Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2025-02-25
ECLI:NL:GHAMS:2025:581
Strafrecht
Hoger beroep
768 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002849-24
datum uitspraak: 25 februari 2025
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 9 december 2024 in de strafzaak onder parketnummer 15-260708-24 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1989,
thans gedetineerd in [detentieadres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 11 februari 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bevestiging van het vonnis van de rechtbank, en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof de gronden aanvult in die zin dat het hof:
de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen zal uitwerken indien beroep in cassatie wordt ingesteld en
de strafmaatoverweging van de rechtbank aanvult met de navolgende overweging.
Aanvullende strafmaatoverweging
Hetgeen door de verdediging in hoger beroep over de persoonlijke omstandigheden van de verdachte is aangevoerd, geeft het hof geen aanleiding om een andere straf op te leggen dan de rechtbank passend en geboden heeft geacht. De verdediging heeft aangevoerd dat de verdachte moet zorgen voor zijn zieke moeder die op Curaçao woont en dat hij samen met zijn vriendin een kind verwacht. Deze omstandigheden acht het hof onvoldoende dringend om een lagere straf op te leggen. Bovendien blijkt uit de door de raadsvrouw toegezonden stukken onvoldoende dat de moeder van de verdachte op geen enkele andere wijze zorg kan krijgen en dat zij voor de ondersteuning bij de dagelijkse activiteiten enkel afhankelijk is van de verdachte.
Dictum
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.A. Duker, mr. C.J. van der Wilt en mr. N.R.A. Meerbeek, in tegenwoordigheid van mr. I.A. de Bruijne, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 25 februari 2025.
De jongste raadsheer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=
===
[…]