraak. Op basis van het dossier kan niet worden vastgesteld dat de verdachte wetenschap heeft gehad van de invoer van de hennep. Anders dan het brengen van een oplader kan niet worden vastgesteld dat de verdachte enige concrrete handeling heeft vericht rondom de invoer van de hennep. Onvoldoende wettig bewijs van zowel de opzet als de mate van betrokkenheid bij het tenlasteglegde medeplegen. afdeling strafrecht parketnummer: 23-002971-25 datum uitspraak: 1 mei 2026 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 17 december 2025 in de strafzaak onder parketnummer 15-332323-25 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1993, domicilie kiezende te: [adres] Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 17 april 2026. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: primair hij in of omstreeks de periode tussen van 5 december 2025 tot en met 6 december 2025 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, een grote hoeveelheid hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, terwijl dit feit betrekking had op een grote hoeveelheid als bedoeld in artikel 11, vijfde lid, van die wet; subsidiair hij in of omstreeks de periode tussen van 5 december 2025 tot en met 6 december 2025 te Gilze Rijen en/of te Schiphol, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen een of meer stoffen en/of voorwerpen heeft bereid, bewerkt, verwerkt, te koop heeft aangeboden, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd, vervaardigd en/of voorhanden heeft gehad, en/of een of meer vervoermiddelen, ruimten, gelden, andere betaalmiddelen en/of gegevens voorhanden heeft gehad, te weten - een geldbedrag, - een appgesprek waarin contact is met [persoon 1] waarin afspraken gemaakt zijn over het adres van levering, - een foto van het paspoort van de drugskoerier ( [medeverdachte] ), - het telefoonnummer en/of de contactgegevens van degene die de koffers aan de drugskoerier heeft gegeven ( [persoon 1] ) en/of - het adres van het hotel waar de drugskoerier ( [medeverdachte] ) zou verblijven; Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot met betrekking tot de bewijsvraag tot een andere beslissing komt dan de politierechter. Vordering van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden met aftrek van voorarrest en een geldboete van 6.150 euro te vervangen door 55 dagen hechtenis. Vrijspraak Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte primair en subsidiair is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Hiertoe overweegt het hof als volgt. Op grond van de inhoud van het procesdossier stelt het hof het volgende vast. Op 5 december 2025 is in de koffers van medeverdachte [medeverdachte] 21.929 kilo hennep door de douane op Schiphol onderschept. Het dossier bevat een groepsgesprek tussen [medeverdachte] , [persoon 2] en [persoon 1] . De verdachte neemt geen deel aan dit gesprek. Ook bevat het dossier een gesprek tussen de verdachte en NN7445 op 6 december 2025. NN7445 stuurt daarin het volgende bericht: “I got your number from [naam] Please go to check on my girl she don’t have a charger Her phone is die ”, waarna een foto van het paspoort van [medeverdachte] wordt verstuurd met de tekst “ [hotel] room [nummer] .” De verdachte heeft verklaard dat hij met een taxi naar het [hotel] is gegaan om een oplader te brengen. Dit wordt ondersteund door de verklaring van de taxichauffeur. Bij aankomst en aanhouding heeft de verdachte een geldbedrag bij zich van in totaal 6.355 euro. Op grond van de bewijsmiddelen kan het hof niet vaststellen dat de verdachte wetenschap heeft gehad van de invoer van de hennep. De verdachte neemt geen deel aan het groepsgesprek waarin wordt gesproken over de smokkel van de drugs. Ook valt uit het dossier geen direct verband tussen de verdachte en [medeverdachte] vast te stellen, anders dan dat hij een geldbedrag bij zich had wat mogelijk de beloning voor [medeverdachte] zou zijn. Over dit geldbedrag heeft de verdachte verklaard dat hij dit geld niet in het hotel kon achter laten en de 3 briefjes van 500 euro al jaren bij zich draagt voor goed geluk. Hoewel deze verklaring mogelijk vragen oproept, is dit onvoldoende om hiermee aan te tonen dat de verdachte wetenschap van de invoer van de hennep heeft gehad. De aangetroffen foto’s en video’s van marihuana op de telefoon van de verdachte dateren uit december 2024 (een jaar eerder dan het tenlastegelegde feit); op basis van deze foto’s is eveneens geen duidelijke relatie met het tenlastegelegde feit te duiden. Hoewel de reis van de verdachte per taxi naar het hotel en het daarvoor te betalen bedrag enerzijds en het enkel voor een telefoonoplader – die [medeverdachte] immers ook via het hotel zou kunnen verkrijgen – voor de overtuiging grondslagen biedt is een en ander onvoldoende voor voldoende wettig bewijs van zowel de opzet als de mate van betrokkenheid bij het tenlastegelegde medeplegen. Immers, anders dan het kopen en het brengen van een oplader bij het [hotel] kan niet worden vastgesteld dat de verdachte rondom de invoer van de hennep enige concrete handeling heeft verricht, waaruit kan worden afgeleid dat hij een intellectuele en/of materiële bijdrage van voldoende gewicht heeft geleverd bij de invoer van de hennep in Nederland. Het hof merkt op dat op basis van het dossier niet duidelijk is of de oplader ook daadwerkelijk bij de receptie van het [hotel] is gebracht. Ten overvloede merkt het hof op dat aan een bewezenverklaring van het subsidiair tenlastegelegde in de weg zou staan dat in de tenlastelegging niet is opgenomen dat ‘het bestemd was tot het plegen van de in de Opiumwet strafbaar gestelde feiten’. Het hof heft op het geschorste bevel voorlopige hechtenis van de verdachte. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. W.F. Groos, mr. A.R.O. Mooy en mr. M.J.A. Plaisier, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Steur, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 1 mei 2026.
[…]
VOLLEDIG
=
[…]