Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2025-02-04
ECLI:NL:GHAMS:2025:655
Strafrecht
Hoger beroep
495 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-003138-22
datum uitspraak: 4 februari 2025
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 3 juni 2022 in de strafzaak onder parketnummer 15-173527-21 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1950,
adres: [adres] .
Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 4 februari 2025.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het door hem ingestelde hoger beroep.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
De verdachte is in eerste aanleg gedagvaard om op 3 juni 2022 te verschijnen ter terechtzitting van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland. De dagvaarding is de verdachte op 22 maart 2022 in persoon betekend. De verdachte is op 3 juni 2022 bij verstek veroordeeld. Tegen dit vonnis heeft de verdachte niet binnen veertien dagen nadien hoger beroep ingesteld, maar eerst op 22 november 2022.
Nu het hoger beroep niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn is ingesteld zal de verdachte daarin niet-ontvankelijk worden verklaard.
Dictum
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. D.A.C. Koster, mr. A.R.O. Mooy en mr. A.W.T. Klappe, in tegenwoordigheid van
mr. D. de Jong, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 4 februari 2025.