Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2025-03-26
ECLI:NL:GHAMS:2025:782
Strafrecht
Hoger beroep
521 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000032-23
datum uitspraak: 4 maart 2025
VERSTEK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 21 december 2022 in de strafzaak onder parketnummer 15-860106-17 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1962,
adres: [adres] .
Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
13 en 20 maart 2024 en 4 maart 2025.
Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot niet-ontvankelijk verklaring van het openbaar ministerie in het hoger beroep.
Ontvankelijkheid van de officier van justitie in het hoger beroep
Nu de advocaat-generaal ter terechtzitting te kennen heeft gegeven dat het openbaar ministerie het hoger beroep niet wil handhaven, moet zij geacht worden de eerder tegen het vonnis opgegeven bezwaren in te trekken, zodat zij, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, gelet op het bepaalde in artikel 416, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.
Dictum
Het hof:
Verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Iedema, mr. S.M.M. Bordenga en mr. C. Fetter, in tegenwoordigheid van mr. M.E. de Waard, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 4 maart 2025.
mr. S.M.M. Bordenga en mr. C. Fetter zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.