Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2025-03-25
ECLI:NL:GHAMS:2025:746
Civiel recht
Hoger beroep
643 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.326.962/01
zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/716891 / HA ZA 22-343
Dictum
in de zaak van
[appellant] ,
wonende te [plaats 1] , gemeente [plaats 2] ,
appellant,
advocaat: mr. J. de Jong van Lier te Enschede,
tegen
1. COÖPERATIEVE RABOBANK U.A.,
gevestigd te Amsterdam,
2. RABO GROEN BANK B.V.,
gevestigd te Utrecht,
geïntimeerde,
advocaat: mr. R.M. Vermaire te Utrecht.
Appellant zal hierna [appellant] worden genoemd. Geïntimeerden gezamenlijk zullen Rabobank c.s. worden genoemd.
Het hof heeft in deze zaak op 11 maart 2025 arrest gewezen.
Het hof heeft kennis genomen van een verzoek van mr. De Jong van Lier bij e-mail van 12 maart 2025 namens [appellant] om een kennelijke schrijffout te verbeteren. Het gaat daarbij om het in het dictum opgenomen bedrag van € 1.148.000,00. Zowel in rechtsoverweging 3.28 als in rechtsoverweging 3.39 is het juiste bedrag van € 1.458.000,00 opgenomen.
Rabobank c.s. is in de gelegenheid gesteld op dit verzoek te reageren. Bij brief e-mail van 12 maart 2025 heeft mr. Vermaire namens Rabobank c.s. verklaard geen bezwaar te hebben tegen inwilliging van het verzoek.
Het hof is van oordeel dat er sprake is van een kennelijke schrijffout die zich voor eenvoudig herstel leent en wijst het verzoek toe.
Het hof bepaalt dat waar in het dictum staat:
veroordeelt Rabobank tot (terug)betaling binnen veertien dagen na dit arrest van een bedrag van € 1.148.000,00 aan [appellant] (of zijn vennootschappen), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na dit arrest;
dit wordt gewijzigd in:
veroordeelt Rabobank tot (terug)betaling binnen veertien dagen na dit arrest van een bedrag van € 1.458.000,00 aan [appellant] (of zijn vennootschappen), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na dit arrest;.
Deze verbetering wordt aangebracht op de minuut.
Voor het overige blijft het arrest, ook wat betreft de datum van uitspraak, geheel in stand.
Dit arrest is gewezen door mrs. O.G.H. Milar, F.W.J. Meijer en O.L. Nunes en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2025.