Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2025-03-28
ECLI:NL:GHAMS:2025:819
Strafrecht
Hoger beroep
1,931 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002726-23
datum uitspraak: 28 maart 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 2 oktober 2023 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-078697-22 (zaak A) en 13-016002-23 (zaak B) tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1988,
thans gedetineerd in [detentieadres] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 14 maart 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte, de raadsman en de advocaten van de benadeelde partijen naar voren hebben gebracht.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
De verdachte is door de rechtbank vrijgesproken van hetgeen aan hem in zaak B onder 10 cumulatief/alternatief ten aanzien van kind 12 is tenlastegelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen deze in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak.
Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte daarom
niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen deze in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve – daarbij gelet op de in hoger beroep toegewezen vordering wijziging tenlastelegging van de feiten 7 en 8 in zaak B – bevestigen behalve ten aanzien van de beslissing en overweging ten aanzien van de strafbaarheid van het in zaak B onder 8 bewezenverklaarde en de kwalificatie van het in zaak B onder 7 bewezenverklaarde. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd. Tevens wordt het vonnis bevestigd met dien verstande dat het hof:
de omissie in de oorspronkelijke tenlastelegging van hetgeen middels de ter terechtzitting in hoger beroep van 20 februari 2024 toegewezen vordering wijziging tenlastelegging aan het in zaak B onder 7 tenlastegelegde is toegevoegd opvat als een kennelijke verschrijving;
de bewezenverklaring van het in zaak B onder 8 bewezenverklaarde verbeterd leest, in die zin dat de verdachte een persoon, die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen, zoals dat ook middels de ter terechtzitting in hoger beroep van 20 februari 2024 toegewezen vordering wijziging tenlastelegging aan de tenlastelegging is toegevoegd. Nu de verdediging zich op dit punt heeft gerefereerd aan het oordeel van het hof en door de verdediging ter zake geen verweer is gevoerd en gelet op de aard van de wijziging, staat het verbeterd lezen hiervan de beslissing van het hof om het vonnis te bevestigen niet in de weg;
de kwalificaties van het in zaak A onder 1 en 2, 4 en 5, 6 en 7, 8 en 9, 10 en 11, en het in zaak B onder 1 en 2, 3 en 4, 5 en 6, 11 en 12, en 13 en 14 bewezenverklaarde verbeterd leest in die zin dat daarin telkens de woorden “die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt” worden vervangen door de woorden “waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt”. Ook op dit punt heeft de verdediging zich aan het oordeel van het hof gerefereerd;
door hetgeen de verdediging ter terechtzitting in hoger beroep heeft aangevoerd niet tot andere inzichten is gekomen met betrekking tot de oplegging van de straf of de maatregel, ook niet als daarbij in aanmerking wordt genomen dat het hof tot een veroordeling komt van het in zaak B onder 8 bewezenverklaarde, waar de rechtbank tot een ontslag van alle rechtsvervolging kwam. Het gevoerde verweer vindt zijn weerlegging in hetgeen daaromtrent is overwogen in het vonnis en in de inhoud van de aanvullende - ten behoeve van de behandeling in hoger beroep opgemaakte en ter terechtzitting in hoger beroep voorgehouden - Pro Justitia rapporten;
voor zover de raadsman bedoeld heeft voorwaardelijk te verzoeken de zaak aan te houden teneinde de reclassering te laten rapporteren omtrent de voorwaarden die aan een voorwaardelijke gevangenisstraf of aan een voorwaardelijke tbs-maatregel verbonden zouden moeten worden, dit verzoek onbesproken laat. Immers is de voorwaarde die de raadsman heeft geformuleerd - te weten dat het hof de standpunten van de verdediging volgt - niet ingetreden;
door hetgeen namens de benadeelde partijen naar voren is gebracht niet tot andere inzichten is gekomen ten aanzien van de beslissingen van de rechtbank over de vorderingen tot schadevergoeding.
Strafbaarheid van het in zaak B onder 8 bewezenverklaarde
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het in zaak B onder 8 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Kwalificatie van het in zaak B onder 7 en 8 bewezenverklaarde
Het in zaak B onder 7 en 8 bewezenverklaarde levert op:
de eendaadse samenloop van
met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd
en
door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en misleiding een persoon waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen, meermalen gepleegd.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf en maatregelen zijn gegrond op de artikelen 36b, 36c, 36f, 37a, 37b, 55, 57, 240b, 247, 248a en 284 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze destijds golden.
Dictum
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het ingestelde hoger beroep voor zover dat is gericht tegen de vrijspraak van hetgeen aan hem in zaak B onder 10 cumulatief/alternatief ten aanzien van kind 12 is tenlastegelegd.
Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover het betreft de beslissing ten aanzien van de strafbaarheid van het in zaak B onder 8 bewezenverklaarde en de kwalificatie van het in zaak B onder 7 bewezenverklaarde en doet in zoverre opnieuw recht.
Verklaart het in zaak B onder 8 bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert het in zaak B onder 7 en 8 als hiervoor vermeld.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. W.S. Ludwig, mr. M.J.A. Duker en mr. D.A.C. Koster, in tegenwoordigheid van mr. S.K. van Eck en mr. R.J. den Arend, griffiers, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 28 maart 2025.
=
===
[…]