Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2025-03-28
ECLI:NL:GHAMS:2025:901
Civiel recht; Ondernemingsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,941 tokens
Inleiding
beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummers: 200.301.960/01 OK en 200.301.961/01 OK
beschikking van de voorzitter van de Ondernemingskamer van 28 maart 2025
in de zaak met zaaknummer 200.301.960/01 OK
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DMARC ADVISOR B.V., voorheen genaamd DMARCIAN EUROPE B.V.,
gevestigd te Dordrecht,
VERZOEKSTER,
advocaten: mr. M.W.E. Evers en mr. D.J.C. Storm, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DMARC ADVISOR B.V.,
gevestigd te Dordrecht,
VERWEERSTER,
advocaten: mr. M.W.E. Evers en mr. D.J.C. Storm, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
[aandeelhouder 1]
,
wonende te [plaats] ,
BELANGHEBBENDE,
advocaten: mr. F. Henke en mr. P.A. Josephus Jitta, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
THE DIGITAL XPEDITION (TDX) HOLDING B.V.,
gevestigd te Dordrecht,
BELANGHEBBENDE,
advocaten: mr. M.C. Luiten en mr. V.R.M. Appelman, beiden kantoorhoudende te Rotterdam,
en in de zaak met zaaknummer 200.301.961/01 OK
[aandeelhouder 1]
,
wonende te [plaats] ,
VERZOEKER,
advocaten: mr. F. Henke en mr. P.A. Josephus Jitta, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DMARC ADVISOR B.V.,
gevestigd te Dordrecht,
VERWEERSTER,
advocaten: mr. M.W.E. Evers en mr. D.J.C. Storm, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
THE DIGITAL XPEDITION (TDX) HOLDING B.V.,
gevestigd te Dordrecht,
BELANGHEBBENDE,
advocaten: mr. M.C. Luiten en mr. V.R.M. Appelman, beiden kantoorhoudende te Rotterdam.
Hierna zullen partijen als volgt worden aangeduid:
DMARC Advisor B.V. als DME;
The Digital Xpedition (TDX) Holding B.V. als TDX;
[aandeelhouder 1] als [aandeelhouder 1] .
1Het verloop van het geding
1.1
Voor het verloop van het geding wordt verwezen naar de beschikkingen van de Ondernemingskamer in de eerstefaseprocedure van deze zaak met zaaknummer 200.281.257/01 OK van 7 september 2020, 10 september 2020, 29 januari 2021, 23 maart 2021, 4 mei 2021, 18 juni 2021, 12 augustus 2021, 3 september 2021, 24 september 2021 en 29 oktober 2021, en naar de beschikking in de tweedefaseprocedure van deze zaak met zaaknummers 200.301.960/01 OK en 200.301.961/01 OK.
1.2
Bij die beschikkingen heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van DME over de periode vanaf 1 januari 2016 tot 20 augustus 2020 en mr. H.W. Wefers Bettink benoemd om het onderzoek te verrichten. Daarnaast heeft zij bij wijze van onmiddellijke voorzieningen mr. H.J.M. Harmeling (hierna: Harmeling) benoemd tot bestuurder van DME en bepaald dat de aandelen in DME – met uitzondering van één aandeel van ieder van de aandeelhouders – ten titel van beheer zijn overgedragen aan mr. Y. Borrius.
1.3
Het onderzoeksverslag met bijlagen is op 3 september 2021 ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegd. Bij de beschikking van 3 september 2021 heeft de Ondernemingskamer bepaald dat het onderzoeksverslag aldaar ter inzage ligt voor belanghebbenden.
1.4
Bij e-mailbericht van 24 maart 2025 heeft de advocaat van Harmeling de voorzitter van de Ondernemingskamer verzocht Harmeling op voet van artikel 2:353 lid 3 BW te machtigen mededelingen te doen uit het onderzoeksverslag in het kader van een Amerikaanse procedure waarin hij als getuige zal worden gehoord.
1.5
Bij e-mailbericht van 27 maart 2025 heeft mr. Henke namens [aandeelhouder 1] medegedeeld dat [aandeelhouder 1] zich voor wat betreft de verzochte machtiging refereert aan het oordeel van de voorzitter van de Ondernemingskamer. Eveneens bij e-mailbericht van 27 maart 2025 heeft mr. Luiten namens TDX medegedeeld dat TDX geen bezwaar heeft tegen inwilliging van het namens Harmeling gedane verzoek.
2De gronden van de beslissing
1.1.
Op grond van artikel 2:353 lid 3 BW is het aan anderen dan de rechtspersoon verboden mededelingen aan derden te doen uit het onderzoeksverslag, voor zover dat niet voor iedereen ter inzage ligt, tenzij zij daartoe door de voorzitter van de Ondernemingskamer zijn gemachtigd. Tot het onderzoeksverslag horen ook de daartoe behorende bijlagen. In deze zaak heeft de Ondernemingskamer bij beschikking van 3 september 2021 bepaald dat het onderzoeksverslag ter inzage ligt voor belanghebbenden.
1.2.
De voorzitter van de Ondernemingskamer overweegt dat het bij het beoordelen van een machtigingsverzoek erop aankomt of het belang van verzoeker bij het kunnen doen van mededelingen uit het onderzoeksverslag opweegt tegen het door artikel 2:353 lid 3 BW beschermde belang van de onderzochte rechtsperso(o)n(en) bij vertrouwelijkheid van het onderzoeksverslag.
1.3.
Het belang van Harmeling bij het verkrijgen van de verzochte machtiging is hier dat hij mededelingen uit het verslag wil doen in een lopende Amerikaanse procedure waarin hij in verband met zijn optreden als OK-functionaris als getuige zal worden gehoord. TDX heeft laten weten dat zij geen bezwaar heeft tegen het machtigingsverzoek dat namens Harmeling is gedaan, en dat zij voorts heeft begrepen dat het onderzoeksverslag door DME reeds in de gerechtelijke procedure in het kader waarvan Harmeling zal worden gehoord is ingebracht, zodat volgens TDX geen reden bestaat om de door Harmeling verzochte machtiging niet te verlenen. [aandeelhouder 1] heeft laten weten zich te refereren aan het oordeel van de voorzitter van de Ondernemingskamer. Bij die stand van zaken geeft het belang van Harmeling de doorslag. De voorzitter van de Ondernemingskamer zal de verzochte machtiging daarom verlenen op de hierna te vermelden wijze.
Dictum
De voorzitter van de Ondernemingskamer:
machtigt mr. H.J.M. Harmeling aan derden mededelingen te doen uit het verslag van het onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van DME, zoals neergelegd ter griffie van de Ondernemingskamer op 3 september 2021, voor zover dat redelijkerwijs nodig is voor het getuigenverhoor in het kader van de procedure bij het gerecht te Asheville, North Carolina (Verenigde Staten van Amerika);
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. G.M.C. van Breukelen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 28 maart 2025.