Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2025-04-08
ECLI:NL:GHAMS:2025:953
Civiel recht
Hoger beroep
5,365 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.331.988/01
zaaknummer rechtbank Amsterdam : 9349189 CV EXPL 21-10645
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 8 april 2025
inzake
JURISTU INCASSODIENSTEN B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
appellante,
advocaat: mr. J.J. van der Goen te Hilversum,
tegen
1 [geïntimeerde] ,
handelend onder de naam [bedrijf 1] ,
wonende te [plaats 1] , gemeente [plaats 2] ,
2. SEARCHLAB B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
geïntimeerden,
advocaat: mr. J. du Bois te Amsterdam.
Partijen worden hierna Juristu en [geïntimeerden] genoemd. Voor zover nodig zullen geïntimeerden afzonderlijk [geïntimeerde] en Searchlab worden genoemd.
1De zaak in het kort
Overeenkomst van opdracht ter incasso van vorderingen van [geïntimeerden] op debiteuren. Juristu heeft in hoger beroep de in rekening gebrachte deurwaarderskosten alsnog gespecificeerd. Daaruit blijkt dat [geïntimeerde] niet teveel heeft betaald. Vordering van [geïntimeerde] tot terugbetaling wordt alsnog afgewezen en daartoe wordt het bestreden vonnis gedeeltelijk vernietigd. Vordering van Searchlab wordt in hoger beroep voor een lager bedrag toegewezen omdat Juristu de deurwaarderskosten alsnog heeft gespecificeerd en Juristu het aan Searchlab toekomende bedrag mag verrekenen met het bedrag dat Searchlab aan Juristu nog verschuldigd is in het kader van de incasso van een vordering op een andere debiteur. Vonnis wordt in zoverre vernietigd en aan Searchlab wordt een lager bedrag toegewezen.
Procesverloop
Juristu is bij dagvaarding van 10 augustus 2023 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam (hierna: de kantonrechter) van 11 mei 2023, onder bovenvermeld zaaknummer gewezen tussen [geïntimeerden] als eisers en Juristu als gedaagde.
Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:
- memorie van grieven, met producties;
- memorie van antwoord, met producties.
Partijen hebben de zaak ter zitting van 15 november 2024 laten toelichten door hun in de aanhef van dit arrest genoemde advocaten, mr. Van der Goen voornoemd aan de hand van pleitnotities die zijn overgelegd. Bij deze gelegenheid heeft mr. Du Bois desgevraagd verklaard mede namens Searchlab op te treden en heeft zij, namens Searchlab, nadere producties in het geding gebracht. Voorts zijn door en namens partijen enige vragen van het hof beantwoord.
Ten slotte is arrest gevraagd.
Juristu heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en de vorderingen van [geïntimeerden] alsnog zal afwijzen en [geïntimeerden] zal veroordelen tot terugbetaling van hetgeen Juristu ter uitvoering van het bestreden vonnis reeds heeft voldaan, te vermeerderen met wettelijke rente, alles met veroordeling van [geïntimeerden] in de kosten van het geding in beide instanties, met nakosten en rente en voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
[geïntimeerden] hebben geconcludeerd tot bekrachtiging van het bestreden vonnis, met - uitvoerbaar bij voorraad - veroordeling van Juristu in de (werkelijke) kosten van het geding in hoger beroep, met wettelijke rente.
Juristu heeft in hoger beroep bewijs van haar stellingen aangeboden.
Feiten
De kantonrechter heeft in het bestreden vonnis onder 1.1 tot en met 1.29 de feiten vastgesteld die zij tot uitgangspunt heeft genomen. Over de juistheid van die feiten bestaat geen geschil, zodat ook het hof daarvan zal uitgaan, met dien verstande dat het hof mede acht zal slaan op enkele andere, hierna te noemen, feiten die tussen partijen niet in geschil zijn. Het gaat in deze zaak om het volgende.
3.1
Op 21 februari 2019 respectievelijk 27 februari 2019 hebben [geïntimeerde] en Searchlab zich tot Juristu gewend ter incasso van hun vordering op dezelfde debiteur, te weten Smart Movies B.V. (hierna: Smart Movies BV ). [geïntimeerde] en Searchlab hebben zich via een digitaal formulier “aanvraag incasso” bij Juristu aangemeld. Daarbij hebben zij de algemene voorwaarden van Juristu geaccepteerd.
3.2
Op 21 februari 2019 respectievelijk 28 februari 2019 heeft Juristu per e-mail de incasso opdrachten geaccepteerd. Daarbij zijn de algemene voorwaarden via een link meegezonden.
3.3
In artikel 36 van de algemene voorwaarden van Juristu staat onder meer het volgende:
“Het accepteren en het daadwerkelijk in bewerking nemen van vorderingen ter incasso geschied uitdrukkelijk met uitsluiting van iedere vorm van aansprakelijkheid.”
3.4
Bij e-mail van 4 maart 2019 heeft Juristu aan Searchlab onder meer het volgende geschreven:
“(…) Wij hebben geprobeerd de vordering op Smart Movies BV minnelijk te incasseren. Helaas is dit niet gelukt. De volgende stap is dagvaarden.
Gaarne telefonisch contact voor overleg aanpak. (…)”
3.5
Bij e-mail van 5 maart 2019 heeft Juristu aan Searchlab uitleg gegeven over de procedure.
3.6
Bij e-mail van 6 maart 2019 heeft Juristu aan [geïntimeerde] onder meer het volgende geschreven:
“(…) Zoals besproken betaalt Smart Movies BV niet. de volgende stap is dagvaarden van Smart Movies BV
Zodra er een vonnis is, dan kan de deurwaarder beslagen leggen.
Kosten:
Dagvaarding produceren 175 ex btw
Griffierecht 486,-
Deurwaarder betekening 81,83 ex btw
Alle kosten gaan we op Smart Movies BV zien te verhalen, maar u dient vooruit te betalen. Indien u akkoord bent gaan we Smart Movies BV direct dagvaarden. (…)”
3.7
Bij factuur van 6 maart 2019 heeft Juristu een bedrag van € 211,75 ter zake van “dagvaarding produceren” aan [geïntimeerde] in rekening gebracht.
3.8
[geïntimeerde] heeft diezelfde dag het bedrag van € 211,75 aan Juristu voldaan.
3.9
Bij e-mail van 11 maart 2019 heeft Searchlab aan Juristu geschreven akkoord te gaan met het dagvaarden van de debiteur.
3.10
Bij factuur van 11 maart 2019 heeft Juristu een bedrag van € 423,50 ter zake van “dagvaarding produceren” aan Searchlab in rekening gebracht.
3.11
Op 13 maart 2019 heeft Juristu de conceptdagvaarding voor de procedure tegen Smart Movies BV aan [geïntimeerde] toegezonden.
3.12
Op 18 maart 2019 heeft Juristu de conceptdagvaarding voor de procedure tegen Smart Movies BV aan Searchlab toegezonden.
3.13
Bij factuur van 21 maart 2019 heeft Juristu een bedrag van € 530,00 ter zake van “kosten deurwaarder” aan [geïntimeerde] in rekening gebracht.
3.14
Op 25 maart 2019 heeft [geïntimeerde] het bedrag van € 530,00 aan Juristu voldaan.
3.15
Op 27 maart 2019 heeft Searchlab het bedrag van € 423,50 aan Juristu voldaan.
3.16
Bij factuur van 8 april 2019 heeft Juristu een bedrag van € 590,00 ter zake van “kosten deurwaarder” aan Searchlab in rekening gebracht.
3.17
Op 9 april 2019 heeft Searchlab het bedrag van € 590,00 aan Juristu voldaan.
3.18
Bij e-mail van 25 juni 2019 heeft Juristu aan Searchlab geschreven dat de dagvaarding is uitgebracht.
3.19
Bij verstekvonnis van 4 september 2019 van de rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem, is de vordering van [geïntimeerde] op Smart Movies BV ter hoogte van € 960,14 te vermeerderen met wettelijke handelsrente over € 834,90 vanaf 17 januari 2019 tot aan de dag van de voldoening, toegewezen.
3.20
Bij verstekvonnis van 4 september 2019 van de rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem, is de vordering van Searchlab op Smart Movies BV ter hoogte van € 904,48 te vermeerderen met wettelijke handelsrente over € 786,50 vanaf 18 december 2018 tot aan de dag van de voldoening, toegewezen.
3.21
Op 3 augustus 2020 heeft Searchlab zich wederom tot Juristu gewend met een vordering tegen haar debiteur [naam 1] (bij Searchlab bekend onder de naam Factory Discount , hierna: [naam 1] ). Diezelfde dag heeft Juristu per e-mail de incasso opdracht geaccepteerd. Daarbij zijn de algemene voorwaarden via een link meegezonden.
3.21
Bij e-mail van 5 augustus 2020 heeft Juristu aan Searchlab onder meer het volgende geschreven:
“(…) Zoals besproken betaalt Factory Discount niet.
De volgende stap is dagvaarden van Factory Discount
Zodra er een vonnis is, dan kan de deurwaarder beslagen leggen.
Kosten:
Dagvaarding produceren 750 ex btw
Griffierecht 499,-
Deurwaarder betekening 83,38 ex btw
Bovenstaande kosten zijn voor de gehele juridische incassoprocedure en dient u vooraf aan ons te voldoen.
Het griffierecht en de deurwaarder betekening betaalt u bij wijze van voorschot en hier wordt aan het einde van het dossier rekening mee gehouden.
Graag uw akkoord per mail, dan gaan we Factory Discount direct dagvaarden. (…)”
3.22
Diezelfde dag heeft Searchlab per e-mail akkoord gegeven aan Juristu.
3.23
Bij factuur van 5 augustus 2020 heeft Juristu een bedrag van € 907,50 ter zake van “dagvaarding produceren” bij Searchlab in rekening gebracht. Searchlab heeft dit bedrag voldaan op 7 augustus 2020.
3.24
Op 21 augustus 2020 heeft Juristu de concept dagvaarding voor de procedure tegen [naam 1] aan Searchlab toegezonden.
3.25
Bij factuur van 24 augustus 2020 heeft Juristu een bedrag van € 600,00 ter zake van “kosten deurwaarder” bij Searchlab in rekening gebracht.
3.26
Op 25 augustus 2020 heeft Searchlab het bedrag van € 600,00 aan Juristu voldaan.
3.27
Bij e-mail van 23 november 2020 heeft de griffie van de rechtbank Den Haag aan de gemachtigde van Searchlab meegedeeld dat er geen procedure heeft gelopen op naam van Searchlab tegen [naam 1] .
3.28
Een specificatie d.d. 23 april 2021 van [bedrijf 2] , gericht aan Juristu, met betrekking tot de kosten gemaakt inzake het dossier Searchlab/ Smart Movies BV , luidt als volgt:
“(…) Voorschot (23 april 2019) € 590,00
(…)
Ons komt toe:
Dagvaarding € 85,14
Griffierecht € 486,00
Salaris gemachtigde € 60,00
Betekening € 78,75
Overbetekening € 69,28
Vergeefs beslag € 54,83
Beslag op niet per.
Beoordeling
5.1
Tegen deze beslissingen en de daaraan ten grondslag gelegde motivering komt Juristu met drie grieven op. [geïntimeerden] stellen allereerst de ontvankelijkheid van het hoger beroep van Juristu ter discussie gelet op de hoogte van de uitgesproken betalingsveroordeling, en bestrijden voorts de grieven.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
5.2
Alvorens de grieven te bespreken dient het hof eerst te beoordelen of Juristu ontvankelijk is in haar hoger beroep. Het hof overweegt daaromtrent als volgt. Krachtens artikel 332 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kunnen partijen van een in eerste aanleg gewezen vonnis in hoger beroep komen, tenzij de vordering waarover de rechter in eerste aanleg had te beslissen niet meer beloopt dan € 1.750,-, of in geval van een vordering van onbepaalde waarde, er duidelijke aanwijzingen bestaan dat de vordering geen hogere waarde vertegenwoordigt dan € 1.750,-, tenzij de wet anders bepaalt. Naar hiervoor onder 4.1 en 4.2 is weergegeven, staat vast dat de vordering van zowel [geïntimeerde] als die van Searchlab in eerste aanleg meer bedraagt dan € 1.750,-. Daarmee beloopt de vordering waarover de kantonrechter had te beslissen meer dan de in artikel 332 lid 1 Rv genoemde appelgrens. Derhalve moet worden geoordeeld dat Juristu ontvankelijk is in haar hoger beroep.
De grieven
5.3
Grief 1 strekt ten betoge dat de kantonrechter ten onrechte heeft geoordeeld dat [geïntimeerde] een bedrag van € 204,78 teveel heeft betaald. Ter toelichting op de grief verwijst Juristu naar de in hoger beroep door haar in het geding gebrachte eindafrekening van de deurwaarder, hiervoor weergegeven onder 2.29. Volgens Juristu blijkt hieruit dat het totaal van de kosten van de deurwaarder € 571,36 bedraagt en dus niet het bedrag van € 325,22 dat de kantonrechter in het bestreden vonnis heeft genoemd. Van terugbetaling van een bedrag van 204,78 kan dan ook geen sprake zijn, aldus Juristu.
5.4
Het hof stelt voorop dat - naar de kantonrechter met juistheid heeft overwogen - de tussen partijen gesloten overeenkomsten een zakelijk karakter hebben en dat daarom ambtshalve toetsing aan het consumentenrecht niet aan de orde is. De vorderingen van [geïntimeerden] zullen dan ook aan de hand van de stellingen van partijen beoordeeld worden. De kantonrechter heeft in dat kader onder meer het volgende overwogen:
“ [geïntimeerde] vordert als eerste terugbetaling van € 741,75 aan betaalde kosten, stellende dat deze onverschuldigd zijn betaald. Van onverschuldigde betaling is sprake als de betaling geen rechtsgrond heeft. Vaststaat echter dat partijen zijn overeengekomen dat [geïntimeerde] de kosten vooruit zou betalen. Dit is de rechtsgrond van zijn betaling en die is dus niet onverschuldigd gedaan. Voor de dagvaarding heeft hij volgens afspraak € 211,75 inclusief btw betaald. Over de totale deurwaarderskosten is vooraf geen afspraak gemaakt, wel is een bedrag van € 486,00 aan griffierecht genoemd en € 81,83 aan betekeningskosten. Aan deurwaarderskosten is [geïntimeerde] daarom alleen de daadwerkelijk gemaakte kosten verschuldigd.”
Tegen deze overwegingen van de kantonrechter hebben [geïntimeerden] niet gegriefd, zodat ook voor het hof uitgangspunt is dat [geïntimeerde] alleen de daadwerkelijk gemaakte deurwaarderskosten verschuldigd is. Daar waar in eerste aanleg Juristu geen stukken had overgelegd waaruit de daadwerkelijk gemaakte deurwaarderskosten blijken, heeft zij in hoger beroep de hiervoor onder 3.29 weergegeven eindafrekening van de deurwaarder in het geding gebracht. [geïntimeerde] heeft deze eindafrekening niet, althans niet gemotiveerd, betwist zodat het hof bij de bepaling van de hoogte van de daadwerkelijk gemaakte deurwaarderskosten zal uitgaan van het daarin genoemde totaalbedrag. Uit deze eindafrekening volgt dat de deurwaarder een totaalbedrag van € 571,36 ter zake van kosten in rekening heeft gebracht. Omdat [geïntimeerde] € 530,- heeft betaald aan deurwaarderskosten, hetgeen minder is dan het totaalbedrag dat de deurwaarder in rekening heeft gebracht, is Juristu, anders dan de kantonrechter heeft geoordeeld, niet gehouden enig bedrag ter zake van deurwaarderskosten aan [geïntimeerde] terug te betalen. Voor zover [geïntimeerde] het verweer heeft gevoerd dat voor de werkzaamheden van de deurwaarder geen opdracht is gegeven, wordt dat verweer gepasseerd. [geïntimeerde] heeft in het licht van de stelling van Juristu dat de daarmee gemoeide kosten in overleg met [geïntimeerde] zijn gemaakt alsmede dat Juristu ter zake van die kosten bij factuur van 21 maart 2019 een (voorschot)bedrag van € 530,00 in rekening heeft gebracht en [geïntimeerde] die factuur heeft betaald, zijn verweer onvoldoende onderbouwd en toegelicht. Grief 1 slaagt mitsdien en de vordering van [geïntimeerde] zal alsnog worden afgewezen. Voor zover Juristu in zoverre reeds aan het bestreden vonnis heeft voldaan, dient [geïntimeerde] het bedrag van € 204,78 aan Juristu terug te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der betaling tot aan de dag van terugbetaling.
5.5
Met grief 2 komt Juristu op tegen het oordeel van de kantonrechter dat Searchlab een bedrag van € 14,32 teveel heeft voldaan ter zake van deurwaarderskosten ter incasso van de vordering op SmartMovies BV , dat Searchlab een bedrag van € 484,- teveel heeft betaald ter zake van kosten ter incasso van de vordering op [naam 1] en dat Searchlab daarnaast aanspraak heeft op terugbetaling van € 600,-. Ter toelichting op de grief verwijst Juristu naar de in hoger beroep door haar in het geding gebrachte eindafrekening van de deurwaarder, hiervoor weergegeven onder 3.28. Volgens Juristu blijkt hieruit dat het totaal van de kosten van de deurwaarder € 1.164,77 bedraagt en dus niet het bedrag van € 575,68 dat de kantonrechter in het bestreden vonnis heeft genoemd. Dat de kosten hoger zijn dan in het bestreden vonnis vermeld en een door Searchlab te betalen bedrag van € 574,77
(€ 1.164,77 minus € 590,-) resteert, is het gevolg van het feit dat de kosten ondanks meerdere pogingen tot tenuitvoerlegging van het vonnis, welke pogingen in overleg met Searchlab zijn verricht, niet op de debiteur konden worden verhaald. Gezien het voorgaande heeft de kantonrechter ten onrechte geoordeeld dat de vordering van Searchlab strekkende tot terugbetaling van betaalde kosten vermeerderd met wettelijke rente toewijsbaar is, aldus Juristu.
5.6
Met betrekking tot de vordering van Searchlab heeft de kantonrechter onder meer het volgende overwogen:
“Searchlab vordert als eerste € 932,50 wegens onverschuldigde betaling. Aangenomen moet worden dat dit bedrag betrekking heeft op de voorgeschoten kosten dagvaarding en deurwaarder. Vaststaat dat Searchlab en Juristu zijn overeengekomen dat het voorschot voor “dagvaarding produceren” € 423,50 inclusief btw bedraagt. Dit bedrag heeft Searchlab aan Juristu voldaan. Deze betaling is niet onverschuldigd gedaan, maar met als rechtsgrond de overeenkomst tussen partijen.
Searchlab heeft tevens een bedrag van € 590,00 aan voorschot deurwaarderskosten betaald. Niet is gebleken dat over de totale deurwaarderskosten een afspraak is gemaakt, zodat Searchlab alleen de daadwerkelijk gemaakte kosten van de deurwaarder verschuldigd is.”
Tegen deze overwegingen van de kantonrechter hebben [geïntimeerden] niet gegriefd, zodat ook voor het hof uitgangspunt is dat Searchlab alleen de daadwerkelijk gemaakte deurwaarderskosten verschuldigd is. Daar waar in eerste aanleg Juristu geen stukken had overgelegd waaruit de daadwerkelijk gemaakte deurwaarderskosten blijken, heeft zij in hoger beroep de hiervoor onder 3.28 weergegeven eindafrekening van de deurwaarder in het geding gebracht.
Dictum
Het hof:
vernietigt het bestreden vonnis doch uitsluitend voor zover daarbij Juristu is veroordeeld tot betaling aan [geïntimeerde] van € 204,78 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 maart 2019 tot aan de voldoening, en tot betaling aan Searchlab van € 1.098,32 vermeerderd met de wettelijke rente over € 14,32 vanaf 9 april 2019, over € 484,00 vanaf 7 augustus 2020 en over € 600,00 vanaf 25 augustus 2020, telkens tot aan de voldoening,
en in zoverre opnieuw rechtdoende:
wijst de vordering van [geïntimeerde] af;
veroordeelt Juristu tot betaling aan Searchlab van € 509,23, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 484,- vanaf 7 augustus 2020 en over € 25,23 vanaf 25 augustus 2020, telkens tot aan de voldoening;
bekrachtigt het bestreden vonnis voor het overige;
veroordeelt [geïntimeerde] tot (terug)betaling aan Juristu van € 204,78, voor zover Juristu dit bedrag ter uitvoering van het bestreden vonnis aan [geïntimeerde] heeft betaald, vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf de dag van betaling tot de dag van terugbetaling;
verklaart dit arrest ten aanzien van bovenstaande betalingsveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
compenseert de kosten van het geding in hoger beroep in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.L.D. Akkaya, M.M. Kruithof en S.M.M. Garben en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 8 april 2025.