Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2025-03-03
ECLI:NL:GHAMS:2025:929
Civiel recht; Ondernemingsrecht
Eerste aanleg - meervoudig
1,806 tokens
Inleiding
beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.343.624/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 3 maart 2025
inzake
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[aandeelhouder 1]
,
gevestigd te [plaats] ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
CIRRUS NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Utrecht,
advocaat: mr. K. Both, kantoorhoudende te Vleuten
VERZOEKSTERS,
t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
CIRRUS B.V.,
gevestigd te Utrecht,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
CIRRUS NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Utrecht,
advocaat: mr. J.G. Molenaar en mr. R. Dahmen, kantoorhoudende te Utrecht,
VERWEERSTERS,
e n t e g e n
1 [bestuurder 1] ,
wonende te [plaats] ,
2. [bestuurder 2],
wonende te [plaats] ,
3. [bestuurder 3],
wonende te [plaats]
4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BARTISTA INVEST B.V.,
gevestigd te Alkmaar,
5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[bestuurder 4]
,
gevestigd te [plaats] ,
6. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
GREET AND LEARN HOLDING B.V.,
gevestigd te Utrecht,
advocaat: mr. J.G. Molenaar en mr. R. Dahmen, voornoemd,
BELANGHEBBENDEN,
Hierna zullen partijen en andere (rechts)personen (ook) als volgt worden aangeduid:
verzoekster sub 1 als [aandeelhouder 1] ;
verzoekster sub 2 en verweerster sub 2 als Cirrus Nederland;
verweerster sub 1 als Cirrus;
belanghebbende sub 1 als [bestuurder 1] ;
belanghebbende sub 2 als [bestuurder 2] ;
belanghebbende sub 3 als [bestuurder 3] ;
belanghebbende sub 5 als [bestuurder 4] ;
- verweersters en belanghebbenden gezamenlijk als Cirrus c.s.
1Het verloop van het geding
1.1
[aandeelhouder 1] en Cirrus Nederland hebben bij verzoekschrift van 19 juli 2024 met producties 1 t/m 18 de Ondernemingskamer verzocht, samengevat,
een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van Cirrus en Cirrus Nederland over de periode vanaf 1 mei 2024;
als onmiddellijke voorzieningen voor de duur van de procedure een nader door de Ondernemingskamer aan te wijzen persoon te benoemen tot bestuurder bij zowel Cirrus als bij Cirrus Nederland, althans een andere voorziening te treffen die de Ondernemingskamer juist acht.
1.2
Op 23 juli 2024 hebben [aandeelhouder 1] en Cirrus Nederland de aanvullende producties 19 t/m 21 ingediend.
1.3
Cirrus c.s. hebben bij verweerschrift van 13 augustus 2024 met producties 1 t/m 5 de Ondernemingskamer verzocht de verzoeken van [aandeelhouder 1] en Cirrus Nederland af te wijzen en hen te veroordelen in de kosten van de procedure.
1.4
Bij aanvullend verzoekschrift van 15 augustus 2024 hebben [aandeelhouder 1] en Cirrus Nederland de Ondernemingskamer verzocht, samengevat,
1. een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van Cirrus en Cirrus Nederland over de periode vanaf 1 mei 2024;
2. als onmiddellijke voorzieningen voor de duur van de procedure
a. het bestuur en de algemene vergadering van Cirrus en/of Cirrus Nederland te verbieden om uitvoering te geven aan besluiten strekkende tot ontslag of schorsing van Sivertsen;
b. [bestuurder 4] , [bestuurder 2] , [bestuurder 3] en [bestuurder 1] te schorsen als bestuurder van Cirrus;
c. Cirrus en Cirrus Nederland te verbieden om zonder instemming van [aandeelhouder 1] over te gaan tot wijziging van de statuten;
d. alle eventuele besluiten van Cirrus en/of Cirrus Nederland te schorsen, voor zover deze strekken tot ontslag of schorsing van Sivertsen als bestuurder van Cirrus en/of Cirrus Nederland;
e. een nader door de Ondernemingskamer aan te wijzen persoon te benoemen tot onafhankelijk bestuurder bij zowel Cirrus als bij Cirrus Nederland, althans een andere voorziening te treffen die de Ondernemingskamer juist acht.
1.5
Op 19 en 21 augustus 2024 hebben [aandeelhouder 1] en Cirrus Nederland de aanvullende producties 22 t/m 34, respectievelijk 35 t/m 40 ingediend.
1.6
Bij aanvullend verweerschrift van 22 augustus 2024 hebben Cirrus c.s. verzocht de (aanvullende) verzoeken van [aandeelhouder 1] en Cirrus Nederland af te wijzen.
1.7
De verzoeken zijn behandeld op de zitting van de Ondernemingskamer van 29 augustus 2024. Partijen hebben tijdens de mondelinge behandeling hun standpunten nader toegelicht en vragen van de Ondernemingskamer beantwoord. Daarna zijn partijen overeengekomen de procedure aan te houden en de Ondernemingskamer te verzoeken een mediator aan te wijzen, die een mediationtraject met partijen zal opstarten. De Ondernemingskamer heeft daarop een mediator aan partijen voorgesteld.
2De gronden van de beslissing
2.1
Bij e-mail van 6 februari 2025 heeft mr. Both namens [aandeelhouder 1] en Cirrus Nederland aan de Ondernemingskamer laten weten dat partijen een minnelijke regeling hebben getroffen. Onderdeel van deze regeling is dat de procedure bij de Ondernemingskamer zal worden ingetrokken. Bij e-mail van 12 februari 2025 heeft de Ondernemingskamer Cirrus c.s. Verzocht hierop te reageren. Namens Cirrus c.s. heeft mr. Dahmen op 13 februari 2025 bevestigd dat een minnelijke regeling is getroffen en dat de procedure kan worden beëindigd. Bij deze stand van zaken bestaat geen belang meer bij beoordeling van en beslissing op de verzoeken, zodat [aandeelhouder 1] en Cirrus Nederland niet ontvankelijk zijn in hun verzoeken.
2.2
Gelet op de inhoud van de getroffen schikking is er geen aanleiding om een proceskostenveroordeling uit te spreken.
Dictum
De Ondernemingskamer:
verklaart [aandeelhouder 1] en Cirrus Nederland niet ontvankelijk in hun verzoeken.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.M. de Jongh, voorzitter, mr. C.C. Meijer, en mr. M.M.M. Vaessen, raadsheren, en, prof. drs. E. Eeftink RA en dr. M.J.R. Broekema RV, raden, in tegenwoordigheid van mr. J.K.G. Meijer, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2025.