Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2025-02-18
ECLI:NL:GHAMS:2025:650
Strafrecht
Hoger beroep
765 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002161-23
datum uitspraak: 18 februari 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 18 juli 2023 in de strafzaak onder parketnummer 13-008006-23 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedatum] 1976,
[adres]
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 4 februari 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 18 juni 2022 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, zijn echtgenote [slachtoffer] heeft mishandeld door meermaals, althans eenmaal
- die [slachtoffer] (met kracht) bij de keel en/of kin te pakken en/of
- door die [slachtoffer] door de kamer te gooien en/of
- het hoofd van die [slachtoffer] (met kracht) naar achteren te duwen en/of met de vuist op de mond van die [slachtoffer] te slaan en/of
- met de knieën te drukken op de buik van die [slachtoffer].
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.
Vrijspraak
Het hof acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Op basis van het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting kan niet met de voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid worden vastgesteld dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan hetgeen hem ten laste is gelegd.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.R.O. Mooy, mr. A.W.T. Klappe en mr. D.A.C. Koster, in tegenwoordigheid van
mr. D. de Jong, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 18 februari 2025.